Bobbejaan Schoepen, pseudoniem van Modest Schoepen, werd geboren op 16 mei 1925 in Boom, Antwerpen, Vlaanderen, België, en overleed op 17 mei 2010. Hij groeide op in een smidse in Boom en werkte zich op uit een arbeidersmilieu tot een van de 200 rijkste mensen van België. Schoepen was een Belgische pionier in popmuziek, vaudeville en Europese countrymuziek. Als entertainer, ondernemer, zanger-tekstdichter, gitarist, komiek, acteur en professioneel fluiter bouwde hij vooral tussen 1948 en de eerste helft van de jaren 1970 een succesvolle carrière uit. Uit een repertoire van 482 liedjes verkocht hij meer dan vijf miljoen exemplaren. Zijn muziek omvatte onder meer twang, cabaret, instrumentale filmmuziek, chansons, country, folk en vocale muziek. In 1961 huwde hij met de Nederlandse voormalige operazangeres en fotomodel Josephina Jongen. Samen kregen zij vijf kinderen: Robert, Myriam, Jacky, Peggy en Tom. Tom werd later zijn manager in België. Schoepen was ook de stichter en voormalig directeur van attractiepark Bobbejaanland.
- Hoe verliep de muzikale carrière van Bobbejaan Schoepen?
- Hoe verliep Bobbejaan Schoepens vroege muzikale carrière?
- Hoe groeide Bobbejaan Schoepen uit tot een internationale artiest?
- Hoe groeide Bobbejaan Schoepen uit tot een internationale artiest in de jaren vijftig en zestig?
- Hoe trok Bobbejaan Schoepen tussen 1958 en 1961 op tournee met een circustent?
- In welke films speelde Bobbejaan Schoepen tussen 1950 en 1967 mee?
- Hoe groeide Bobbejaan Schoepens cabaret en park uit tot Bobbejaanland?
- Hoe gingen Bobbejaan Schoepen en zijn familie om met zijn gezondheidsproblemen en de verkoop van Bobbejaanland?
- Hoe pakte Bobbejaan Schoepen zijn muziekcarrière weer op na zijn ziekte en Bobbejaanland?
- Wat gebeurde er in Bobbejaan Schoepens laatste jaren?
Muzikale doorbraak en succes
Bobbejaan Schoepen, pseudoniem van Modest Schoepen, groeide uit tot een Belgische pionier in de popmuziek, de vaudeville en de Europese countrymuziek. Hij was actief als entertainer, ondernemer, zanger-songwriter, gitarist, komiek, acteur en professioneel fluiter. Zijn muzikale loopbaan kende een grote bloei van 1948 tot in de eerste helft van de jaren 70. In die periode verkocht hij meer dan vijf miljoen platen, uit een repertoire van 482 liedjes. Zijn nummers omvatten onder meer twang, cabaret, instrumentale filmmuziek, chansons, country, folk en vocale muziek. Schoepen werd geboren op 16 mei 1925 in Boom, in Antwerpen, Vlaanderen, België. Hij werkte zich op uit een arbeidersmilieu en behoorde later tot de 200 rijkste mensen van België. Daarnaast was hij de stichter en voormalig directeur van het pretpark Bobbejaanland. Op 18 mei 1961 trouwde hij met de Nederlandse voormalige operazangeres en fotomodel Josephina Jongen. Samen kregen zij vijf kinderen: Robert, Myriam, Jacky, Peggy en Tom. Hun zoon Tom werd later zijn manager in België.
Eerste muzikale jaren en doorbraak
Bobbejaan Schoepen groeide op in een smidse in Boom, in de provincie Antwerpen. Eind jaren 1930 begon hij zijn carrière met vaudevillevoorstellingen samen met zijn zus Liesje in de omliggende dorpen. In 1943 kreeg hij klassieke gitaarles van gitarist Frans De Groodt en maakte hij zijn debuut in de Brusselse Ancienne Belgique, waar hij het Zuid-Afrikaanse lied "Mamma, 'k wil 'n man hê" zong. Dat optreden lokte onder de aanwezige nazi’s duidelijke provocatie uit. In 1944 volgde zijn eerste auditie voor de radio in Brussel.
Tijdens de oorlogsjaren kreeg hij het zwaar te verduren. Hij moest in Duitsland gaan werken als alternatief voor het zingen voor Vlaamse arbeiders die verplicht tewerkgesteld waren. In oktober 1944 werd hij bovendien zonder verhoor of proces drie maanden opgesloten in de Dossinkazerne in Mechelen. Na de oorlog vormde hij in 1945 samen met Kees Brug het duo "Two Boys and Two Guitars". Daarmee brachten zij imitaties, poëzie, Zuid-Afrikaanse liederen en countrymuziek, van Calais tot Amsterdam. In die periode koos hij ook de artiestennaam Bobbejaan, naar het Zuid-Afrikaanse lied "Bobbejaan klim die berg".
In 1947 nam hij contact op met Jacques Kluger om Amerikaanse en Canadese troepen te vermaken tijdens de Neurenbergprocessen, en ook in Frankfurt en Berlijn. Na positieve reacties van majoor Mearker kreeg hij een contract voor een tournee door Duitsland van enkele maanden. In Berlijn trad hij op in floor shows die ook werden bijgewoond door de Amerikaanse generaal Lucius D. Clay, die nog twee bijkomende voorstellingen vroeg. Die Duitse tournees versterkten zijn voorliefde voor countrymuziek. Tussen de optredens door stond hij af en toe ook in eigen land op de planken. Na aandringen van Jakues Kluger maakte hij zijn eerste Vlaamse plaatopname, gevolgd door de hit "De Jodelende Fluiter" in 1948. Dat jaar betekende ook zijn doorbraak in Nederland, waar hij daarna geregeld te gast was. In 1949 trok hij drie maanden lang met 127 voorstellingen door Indonesië voor Nederlandse troepen en kreeg hij van de Nederlandse regering een onderscheiding voor moed en zelfopoffering. Vijf dagen na zijn terugkeer begon hij aan een Belgische tournee van 220 dagen, waarin hij onder meer nostalgische liederen zoals "De lichtjes van de Schelde" bracht. Zo groeide hij uit tot een van de populairste artiesten in Vlaanderen.
Internationale tournees en erkenning
Bobbejaan Schoepen toerde in minstens twintig verschillende landen en stond daarbij op het podium met artiesten als Josephine Baker en Caterina Valente. In 1951 had hij Toots Thielemans als gitarist in zijn groep. Hij was een van de eerste Europese artiesten, Britten uitgezonderd, die optrad in de Grand Ole Opry in Nashville. In 1953 speelde hij er drie keer samen met Roy Acuff en trad hij ook op met countryzanger Red Foley in Springfield, Missouri.
Zijn internationale doorbraak kreeg in 1954 een nieuwe impuls met een Europese tournee van drie maanden door Duitsland, IJsland en Denemarken, met Syd Fox als manager in IJsland en Denemarken. Aansluitend speelde hij enkele maanden in de Folies Bergère in Parijs. In België gold hij in januari 1955 als een internationale vedette, op het ogenblik dat Jacques Brel optrad in de Ancienne Belgique in Brussel. Datzelfde jaar werd hij door de NIR gekozen tot beste Vlaamse zanger en ontving hij de Grote Prijs voor Vlaamse Grammofoonopname.
In de herfst van 1955 volgden nog tournees in Duitsland en in Congo. In 1957 was hij te gast in de Ed Sullivan Show in New York. Later nam hij albums op bij RCA Records met producer Steve Sholes, die hem ook een contract aanbood om in de Verenigde Staten platen te promoten onder de naam Bobby John. Hij zou drie maanden Amerikaanse radiostations bezoeken, maar besliste uiteindelijk die weg niet verder te volgen omdat Europese contractuele verplichtingen en zijn wens om zich te vestigen voorrang kregen. Zijn lied Fire and Blisters werd in 1974 in de Verenigde Staten gecoverd door Tex Williams.
Internationaal succes en optredens
Bobbejaan Schoepen werd in 1957 de Belgische vertegenwoordiger op het tweede Eurovisiesongfestival. Zijn manager Jacques Kluger haalde hem daarvoor haastig van uit de Verenigde Staten naar Duitsland. Op het festival zong hij «Straatdeuntje», met een opvallende fluitsolo, en hij eindigde op een gedeelde achtste plaats met Zwitserland. Een jaar later kreeg hij in Engeland een plaats in de «Royal Variety Show».
In die periode bouwde Schoepen verder aan zijn internationale bekendheid met bewerkingen in verschillende talen. Hij besloot onder meer een Nederlandse, Duitse en Engelse versie te maken van «A Pub with No Beer». De Vlaamse versie «Café zonder bier» verscheen in 1959 en haalde de derde plaats in de hitparade. De Duitse versie «Ich steh an der Bar und ich habe kein Geld» stond in 1960 dertig weken in de Duitse hitlijsten en werd in Oostenrijk een nummer één-hit. Ook nam hij Duitse versies op van «Een hutje op de Heide» en «Kili Watch».
Schoepen trad in 1955 en opnieuw in 1961 vaak op in Duitsland en Oostenrijk, onder meer met Caterina Valente en Dalida. In 1961 behoorde hij tot de populairste muziekacts op het Filmfestival van Berlijn en trad hij op met fluitspektakels in de Deutschlandhalle. Verschillende van zijn liedjes werden ook elders grote successen: «Ik heb eerbied voor jouw grijze haren» werd in de jaren zestig een hit in interpretaties van Camillo Felgen, Heino en James Last en verkocht meer dan drie miljoen exemplaren. «In de schaduw van de mijn» verscheen in Italië als «Amice Miei» in 1961, en «Ik heb me dikwijls afgevraagd» bereikte op 3 april 1965 de eerste plaats in Frankrijk in een versie van Richard Anthony.
In 1965 ontving hij in Parijs een artistiek «Diploma van het Croix d’Honneur». In 1967 speelde hij mee in een muzikale televisiefilm van ZDF-Duitsland, waarvan delen werden opgenomen in de Barrandov-studio’s in Praag, Kempen en Bobbejaanland. In de jaren zestig en zeventig bezocht hij regelmatig de Verenigde Staten, waar hij in lokale clubs optrad met Roy Rogers, Nudie Cohn en Tex Williams.
Tournées met een circustent
Tussen 1958 en 1961 kocht Bobbejaan Schoepen een grote circustent om in zijn eigen land efficiënter op tournee te kunnen gaan. Hij nam daarbij de tweemastercircustent over van de familie Tondeur en kreeg de organisatorische leiding van het circus in handen. Op die manier hoefde hij zich niet langer neer te leggen bij uitbaters van muziekzalen die hoge huurbedragen eisten. Een dag voor een voorstelling promootte hij de show zelf op de geplande locatie. Het gebruik van een circustent voor concerttours was in die tijd bijzonder en uniek. In 1959 kocht hij ook een nieuwe tent met plaats voor 900 mensen, uitbreidbaar tot 1200. Daarnaast kocht hij van Casey Tibbs het paard Midnight, het paard van Zorro, dat hij jarenlang gebruikte voor stunts en attracties tijdens cavalcades. Toen Midnight op een blootliggende elektriciteitskabel stapte, kwam het dier om het leven. De tournees met de circustent eindigden in 1961, toen Bobbejaanland de deuren opende.
Filmrollen in muziekfilms
Tussen 1950 en 1967 speelde Bobbejaan Schoepen mee in vijf muzikale filmproducties: twee Belgische, twee Duitse en één Duits-Tsjechische film. In 1962 had hij de hoofdrol in de absurde komedie "Aan de val van een hoofd" (ook bekend als "De Ordonnans"). Daarin speelde hij samen met Ann Peterson, Yvonne Lex, Denise Deweerdt, Nand Buyl en Tony Bell.
Voor deze film werden op de set tegelijk een Nederlandse en een Engelse versie opgenomen. Tijdens de opnames werden twee verschillende regisseurs ontslagen, waarna Jef Bruyninckx (ook bekend als De Witte) de regieproblemen oploste. Later, in 1999, toerde de Belgische cultrockgroep Dead Man Ray met de film door België en Nederland. Daan Stuyven en Rudy Trouvé beschouwden de film als een ode aan de artistieke veelzijdigheid van Schoepen.
Van Abroek tot Bobbejaanland
In 1959 kocht Bobbejaan Schoepen samen met zijn cabaret een moerassig domein van 30 hectare, de Abroek in Lichtaart-Kasterlee. Op die plek liet hij een theater met bijna duizend zitplaatsen bouwen en werd ook een strand van 2,2 kilometer aangelegd. Het park kreeg de naam Bobbejaanland, een naam die werd bedacht door beheerder Jacques Kluger. Bobbejaanland werd officieel geopend op 31 december 1961, samen met zijn echtgenote Josée.
In de beginjaren bleef het optreden een belangrijk onderdeel van de werking. Tijdens het hoogseizoen gaf Schoepen er twee tot vijf concerten per dag. Daarnaast traden ook artiesten uit de Belgische, Nederlandse en Duitse cabaretwereld op, buiten zijn eigen programma. Vanaf 1975 ontwikkelde Bobbejaanland zich geleidelijk tot een volwaardig attractiepark. Daarbij verschoof de aandacht steeds meer naar het zakelijke aspect en kwamen er minder muzikale optredens.
Samen met zijn gezin werkte Schoepen verder aan de uitbouw van Bobbejaanland tot een toonaangevend attractiepark in de Benelux. In het midden van de jaren 1980 werden de shows in het park gestroomlijnder en sterker internationaal gericht. Hij bleef daarbij zingen met meer compacte shows, terwijl hij het attractiepark mee beheerde. De cabaretvoorstellingen werden aangepast aan internationaal publiek, onder meer voor Duitsers, Denen en Spanjaarden. Het park stelde ongeveer vierhonderd mensen tewerk die maandelijks werden betaald.
Gezondheidsproblemen en verkoop van Bobbejaanland
Tijdens de oorlog werd Bobbejaan Schoepen tweemaal opgesloten in de gevangenis. Door een chirurgische ingreep verloor hij later zijn virtuoze fluitvaardigheid. In 1986 onderging hij een zware hartoperatie en in 1999 kreeg hij de diagnose van darmkanker. Ondanks die gezondheidsproblemen bleef hij de werking van Bobbejaanland voortzetten. In de winter van 2003 investeerde hij er bijna 12 miljoen euro in de attracties Tyfoon en Sledge Hammer. Dat jaar werd Bobbejaanland in een onderzoek van Test-Aankoop uitgeroepen tot het meest gewaardeerde park van België en gedeeld tweede in Europa, samen met Disneyland en Parc Astérix. Na drie jaar voorbereiding besloot de familie in april 2004 om Bobbejaanland te verkopen. Op dat moment werkten er 400 mensen. De Spaanse-Amerikaanse groep Parques Reunidos nam het park over. Schoepens handtekening onder de verkoop bleef tot het laatste moment onzeker. Ook de onzekerheid over de toekomst van pretparken speelde mee in de beslissing van de familie. Met de verkoop kwam een einde aan het laatste familiebedrijf in de Belgische pretparksector. Schoepen bleef tot zijn overlijden in mei 2010 met zijn echtgenote wonen op het domein van Bobbejaanland.
Comeback en zijn muzikale terugkeer
Na zijn herstel van een ziekte keerde Bobbejaan Schoepen, die ook wel als Comeback werd aangeduid, opnieuw terug naar de muziek. In 2005 gaf hij tijdens het literaire festival Saint-Amour vier verrassingsoptredens, waarbij hij zijn bekende lied "De lichtjes van de Schelde" bracht. Dat nummer dateert uit 1952 en werd intussen al vaak gecoverd door Vlaamse en Nederlandse artiesten, onder wie Louis Neefs, Hans De Booij, Wannes Van de Velde, Will Tura en Daan. Ook Daan Stuyven bracht het nummer in november 2006 in de Radio2 Hall of Fame.
In november 2006 werd Bobbejaan Records, dat oorspronkelijk in 1966 was opgericht maar later stilviel na het succes van Bobbejaanland, opnieuw tot leven gewekt dankzij de inspanningen van zijn zoon Tom Schoepen. Het label richt zich sindsdien op uitgaven rond Bobbejaan Schoepen. Op 13 februari 2007 kreeg Schoepen in de Ancienne Belgique in Brussel de Lifetime Achievement Award, als bekroning van zijn succesvolle loopbaan als zanger en muzikant en voor zijn pionierswerk in de Belgische muziekgeschiedenis.
Na de verkoop van Bobbejaanland legde hij zich opnieuw toe op zijn muziekcarrière. In mei 2008 verscheen op Bobbejaan Records/PIAS het album "Bobbejaan", zijn eerste album in 35 jaar. Het project was ontstaan uit een idee van muziekproducent Firmin Michiels en de Dead Man Ray-tournee in 1999, maar werd later stilgelegd toen Schoepen de diagnose kanker kreeg. In 2005 werd het project opnieuw opgepakt door Michiels en uitvoerend producent Tom Schoepen. De opnames gebeurden met vijf Belgische muzikanten in de woonkamer van Schoepen, terwijl Tom Schoepen zich volledig toelegde op de productie van de stemopnamen. Het album werd gemixt in South Beach Studios in Miami en kreeg bij de release in mei 2008 ruime aandacht van televisiejournaals en andere media.
Laatste jaren en overlijden
In juli 2008 werd Bobbejaan Schoepen door de Amerikaanse International Whistlers Convention als eerste Europeaan opgenomen in de Whistler's Hall of Fame. In december 2009 bracht Bobbejaan Records een officiële verzamelplaat uit met 76 nummers die 60 jaar omspanden, onder de titel The World of Bobbejaan — Songbook by Bobbejaan. Schoepen overleed op 17 mei 2010 aan een hartstilstand.