Dino Attanasio

Dino Attanasio op het stripfestival in Brussel 2024
Dino Attanasio op het stripfestival in Brussel 2024

Dino Attanasio, geboren als Edoardo Attanasio in Milaan, was een in Italië geboren en genaturaliseerde Belgische stripauteur binnen de Frans-Belgische school. Hij is bekend als de grafische creator van Bob Morane, als medebedenker van Signor Spaghetti en als tekenaar die Modeste et Pompon overnam. Bij zijn overlijden in Jette gold hij als de nestor van de Frans-Belgische strip.

Attanasio was het tweede kind van muzikant Savino Attanasio. Vanaf jonge leeftijd voelde hij zich aangetrokken tot muziek, gymnastiek en tekenen. Op tienjarige leeftijd maakte hij zijn eerste stripstroken, geïnspireerd door Walt Disney, Milton Caniff, Alex Raymond, Lee Falk en Chester Gould. Op dertienjarige leeftijd trad hij samen met zijn oudere broer Gianni en zijn vader op het podium op. Later vormden hij en Gianni een gitaarduo dat in verschillende restaurants en theaters in Milaan speelde, onder meer onder de naam d, en ook muzikale overgangen verzorgde voor toneelstukken en een intermezzo in de film Ruy Blas van Jean Cocteau in 1947. Na studies aan de Academie voor Schone Kunsten in Milaan, waar hij de alta decorazione in schilderkunst behaalde, werkte hij vanaf 1941 in de illustratie en daarna in de animatie. Hij werkte mee aan La Rose de Bagdad en richtte zich nadien op stripverhalen.

Carrière in de Franco-Belgische strip

Dino Attanasio werd in Milaan geboren als Edoardo Attanasio en groeide uit tot een Italiaans-geboren, genaturaliseerde Belgische striptekenaar. Hij behoorde tot de Franco-Belgische school en verwierf bekendheid met de grafische creatie van Bob Morane. Daarnaast was hij medecreëerder van Signor Spaghetti en nam hij de strip Modeste et Pompon over. Op het moment van zijn overlijden in Jette werd hij beschouwd als de nestor van de Franco-Belgische strip.

Jeugd en eerste optredens

Dino Attanasio werd in Milaan geboren als tweede kind van muzikant Savino Attanasio. Al van kinds af aan was hij gepassioneerd door muziek, gymnastiek en tekenen. Op zijn dertiende stond hij samen met zijn oudere broer Gianni en zijn vader op het podium. Later vormden Dino en Gianni een gitaarduo, waarmee ze optraden in verschillende restaurants en theaters in Milaan onder de naam d. Daarnaast verzorgden ze muzikale overgangen voor toneelstukken en speelden ze in 1947 in Milaan een intermezzo in de film Ruy Blas van Jean Cocteau.

Van tekenopleiding tot stripwerk

Dino Attanasio kreeg als kind geregeld Fumetti-jeugdpublicaties van zijn grootmoeder langs moederszijde. Op tienjarige leeftijd maakte hij zijn eerste stripverhalen, geïnspireerd door Walt Disney, Milton Caniff, Alex Raymond, Lee Falk en Chester Gould. Later schreef hij zich in aan de Academie voor Schone Kunsten in Milaan, waar hij de alta decorazione in schilderkunst behaalde.

Vanaf 1941 werkte hij eerst in de illustratie en daarna in de animatie. Hij nam deel aan de productie van La Rose de Bagdad van Anton Gino, een van de eerste Italiaanse animatiefilms. Na die ervaring richtte hij zijn carrière opnieuw op stripverhalen.

Aan de academie had hij Augusto Pedrazza leren kennen. Samen met hem bracht hij tekeningen onder de aandacht van Mario Conte, directeur van Edital. Attanasio en Pedrazza werden vervolgens door Conte aangenomen. Tot 1948 verscheen Attanasio's werk onafgebroken in de publicaties van Mario Conte, samen met vrienden Roberto Renzi en Augusto Pedrazza. In totaal publiceerde hij meer dan honderd illustraties en evenveel stripplaten voor Edital en andere Italiaanse Fumetti-uitgevers. Soms werkte hij daarbij samen met zijn broer Gianni, die literatuur had gestudeerd in Venetië, als scenarist.

Eerste jaren in België

In 1948 verhuisde Dino Attanasio samen met zijn broer Gianni naar België om het naoorlogse Italië te ontvluchten. Eenmaal in België gingen de twee aan de slag bij Publi-Ciné, een filmaffichebedrijf van Jean Coignon. Daarnaast trad Dino in de hoofdstad op als gitarist in restaurants.

Werk voor tijdschriften en reeksen

Dino Attanasio maakte zijn eerste cover voor het tijdschrift Tintin met een verhaal van Jean Ray. Daarna toonde hij zijn tekeningen aan André Fernez bij Éditions du Lombard en werd hij voorgesteld aan Georges Troisfontaines, de hoofdman van World Press. Daar werd hij aangeworven door World Press, dat publicaties verzorgde voor Dupuis. In die omgeving werkte hij samen met onder meer Eddy Paape, Victor Hubinon, Jean Graton, Michel Tacq, René Follet, Albert Weinberg, Albert Uderzo, René Goscinny en Jean-Michel Charlier.

Bij World Press groeide zijn productie sterk. Voor La Libre junior schreef het duo René Goscinny en Jean-Michel Charlier scenario's voor zijn reeks Fanfan et Polo in 1950. Attanasio tekende drie verhalen van Fanfan et Polo, met een eerste scenario van Jean-Michel Charlier en twee van René Goscinny. Daarnaast maakte hij verschillende historische verhalen voor het blad Petits Belges, enkele illustraties voor Tintin en ongeveer twintig verhalen van l'Oncle Paul voor Spirou. Hij bleef tegelijk afwisselen tussen humoristische en realistische stripverhalen.

In 1956 tekende hij Pastis and Dynamite voor Line, op scenario van Michel Greg. Hij illustreerde ook verhalen voor Journal de Tintin. In 1957 creëerde hij Signor Spaghetti, een humoristische reeks met René Goscinny. Verder werkte hij mee aan Bob Morane: hij bewerkte het personage voor Femmes d'aujourd'hui, op basis van de romans uit de Marabout Junior-collectie, en illustreerde sinds de oprichting in 1953 ook de hors-textes van die collectie van Henri Vernes. Van 1959 tot 1962 animeerde hij de Bob Morane-reeks, waarna hij die overdroeg aan Gérald Forton.

Vanaf 1961 tot 1968 nam Attanasio in Tintin ook Modeste et Pompon over na het vertrek van André Franquin. Hij tekende bijna een onbepaald aantal verhalen voor deze reeks en verliet Le journal Tintin in 1968.

Werk voor Italiaanse en Nederlandse bladen

Dino Attanasio werkte vooral voor Italiaanse en Vlaamse pers, ook in Nederland. In Ciné-Revue publiceerde hij Candida, met decoraties van Marc Wasterlain. Vanaf 1965 maakte hij in Corriere dei Piccoli Ambroise en Gino op scenario van Carlo Triberti. In Nederland creëerde hij samen met Martin Lodewijk en Patty Klein de gangsterreeks Johnny Goodbye, eerst in Pep en later in Eppo. Daarnaast bedacht hij er de reeks les Macaroni's op scenario's van Dick Matena. Die twee reeksen kenden er succes, goed voor ongeveer dertig volledige verhalen.

Van 1974 tot 1986 hervatte hij Signor Spaghetti, vooral met scenario's van Lucien Meys en Yves Duval. Voor het tijdschrift Rigolo werkte hij kort samen met José-Louis Bocquet en Jean-Luc Fromental aan korte Spaghetti-verhalen. In 1975 kreeg hij van Éditions du Lombard de opdracht voor een biografische strip over Mohammad Reza Pahlavi. Een jaar later verscheen in Iran het album Aẓemat e bâzyâfteh.

Tussen 1979 en 1984 maakte hij verschillende one-shots bij Éditions Michel Deligne. In 1991 paste hij samen met zijn zoon Dino Alexandre Le Décaméron van Boccace aan voor éditions Lefrancq. In 1994 tekende hij een Bob Morane-aflevering met als titel La Galère engloutie.

Eerbetonen en retrospectieve tentoonstellingen

Dino Attanasio kreeg op meerdere momenten een eerbetoon. Tijdens het stripfestival van Courcelles werd hij in een onbekend jaar gehuldigd met een retrospectieve tentoonstelling. Daar ontmoette hij ook zijn publiek en zijn vroege assistent Marc Wasterlain. Heel wat collega’s, onder wie François Walthéry, woonden die tentoonstelling bij. Nadien verhuisde de retrospectieve naar het stripfestival in Brussel, in Tour et Taxis, waar Dino Attanasio aanwezig was samen met zijn biograaf, zijn familie, en de auteurs Marc Wasterlain en André Benn. Ook in Jette werd hij gehuldigd tijdens een weekendevenement, bijgewoond door de auteur, de biograaf en andere auteurs.

Persoonlijk leven en laatste jaren

Volgens de biografie kreeg Dino Attanasio tijdens zijn carrière hulp van verschillende assistenten. Hij huwde met Joanna Walckiers op een niet-gespecificeerde datum. Samen kregen zij in de jaren 1950 twee kinderen: een dochter en een zoon. Vanaf 2020 woonde Attanasio in Jette, ten noordwesten van Brussel. De biografie vermeldt ook dat hij op een niet-gespecificeerde datum op een niet-gespecificeerde leeftijd overleed.

Erkenning en bewaring van het werk

In de jaren 60 maakte Dino Attanasio vier korte films met de titel Spaghetti. Later verscheen bij Œuvre het eerste deel van de reeks Dino Attanasio, trente années de bandes dessinées. Zijn werk wordt bewaard in het Centre belge de la bande dessinée en maakt ook deel uit van het roerend erfgoed van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Scroll naar boven