Fernand Edmond Jean Marie Khnopff (1858–1921) was een Belgische symbolistische schilder en een leidende figuur binnen het Symbolisme. In 1883 was hij medeoprichter van de avant-gardegroep Les XX. Zijn werk verwierf internationale erkenning door raadselachtige schilderijen waarin isolatie, verlangen en de dubbelheid van de vrouw centraal staan. Zijn zus Marguerite verscheen tijdens zijn carrière vaak in talrijke portretten. Khnopffs kunst sloot aan bij zowel het Continentale Symbolisme als het Britse Pre-Raphaelitisme, mede door zijn nauwe vriendschappen met Edward Burne-Jones en andere Britse kunstenaars. Vanaf 1895 was hij Brussels correspondent voor het kunsttijdschrift The Studio, waarvoor hij berichtte over artistieke ontwikkelingen in België en continentaal Europa. Zijn schilderijen, vooral Caress of the Sphinx (1896), oefenden invloed uit op de Wiener Secession en op Gustav Klimt. In 1898 stelde hij 21 werken tentoon op de eerste tentoonstelling van de Wiener Secession. Daarnaast ontwierp hij theaterdecors en operakostuums, werkte hij samen met regisseur Max Reinhardt en zette hij producties op in het Brusselse Théâtre Royal de la Monnaie. Vanaf 1900 wijdde hij zich aan het ontwerpen van een uitgewerkt huis en atelier in Brussel, opgevat als een gesamtkunstwerk met het motto ‘On a que soi’.
- Wie was Fernand Khnopff en welke rol speelde hij in de symbolistische kunst?
- Hoe verwierf Fernand Khnopff internationale erkenning en welke invloed had hij op andere kunstenaars en bewegingen?
- Uit welke familie kwam Fernand Khnopff en waar groeide hij op?
- Welke band had Fernand Khnopff met Tillet?
- Hoe ontwikkelde Fernand Khnopff zijn belangstelling voor literatuur en waarom verliet hij de universiteit?
- Hoe ontwikkelde Fernand Khnopff zich in zijn opleiding en welke invloeden kreeg hij in de jaren 1876 tot 1881?
- Hoe groeide Fernand Khnopff uit tot een bekend kunstenaar ondanks scherpe kritiek?
- Hoe ontwikkelde Fernand Khnopff zijn band met Engeland en met The Studio?
- Hoe ontwikkelde Khnopff zich vanaf 1898 verder in zijn woning, theaterwerk en grote opdrachten?
- Welke werken van Fernand Khnopff worden met de galerij in verband gebracht?
Leven en artistieke rol
Fernand Edmond Jean Marie Khnopff werd geboren op 12 september 1858 en overleed op 12 november 1921. Hij was een Belgische symbolistische schilder en een leidende figuur binnen de Symbolistische beweging. In 1883 was hij ook stichtend lid van de avant-gardegroep Les XX. Daarmee nam hij een opvallende plaats in binnen de artistieke vernieuwing van zijn tijd.
Internationale erkenning en artistieke invloed
Fernand Khnopff verwierf internationale erkenning met raadselachtige schilderijen waarin afzondering, verlangen en de dualiteit van de vrouw centraal stonden. Zijn zus Marguerite verscheen tijdens zijn hele carrière vaak in talrijke portretten. Zijn werk vormde een brug tussen het Continentale symbolisme en het Britse pre-rafaelisme, en hij onderhield nauwe vriendschappen met Edward Burne-Jones en andere Britse kunstenaars.
Vanaf 1895 was Khnopff Brussels correspondent voor het kunsttijdschrift The Studio. Vanuit die rol berichtte hij over artistieke ontwikkelingen in België en op het Europese vasteland. Zijn schilderijen, en in het bijzonder Caress of the Sphinx uit 1896, beïnvloedden de Weense Secession. Ook Gustav Klimt werd duidelijk door zijn werk beïnvloed. In 1898 stelde Khnopff 21 werken tentoon op de eerste tentoonstelling van de Weense Secession.
Naast zijn schilderkunst ontwierp hij ook theaterdecors en operakostuums. Hij werkte samen met regisseur Max Reinhardt en zette producties in scène in de Brusselse Théâtre Royal de la Monnaie. Vanaf 1900 wijdde hij zich bovendien aan het ontwerpen van een uitgewerkt huis en atelier in Brussel. Dat geheel functioneerde als een gesamtkunstwerk en belichaamde het motto On a que soi. Zijn huis was geïnspireerd door de Weense Secession, terwijl zijn atelier een gouden cirkel op een witte mozaïekvloer had. Tot aan zijn dood in 1921 bleef de woning functioneren als een Temple of the self.
Familieachtergrond en jeugd
Fernand Khnopff werd geboren in een welgestelde familie die al generaties lang tot de hoge burgerij behoorde. Zijn voorouders woonden sinds het begin van de 17e eeuw in de Vossenhoek bij Grembergen in Vlaanderen en stamden af van Oostenrijkse en Portugese voorouders. In zijn familie hadden de meeste mannelijke leden een loopbaan als advocaat of rechter, waardoor ook voor hem een juridische carrière was weggelegd. Van 1859 tot 1864 woonde hij in Brugge, waar zijn vader substitut du procureur du roi was. In 1864 verhuisde het gezin naar Brussel.
Zomers in Tillet
Fernand Khnopff bracht een deel van zijn zomervakanties door in het gehucht Tillet bij Bastogne, in de provincie Luxemburg. Zijn grootouders van moederskant bezaten er een landgoed, wat zijn verbondenheid met deze plek verklaart. Tillet bleef duidelijk een belangrijke inspiratiebron, want Khnopff schilderde meerdere gezichten van het dorp.
Studietijd en literaire belangstelling
Op 18-jarige leeftijd ging Fernand Khnopff rechten studeren aan de Vrije Universiteit Brussel. Tijdens deze periode ontwikkelde hij een passie voor literatuur, onder meer door het ontdekken van werken van Baudelaire, Flaubert en Leconte de Lisle. Samen met zijn jongere broer Georges Khnopff bezocht hij ook regelmatig Jeune Belgique, een groep jonge schrijvers met onder meer Max Waller, Georges Rodenbach, Iwan Gilkin en Emile Verhaeren. Khnopff verliet uiteindelijk de universiteit omdat hij weinig interesse had in zijn rechtenstudies.
Opleiding en eerste artistieke invloeden
Fernand Khnopff begon zich te bekwamen in de schilderkunst door regelmatig het atelier van Xavier Mellery te bezoeken. Op 25 oktober 1876 schreef hij zich in voor de Cours De Dessin Après Nature aan de Académie Royale des Beaux-Arts. Daar ontmoette hij James Ensor als medestudent, maar hij mocht hem niet. In 1877 tot 1880 maakte hij verschillende reizen naar Parijs, waar hij het werk van Delacroix, Ingres, Moreau en Stevens leerde kennen. Tijdens de Wereldtentoonstelling van Parijs in 1878 kwam hij ook in aanraking met het oeuvre van Millais en Burne-Jones. In dezelfde periode, in 1878-1879, verwaarloosde hij zijn lessen aan de Académie Royale des Beaux-Arts en verbleef hij een tijd in Passy. Hij bezocht ook de Cours Libres van Jules Joseph Lefebvre aan de Académie Julian. In 1881 toonde hij voor het eerst werk aan het publiek op het Salon de l'Essor in Brussel.
Doorbraak via Les XX en Péladan
Fernand Khnopff kreeg op zijn werk vaak scherpe kritieken te verduren, met uitzondering van Emile Verhaeren. Verhaeren schreef bovendien de eerste monografie over Life. Khnopff was een van de stichtende leden van Le Groupe des XX in 1883 en stelde er regelmatig tentoon op de jaarlijkse Salon die door Les XX werd georganiseerd.
In 1885 ontmoette hij de Franse schrijver Joséphin Péladan. Péladan vroeg hem om de omslag te ontwerpen voor de roman Le Vice suprême. Khnopff aanvaardde die opdracht, maar vernietigde het werk later. Zijn ontwerp voor Le Vice suprême bracht Rose Caron in verlegenheid, omdat zij haar eigen gezicht herkende. Haar reactie veroorzaakte een schandaal in de Belgische en Parijse pers, en dat schandaal hielp om Khnopffs naam als kunstenaar te vestigen.
Later ontwierp hij ook illustraties voor Péladans werken Femmes honnêtes in 1888 en Le Panthée in 1892. Daarnaast was hij eregast op de tentoonstellingen van het Salon de la Rose + Croix in 1892, 1893, 1894 en 1897.
Contacten met Engeland en The Studio
In 1889 legde Fernand Khnopff zijn eerste contacten met Engeland. Vanaf dat jaar verbleef hij er geregeld en stelde hij er ook regelmatig tentoon. Tijdens deze periode raakte hij bevriend met verschillende Britse kunstenaars, onder wie Hunt, Watts, Rossetti, Brown en Burne-Jones. Vanaf 1895 werkte Khnopff bovendien als correspondent voor The Studio. Tot het begin van de Eerste Wereldoorlog in 1914 was hij verantwoordelijk voor de rubriek Studio-Talks-Brussels.
Brusselse woning, theater en opdrachten
Op de eerste tentoonstelling van de Wiener Secession in maart 1898 toonde Khnopff 21 werken. Zijn werk werd er in Wenen met grote bewondering ontvangen en beïnvloedde in belangrijke mate het oeuvre van Gustav Klimt. Vanaf 1900 werkte Khnopff aan een nieuw huis en atelier in Brussel, waar hij samen met zijn zuster Marguerite woonde. Het huis was geïnspireerd door de Wiener Secession en door de architectuur van Joseph Maria Olbrich. Khnopff voegde er een sterk symbolisch, ruimtelijk en decoratief concept aan toe, zodat het geheel functioneerde als een heiligdom voor het genie van de schilder. Boven de ingang stond zijn motto On a que soi. In zijn atelier schilderde hij in het midden van een gouden cirkel op de witte mozaïekvloer, en de inrichting weerspiegelde zijn passie voor theater en opera.
Zijn eerste ontwerpen voor theater dateren uit 1903, met schetsen voor de decors van Georges Rodenbachs stuk Le Mirage. Hij ontwierp ook decors voor een productie onder regie van Max Reinhardt in het Deutsches Theater in Berlijn. Deze decors riepen de sombere straten van Brugge op, waar hij zijn vroege kindertijd had doorgebracht. De Berlijnse pers en het publiek waardeerden zijn decors voor Le Mirage. In 1903 werd hij ook aangesteld om kostuums en decors te ontwerpen voor de wereldpremiere van Ernest Chaussons opera Le Roi Arthus in de Brusselse Muntschouwburg. In het volgende decennium werkte hij mee aan meer dan een dozijn operaproducties in de Muntschouwburg. In 1904 kreeg hij bovendien de opdracht om de plafonds van de Salle des Marriages in het nieuwe gemeentehuis van Sint-Gillis te versieren. Datzelfde jaar vroeg bankier Adolphe Stoclet hem om decoratieve panelen te ontwerpen voor de muziekkamer van het Stocletpaleis, waar hij samenwerkte met architect Josef Hoffmann en kunstenaar Gustav Klimt.
Belangrijke werken in de galerijcontext
Met de galerij worden verschillende werken van Fernand Khnopff in verband gebracht. Daaronder bevindt zich Listening to Schumann uit 1883. Ook Silence uit 1890, Memories of Lawn Tennis uit 1889 en Caress of the Sphinx uit 1896 worden vermeld. Daarnaast hoort Futur of A Young English Woman uit 1898 bij deze groep. Deze werken tonen dat de galerij een plaats heeft in de presentatie van verschillende fasen uit Khnopffs oeuvre.