Philippe Moureaux werd geboren in Etterbeek en stierf in Sint-Jans-Molenbeek. Hij was een Belgische historicus en politicus voor de Parti socialiste. Moureaux behaalde een doctoraat in de filosofie en letteren en was emeritus hoogleraar historische kritiek en economische geschiedenis. Als historicus specialiseerde hij zich in de Oostenrijkse Nederlanden. In de politiek werkte hij als adviseur in de kabinetten van vice-eerste minister André Cools, eerste minister Edmond Leburton, Léon Hurez en Guy Spitaels. In mei 1980 trad hij toe tot de nationale eenheidsregering-Martens III als minister van Binnenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen. Zijn naam blijft verbonden aan de antiracisme- en xenofobiewet van 1981, vaak de Moureaux-wet genoemd. Hij was de zoon van liberaal minister Charles Moureaux en een moeder uit de industriële familie Blaton, en de broer van Serge Moureaux.
- Welke politieke rol speelde Philippe Moureaux en waarvoor is hij bekend?
- Hoe zag de familiale achtergrond en opleiding van Philippe Moureaux eruit?
- Welke politieke functies vervulde Philippe Moureaux en hoe was hij betrokken bij belangrijke institutionele hervormingen?
- Hoe ontwikkelden de standpunten van Philippe Moureaux over immigratie en islam zich in Molenbeek-Sint-Jean?
- Hoe ontwikkelde Philippe Moureauxs politieke rol in Sint-Jans-Molenbeek zich vanaf de jaren 1980 tot zijn vertrek uit de lokale politiek?
- Welke kritiek kreeg Philippe Moureaux over zijn bestuur van Sint-Jans-Molenbeek?
- Hoe werd de bestuursperiode van Philippe Moureaux in Molenbeek-Sint-Jan achteraf beoordeeld na de aanslagen in Frankrijk in 2015?
- Welke politieke rol speelde Philippe Moureaux vanaf 1999 en wat was zijn wetsvoorstel uit 2003?
- Welke eerbewijzen en onderscheidingen ontving Philippe Moureaux?
Politieke loopbaan en wetgeving
Philippe Moureaux was een Belgisch historicus en politicus. Hij was lid van de Socialistische Partij. In 1981 stelde hij de wet tegen racisme en xenofobie op, die datzelfde jaar werd aangenomen. Deze wet geldt als een van zijn bekendste politieke verwezenlijkingen. Moureaux werd geboren in Etterbeek en overleed in Sint-Jans-Molenbeek.
Familie en opleiding
Philippe Moureaux was de zoon van de liberale minister Charles Moureaux en van een moeder uit de industriële familie Blaton. Hij was ook de broer van Serge Moureaux. Moureaux behaalde een doctoraat in de filosofie en letteren. In zijn privéleven was hij eerst getrouwd met Françoise Dupuis, voorzitter van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement en voormalig minister. Samen kregen zij twee dochters, Claire en Catherine Moureaux, die allebei politiek actief zijn. Begin 2010 scheidde het koppel. Daarna hertrouwde Moureaux met Latifa Benaicha, die 35 jaar jonger was, moslim is en als medewerkster werkte van minister-president Charles Picqué.
Politieke loopbaan en institutionele hervormingen
Philippe Moureaux was historicus en emeritus hoogleraar historische kritiek en economische geschiedenis, met een specialisatie in de Oostenrijkse Nederlanden. In de politiek werkte hij eerst als raadgever in het kabinet van vice-eerste minister André Cools en later in de kabinetten van eerste minister Edmond Leburton, Léon Hurez en Guy Spitaels. In mei 1980 trad hij toe tot de nationale regering-Martens III als minister van Binnenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen. In die functie nam hij deel aan een belangrijke institutionele hervorming. Zijn naam bleef vervolgens verbonden aan de antiracisme- en xenofobiewet van 1981, die bekendstaat als de Moureaux-wet. Van april tot december 1981 was hij minister van Justitie en Institutionele Hervormingen in de regering-Eyskens. Datzelfde jaar werd hij verkozen in de Kamer van Volksvertegenwoordigers, waar hij zetelde tot 1995. Hij werd ook voorzitter van de nieuwe Franse Gemeenschap van België, een functie die hij vier jaar lang bekleedde tot 1985, en opnieuw kortstondig tussen februari en december 1988. In 1988 keerde hij terug naar de regering als vice-eerste minister en minister van het Brussels Gewest en Institutionele Hervormingen in de regeringen-Martens VIII en IX. Vanaf 1992 was hij minister van Sociale Zaken in de regering-Dehaene I. Op 11 september 1993 legde hij zijn ministeriële functies neer om zich toe te leggen op de gemeente Molenbeek.
Standpunten over immigratie en islam
Philippe Moureaux kwam in 1982 in Molenbeek-Sint-Jean aan, waar hij de gemeentelijke campagne rond het thema van de stopzetting van de immigratie leidde. Hij nam in die periode ook deel aan een debat op de ochtenduitzending van RTBF, waar hij zich verzette tegen Albert Faust, algemeen secretaris van SETCa Brussel Halle-Vilvoorde, over het stemrecht van vreemdelingen bij de gemeenteraadsverkiezingen. In 1986 schreef hij in een gemeentelijk tijdschrift over onderwijs dat burgers van buitenlandse afkomst zich noodzakelijk moesten assimileren. In dezelfde periode sprak hij zijn spijt uit over de erkenning van de islam als gesubsidieerde godsdienst. In 1993 nam hij opnieuw uitgesproken anti-immigratiestandpunten in door te verklaren dat clandestienen het sociale model aan het vernietigen waren en dat het OCMW van Molenbeek-Sint-Jean niet het OCMW kon zijn van een kwart Roemenië en een derde Pakistan. Hij stelde toen ook dat het onmogelijk was een nieuwe immigratiegolf te integreren, wat tot conflictueuze situaties leidde. Later werd hij echter een van de grootste verdedigers van de islam en immigratie en voerde hij campagne in moskeeën. Daardoor kreeg hij veel kritiek, onder meer dat hij communitarisme en cliëntelisme zou toepassen en dat hij radicaal islamisme zou laten gedijen. Ook veroorzaakte hij verontwaardiging in de journalistieke wereld door een RTBF-programma van het type Questions à la Une over de islam te vergelijken met de methoden van Goebbels.
Gemeentelijke mandaten in Sint-Jans-Molenbeek
Philippe Moureaux was vanaf 1983 gemeenteraadslid in Sint-Jans-Molenbeek. In 1992 werd hij er tot burgemeester verkozen, als opvolger van de liberale Léon Spiegels in de loop van de bestuursperiode. Tussen 1988 en 2000 werkte hij twee mandaten lang in een mauve coalitie met de liberalen. In 2000 koos hij voor een olijfgroene coalitie met de PS, de SP, de PSC, de CVP en Ecolo, samen met de burgemeesterslijst. In 2006 keerde hij terug naar een violette coalitie met de MR-lijst onder leiding van Françoise Schepmans.
Vanaf de gemeenteraadsverkiezingen van 2000 zette hij ook in op een openstelling voor kandidaten van niet-Europese afkomst. In zijn college zetelden twee PS-schepenen van Marokkaanse afkomst, Mohammed Daïf en Jamal Ikazban, die in 2006 behouden bleven. Bij de gemeentelijke en provinciale verkiezingen van 14 oktober 2012 haalde zijn socialistisch georiënteerde burgemeesterslijst 29,18%, tegenover 27,33% voor de MR. Dat resultaat betekende wel een daling van 10,3% ten opzichte van 2006. De cdH/CD&V, goed voor 11,6%, maakte in 2012 geen deel meer uit van zijn lijst. Uiteindelijk sloten cdH/CD&V en Ecolo/Groen! zich samen met de MR aan om Moureaux en zijn lijst uit de coalitie te weren. In 2014 kondigde hij zijn volledige terugtrekking uit de lokale politiek aan en verklaarde hij ook de nationale politiek te verlaten.
Controverse rond het bestuur van Sint-Jans-Molenbeek
In 2014 berichtte het dagblad La Capitale dat 45 personen tijdens de periode van Philippe Moureaux sociale woningen hadden gekregen terwijl hun inkomsten hoger lagen dan de toegelaten grenzen. Volgens datzelfde bericht werden die sociale voordelen door Moureaux toegekend. In 2015 meldde La Libre dat Sint-Jans-Molenbeek bijna failliet was door slecht beheer onder Moureaux. Moureaux reageerde daarop dat de MR deel uitmaakte van zijn meerderheid en mee het budget beheerde. Françoise Schepmans verweten hem bovendien dictatoriaal gedrag en een te sterke centralisering van de macht. La Libre herinnerde eraan dat de bekritiseerde financiële problemen zich voordeden toen Moureaux burgemeester was. De FDF vroeg om een audit van het financiële beheer van de gemeente en eiste uitleg over het lakse toezicht van het gewest tijdens zijn ambtstermijn. Emmanuel De Bock stelde dat het gewestelijke toezicht opvallend zwak leek tegenover de door Moureaux geleide gemeente. Ook werd melding gemaakt van een gerechtelijk onderzoek naar het beheer van Moureaux.
Discussie over Molenbeek-Sint-Jan
Na de aanslagen van 13 november 2015 in Frankrijk kwam het twintigjarige bestuur van Philippe Moureaux in Molenbeek-Sint-Jan opnieuw onder vuur te liggen. Senator Alain Destexhe verweet hem dat hij om electorale redenen de islamistische radicalisering in zijn gemeente had veronachtzaamd. Politiek wetenschapper Pierre Vercauteren stelde daartegenover dat één persoon niet verantwoordelijk kon worden gehouden voor de situatie.
In een interview met Le Soir verdedigde Moureaux zich door erop te wijzen dat hij al drie jaar geen burgemeester meer was. Hij verklaarde ook dat er tijdens zijn ambtsperiode geen gelijkaardige feiten waren gebeurd en wees de aanslagen toe aan het falen van de Franse en Belgische inlichtingendiensten. Volgens de beschikbare kritiek was Molenbeek-Sint-Jan tijdens zijn burgemeesterschap nochtans al een broeihaard van islamistisch terrorisme. Zo zou de gemeente onder meer onderdak hebben geboden aan de moordenaars van commandant Massoed in Afghanistan en aan Hassan El Haski, de organisator van de aanslagen in Madrid in 2004.
Zijn opvolgster Françoise Schepmans verklaarde later dat de gemeente een gunstige voedingsbodem voor dergelijke gebeurtenissen had gevormd. Zij verwees daarbij naar het sociaal-multiculturele laboratorium van Philippe Moureaux in Molenbeek-Sint-Jan en zei dat hij in ontkenning verkeerde over de problemen in de gemeente. Ook voormalig PS-bestuurder Mery Hermanus bekritiseerde hem, omdat hij volgens haar had bijgedragen aan de gemeenschapslogica binnen de Brusselse partijpolitiek.
Senator en wetsvoorstel over stemrecht
In 1999 werd Philippe Moureaux verkozen tot senator. In 2003 diende hij een wetsvoorstel in om niet-EU-burgers stemrecht te geven bij lokale verkiezingen. Dat voorstel werd op 26 mei 2004 aangenomen. Philippe Moureaux overleed op 15 december 2018 aan kanker.
Eerbewijzen en onderscheidingen
Philippe Moureaux kreeg in 1995 van koning Albert II de eretitel van minister van Staat. Daarnaast werd hij onderscheiden als commandeur in de Orde van Leopold en kreeg hij ook het ereteken van grootkruis in de Orde van Leopold II. Deze onderscheidingen onderstrepen de officiële erkenning van zijn openbare loopbaan.