Father Damien

Portret van Father Damien kort voor zijn overlijden
Portret van Father Damien kort voor zijn overlijden

Father Damien werd geboren als Jozef De Veuster op 3 januari 1840 in Tremelo, in het landelijke Vlaams-Brabant. Hij was het jongste van zeven kinderen en de vierde zoon van Joannes Franciscus De Veuster en Anne-Catherine Wouters. Twee oudere zussen, Eugénie en Pauline, werden nonnen, en zijn oudere broer Auguste trad toe tot de Congregatie van de Heilige Harten van Jezus en Maria. Op 13-jarige leeftijd verliet hij de school om op de familiefarm te werken.

Later werd hij een Belgische katholieke priester in die congregatie. Van 1873 tot 1889 werkte hij in de melaatsenkolonie van Molokai in het Koninkrijk Hawaï. Daar onderwees hij de katholieke leer aan de bevolking van Hawaï en zorgde hij voor patiënten met lepra. Hij werkte mee aan de opbouw van huizen, scholen, wegen, ziekenhuizen en kerken, en verrichtte ook praktische taken zoals het verzorgen van wonden, het bouwen van een reservoir, het maken van kisten en het graven van graven. Na elf jaar zorg liep hij zelf lepra op. Ondanks tuberculose bleef hij verder werken tot hij op 15 april 1889 aan de gevolgen van lepra stierf. Hij wordt beschouwd als geestelijke patroon van melaatsen en verstotenen en werd op 11 oktober 2009 heiligverklaard door paus Benedictus XVI.

Dienst aan Molokai

Jozef De Veuster, geboren op 3 januari 1840, was een Belgische katholieke priester in de Congregatie van de Heiligste Harten van Jezus en Maria. Vanaf 1873 werkte hij in de leprozerie van Molokai, in het Koninkrijk Hawaï, waar hij tot 1889 bleef. Daar onderwees hij de katholieke geloofsleer aan de bevolking van Hawaï en zorgde hij voor patiënten met lepra. Hij moedigde ook leiders in de gemeenschap aan om huizen, scholen, wegen, ziekenhuizen en kerken te bouwen.

Zijn dagelijkse zorg was zeer persoonlijk. Hij verzorgde de zweren van de bewoners, bouwde een reservoir, maakte kisten, groef graven, deelde pijpen en at poi met hen. Na elf jaar van zorg voor de leprozerie liep hij zelf lepra op. Ondanks die ziekte bleef hij zijn werk verderzetten tot hij op 15 april 1889 aan lepra bezweek. Tuberculose verergerde bovendien zijn toestand.

Father Damien wordt gezien als een geestelijke patroon voor lepralijders en verstotenen. Hij is ook de patroonheilige van het bisdom Honolulu en van Hawaï. Volgens Libert H. Boeynaems wordt hij in de Catholic Encyclopedia de "Apostel van de Lepralijders" genoemd.

Vroege jaren en roeping

Jozef De Veuster werd op 3 januari 1840 geboren in het dorp Tremelo, in Vlaams-Brabant op het platteland van België. Hij was het jongste kind uit zeven en de vierde zoon van Joannes Franciscus De Veuster en Anne-Catherine Wouters. Zijn oudere zussen Eugénie en Pauline werden nonnen, terwijl zijn oudere broer Auguste toetrad tot de Congregation of the Sacred Hearts of Jesus and Mary.

Op 13-jarige leeftijd verliet hij de school om op de familieboerderij te werken. Later stuurde Joannes Franciscus De Veuster hem naar een college in Braine-le-Comte om zich voor te bereiden op een commerciële loopbaan. In 1858 veranderde zijn richting toen een missie van de Redemptoristen hem ertoe bracht een religieuze roeping te kiezen. Op 7 oktober 1860 werd hij toegelaten tot de religieuze professie.

Zijn oversten zagen hem niet als een goede kandidaat voor het priesterschap, omdat hij te weinig opleiding had. Ze beschouwden hem echter niet als onintelligent. Hij had van zijn broer goed Latijn geleerd, en precies dat gaf de doorslag: omwille van zijn Latijnse vaardigheden besloten zijn oversten hem toch toe te laten tot het priesterschap. Tijdens zijn religieuze studies bad hij dagelijks voor een afbeelding van Sint-Franciscus Xaverius. Uiteindelijk kreeg hij ook toestemming om de plaats van zijn broer pater Pamphile in te nemen en als missionaris naar Hawaii te reizen.

Aankomst en eerste opdrachten in Hawaï

Father Damien arriveerde op 19 maart 1864 in de haven van Honolulu op Oʻahu. Enkele maanden later, op 21 mei 1864, werd hij tot priester gewijd in de Cathedral of Our Lady of Peace. In 1865 kreeg hij een opdracht bij de katholieke missie in North Kohala, op het eiland Hawaii. Daarna diende hij ook in verschillende parochies op Oʻahu, terwijl het Koninkrijk Hawaï kampte met een tekort aan arbeidskrachten en een ernstige volksgezondheidscrisis.

In die periode stierven veel Native Hawaiian parochianen aan infectieziekten. Het ging onder meer om lepra, pokken, cholera, influenza, syfilis en kinkhoest. Duizenden Hawaiians overleden aan infectieziekten die naar de eilanden waren gebracht door buitenlandse handelaren, zeelieden en immigranten. Chinese arbeiders zouden in de jaren 1830 en 1840 lepra naar de Hawaiiaanse eilanden hebben gebracht. In de 19e eeuw gold lepra als zeer besmettelijk en ongeneeslijk.

In 1865 keurden koning Kamehameha V en de Hawaiiaanse wetgevende macht de Act to Prevent the Spread of Leprosy goed. Die wet verplichtte dat leprapatiënten in quarantaine werden geplaatst en dat ernstige gevallen naar een nederzetting in Kalawao op het Kalaupapa-schiereiland op Molokai moesten worden overgebracht. Kalawao County werd van de rest van Molokai gescheiden door een steile bergkam. Tussen 1866 en 1969 werden ongeveer 8.000 Hawaiians naar het Kalaupapa-schiereiland gestuurd voor medische quarantaine. De Royal Board of Health bezorgde hen eerst voedsel en voorraden, maar had te weinig personeel en middelen voor de nodige gezondheidszorg.

Erkenning en internationale steun

Father Damien’s werk werd onder Europeanen en Amerikanen bekendgemaakt om geld in te zamelen voor de missie. Daardoor kreeg Mission in Hawaii internationale bekendheid in de Verenigde Staten en Europa. Amerikaanse protestanten schonken grote sommen geld voor het zendingswerk, en de Church of England stuurde voedsel, medicijnen, kleding en andere voorraden naar de nederzetting in Kalaupapa.

Ook vanuit het Hawaiiaanse koningshuis kwam erkenning. Koning David Kalākaua verleende aan Mission in Hawaii de onderscheiding van Knight Commander of the Royal Order of Kalākaua. Kroonprinses Lydia Liliuokalani bezocht de nederzetting om de koninklijke medaille aan Mission in Hawaii te overhandigen. Toen zij de bewoners zag, was zij diep aangeslagen en bedroefd; later deelde zij haar ervaring en prees zij de inspanningen van Mission in Hawaii.

Die steun sloot aan bij het werk dat Father Damien gedurende 16 jaar in Hawaii verrichtte. Hij gaf de lepralijders van Kalaupapa troost, bracht hen geloof en bouwde huizen voor hen. Daarnaast behandelde hij hen met medische expertise, bad hij op het kerkhof van de overledenen en troostte hij de stervenden aan hun bed. In december 1884 liep hij per ongeluk met een voet in kokend water, waardoor blaren op zijn huid ontstonden. Na elf jaar werken in de kolonie besefte hij dat hij lepra had opgelopen. Hij droeg de koninklijke medaille nooit zelf, al werd die tijdens de begrafenis naast hem geplaatst.

Behandeling door Masanao Goto

In 1885 kwam de Japanse leproloog Masanao Goto naar Honolulu, waar hij Mission in Hawaii behandelde. Goto ging ervan uit dat lepra werd veroorzaakt door een afname van het bloed. Zijn behandeling bestond uit voedzame voeding, matige lichaamsbeweging, wrijving van verdoofde lichaamsdelen, zalf en medische baden. Deze aanpak verlichtte sommige symptomen en was populair bij Hawaiiaanse patiënten. Mission in Hawaii had veel vertrouwen in Goto's behandelingen en wilde alleen door hem worden behandeld. Later werd Goto een goede vriend van Mission in Hawaii.

Laatste werk en dood in Kalaupapa

Ondanks dat zijn lichaam steeds verder verzwakte, bleef Father Damien in Hawaii zo veel mogelijk werken aan de projecten die nog binnen zijn beperkte tijd pasten. Hij bleef de katholieke geloofsverkondiging voortzetten en hielp de melaatsen ook tijdens hun behandelingen. In die periode werden in Hawaii verschillende bouwprojecten afgerond en werden de weeshuizen verbeterd.

In Kalaupapa kwamen vier helpers aan om zijn werk te ondersteunen: de Belgische priester Louis Lambert Conrardy, soldaat Joseph Dutton, verpleger James Sinnett en Mother Marianne Cope. Conrardy nam de pastorale taken over, Cope organiseerde een werkend hospitaal in Kalaupapa, Dutton zorgde voor de bouw en het onderhoud van de gemeenschapsgebouwen, en Sinnett verpleegde Father Damien tijdens de laatste fase van zijn ziekte.

Aan het einde van zijn leven was hij ernstig verzwakt, met een arm in een draagband, een voet in verband en een slepende been. Op 23 maart 1889 was hij bedlegerig. Op 30 maart 1889 deed hij een algemene biecht. Hij stierf aan lepra op 15 april 1889 om 8.00 uur, op 49-jarige leeftijd. De uitvaartmis werd opgedragen door Father Moellers in St. Philomena's, en de hele nederzetting volgde de rouwstoet naar de begraafplaats. Hij werd begraven onder de pandanusboom waar hij bij zijn aankomst op Molokai eerst had geslapen.

Reputatie na zijn dood

Na zijn dood werd Father Damien internationaal bekend als een symbolische christelijke figuur die zorg droeg voor getroffen inheemsen. Tegelijkertijd dachten zijn oversten dat hij weinig opleiding en verfijning had, al zagen zij hem ook als een oprechte boer die hard werkte voor God.

Het nieuws van zijn overlijden verspreidde zich snel over de wereld. Via stoomschepen bereikte het Honolulu en Californië, terwijl het met de telegraaf naar de oostkust van de Verenigde Staten werd gestuurd. Per kabel kwam het ook in Engeland aan, waar het Londen op 11 mei bereikte. Zijn dood leidde tot een grote golf van lof voor zijn werk.

Toch bleef er ook kritiek bestaan. Vertegenwoordigers van de Congregational en Presbyterian churches in Hawaii bekritiseerden zijn aanpak. Reverend Charles McEwen Hyde schreef aan Reverend H. B. Gage dat Damien een ruwe, vuile man was, en zei dat hij lepra had opgelopen door onvoorzichtigheid. Volgens Hyde kreeg Damien ook ten onrechte eer voor hervormingen die eigenlijk door de Board of Health waren ingevoerd. Gage liet Hyde's brief publiceren in een krant in San Francisco, zonder Hyde daarover te raadplegen, wat in de Verenigde Staten en Hawaii commentaar en controverse veroorzaakte.

In 1889 kwam de Schotse auteur Robert Louis Stevenson voor een langer verblijf aan in Hawaii. Hij had tuberculose en zocht daar verlichting. De controverse rond Damien wekte zijn belangstelling, waarna hij acht dagen en zeven nachten naar Molokai ging.

Erkenning en heiligverklaring

In 1977 werd Father Damien door paus Paulus VI eerbiedwaardig verklaard. Op 4 juni 1995 werd hij zalig verklaard door paus Johannes Paulus II. De plechtigheid vond plaats in Rome, met vieringen in België en Hawaii. Later bevestigde Jorge Medina Estévez op 20 december 1999 dat Blessed Damien werd opgenomen in de nationale liturgische kalender, met een facultatieve gedachtenis.

In april 2008 aanvaardde de Heilige Stoel twee genezingen als bewijs van zijn heiligheid. Op 2 juni 2008 stemde de Congregatie voor de Heiligverklaringen ermee in om Father Damien van Molokai voor te dragen voor de heiligverklaring. Op 3 juli 2008 bekrachtigde paus Benedictus XVI het decreet dat het voor de heiligverklaring vereiste mirakel bevestigde, en op 21 februari 2009 maakte de Heilige Stoel bekend dat Father Damien zou worden heiligverklaard. Uiteindelijk werd hij op 11 oktober 2009 door paus Benedictus XVI heiligverklaard, samen met Zygmunt Szczesny Felinski, zuster Jeanne Jugan, pater Francisco Coll Guitart en Rafael Arnaiz Baron.

Zijn feestdag wordt gevierd op 10 mei, en in Hawaii op 15 april.

Nalatenschap en eerbetoon

Father Damien werd in 2005 door de VRT uitgeroepen tot De Grootste Belg. In een poll van RTBF, Le plus grand Belge, eindigde hij op de derde plaats. Hij werd geboren en groeide op in Tremelo, België, waar de Picpus Fathers in 1952 een museum openden; dat museum werd in 2017 volledig gerenoveerd. Zijn inzet voor mensen met lepra werd ook aangehaald als voorbeeld voor werk rond HIV/AIDS. Zijn heiligverklaring werd erkend door president Barack Obama.

Zijn naam leeft voort in tal van instellingen en organisaties. Verscheidene klinieken en centra in het hele land die zich richten op patiënten met HIV/AIDS dragen zijn naam. Ook een kapel in St. Thomas the Apostle Hollywood, een Episcopaalse parochie, is naar hem genoemd. Daarnaast bestaan onder meer de Damien The Leper Society, de Damien House in Ierland, Saint Damien Advocates, Damien High School in Southern California, Saint Damien Elementary School in Calgary en Damien Memorial School in Hawaii. In Edmond, Oklahoma werd in 2010 de St. Damien of Molokai Catholic Church ingewijd, en ook in Pontiac, Michigan is er een St. Damien-parochie in het katholieke aartsbisdom Detroit.

Scroll naar boven