Maximilien de Fürstenberg, geboren als Barão Maximilien Louis Hubert Egon Vincent Marie Joseph von Fürstenberg-Stammheim, werd op 23 oktober 1904 geboren in Kasteel Ter Worm in Heerlen in Nederland. Hij stamde uit de adellijke katholieke familie Fürstenberg-Stammheim uit Westfalen. Zijn ouders waren baron Adolf Louis Egon Hubert Vincent von Fürstenberg-Stammheim en gravin Elisabeth Marie Sylvie Ferdinande Joseph d’Oultremont de Wégimont de Warfusée. Na studies in Maredsous, Brussel, Leuven en Rome volgde hij een kerkelijke loopbaan. Hij werd op 9 augustus 1931 tot priester gewijd en ingekardineerd in het aartsbisdom Mechelen. Daarna gaf hij les in Antwerpen en Mechelen, waar hij ook meester van de plechtigheden werd voor kardinaal Jozef-Ernest van Roey, aartsbisschop van Mechelen. Hij overleed op 22 september 1988.
- Welke functies bekleedde Maximilien de Fürstenberg binnen de katholieke Kerk?
- Waar heeft Maximiliaan van Furstenberg zijn opleiding gevolgd?
- Hoe verliep de priesterlijke loopbaan van Maximiliaan van Furstenberg en wat gebeurde er tijdens de oorlog?
- Hoe verliep de loopbaan van Maximilien de Furstenberg aan het Pauselijk Belgisch College in Rome?
- Welke kerkelijke opdrachten vervulde Maximilien de Fürstenberg na zijn bisschopswijding?
- Welke kerkelijke functies en opdrachten vervulde Maximiliaan van Voorstenberg als kardinaal?
- Welke rol speelde kardinaalato in het conflict tussen het Vaticaan en de Oekraïense ritus-katholieken?
- Welke functies en opdrachten vervulde Maximilien de Furstenberg tussen 1972 en 1988?
- Hoe verliepen de dood en uitvaart van Maximilien de Furstenberg?
Kerkelijke loopbaan
Maximilien de Fürstenberg, geboren als baron Maximilien Louis Hubert Egon Vincent Marie Joseph von Fürstenberg-Stammheim op 23 oktober 1904 en overleden op 22 september 1988, was een kardinaal van de Rooms-Katholieke Kerk. Hij werd ook bekend als Maximilien de Fürstenberg. Binnen de Kerk vervulde hij de functie van apostolisch nuntius en was hij prefect van de Congregatie voor de Oosterse Kerken.
Opleiding en vroege vorming
Maximiliaan van Furstenberg werd geboren op kasteel Ter Worm in Heerlen, in Nederland, uit de adellijke katholieke familie Furstenberg-Stammheim uit Westfalen. Zijn ouders waren baron Adolf Lodewijk Egon Hubert Vincent van Furstenberg-Stammheim en gravin Elisabeth Marie Sylvie Ferdinande Joseph d’Oultremont de Wégimont de Warfusée. Van oktober 1915 tot juli 1922 volgde hij lessen aan het college van de abdij van Maredsous in Namen, waarna hij een studiereis maakte naar Latijns-Amerika. Vervolgens studeerde hij van 1922 tot 1928 aan het Sint-Lodewijkscollege in Brussel, waar hij klassieke letterkunde en filosofie volgde. In die periode diende hij ook bij het regiment Grenadiers en bereikte hij de graad van reserve tweede luitenant. Daarna studeerde hij filosofie aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte van de Universiteit van Leuven en behaalde hij in 1928 zijn diploma. In hetzelfde jaar schreef hij zich in aan de Pauselijke Gregoriaanse Universiteit in Rome om theologie te studeren tot 1932. Tijdens die studie verbleef hij in het Pauselijk Belgisch College.
Priesterlijke loopbaan en oorlogsjaren
Na zijn priesterwijding op 9 augustus 1931 werd Maximiliaan van Furstenberg geïncardineerd in het aartsbisdom Mechelen. Hij keerde terug naar België en was van 1932 tot 1934 docent aan het Diocesaan College van Sint-Jan Berchmans in Antwerpen. Van 1934 tot 1946 doceerde hij liturgie aan het Grootseminarie van Mechelen. In 1934 werd hij ook aangesteld tot ceremoniemeester van kardinaal Jozef-Ernest van Roey, aartsbisschop van Mechelen. Daarnaast was hij van 1935 tot 1949 reservelegeraalmoezenier en kanunnik van het metropolitaans kathedraalkapittel van Mechelen.
Tijdens de oorlogsjaren kwam hij in conflict met de Duitse bezetter. Met Kerstmis 1943 werd hij bij zijn moeder thuis gearresteerd wegens een Latijnse inscriptie op de kerstkaars van de kathedraal. Daarvoor werd hij veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf. Hij bracht een jaar door in de gevangenis van Sint-Gillis in Brussel en werd vrijgelaten op kerstdag 1944.
Later werd hij benoemd tot kapelaan van het Belgische regentschapshof tijdens het regentschap van België. Voor zijn patriottisch gedrag ontving hij het Ridderkruis in de Orde van Leopold II.
Rector van het Pauselijk Belgisch College
Op 27 februari 1946 werd Maximilien de Furstenberg door de Belgische bisschoppen benoemd tot rector van het Pauselijk Belgisch College in Rome. Hij bekleedde dat ambt tot aan zijn bisschopswijding. Onder zijn studenten aan het college bevond zich de jonge priester Karol Wojtyła. Op 13 mei 1947 werd hij benoemd tot huisprelaat van Zijne Heiligheid.
Nuntiatuur in Azië en Oceanië
Op 14 maart 1949 benoemde paus Pius XII Maximilien de Fürstenberg tot titulair aartsbisschop van Palto. Kort daarna, op 22 maart 1949, werd hij aangesteld als apostolisch delegaat in Japan. Zijn bisschopswijding vond plaats op 25 april 1949 in de Sint-Romboutskathedraal in Mechelen, waar kardinaal Jozef-Ernest van Roey, aartsbisschop van Mechelen, de wijding voltrok. Jean-Marie van Cauwenbergh, hulpbisschop van Mechelen, en Oscar Joseph Joliet, hulpbisschop van Gent, assisteerden daarbij. Zijn bisschoppelijke leuze was Pax et virtute tua. Op 28 april 1952 werd hij internuntius in Japan. In dezelfde periode was hij van 1952 tot 1953 regent van de nuntiatuur in Korea. Later, op 21 november 1959, benoemde men hem tot apostolisch delegaat voor Australië, Nieuw-Zeeland en Oceanië. Op 28 april 1962 volgde zijn benoeming tot apostolisch nuntius in Portugal. Van 1962 tot 1965 nam hij deel aan het Tweede Vaticaans Concilie. In 1966 ontving hij het Grootkruis van de Orde van Christus, en in 1967 het Grootkruis van de Orde van Infante Dom Henrique.
Kardinaatschap en kerkelijke opdrachten
Maximiliaan van Voorstenberg werd op 26 juni 1967 in het consistorie tot kardinaal-priester gecreëerd. Op 15 juli 1967 ontving hij de rode baret en de titel van het Heilig Hart van Jezus te Castro Pretorio. Op 15 januari 1968 werd hij prefect van de Heilige Congregatie voor de Oosterse Kerken. In 1969 reisde hij naar India, Irak, Syrië, Jordanië, Egypte, Turkije en het Heilig Land. Tijdens die reis bezocht hij de patriarchen van de Oosters-Katholieke Kerken en ook de oecumenische orthodoxe patriarch Athenagoras I van Constantinopel. In hetzelfde jaar was hij pauselijk gezant bij de viering van het tiende jubileum van de Oekraïense metropolitane zetel van Philadelphia en nam hij deel aan de Eerste Buitengewone Vergadering van de Bisschoppensynode in het Vaticaan. In 1971 was hij opnieuw pauselijk gezant, ditmaal voor de eeuwfeestviering van Iran, en nam hij deel aan de Tweede Gewone Vergadering van de Bisschoppensynode in het Vaticaan. Daarnaast was hij samen met twee andere kardinalen verantwoordelijk voor het toezicht op het bezit en de inkomsten van het Vaticaan.
Geschil rond de Oekraïense ritus-katholieken
Kardinaalato was betrokken bij een geschil tussen het Vaticaan en de Oekraïense ritus-katholieken. In 1971 speelde hij een rol toen het Vaticaan de Oekraïens-katholieke Kerk het patriarchale statuut weigerde. Eerder had hij een synode ongeldig verklaard waarbij Oekraïense bisschoppen voor een patriarchaal bestuur hadden gestemd. Zijn optreden stond daarmee in het teken van de discussie over de kerkelijke structuur van de Oekraïense gemeenschap.
Diensten als kardinaal in de jaren zeventig en tachtig
In maart 1972 werd Maximilien de Furstenberg benoemd tot grootmeester van de Ruiterorde van het Heilig Graf van Jeruzalem. Op 28 februari 1973 nam hij ontslag als prefect van de congregatie. Kort daarna, op 9 mei 1973, werd hij aangesteld als voorzitter van de Centrale Commissie voor het Heilig Jaar 1975. In 1974 trad hij op als pauselijk gezant bij de viering van het twaalfhonderdjarig bestaan van de Sint-Romboutskathedraal in Salzburg. Het jaar daarop nam hij deel aan de Dag van de Oceanische Tentoonstelling van de Heilige Stoel in Okinawa, Japan.
In 1978 was hij aanwezig bij de conclaven die paus Johannes Paulus I en paus Johannes Paulus II kozen. In 1979 nam hij deel aan de eerste plenaire vergadering van het Heilig College van Kardinalen in het Vaticaan. Van 24 mei 1982 tot 25 juni 1984 bekleedde hij het ambt van kamerheer van het Heilig College van Kardinalen, nadat die functie na de dood van kardinaal Egidio Vagnozzi op 26 december 1980 vacant was gebleven. In 1982 werd hij opnieuw als pauselijk gezant uitgezonden, ditmaal naar de openingsplechtigheden van het Internationaal Pelgrimshuis en de kerkwijding van het altaar van de Pax Christi-kapel in Kevelaer, Duitsland.
Toen hij op 23 oktober 1984 tachtig jaar werd, verloor hij het recht om aan een conclaaf deel te nemen. Later werd hij wegens gezondheidsproblemen verscheidene maanden opgenomen in de Gemelli-polikliniek in Rome. Paus Johannes Paulus II bezocht hem op 30 mei 1988, waarna hij werd overgebracht naar de Universiteitskliniek van Leuven in Mont-Godinne bij Namen.
Overlijden en begrafenis
Maximilien de Furstenberg overleed in Mont-Godinne, in Namen, aan een hersenbloeding. Zijn uitvaart werd op 28 september gevierd in de Onze-Lieve-Vrouwe-ten-Zavelkerk in Brussel. De kist was bedekt met de Belgische vlag en bekroond met de rode muts. Daarna werd hij begraven in de crypte van de franciscanerkerk van Mont-Apollinaris in Remagen, Duitsland.