Andrée De Jongh werd geboren in Schaarbeek in België tijdens de Eerste Wereldoorlog en was de jongere dochter van Frédéric de Jongh en Alice Decarpentrie. Ze volgde een opleiding tot verpleegster en werd later commercieel artieste in Malmedy. Voor haar verpleegkundige inzet liet ze zich inspireren door Edith Cavell. Toen de Duitsers België binnenvielen en bezetten, was zij 23 jaar oud.
Na de Duitse inval verhuisde De Jongh naar Brussel. Daar werd ze vrijwilliger bij het Rode Kruis en verzorgde ze gevangen genomen geallieerde troepen. Ze organiseerde veilige huizen voor Britse soldaten, bezorgde hen burgerkleding en valse identiteitsbewijzen, en bezocht zieke en gewonde militairen om contact te leggen met beheerders van die onderduikadressen. In het voorjaar van 1941 organiseerde ze samen met Henri de Bliqui en Arnold Deppè een groep vrienden om geallieerde soldaten uit België te helpen ontsnappen. Die groep werd aanvankelijk de DDD’s genoemd en groeide uit tot de Comet Line, de grootste ontsnappings- en evasielijn in de Tweede Wereldoorlog. In juni 1941 werkte ze met Arnold Deppé aan smokkelroutes naar Zuidwest-Frankrijk en kwam ze in contact met Elvire de Greef, bekend als ‘Tante Go’.
- Hoe werd Andrée De Jongh later erkend en herdacht?
- Hoe zag de vroege levensfase van Andrée De Jongh eruit?
- Hoe begon Andrée De Jongh met het helpen van geallieerde militairen en hoe groeide dat uit tot de Comet Line?
- Hoe verliep de tocht van Andrée De Jongh naar Spanje en haar eerste contact met de Britse autoriteiten?
- Hoe hielp Andrée De Jongh geallieerde vliegeniers ontsnappen via Frankrijk en Spanje?
- Hoe verliep de arrestatie van Andrée De Jongh en wat waren de gevolgen van haar gevangenschap?
- Wat deed Andrée De Jongh na de oorlog, en welke onderscheidingen kreeg zij later?
- Wanneer en waar overleed Andrée De Jongh, en waar werd zij begraven?
Erkenning en nalatenschap
In 1985 werd Andrée De Jongh door de koning van België tot gravin gemaakt. Haar daden inspireerden ook meerdere boeken, films en televisieshows, of werden daarin beschreven. Daarmee bleef haar naam niet alleen verbonden aan haar eigen verdiensten, maar ook aan de manier waarop haar verhaal later werd verteld en doorgegeven.
Vroege leven en opleiding
Andrée De Jongh werd geboren in Schaarbeek, in België, tijdens de Eerste Wereldoorlog. Zij was de jongere dochter van Frédéric de Jongh en Alice Decarpentrie. In haar opleiding volgde zij een verpleegkundige training en later werd zij commercieel kunstenaar in Malmedy. Voor haar verpleegkundige inzet liet zij zich inspireren door Edith Cavell. Toen de Duitsers België binnenvielen en bezetten, was De Jongh 23 jaar oud.
Van Brusselse hulp naar de Comet Line
Na de Duitse inval en bezetting van België in mei 1940 verhuisde Andrée De Jongh naar Brussel. Daar werd zij vrijwilliger bij het Rode Kruis en hielp zij gevangen genomen geallieerde militairen. Ze organiseerde een reeks veilige huizen voor Britse soldaten in Brussel, zorgde voor burgerkledij en valse identiteitsbewijzen, en bezocht zieke en gewonde soldaten om contact te leggen met de beheerders van die onderduikadressen.
In de lente van 1941 stelde zij samen met Henri de Bliqui en Arnold Deppè een groep vrienden samen om geallieerde soldaten te helpen België te ontvluchten. Die groep noemde ze eerst de DDDs, naar de familienamen van de betrokkenen. Later was zij medeoprichter van de Comet Line, die uitgroeide tot de grootste ontsnappings- en ontsnappingslijn van de Tweede Wereldoorlog.
De groep werd echter al vroeg geïnfiltreerd door Prosper Dezitter, een Belgische collaborateur met de Duitsers. In april 1941 leidde die infiltratie tot de arrestatie en executie van Henri de Bliqui. Toch bleef De Jongh verder werken aan ontsnappingsroutes. In juni 1941 hielp zij Arnold Deppè bij het vinden van smokkelroutes van België naar Zuidwest-Frankrijk en kwam zij in contact met Elvire de Greef en haar familie, die hielpen bij het oversteken van de grens. Elvire de Greef stond bekend als Tante Go.
In juli 1941 maakten De Jongh en Deppè hun eerste poging om met tien Belgen en Frederique Dupuich de Spaanse grens over te steken. Zij slaagden erin de Pyreneeën aan de Frans-Spaans grens over te steken, maar lieten de mensen die zij begeleidden vervolgens aan hun lot over en keerden terug naar België. Daarna arresteerde de Spaanse politie tien Belgen en Miss Richards, terwijl drie Belgische soldaten door de Spaanse politie in Frankrijk aan de Duitsers werden overgedragen.
Van Anglet naar Bilbao
In augustus begeleidde de oprichter van de Comet Line een groep mensen samen met Deppé en De Jongh. Deppé koos daarbij voor een kortere, gevaarlijkere route met zes mannen, terwijl De Jongh met drie mannen een langere, meer landelijke en veiligere weg volgde. Deppé en zijn groep werden later door de Duitsers gearresteerd nadat een verklikker hen had verraden, en hij bleef voor de rest van de oorlog gevangen. De Jongh bereikte daarentegen veilig het huis van de familie de Greef in Anglet. Vervolgens stak zij met een Baskische smokkelaar als gids de grens naar Spanje over. Samen met een Britse soldaat en twee Belgische vrijwilligers verscheen zij daarna in het Britse consulaat in Bilbao.
De reis van De Jongh en haar gezelschap liep grotendeels per trein van Brussel naar Bayonne en daarna te voet over de Pyreneeën door het Baskische land. De oprichter van de Comet Line besefte intussen dat het belangrijk was om voor toekomstige exfiltraties een relatie op te bouwen met het Britse consulaat in Bilbao. De Britse diplomaten reageerden aanvankelijk sceptisch. De Jongh beloofde echter extra Britse soldaten en piloten te helpen exfiltreren, in ruil voor Britse betaling van de kosten. Zij vroeg 6.000 Belgische frank en 1.400 Spaanse peseta per geënterneerde geallieerde vliegenier of soldaat, een bedrag dat overeenkwam met het equivalent van 8.000 dollar in 2025 per persoon. Na drie weken van twijfel en wantrouwen gingen de Britse autoriteiten akkoord met haar voorwaarden. De Jongh wees alle Britse aanbiedingen af, behalve financiële steun, en verwierp ook pogingen van de Britse en Belgische regering in ballingschap om de Comet Line te controleren of te sturen. Van de Britse agent Donald Darling kreeg zij de codenaam Postman.
Werk langs de ontsnappingsroute
Na de arrestatie van Arnold Deppé in augustus 1941 werd duidelijk dat België voor de ontsnappingslijn onveilig was. Andrée De Jongh werkte en woonde daarna in Parijs en Valenciennes. Haar vader Frederic nam in België een deel van de leiding op zich, terwijl Jean-François Nothomb haar in Parijs assisteerde.
De Jongh ontving geallieerde vliegeniers uit Brussel en bracht hen onder in veilige huizen in Frankrijk. Van daaruit begeleidde ze hen per trein naar Bayonne of naar andere steden dicht bij de Spaanse grens. Vervolgens trok ze met hen te voet over de Pyreneeën naar Spanje. Na het oversteken van de grens droeg ze de betrokkenen over aan de Britten. In San Sebastián ontmoette ze de Britse diplomaat Michael Creswell, van wie ze geld en boodschappen kreeg voor de uitgaven en de communicatie van de Comet Line.
In oktober 1941 begeleidde ze een groep van drie vliegeniers, in november opnieuw drie, en in december twee groepen met samen elf mannen. In 1942 zette ze die activiteiten op gelijkaardige schaal voort. Tussen 1941 en 1942 maakte ze 16 tot 24 keer de heen- en terugreis om neergehaalde vliegeniers over de grens te brengen. In totaal hielp ze ongeveer 118 personen, vooral vliegeniers. Tijdens haar terugkeer naar Parijs versterkte ze veilige huizen en medewerkers langs de route. De nodige uitgaven werden betaald, al kregen de meeste leden van de Comet Line geen vergoeding.
Arrest en gevangenschap
In januari 1943 begeleidde Andrée De Jongh drie Britse luchtmachtmannen per trein van Parijs naar Saint-Jean-de-Luz. Daarna liepen zij twee uur in de regen naar het dorp Urrugne in Frans Baskenland, samen met de Baskische gids Florentino Goikoetxea, een smokkelaar die door de politie aan beide kanten van de grens werd gezocht. In Urrugne kwamen zij aan in het veilige huis van Frantxia Usandizanga. Het plan was om daarna verder te gaan tot aan de grens, maar de rivier de Bidasoa stond blank. Daarom brachten De Jongh, de drie luchtmannen en Usandizanga de nacht door in het huis, terwijl Goikoetxea elders verbleef.
Op 15 januari 1943 werden zij gearresteerd door tien Duitse soldaten. De Jongh was waarschijnlijk verraden door een landarbeider, Donato. Na haar arrestatie werd zij eerst naar de gevangenis van Fresnes in Parijs gestuurd. Later volgden deportatie naar Ravensbrück en Mauthausen. Tijdens haar gevangenschap werd zij negentien keer ondervraagd door de Abwehr en twee keer door de Gestapo. Om haar vader te beschermen, verklaarde zij onder verhoor dat zij de leider van de Comet Line was. De Duitsers onderschatten haar en zagen haar als een onbelangrijke hulp binnen de verzetslijn.
Zelfs in Ravensbrück verborg zij haar identiteit toen de Gestapo naar haar zocht. Haar afwezigheid in de leiding werd intussen opgevangen door Jean Greindl en Antoine d'Ursel, die de werking van de Comet Line verderzetten. Toen zij in april 1945 door de oprukkende geallieerden werd bevrijd, was zij ernstig ziek en ondervoed. Haar vader, Frédéric de Jongh, werd op 7 juni 1943 in Parijs gearresteerd en op 28 maart 1944 geëxecuteerd. De drie luchtmannen overleefden de oorlog in krijgsgevangenenkampen. In de zomer van 1945 dook De Jongh opnieuw op bij Donald Darling's Paris Awards Office, in kampuniform. Haar gezondheid bleef daarna haar hele leven aangeslagen door haar ervaringen in de concentratiekampen.
Na de oorlog en latere erkenning
Na de oorlog voltooide Andrée De Jongh haar verpleegkundige studies. Daarna werkte zij in leprozerieën in Belgisch Congo, Kameroen, Addis Abeba in Ethiopië en Senegal. In Addis Abeba maakte de Royal Air Force een ongeplande tussenstop om haar naar België te brengen, waarna zij opnieuw naar Ethiopië werd teruggebracht. Zij keerde later samen met collega Thérèse de Wael in slechte gezondheid terug naar België.
In 1959 ontmoette zij de Engelse romanschrijver Graham Greene in een leprozerie in Coquilhatville. Greene noteerde haar oorlogservaringen in zijn dagboek, dat in 1961 werd gepubliceerd. Op zijn vraag antwoordde De Jongh dat zij al vanaf haar vijftiende melaatsen wilde genezen.
Voor haar oorlogsinspanningen ontving zij meerdere onderscheidingen. Zij kreeg de United States Medal of Freedom met gouden palmen, de Britse George Medal op 13 februari 1946, werd Chevalier in het Franse Légion d'honneur en Chevalier in de Orde van Leopold, en ontving het Belgische Oorlogskruis met palm. Daarnaast kreeg zij de ererang van luitenant-kolonel in het Belgisch leger. In 1985 verhief koning Boudewijn haar tot gravin in de Belgische adel.
Overlijden en begrafenis
Andrée De Jongh overleed op 13 oktober 2007 in de Cliniques universitaires Saint-Luc in Woluwe-Saint-Lambert, Brussel. Zij was op dat moment 90 jaar oud. De uitvaartplechtigheid vond plaats in de Abdij van Ter Kameren in Elsene, Brussel. Daarna werd zij bijgezet in de crypte van haar ouders op de begraafplaats van Schaarbeek.