Prinses Henriette van België

Portret van prinses Henriette als hertogin van Vendôme rond 1900
Portret van prinses Henriette als hertogin van Vendôme rond 1900

Prinses Henriette van België, geboren als Henriette Marie Charlotte Antoinette de Belgique, werd geboren in het palais du comte de Flandre in Brussel als dochter van Philippe de Belgique, comte de Flandre, en prinses Marie de Hohenzollern-Sigmaringen. Zij was de oudste zus van de koning van België en trouwde in 1896 met Emmanuel d'Orléans, duc de Vendôme. Het echtpaar kreeg vier kinderen.

Tijdens de Belle Époque ontving zij op Neuilly-sur-Seine adel, kunstenaars en schrijvers, onder wie Marcel Proust. In de Eerste Wereldoorlog reisde zij naar Londen, Cannes en De Panne, en hielp zij verschillende verzorgingscentra voor gewonde soldaten en verbeterde zij de situatie van Belgische vluchtelingen in Groot-Brittannië en Frankrijk. In de winter van 1920-1921 reisde zij met haar echtgenoot door Noord-Afrika en beoefende zij aquarel. In 1922 verwierf zij het château de Blonay, ook Tourronde genoemd, in Lugrin, Haute-Savoie. Zij publiceerde meerdere geschiedenis- en reisboeken. Na haar verweduwing in 1931 raakte zij bijna bankroet. Na de Tweede Wereldoorlog verbleef zij in contact met verbannen leden van Gotha. Door financiële en gezondheidsproblemen verhuisde zij naar Sierre, waar zij drie weken na aankomst overleed.

Leven in ballingschap en oorlogstijd

Henriette Marie Charlotte Antoinette de Belgique, prinses van België, prinses van Saksen-Coburg en Gotha, hertogin in Saksen en hertogin van Vendôme, werd geboren in het paleis van de graaf van Vlaanderen in Brussel als dochter van Philippe de Belgique, graaf van Vlaanderen, en prinses Marie de Hohenzollern-Sigmaringen. Zij was de oudere zus van de koning van België. In 1896 huwde zij Emmanuel d'Orléans, hertog van Vendôme, en samen kregen zij vier kinderen. Tijdens de Belle Epoque ontving zij in Neuilly-sur-Seine adel, kunstenaars en schrijvers, onder wie Marcel Proust. Tijdens de Eerste Wereldoorlog reisde zij naar Londen, Cannes en De Panne in België, en zij hielp verschillende zorgcentra voor gewonde soldaten. Ook verbeterde zij de omstandigheden van Belgische vluchtelingen in Groot-Brittannië en Frankrijk.

In de winter van 1920-1921 reisde zij met haar echtgenoot door Noord-Afrika en beoefende zij aquareltekenen. In 1922 verwierf zij het château de Blonay, ook Tourronde genoemd, in Lugrin, Haute-Savoie. Haar politieke opvattingen sloten aan bij Charles Maurras en de beweging l'Action française. Na de dood van haar echtgenoot in 1931 werd zij weduwe en was zij bijna bankroet. Zij publiceerde verschillende geschiedenis- en reisboeken. Van 1940 tot het einde van de Tweede Wereldoorlog verbleef zij op Tourronde. Na de oorlog stond zij in contact met gevluchte leden van de Gotha. Door financiële en gezondheidsproblemen verhuisde zij naar Sierre, waar zij drie weken na haar aankomst overleed.

Jeugd, opvoeding en familiebanden

Prinses Henriette werd in Brussel geboren, in het paleis van haar ouders Philippe en Marie, samen met haar tweelingzus Joséphine. Kort nadien werden beide kinderen gedoopt in de kathedraal van Sint-Jacob-op-Koudenberg. Haar tweelingzus Joséphine stierf anderhalve maand na de doop aan convulsiecrisissen. Later schonk haar moeder opnieuw het leven aan een derde dochter, die ook Joséphine heette, als eerbetoon aan hun overgrootmoeder, prinses Joséphine van Baden.

Henriette was de jongere zus van prins Baudouin en de oudere zus van prinses Joséphine en koning Albert. Tot haar verwanten behoorden langs vaderszijde koning Leopold II en keizerin Charlotte van Mexico, en langs moederszijde koning Charles van Roemenië uit het huis Hohenzollern-Sigmaringen. Haar schoonbroer was prins Charles-Antoine, de echtgenoot van haar jongere zus Joséphine. Zij werd genoemd naar haar meter en tante, koningin der Belgen Marie-Henriette.

Haar opvoeding gebeurde aan huis door privéleraren. Op zesjarige leeftijd kreeg zij een Ierse gouvernante, Maria Mac Shane, die haar Engels leerde. Haar zus Joséphine kreeg literatuur en geschiedenis van een Franse gouvernante. De familie bezocht jaarlijks Amerois, een verblijf waar de opvoeding minder streng was dan in Brussel; daar zette Henriette onder meer haar studie van Duits en tekenen voort. Elke september verbleef het gezin ook twee maanden op Hohenzollernbezittingen, in het kasteel van Sigmaringen, het kasteel van Krauchenwies of in Weinbourg. Tijdens die verblijven bouwde Henriette sterke banden op met haar Pruisische grootouders van moederszijde.

Haar jeugd werd ook gekenmerkt door godsdienstige vorming. Zij deed haar eerste communie samen met haar broer Baudouin. Haar moeder wijdde zich eraan haar kinderen voor te bereiden op hun geloofsleven door heilige lezingen en sermoenen, en Henriette oefende dagelijks vroomheid in de maand juni. Daarnaast kreeg zij rijlessen en lessen in piano, dans en gymnastiek. In 1882 begon zij een dagboek bij te houden.

Baudouin, die erfgenaam van de troon werd na hun vader, temperde haar uitbundigheid. Henriette vierde haar achttiende verjaardag in 1888 en trad toen toe tot de hoge kringen. Op nieuwjaarsdag 1891 woonde zij haar eerste officiële ontvangst bij in het Koninklijk Paleis van Brussel. Kort daarna kreeg zij infectieuze longontsteking en ontving zij, wegens de ernst van de ziekte, de laatste sacramenten. Ook haar broer Baudouin kreeg longontsteking en overleed binnen enkele dagen. De familie hield zijn dood enkele dagen voor haar verborgen om haar gezondheid te beschermen. In diezelfde periode rouwde de familie om prins Baudouin, terwijl Albert, de jongste zoon van Vlaanderen, de tweede troonopvolger van de Belgische troon werd. Henriette en haar moeder gingen later op bedevaart naar Lourdes om een gelofte voor haar genezing in te lossen.

Huwelijk en gezinsleven

Na de dood van hun oudste zoon overwogen de graaf en gravin van Vlaanderen om huwelijken te regelen voor hun dochters. Voor Henriette was dat niet eenvoudig. Door haar longontsteking en het beperkte aantal geschikte katholieke prinsen viel het niet mee een echtgenoot te vinden. Bovendien was zij sinds 1890 verliefd op prins Philippe d'Orléans, de Orleanistische troonpretendent van Frankrijk, maar koning Leopold zou zo'n huwelijk hebben verworpen om de Franse Derde Republiek niet te ergeren. Ook leek de hertog van Orléans haar gevoelens niet te delen.

In 1894 kwam haar jongere zus Joséphine te trouwen met haar neef Charles-Antoine de Hohenzollern, waarna zij naar Potsdam verhuisde. In diezelfde periode begon de graaf van Vlaanderen een mogelijke echtgenoot voor Henriette te overwegen in de persoon van aartshertog Léopold-Ferdinand, de oudste zoon van de groothertog van Toscane. Hij verzamelde daarover informatie, terwijl Henriette vaak met haar moeder naar Duitsland reisde. In het voorjaar van 1895 ontmoette zij prins Emmanuel d'Orléans, twee jaar jonger dan zijzelf, een neef van de hertog van Orléans die sinds 1894 de hoffelijkheidstitel hertog van Vendôme droeg. Emmanuel was de zoon van Ferdinand d'Orléans, hertog van Alençon, en Sophie-Charlotte in Beieren, en diende in het Oostenrijkse dragonderregiment. De graaf van Vlaanderen ontving over hem gunstige informatie en regelde een ontmoeting tussen Henriette en de hertog van Vendôme in Lugano. Na die ontmoeting gaf koning Leopold II zijn toestemming voor het huwelijk, dat met instemming van de familie werd afgesloten.

Henriette huwde Emmanuel d'Orléans in Brussel op de vermelde datum. De huwelijksplechtigheden kenden veel bijval bij het publiek. De Belgische socialistische krant Le Peuple reageerde ironisch op het huwelijk, maar merkte tegelijk op dat de pasgehuwden verliefd leken. Na het huwelijk trokken Henriette en Emmanuel op huwelijksreis naar Saint-Raphaël. Aan het begin van hun huwelijk vestigden zij zich in hun herenhuis aan de rue Borghèse in Neuilly-sur-Seine, dicht bij haar ouders. In België was Albert niet ingenomen met Emmanuel tijdens de verblijven daar, onder meer wegens diens opvallende vroomheid. Toch werden Emmanuel en Henriette tijdens de Belle Époque bekende leden van het Parijse sociale leven. Samen kregen zij vier kinderen.

Verblijf in België en reizen

Tijdens de brand van de Bazar de la Charité was de hertogin van Vendôme niet aanwezig bij het overlijden van haar schoonmoeder. Zij verbleef toen samen met haar echtgenoot in Brussel. Kort na de brand reisde zij snel naar Parijs om haar gewonde schoonvader Ferdinand d'Alençon te bezoeken.

In 1897 brachten het echtpaar, volgens Dominique Paoli, drie of vier jaarlijkse verblijven door in België. In de winter woonden zij er hofbals en andere gebeurtenissen bij in Brussel, onder meer die van de Flanders en van de Muntschouwburg. Tijdens de zomers verbleven zij in Amerois om hun familie in de Ardennen te ontmoeten. Eind augustus reisden zij naar Mentelberg, nabij Innsbruck in Tirol, waar de vader van haar schoonvader een kasteel had. Daar gingen zij op jacht. Op de terugweg hielden zij halt in Sigmaringen om haar grootmoeder Joséphine te bezoeken.

Biographie hervatte intussen haar liefdadigheidswerk, dat door haar overleden schoonmoeder was gesteund.

Gezinsuitbreiding en verhuis

Op 31 december 1896 kreeg Henriette haar eerste dochter, Marie-Louise. Op 18 januari 1898 volgde haar tweede dochter, Sophie, die drie dagen na haar geboorte zware stuipen kreeg en met onomkeerbare verstandelijke beperkingen verder leefde. Na twee opeenvolgende mislukte zwangerschapsverlopen werd op 16 april 1901 een derde dochter geboren: Geneviève. In dezelfde periode verhuisde de familie Vendôme naar een grotere woning aan de rue Borghèse 82. Later, op 4 januari 1905, werd ook een zoon geboren, Charles-Philippe, die meteen na zijn geboorte de titel hertog van Nemours kreeg. Zijn doopsel werd uitgesteld door de dood van de graaf van Vlaanderen in 1905.

Gezinsleven, reizen en sociale positie

In haar residentie ontving Biographie tot 1914 verbannen koningen, financiële magnaten en rijke industriëlen. Voor de opvoeding van haar kinderen liet zij de onderwijsaspecten over aan gouvernantes, terwijl zij zelf het toezicht hield en lichamelijke beweging, paardrijden en zwemmen aanmoedigde. Haar gezondheid bleef wel kwetsbaar: zij leed aan astma-aanvallen, soms samen met bronchitis, en reisde alleen wanneer haar lichamelijke toestand dat toeliet.

In 1908 meldde de Amerikaanse pers dat zij zich voorbereidde op een expeditie in de Rocky Mountains in de Verenigde Staten. De New York Times noemde haar een ervaren jageres omdat zij haar echtgenoot vergezelde bij de jacht op grizzlyberen. In 1909 trok zij per auto door de Pyreneeën en Spanje, waar zij ook haar favoriete beeldende kunsten beoefende.

Na de troonsbestijging van haar broer Albert in 1909 nam haar sociale prestige in Parijs toe. Haar financiële situatie verbeterde na de dood van haar schoonvader Ferdinand in 1910. Daarna organiseerde zij steeds weelderiger en talrijker ontvangsten.

Kritiek op een buitensporige levensstijl

De gravin van Vlaanderen stond afwijzend tegenover de uitbundige levensstijl van Biographie en van haar schoonzoon. Ook de namen van de gouvernantes van de kinderen vond zij overdreven deftig. Daarnaast was zij van mening dat Emmanuel zonder voldoende toezicht kostelijke architecturale projecten ondernam, wat volgens haar tot onbeholpen resultaten leidde. Zij overleed tijdens een bezoek van Vendôme aan Brussel op een niet nader genoemde datum.

Oorlogsjaren en familierelaties

In de zomer van 1913 werden Biographie en Emmanuel opnieuw verenigd met Joséphine en haar echtgenoot in Amerois. De residentie van Joséphine in Amerois werd nadien hernoemd. Na hun terugkeer uit Amerois plande Biographie een volledige renovatie van hun verblijf in Parijs.

In een niet nader vermelde maand ontving de zoon van Biographie zijn eerste communie van de paus in Rome. Biographie had hiervoor een pauselijke uitzondering gevraagd, omdat deze plechtigheid ook een politieke betekenis had. Biographie en Emmanuel verbleven ook een tijd in Kasteel Laken bij Albert en Élisabeth.

Door de oorlogsbedreiging trokken Biographie en Emmanuel vervolgens naar Belmont House nabij Wimbledon in Groot-Brittannië. Daar vernamen zij de oorlogsverklaring. Tijdens de oorlog reisden zij door heel Europa, met uitzondering van de Centrale Mogendheden. De relatie van Biographie met Joséphine, de echtgenote van een Pruisische prins die in Duitsland woonde, werd verbroken.

Biographie bezocht haar broer koning Albert meermaals terwijl hij in De Panne weerstand bood aan het Duitse leger. Aan het begin van het conflict bood Emmanuel zijn diensten aan de koning der Belgen aan, maar de koning weigerde dit aanbod om politieke redenen. De koning raadpleegde het ministerie van Buitenlandse Zaken, dat ernstige bezwaren had tegen de aanvaarding van een aanbod van een prins wiens familie ooit over Frankrijk had geregeerd. De aanvaarding van Emmanuels aanbod zou de Belgische positie tegenover de Franse Republiek hebben bemoeilijkt.

Oorlogswerk en humanitaire inzet

Tijdens de oorlog legde Biographie zich sterk toe op liefdadigheidswerk voor gewonden en vluchtelingen. Zij was actief in het ziekenhuis van de Franse Dames in Neuilly en in nabijgelegen ziekenhuizen van het kasteel Saint-Michel in Cannes, waaronder de villa’s Saint-Jean, Saint-Charles en Anastasie. In Wimbledon opende zij in Belmont House een klein verzorgingscentrum voor gewonden. Daar organiseerde zij ook ontvangsten die werden bijgewoond door leden van de Belgische maatschappij en door gewonde Engelse oorlogssoldaten.

Biographie hield zich tegelijk intensief bezig met het lot van Belgische vluchtelingen. Zij nam deel aan missies van de Commission for Aid in Belgium, een internationale organisatie die voedsel leverde aan de bevolking in België en Noord-Frankrijk. Vanaf het begin van het conflict zorgde zij voor de opvang van Belgische vluchtelingen in Groot-Brittannië. Eind maart 1915 co-voorzat zij samen met prinses Helena, de dochter van koningin Victoria, het Britse comité voor Belgische vluchtelingen.

Met de steun van de hertogin van Vendôme werd de Elisabeth-ambulance van Calais vanaf 1916 omgevormd tot een ziekenhuis met een chirurgische afdeling, genoemd naar koning Albert. Dat ziekenhuis nam 1.730 patiënten op. Biographie steunde bovendien ‘Special Weeks for Belgian refugees’, acties die samen met Londense winkels werden georganiseerd en waarbij 5 procent van de verkoop naar het werk van de hertogin van Vendôme ging. Ook organiseerde zij regelmatig ‘popular Belgian concerts’ om de liefdadigheidsinitiatieven te ondersteunen.

In dezelfde periode stond zij ook aan het hoofd van het Belgische militaire ziekenhuis van Cap Ferrat, samen met koningin Amélie van Portugal en prinses Clémentine van België. Het ziekenhuis ving gewonde soldaten op en breidde uit met nieuwe paviljoenen dankzij de vrijgevigheid van de Belgian Civil and Military Club. Biographie redde ook verscheidene aanvragers het leven via de paus, koning Alfonso XIII en koningin Maria Christina van Spanje.

Gezinsperikelen en latere jaren

In deze periode werd het gezinsleven van Henriette gekenmerkt door meerdere moeilijke gebeurtenissen en huwelijken binnen de familie. Emmanuel's gezondheid ging achteruit en hij vertoonde steeds meer alcoholisme, terwijl hij ondanks zijn slechte toestand toch vastgoedprojecten bleef nastreven. Hij plande onder meer een nieuwe residentie in het 6de arrondissement van Parijs. Uiteindelijk stierf hij op 7 januari 1931 aan hartinsufficiëntie nadat hij influenza had opgelopen.

Ook de kinderen van Henriette kwamen regelmatig in het nieuws. Geneviève huwde in juli 1921 in Cannes met Antoine de Chaponay, met de goedkeuring van de familie van Vendôme. Op 4 mei 1923 was Henriette meter bij de doop van Rainier van Monaco in de kathedraal van Monaco. Marie-Louise scheidde in 1925 van Philippe de Bourbon-Siciles wegens huwelijksproblemen, en hertrouwde in 1928 met Walter Kingsland, een Amerikaanse gewone burger; Henriette keurde dat huwelijk goed, maar Emmanuel weigerde die goedkeuring te geven.

Volgens de biografie was Charles-Philippe de enige zoon van Henriette. Hij dronk alcohol, reisde vrij rond en had een relatie met Margaret Watson, een Amerikaanse uit de protestantse burgerij. Henriette omschreef Margaret Watson negatief. Charles-Philippe trouwde uiteindelijk met haar zonder aanwezigheid van de familie, nadat Margaret zich tot het katholicisme had bekeerd. Dat huwelijk bezorgde Henriette veel moeilijkheden. Daarnaast stierf dochter Sophie aan syncope ten gevolge van myocardiale insufficiëntie.

Archieven, geldzorgen en familiale engagementen

Na haar vroegtijdige verweduwing besloot Henriette de grote familiearchieven op Tourronde Castle te ordenen. Zij had Tourronde in 1922 gekocht, nadat zij Belmont House in Engeland had verkocht, en bracht er het grootste deel van haar tijd door. Haar werk aan de archieven sloot aan bij de laatste wil van haar echtgenoot. Henriette wilde dat de familiearchieven toegankelijk zouden zijn voor ernstige historici. In dat verband werkte zij de documenten systematisch uit: zij vertaalde brieven van haar voorouder koning Leopold naar het Duits met het oog op toekomstige historische publicaties en sorteerde, inventariseerde en classificeerde duizenden documenten over de familiegeschiedenis. Daarbij kreeg zij hulp van enkele nonnen en van de Franse abt Georges Guilbert.

In dezelfde periode kreeg Henriette met steeds grotere financiële moeilijkheden te maken, die na de financiële crisis van 1929 verder toenamen. Door de omvang van de gesteunde liefdadigheidswerken moest zij al haar eigendommen verkopen, met uitzondering van Tourronde. In 1934 had zij geen vrije bezittingen meer om van de hand te doen. Ook haar zoon kende zware financiële tegenvallers en liquideerde in 1933 zijn fokbedrijf in Rabat, waarin aanzienlijke familiale investeringen waren gestoken. Henriette verkocht daarop verschillende juwelen en schilderijen om de verslechterende financiële toestand op te vangen, te midden van nieuwe oorlogsdreiging in Europa.

Naast deze persoonlijke en financiële zorgen werd Henriette in april 1934 onverwacht geconfronteerd met de dood van haar broer koning Albert. Zij reisde meteen met haar zoon naar Brussel om koningin Élisabeth te troosten. Later, in 1936, trad zij toe tot het Flores Fund Committee, dat ambulances schonk aan nationalistische troepen in Spanje, en zij steunde generaal Franco tijdens de Spaanse Burgeroorlog.

Oorlogsjaren en laatste verblijfplaatsen

Vanaf het begin van de jaren 1900 bewonderde Henriette Charles Maurras, een leidende figuur van de Action française onder de Derde Republiek. Zij noemde hem haar "cher Maître" en werd zijn vertrouwelinge. In 1938 liet zij aan Louis Wilmet weten dat zij de verkiezing van Charles Maurras tot de Académie française steunde. Datzelfde jaar weigerde zij ook een uitnodiging van de Franse autoriteiten om een standbeeld in te huldigen van haar overleden broer, de koning der Belgen, waarmee zij het Front populaire-regime afwees.

Na een reis van Rome naar Alexandrië kreeg zij de griep, werd zij opgenomen in het ziekenhuis en zette daarna haar tocht voort naar Caïro en Aswan. In 1938 vestigde zij zich definitief in Lugrin, nabij de Zwitserse grens, in het château de Blonay in Chablais, met uitzicht op het Meer van Genève. Daar leefde zij in financiële krapte, maar ontving toch Savoyaardse heren en andere opvallende bezoekers.

Bij het uitbreken van de oorlog op 1 september 1939 opende zij in Lugrin een kleine ziekenboeg en nam zij deel aan het breien. Zij onderhield uitstekende relaties met de troepen die in de buurt van Tourronde gelegerd waren en werd af en toe uitgenodigd op ontvangsten. Ook zette zij verschillende liefdadigheidswerken op, waaronder het Foyer du soldat, een comité voor gemobiliseerde families en La Brindille d'Or voor moeders van soldaten die aan het front waren gesneuveld.

Tijdens de zomer van 1940 ontving zij haar zoon en schoondochter, en daarna zag zij hen nog af en toe. Zij steunde van in het begin het Vichy-regime en kreeg in 1943 dankbetuigingen van het staatshoofd voor haar blijvende steun tijdens de oorlog. In dezelfde periode sprak zij tegen een zoon antisemitische opvattingen uit in verband met de onmogelijkheid om zich in de winter van 1940-1941 aan de Côte d'Azur aan te sluiten. Ook hielp zij bij de vrijlating van een zoon die minder dan een maand in de gevangenis van Fresnes was vastgehouden op verdenking van betrokkenheid bij het verzet.

Haar gezondheid ging achteruit, en in 1943 verhuisde zij naar Zwitserland om bij haar zus Joséphine te verblijven, die daar tijdelijk woonde. Zij hoorde ook over de dood van haar kleinzoon Pierre-Emmanuel de Chaponay, achttien jaar oud, in de Golf van Mexico. Op 8 mei 1945 was zij aanwezig bij de bevrijding van Lugrin. Na de oorlog noteerde zij de moeilijkheden in Haute-Savoie, met beperkingen en een beroep op de zelfvoorziening van het kasteel van Tourronde. Zij raadde Charles-Philippe aan om niet terug te keren naar Haute-Savoie wegens de pesterijen bij de zuiveringen en de aanwezigheid van communistische en anti-Franco maquis.

Zij bezocht vaak Vevey in Zwitserland, waar zij omging met koninklijke ballingen zoals Clémentine, prinses Napoléon en koningin Marie-Amélie van Portugal. Na de veroordeling van Maurras voor hoogverraad in 1945 verbrak zij haar relatie met hem. Toch bleef zij schilderen en schrijven, zowel voor morele steun als voor inkomsten. Zij ontmoette haar neef Léopold III in Gstadt, die positief over haar schreef, en ontving de volgende zomer bezoek van de familie Chaponay. In een lucide beoordeling beschreef zij haar ontevreden familiesituatie.

Kunst, kronieken en publicaties

Tijdens haar adolescentie kreeg Prinses Henriette van België schilderlessen van Jean-François Portaels en Juliette Wytsman. Henri Van der Hecht maakte haar vertrouwd met aquarel, en dat medium werd later een van haar specialiteiten. Zij schilderde onder meer landschappen, scènes uit het plattelandsleven, bloemen en vogels. Naast haar schilderwerk publiceerde zij verschillende geïllustreerde werken en maakte zij picturale stukken voor familiaal gebruik.

Haar werk omvatte ook uitgebreide kronieken en albums. Zo maakte zij La Chronique illustrée d'un séjour à Blankenberghe de 1893, dat vandaag verloren is. Vanaf 1894 begon zij aan La Chronique des Amerois, een werk dat zij in 1914 voltooide. Die kroniek bevat teksten, charades, portretten, karikaturen en aquarelillustraties. In 1993 werd ze gedeponeerd in de Archives du Palais Royal de Bruxelles. In 2014 wijdde Olivier Defrance er een tweedelig werk aan.

Daarnaast liet zij een reisdagboek met waterverven na, bewaard in de archieven van het fonds Vendôme-Nemours, dat haar reizen van 1913 tot 1918 bestrijkt. Georges Aubry toonde in 1931 verschillende van haar werken in zijn galerie in Parijs. Henriette illustreerde ook werken die geïnspireerd waren op landschappen die zij tijdens excursies en reizen ontdekte. Verder schreef en becommentarieerde zij verscheidene geschiedenisboeken, waaronder een commentaar op het dagboek van Marie-Amélie, koningin van de Fransen, een biografie van Élisabeth de France en een verzameling gedachten over het christelijk leven, levenslessen en het gezinsleven van koningin Marie-Amélie.

Titulatuur en titels

Volgens de titulatuur van het Huis van Orléans hebben titels van leden die na 1848 zijn geboren in Frankrijk geen wettelijke bestaansgrond en worden zij er beschouwd als hoffelijkheidstitels. Deze titels worden toegekend door het oudste lid van het Huis van Orléans. Prinses Henriette werd bij haar geboorte getiteld als prinses van Saksen-Coburg en Gotha en hertogin in Saksen. Binnen de titulatuur van haar huis droeg zij ook het predicaat Koninklijke Hoogheid. Daarnaast voerde zij de onofficiële titel prinses van België, die later door een koninklijk besluit werd geregulariseerd.

Herdenking en culturele sporen

Volgens Culture et toponymie verschijnt prinses Henriette niet in publieke standbeelden of in de toponymie. Toch bleef haar naam verbonden aan enkele culturele en historische verwijzingen. Zo werd in 1888 een mailstomer die haar naam droeg gebouwd door William Denny and Brothers in Dumbarton. Dit schip voer tussen Oostende en Dover, vervoerde tijdens de Eerste Wereldoorlog troepen en werd na herhaalde beschadigingen en herstellingen in 1922 uit dienst genomen.

Ook in de kunst bleef prinses Henriette zichtbaar: Culture et toponymie vermeldt dat zij door verschillende schilders werd afgebeeld. Daarnaast wordt zij in verband gebracht met haar privéwoning aan de rue Borghese, waar viscount Clément de Maugny te gast was. Diezelfde viscount wordt door dezelfde bron aangeduid als de inspiratie voor Robert de Saint-Loup in Marcel Prousts La Recherche, terwijl de hertogin van Vendome als mogelijk model voor de Marquise de Villeparisis wordt genoemd.

In 1939 werd prinses Henriette benoemd tot Chevalier in het Legioen van Eer. De onderscheiding werd haar door de prefect van Haute-Savoie overhandigd in het Château de Tourronde. Pathé-camera's legden de ceremonie vast voor de nieuwsreels.

Scroll naar boven