Éric-Emmanuel Schmitt werd geboren op 28 maart 1960 en is een Frans-Belgische toneelschrijver, auteur van korte verhalen, romanschrijver en filmregisseur. Zijn toneelstukken werden in meer dan vijftig landen opgevoerd. Zijn ouders waren leraren lichamelijke opvoeding en sport in Frankrijk. Zijn vader werd later kinesitherapeut en masseur in kinderziekenhuizen, was ook Frans bokskampioen, en zijn moeder was een bekroonde loopster. Zijn grootvader was een ambachtelijke juwelier.
Schmitt beschreef zichzelf als een rebelse tiener die neerkijkend stond tegenover overgeleverde wijsheden in La Nuit de Valognes. Hij verklaarde dat filosofie hem heeft gered en hem leerde zichzelf te zijn en zich vrij te voelen. Zijn moeder nam hem mee naar het Théâtre des Célestins om Cyrano de Bergerac met Jean Marais te zien; de voorstelling bracht hem tot tranen en wekte zijn verlangen om op Edmond Rostand te lijken. Op zijn zestiende begon hij te schrijven en besefte hij dat hij schrijver was. Op de middelbare school schreef, produceerde en speelde hij in zijn eerste toneelstukken. Hij verfijnde zijn stijl via pastiche en herschrijven, vooral van Molière. Later volgde hij voorbereidende lessen aan het Lycée du Parc en slaagde hij voor het toelatingsexamen van de École normale supérieure.
- Wie is Éric-Emmanuel Schmitt en waarvoor staat hij bekend?
- Hoe verliepen Éric-Emmanuel Schmitts jeugd, opleiding en begin van zijn loopbaan?
- Hoe leidde een ervaring in de Sahara tot Schmitts schrijverschap?
- Hoe zorgden de toneelstukken van Éric-Emmanuel Schmitt voor zijn snelle succes in de jaren 1990?
- Welke romans schreef Éric-Emmanuel Schmitt begin jaren 2000, en waarover gaan die?
- Hoe ontwikkelde Éric-Emmanuel Schmitt zijn werk als schrijver, maker en publiek figuur in deze periode?
Schrijverschap en internationale bekendheid
Éric-Emmanuel Schmitt, geboren op 28 maart 1960, is een Frans-Belgische toneelschrijver, kortverhalenschrijver, romanschrijver en filmregisseur. Zijn toneelstukken zijn opgevoerd in meer dan vijftig landen, wat zijn internationale bekendheid onderstreept. Door zijn werk als schrijver en regisseur heeft hij zich op meerdere literaire en artistieke terreinen onderscheiden.
Opleiding en vroege loopbaan
Éric-Emmanuel Schmitt groeide op in een gezin waarin sport een belangrijke plaats innam. Zijn ouders waren leraars lichamelijke opvoeding en sport in Frankrijk. Zijn vader werd later kinesitherapeut en masseur in kinderziekenhuizen, en was ook Frans bokskampioen. Zijn moeder was een bekroonde hardloopster. Zijn grootvader was een ambachtelijke juwelier.
Als tiener zag Schmitt samen met zijn moeder in het Théâtre des Célestins Cyrano de Bergerac met Jean Marais. Dat stuk maakte diepe indruk op hem: hij was tot tranen toe bewogen en wilde toen zoals Edmond Rostand worden. Later beschreef hij zichzelf als een opstandige tiener die een hekel had aan ontvangen wijsheden. Hij zei ook dat filosofie hem heeft gered en hem heeft geleerd zichzelf te zijn en zich vrij te voelen. Op zestienjarige leeftijd begon hij te schrijven en besefte hij dat hij schrijver was. Op de middelbare school schreef, produceerde en speelde hij zijn eerste stukken. Zijn stijl verfijnde hij via pastiche en herschrijven, vooral van Molière.
Daarna volgde hij voorbereidende klassen aan het Lycée du Parc voor eliteuniversiteiten in Frankrijk. Hij slaagde voor het toelatingsexamen van de École normale supérieure en studeerde daar van 1980 tot 1985. Vervolgens behaalde hij de agrégé de philosophie. In 1987 promoveerde hij aan de Paris-Sorbonne University met een proefschrift over Diderot en metafysica. In 1997 publiceerde hij Diderot or the Philosophy of Seduction.
Ook in zijn loopbaan deed hij al ervaring op met lesgeven. Tijdens zijn militaire dienst gaf hij les aan de Saint-Cyr Military Academy. Daarna was hij twee jaar student-assistent aan de University of Besancon, gaf hij les aan de middelbare school in Cherbourg en werd hij benoemd tot lector aan de University of Chambery, waar hij vier jaar lesgaf. Sinds 2002 woont hij in Brussel en in 2008 verkreeg hij de Belgische nationaliteit.
De spirituele ommekeer in de Sahara
Op 4 februari 1989 raakte Éric-Emmanuel Schmitt in de Ahaggarwoestijn gescheiden van zijn reisgenoten. Tijdens die tocht in de Sahara beleefde hij een spirituele ervaring die hij omschreef als een goddelijke openbaring. In zijn gedachten klonk daarbij de zin: 'Alles is gerechtvaardigd'. Schmitt zegt dat juist deze ervaring hem heeft geholpen om door te breken als schrijver. Later werkte hij deze belevenis uit in zijn roman Night of Fire, die in september 2015 verscheen.
Toneelstukken en doorbraak in de jaren 1990
In de jaren 1990 brachten de toneelstukken van Éric-Emmanuel Schmitt hem snel succes in verschillende landen. Zijn stuk Don Juan on Trial werd voor het eerst opgevoerd in september 1991 in Espace 44 in Nantes. Met The Visitor volgde in 1994 een belangrijke bekroning: het stuk won drie prijzen tijdens de uitreiking van de Molière-prijzen. Intussen gaf Schmitt zijn lesopdracht aan de Universiteit van Chambéry op om zich volledig aan het schrijven te wijden.
In 1996 kreeg Enigma Variations zijn eerste opvoering, met Alain Delon en Francis Huster in de hoofdrollen. Twee jaar later, in 1998, ging Frédérick or Crime Boulevard tegelijk in première in Frankrijk en Duitsland. In de oorspronkelijke productie in het Théâtre Marigny speelde Jean-Paul Belmondo mee. Ook in de jaren daarna bleef Schmitt internationaal aanwezig: Mr Ibrahim and the Flowers of the Koran werd in 2001 opgevoerd en gepubliceerd in Frankrijk en Duitsland. In 2004 verkocht het boek meer dan 250.000 exemplaren in Frankrijk en meer dan 300.000 in Duitsland.
Naast zijn toneelwerk schreef Schmitt ook drie eenakters voor humanitaire doelen. Zo schreef hij The Devil's School voor een Amnesty International-avond, met Francis Huster als de duivel, en One Thousand and One Nights voor de campagne Culture Changes Life van The People's Aid. In het begin van de jaren 2000 schreef hij daarnaast verschillende romans en kortverhalen.
Romans over geloof en alternatieve geschiedenis
In 2000 publiceerde Éric-Emmanuel Schmitt The Gospel According to Pilate, een roman over Jezus Christus verteld vanuit het standpunt van Pilatus. Dit werk kreeg veel bijval van critici en werd ook een groot verkoopsucces. Een jaar later volgde The Alternative Hypothesis, een alternatievegeschiedenislroman over Adolf Hitler die in 1908 wordt toegelaten tot de Academie voor Schone Kunsten in Wenen. In 2002 schreef Schmitt When I was a Work of Art, een speelse en satirische versie van de Faust-mythe.
Tussen 2002 en 2012 werkte hij ook aan de Cycle de l'Invisible, een reeks verhalen over verschillende religies. Daarin behandelt Milarepa het boeddhisme, Mr Ibrahim and the Flowers of the Koran het soefisme, Oscar and the Lady in Pink het christendom, Noah's Child het jodendom, The Sumo wrestler Who Could Not Get Fat het zenboeddhisme en The Ten Children Madam Ming Never Had het confucianisme.
Divers werk en internationale erkenning
Éric-Emmanuel Schmitt bleef in deze periode bijzonder veel verschillende vormen van schrijven en maken combineren. Hij schreef fictie, toneelstukken en scenario's, en zijn werk werd vertaald in 45 talen en opgevoerd in meer dan 50 landen. Zijn stukken worden wereldwijd gespeeld in nationale en privétheaters. Daarnaast vertaalde hij De bruiloft van Figaro en Don Giovanni naar het Frans.
Naast zijn literaire werk bleef hij ook experimenteren met andere vormen. Hij schreef de autofictie My Life with Mozart, die in acht landen werd uitgegeven. Hij creëerde bovendien een compositie van muziek en woorden die door acteurs en instrumentisten kan worden uitgevoerd. Ook componeerde hij muziek en bracht hij een cd uit.
Zijn werk voor film en bewerking nam eveneens een belangrijke plaats in. Hij schreef en regisseerde zijn eerste film en publiceerde Odette Toulemonde and other stories. De film Odette Toulemonde uit 2007, met Catherine Frot en Albert Dupontel, reisde als boek en als film door Europa. In 2009 bewerkte hij Oscar and the Lady in Pink voor het scherm, met Michèle Laroque, Max von Sydow, Amira Casar en Mylene Demongeot.
In zijn prozawerk publiceerde hij The Dreamer of Ostend in 2007, Ulysses from Baghdad in 2008 en Concerto to the Memory of an Angel in 2010, waarmee hij de Prix Goncourt de la Nouvelle won. Later volgden Two Gentlemen of Brussels in 2012, Night of Fire in 2015, The Man Who Could See Through Faces in 2016, The Revenge of Forgiveness in 2017, Paradis perdus in 2021, La porte du ciel in 2021, Soleil sombre in 2022 en La lumiere du bonheur in 2024. Ulysses from Baghdad vertelt het verhaal van een verstekeling op zoek naar veiligheid. Zijn verhalenbundels verkennen telkens een specifieke kwestie via meerdere verhalen met een begin, midden en einde.
Ook in het publieke en institutionele leven was hij aanwezig. In januari 2012 werd hij samen met Bruno Metzger directeur van het Theatre Rive Gauche, dat in september 2012 heropende met hedendaagse producties. Op 9 juni 2012 kreeg hij zetel 33 in de Royal Academy of French Language and Literature of Belgium, met de openbare zitting en ontvangst op 25 mei 2013. In 2016 werd hij lid van de Prix Goncourt-jury, als opvolger van Edmonde Charles-Roux. Datzelfde jaar was hij ook commentator bij de Olympische Spelen in Rio op France Televisions.
Zijn persoonlijke reflecties klinken mee in zijn werk en uitspraken. Na een openbaring in de Ahaggarwoestijn in 1989 omschrijft hij zichzelf als een agnost die gelooft. Op de vraag of God bestaat, antwoordde hij: Ik weet het niet, maar ik denk van wel.