Antoine van Ligne werd geboren in Brussel als tweede zoon en jongste van vier kinderen van prins Eugène de Ligne en Philippine de Noailles. Hij liet België op 21-jarige leeftijd achter zich en ontving op 1 maart 1943 het Kruis der Ontsnapten. In 1943 trad hij in Londen toe tot de Koninklijke Luchtmacht als piloot en diende hij later in de Belgische luchtmacht. Hij klom op van korporaal tot kapitein-commandant-vlieger en kreeg in 1951 de titel van Cadet du Travail als kapitein-vlieger. In de jaren 1950 ontving hij ook een reeks ereonderscheidingen. Op 1 september 1956 verliet hij het beroepskader en ging hij over naar de reserve. Vanaf 1985 stond hij tot aan zijn dood aan het hoofd van de vorstelijke familie Ligne. Antoine van Ligne overleed in Beloeil.
- Waar en wanneer werd Antoine, 13e prins van Ligne, geboren en waar overleed hij?
- Met wie trouwde Antoine, 13e prins van Ligne, en hoe verliep dat huwelijk?
- Hoe verliep de militaire loopbaan van Antoine, 13de Prins de Linge, en welke eretitels ontving hij?
- Welke rol speelde Antoine de Ligne in de Belgische expedities naar Antarctica?
- Hoe verliepen de redding van Antoine de Ligne en zijn metgezellen, en hoe werden zij bij hun terugkeer onthaald?
- Hoe werd Antoine de Lignes aankomst in Beloeil onthaald?
- Welke rol speelde Antoine de Ligné in het behoud van het kasteel van Beloeil en in de luchtvaart?
- Hoe werd de garderobe van Antoine, 13e Prins van Ligne, gekenmerkt en wat gebeurde ermee bij de verkoop?
- Welke titels en onderscheidingen ontving Antoine, 13e prins van Ligne?
- Hoe verliepen de laatste jaren en het overlijden van Antoine, 13e prins van Ligne?
- Wie was het kind van Antoine, 13e Prins van Ligne?
Leven en familiehoofdschap
Antoine, 13e prins van Ligne, was een Belgische aristocraat. Hij werd geboren in Brussel en overleed in Beloeil. Van 1985 tot aan zijn dood stond hij aan het hoofd van de vorstelijke familie Ligne.
Huwelijk en familie
Antoine, 13e prins van Ligne, was de tweede zoon en het jongste van vier kinderen van prins Eugène de Ligne en Philippine de Noailles. Hij huwde prinses Alix van Luxemburg in het kasteel van Colmar-Berg. Prinses Alix van Luxemburg was het zesde en laatste kind van groothertogin Charlotte van Luxemburg en prins Félix van Bourbon-Parma. Zij bracht haar jeugd door in het kasteel van Colmar-Berg. Na de Duitse inval in het groothertogdom Luxemburg in 1940 ging zij met haar familie vijf jaar in ballingschap in Portugal, de Verenigde Staten en Canada. Op 10 april 1945 keerde zij terug naar Luxemburg aan boord van het privévliegtuig van generaal Eisenhower. Van de luchthaven reisde zij met haar familie verder naar het groothertogelijk paleis.
Militaire loopbaan en eretitels
Antoine, 13de Prins de Linge, verliet België op 21-jarige leeftijd. Op 1 maart 1943 ontving hij het Kruis van de Ontsnapten. In datzelfde jaar sloot hij zich in Londen aan bij de Britse Koninklijke Luchtmacht als piloot. Nadien diende hij in de Belgische Luchtmacht. Binnen de luchtvaartklassen werd hij bevorderd van korporaal tot kapitein-kommandant-vlieger, een rang die hij in 1954 had bereikt. Op 1 september 1956 nam hij ontslag uit het korps van beroepsmilitairen en ging hij over naar de reserve. In de jaren 1950 ontving hij ook een reeks eretitels. In 1951 kreeg hij, als kapitein-vlieger, de titel van Arbeidscadet. Hij was voorzitter van de Nationale Unie van Arbeidscadetten en werd in 1954 benoemd tot een van de eerste bestuurders van het Koninklijk Instituut van de Arbeidselften. Hij bevorderde de activiteiten van dit instituut gedurende zijn hele leven. Later ontving hij in 1965 de titel van Erearbeidscadet en in 1969 die van Erelaureaat van de Arbeid.
Belgische Antarctische expedities
Antoine de Ligne nam deel aan twee Belgische Antarctische expedities en vertegenwoordigde België gedurende zeventien maanden tijdens het Internationaal Geofysisch Jaar, dat op 1 juni 1957 begon. Dat jaar had tot doel onbekende Antarctische gebieden te verkennen. Binnen de expedities was hij tweede piloot en assistent-meteoroloog.
De expeditie, onder leiding van bevelhebber Gaston de Gerlache, bouwde eerst de basis Koning Boudewijn. Op die basis werden wetenschappelijke en geografische waarnemingen uitgevoerd, terwijl het noodzakelijke personeel er bleef om de instrumenten van het station te bedienen. Om tekorten aan voorraden en uitrusting tijdens verkenningstochten te vermijden, werden ook depots op andere plaatsen aangelegd.
De tochten waren gericht op de verkenning van de bergketen Sor Rondanes, die vanuit de basis lag, en op de uitbreiding van het onderzoek naar het zuidoosten, tot nieuwe bergen die tijdens de eerste verkenningsvluchten werden waargenomen. Die bergen kregen de naam Montagnes Belgica, naar het Belgische driemastschip Belgica, dat van 1897 tot 1899 onder bevel stond van de ontdekkingsreiziger Adrien de Gerlache de Gomery tijdens een wetenschappelijke missie in Antarctica.
Redding en terugkeer
Tijdens de landing op ijs van wel een meter hoog crashten het vliegtuig van Antoine de Ligne en het toestel van mechanicus Hulshagen. De vier schipbreukelingen zochten vervolgens onderdak in een tent en wachtten daar meerdere dagen op mogelijke redding. In die periode beschikte elk van hen over voorraden. Op een bepaalde datum lieten de vier mannen een boodschap achter in het vliegtuig, waarin zij hun bedoelingen kenbaar maakten. Zij besloten op een later moment om op eigen kracht naar basis Koning Boudewijn terug te keren. Door de slechte weersomstandigheden legden zij daarbij slechts beperkte afstanden af per dag. Andere expeditieleden sloegen alarm wegens de vermiste metgezellen. Sovjetwetenschappers op Antarctica, gestationeerd bij basis Koning Boudewijn, boden radiohulp aan als er voldoende brandstof voor een reddingsoperatie beschikbaar was. Na twee dagen zoeken lokaliseerde een C47 van de basis Mirny het Auster-vliegtuig van Antoine de Ligne en de boodschap van de Belgen. Redders troffen ook een verlaten kamp aan met lege tenten, verspreide uitrusting, voorraden, een gebroken slee, een camera en andere voorwerpen. Later bleek dat de vier overlevenden alle overbodige spullen hadden weggegooid om sneller vooruit te komen. De Russische piloot Viktor Perov zocht zorgvuldig verder en vond de overlevenden veilig. Op donderdag verzamelden mensen zich aan de dokken van Oostende om de expeditieleden te verwelkomen die met de Polarhov terugkeerden. Ook koning Boudewijn, Karel van Luxemburg en de familie de Ligne gingen aan boord van de Polarhov om de expeditieleden te ontmoeten.
Aankomst in Beloeil
Antoine de Ligne en zijn familie trokken richting Beloeil. De straten die naar het stadhuis leidden, waren versierd met lenteboogjes. Aan de ramen van huizen en van het kasteel hingen Belgische vlaggen en vlaggen van de familie de Ligne. Op het marktplein, bij de ingang en op de gazons van het kasteel stond een grote menigte. De optocht werd er verwelkomd met de Brabançonne.
Behoud van Beloeil en luchtvaartactiviteiten
Na zijn militaire en Antarctische expedities wijdde Antoine de Ligné het grootste deel van zijn tijd aan het behoud van het kasteel en het park van Beloeil. Hij stond aan de basis van de jaarlijkse amaryllistentoonstelling in de salons van het kasteel in mei en richtte ook de Nuits musicales de Beloeil op, die in augustus ongeveer bezoekers per jaar aantrok. Daarnaast zette hij zich in voor een ruimere toegang tot het kasteel voor alle Beloeillois.
Naast deze culturele en patrimoniale inzet had hij ook een belangrijke rol in de luchtvaart. Hij was piloot en eigenaar van luchtballonnen, voorzitter van de Koninklijke Belgische Aeroclub van 1959 tot 1977 en in 1981 en 1982 voorzitter van de Internationale Luchtvaartfederatie. In 1976 creëerde hij bij de verjaardag van de Koninklijke Belgische Aeroclub de eerste internationale uitdaging die zijn naam aan luchtballonnen verbond. Ook in de natuurbehoudssector was hij actief: van 1966 tot 1976 was hij de eerste voorzitter van WWF-België.
Garderobe en veilingen
De garderobe van Antoine, 13e Prins van Ligne, was uitzonderlijk verfijnd, wat volgens de beschrijving samenhing met zijn vorstelijke afkomst. De kledingstukken waren zelden gedragen en bleven door zorgvuldige bewaring opvallend fris. De collectie omspande vooral twee eeuwen, van 1740 tot 1940, al was het oudste stuk een koraalkleurig jachtjasje uit 1715-1720. Sommige stukken waren afkomstig uit de erfenissen van de prinsen van Ligne. Ook handschoenen van de prinses de Poix uit het Tweede Keizerrijk en de belle époque maakten deel uit van de verzameling, als lot 210. Bij de verkoop bracht de garderobe in totaal 405.184 BEF op, waarbij sommige stukken tot tien keer boven de schatting werden verkocht.
Titels en onderscheidingen
Na de dood van zijn broer Boudewijn de Ligne erfde Antoine de erfelijke titels van prins van Ligne en van het Heilige Roomse Rijk, prins van Amblise, prins van Epinoy en Grande van Spanje. Daarnaast werd hij benoemd tot ridder in de Orde van het Gulden Vlies. Hij was ook Grootbaljuw Grootkruis van Eer en Devotie van de Soevereine Orde van Malta. Van 1986 tot 1994 zat hij de Belgische Vereniging van de Orde van Malta voor. Verder ontving hij het Grootkruis van Verdienste van de Orde pro Merito Melitensi met plaat en grootlint.
Laatste jaren en overlijden
Vanaf 1995 verleenden Antoine en zijn echtgenote hun patronage aan het vzw Fonds voor het Zeepreventorium De Haan, een instelling voor kinderen met chronische ziekten aan de Belgische kust. Antoine en Alix de Ligne hadden zeven kinderen. Op een ongenoemde datum woonden zij ook het huwelijk bij van hun kleindochter Élisabeth met baron Boudewijn Gillès de Pélichy.
Antoine overleed op een zondag in het kasteel van Beloeil, kort nadat hij de zondagsmis had bijgewoond in de basiliek van Tongeren-Notre-Dame. Hij leed aan angina pectoris en stierf aan een hartaanval. De dag na zijn overlijden hingen de vlaggen van de gemeente Beloeil halfstok. Zijn uitvaart vond plaats op een zaterdag en werd bijgewoond door talrijke hoogwaardigheidsbekleders. Verschillende zaken sloten tijdens de plechtigheid uit rouw. Zijn weduwe en groothertog Jan van Luxemburg verlieten het kasteel om naar de Sint-Pieterskerk te gaan, naast het prinselijke domein. Koningin Fabiola vertegenwoordigde de Belgische koninklijke familie op de begrafenis. Na zijn dood werd zijn oudste zoon Michel de Ligne, geboren in 1951, het hoofd van het vorstelijke geslacht Ligne.
Kinderen
Volgens de biografie had Antoine, 13e Prins van Ligne, één kind: Pedro Luiz d’Orléans Bragance. Pedro Luiz d’Orléans Bragance werd geboren in Rio de Janeiro. Hij kwam om het leven aan boord van vlucht AF 477 van Rio naar Parijs, die boven zee verloren ging.