Ovide Decroly werd geboren op 23 juli 1871 in Ronse en overleed op 12 september 1932 in Ukkel, op 61-jarige leeftijd. Hij was Belgisch van nationaliteit en woonde in België. Hij was gehuwd met Agnès Guisset. Decroly studeerde hedendaagse psychologie en volgde het werk van Jean Piaget en de School van Genève. In zijn pedagogische benadering verbond hij globalisering en belangstelling met de analyse van de vormen van de kinderlijke waarneming. Ook ordende hij de behoeften van kinderen in vier categorieën: voeding, huisvesting, verdediging en activiteit, waaronder werk en ontspanning. In 1901 stichtte hij in Brussel het educatief centrum École d’Enseignement Spécial pour Enfants Irreguliers. Later richtte hij in 1907 in Elsene École de l’Ermitage op, waar hij eerdere methoden en materialen toepaste met kinderen met een normale intelligentie. Deze school verwierf aanzienlijke prestige en raakte bekend in Europa. Ze begon met het lager onderwijs en breidde later uit naar de kleuter-, secundair-lager- en hogerelagere afdelingen. In 1920 werd Decroly benoemd tot professor psychologie en onderwijsgezondheid aan de Universiteit van Brussel. In 1930 werd hij ernstig ziek.
- Wie was Ovide Decroly als persoon?
- Hoe ontwikkelde Ovide Decroly zijn onderwijspraktijk en welke erkenning kreeg die?
- Hoe werkte de pedagogische visie van de Nieuwe School voor het leren van kinderen?
- Hoe wordt in Decroly's benadering het begrip expressie ingevuld?
- Hoe is El Juego Educativo: iniciación a la actividad intelectual y motriz opgebouwd?
- Hoe beschrijft El Juego Educativo de rol van spel en didactische activiteiten in het onderwijs?
Persoonlijk leven
Ovide Decroly werd geboren op 23 juli 1871 in Ronse, België. Hij woonde in België en had de Belgische nationaliteit. Decroly was gehuwd met Agnès Guisset. Hij overleed op 12 september 1932 in Ukkel, op 61-jarige leeftijd.
Onderwijsvernieuwing en internationale erkenning
In 1901 richtte Ovide Decroly in Brussel het educatieve centrum École d'Enseignement Spécial pour Enfants Irreguliers op. Hij bestudeerde de hedendaagse psychologie en volgde Jean Piaget en de Escuela de Ginebra. In zijn benadering koppelde hij globalisering aan de belangstelling door de vormen van infantiele waarneming te analyseren. Daarbij deelde hij de behoeften van kinderen op in vier types: voeding, onderdak, verdediging en activiteit, met werk en recreatie inbegrepen.
In 1907 stichtte hij École de l'Ermitage in Elsene. Daar paste hij eerdere methoden en materialen toe bij kinderen met normale intelligentie. Die school verwierf grote uitstraling en kreeg een stevige reputatie in Europa. Ze diende eerst voor de lagere cyclus en werd later uitgebreid tot het maternale, secundaire lagere en hogere niveau. In deze periode werkte Decroly ook zijn theorieën over globalisering en de centra van belangstelling verder uit.
In 1920 werd hij benoemd tot hoogleraar in de psychologie en de onderwijshygiëne aan de Universiteit van Brussel. In 1930 werd hij ernstig ziek. Hij overleed op 12 september 1932 in Brabant, Brussel.
De Nieuwe School en de leerprincipes
Aan het einde van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw kreeg de Propuesta de Escuela Nueva steeds meer invloed. Deze pedagogische benadering vertrok van de wetenschappelijke methode om te onderzoeken welke factoren de intellectuele, affectieve en motorische ontwikkeling van kinderen beïnvloeden. De onderwijsopvatting steunde op respect voor de persoonlijkheid van het kind en wilde kinderen voorbereiden om in vrijheid te leven.
De Propuesta de Escuela Nueva keerde zich tegen strenge discipline en koos voor motiverende omgevingen met heterogene groepen. Daarbij speelden globalisering, natuurwaarneming en de actieve school een belangrijke rol. Het principe van globalisering werd gezien als essentieel voor het leren van kinderen, omdat het aansloot bij hun interesses, kennis en bij hun smaken, hobby's en behoeften. Didactisch werd dit toegepast via de methode van de interessecentra.
Ook voor lezen en schrijven werkte deze stroming met specifieke methoden. De ideo-visuele methode vertrok van ideeën en van het zichtbaar maken van woorden. Het doel was lezen en schrijven te ontwikkelen door analyse- en syntheseprocessen te integreren. In de aanpak kwamen observatie van verschijnselen via de zintuigen, het verbinden van woorden en ideeën, het uitdrukken van complexe constructies en abstracte uitdrukking voor schriftelijke communicatie samen.
Daarnaast voorzag de methode in omgevingen en materialen die de motorische, taalkundige en cognitieve vaardigheden ondersteunden. Spel kreeg daarin een centrale plaats: kinderen leerden via spel met vrijheid van keuze en plezier. Spel werd ook erkend als een manier om van zintuiglijke oefeningen te groeien naar intellectuele handelingen door het manipuleren van educatief materiaal.
Expressie als brede menselijke uiting
Op basis van Decroly's onderzoek en standpunt werd de term taal vervangen door de term expressie. Daarmee wordt niet alleen de innerlijke formulering bedoeld waardoor iemand een externe bijdrage zich eigen maakt, maar ook een brede waaier aan uitingsvormen. Expressie mobiliseert het lichaam via gebaar, beweging, mimiek en dans. Ook de hand speelt een rol, via experimenteren, ontwerpen en construeren. Verder omvat expressie het woord, in roepen, zingen en spreken, en het schrijven, via lezen, schrijven en code. Ten slotte hoort ook kunst erbij, met schilderen, muziek, poëzie en theater. Zo toont expressie het belang en de waarde van niet-verbale manifestaties in het dagelijkse leven.
Opbouw van El Juego Educativo
El Juego Educativo: iniciación a la actividad intelectual y motriz is een werk van Decroly dat is verdeeld in vijf delen. Het eerste deel draagt de titel Algunas nociones generales sobre juego. Binnen dit eerste deel bevindt zich één hoofdstuk, namelijk El juego y el trabajo. Daarmee wordt duidelijk dat het werk een duidelijke interne structuur heeft, met een eerste afdeling die zich richt op algemene noties over spel en een afzonderlijk hoofdstuk over de relatie tussen spel en werk.
Speel, arbeid en didactische spelvormen
In El Juego Educativo: iniciación a la actividad intelectual y motriz maakt Ovide Decroly een onderscheid tussen spel en arbeid. Spel veronderstelt volgens deze benadering geen bewust doel, terwijl arbeid juist wel een bewust doel inhoudt en wordt uitgevoerd om dat doel te bereiken. In het werk komen speelgoed, recreatieve bezigheden en educatieve spelen aan bod, waarbij spelvormen worden ingezet als pedagogisch middel.
Het tweede deel behandelt spelen die verband houden met zintuiglijke waarneming en de ontwikkeling van motorische vaardigheden. Dit deel bestaat uit vier hoofdstukken over visueel-motorische spelen, motorische en additief-motorische spelen, visuele spelen en spelen rond ruimtelijke relaties. Deze spelen betrekken de deelnemer actief en houden de aandacht vast door zintuiglijke prikkeling.
Het derde deel gaat over algemene denkspelen, of over associaties van inductieve en deductieve aard. Daarin staan twee hoofdstukken over associatiespelen en deductiespelen. De bedoeling is kinderen mentale relaties te laten opbouwen of eraan te herinneren, zoals verbanden tussen tijd, doel, middelen, oorzaak, instrument en oorsprong.
Het vierde deel bespreekt didactische spelen. Daarin komen vier hoofdstukken aan bod over rekeninleidende spelen, spelen rond het begrip tijd, leesinleidende spelen en spelen voor begrip van taal en grammatica. Observatie wordt daarbij voorgesteld als een brug tussen de wereld en het denken. Rekenen en meten sluiten hier natuurlijk bij aan, met als doel het verwerven van logisch oordeel, ondersteund door meetinstrumenten.
Het vijfde deel behandelt de Decrolyaanse traditie, met hoofdstukken over de spelen van Alice Descoeudres, collectieve spelen en speluitgaven. Het geheel bundelt spontane en diepgaande pedagogische aspecten, met spel en rechtstreeks gebruik van de omgeving, en zet aan tot analyse via flexibel en aanpasbaar materiaal. Daarmee geeft het werk een nieuwe impuls aan het kleuteronderwijs.