Léon Spilliaert werd geboren op 28 juli 1881 in Oostende en overleed op 23 november 1946 in Brussel. Hij was een Belgische schilder en tekenaar, en zijn werk combineert Symbolisme en Expressionisme. Spilliaert bracht het grootste deel van zijn leven door in Oostende, een voormalige koninklijke badplaats aan de Belgische Noordzeekust. Zijn oeuvre wordt vaak gekenmerkt door donkere thema's, en door gevoelens van angst en eenzaamheid. Ook zijn zee- en strandgezichten tonen vaak een onherbergzame, sombere omgeving.
Spilliaert was de zoon van Leonhard-Hubert Spilliaert en Leonie Jonckheere. Zijn vader werkte als kapper en maakte parfum, en Spilliaert hielp mee bij het ontwerpen van flacons en etiketten. Dankzij die parfumzaak vergaarde de familie een zekere welstand en verhuisde zij naar de Kapellestraat, de belangrijkste winkelstraat van Oostende. Spilliaert was vaak ziek en volgde onderwijs aan het Onze-Lieve-Vrouwecollege. In 1899 begon hij aan de kunstacademie in Brugge, maar hij verliet die al na drie maanden, in januari 1900. Daarna ontwikkelde hij zijn artistieke repertoire als autodidact. In 1900 bezocht hij samen met zijn vader de Wereldtentoonstelling in Parijs.
- Welke thematiek en sfeer kenmerken het werk van Léon Spilliaert?
- Hoe kwam Léon Spilliaert uit een welgestelde familie?
- Hoe ontwikkelde Léon Spilliaert zich van student en zelftijder tot een kunstenaar met zijn eerste tentoonstellingen en belangrijke contacten?
- Wat gebeurde er met Léon Spilliaert tijdens de Eerste Wereldoorlog en in zijn privéleven?
- Hoe verliepen Léon Spilliaerts leven en carrière tussen 1917 en 1944?
- Welke sfeer en beeldtaal kenmerken Spilliaerts bekendste werken Digue la nuit en Clair de Lune et lumières?
- Hoe ontwikkelde Léon Spilliaert zijn zelfportretten tussen 1902 en 1909?
- Welke tentoonstellingen werden aan Léon Spilliaert gewijd?
Thematiek en omgeving
Léon Spilliaert was een Belgische schilder en tekenaar die het grootste deel van zijn leven in Oostende doorbracht. Die stad was een voormalige koninklijke badplaats aan de Belgische Noordzeekust, en ze vormde duidelijk de omgeving waarin hij leefde en werkte. Zijn werk combineert Symbolisme en Expressionisme, met een sterke nadruk op donkere thema's. Angst en eenzaamheid komen er vaak in terug. Ook zijn voorstellingen van zee en strand tonen meestal een onherbergzame, kale plek, waardoor de kust bij Spilliaert eerder leeg en dreigend dan uitnodigend aanvoelt.
Familie en jeugd
Léon Spilliaert was de zoon van Leonhard-Hubert Spilliaert en Leonie Jonckheere. Zijn vader werkte als kapper en produceerde parfum. Spilliaert hielp zijn vader bij het ontwerpen van flacons en etiketten voor dat parfum. Dankzij deze parfumhandel werd zijn vader hofleverancier van de Belgische koning Leopold II. De familie verwierf daardoor welvaart.
Opleiding, contacten en eerste tentoonstellingen
De familie van Léon Spilliaert verhuisde naar de Kapellestraat, de hoofdwinkelstraat van Oostende. Omdat hij vaak ziek was, volgde hij les aan het Onze-Lieve-Vrouwecollege. In 1899 begon hij aan de kunstacademie in Brugge, maar in januari 1900 verliet hij die al na drie maanden. Daarna ontwikkelde hij zijn artistieke repertoire als autodidact.
In 1900 bezocht hij samen met zijn vader de Wereldtentoonstelling van Parijs. Daar zag hij werk van symbolisten zoals Jan Toorop, Giovanni Segantini, Ferdinand Hodler, Gustav Klimt, Aubrey Beardsley en Walter Crane. Van 1902 tot 1904 werkte hij voor de Brusselse uitgever en kunstverzamelaar Edmond Deman, al verliep die samenwerking moeizaam. In 1904 trok hij naar Parijs en nam hij, met een aanbevelingsbrief van Deman, contact op met de Belgische dichter Émile Verhaeren. Beiden werden goede vrienden. Aan het einde van 1904 keerde hij terug naar Oostende.
Voor zijn eerste tentoonstelling werd op 14 juli 1908 al over hem bericht in de krant Le Carillon. Hij nam deel aan de zomertentoonstelling in het Kursaal van Oostende en aan het voorjaarssalon van Jean De Mot in Brussel in 1909. Tussen 1909 en 1910 had hij een zolderatelier met uitzicht op de haven van Oostende. In 1912 exposeerde hij in Brussel in de salons Doe stil voort, Le Sillon en Galerie Georges Giroux, en in Parijs bij Henri Vandeputte.
Oorlogsjaren en gezinsleven
Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog werd Léon Spilliaert opgeroepen voor de Garde Civique. Die Garde Civique werd in 1914 ontbonden. Op 23 december 1916 huwde hij met Rachel Vergison. Een jaar later, op 15 november 1917, werd hun dochter Madeleine geboren. Madeleine overleed in 2005.
Brussel, terugkeer naar Oostende en latere jaren
In 1917 verhuisde de familie naar Brussel, waar ze tot 1922 bleef wonen. In 1920 sloot Spilliaert zich aan bij de groep Sélection Atelier d’Art Contemporain. Twee jaar later keerde hij met zijn familie terug naar Oostende. Daar woonde hij tot 1932 in verschillende appartementen. Vanaf 1932 vestigde hij zich aan de Poststraat 1, vlak bij het Leopoldpark. De kenmerken van dat park kwamen vaak terug in zijn schilderijen. In 1930 nam hij deel aan de onthulling van het monument voor schilder James Ensor in Oostende. In 1932 kende de Belgische staat hem een reisbeurs toe. Hij trok daarop samen met zijn dochter naar Italië, Zwitserland en Oostenrijk. In 1935 verhuisde hij opnieuw met zijn familie naar Brussel, ditmaal voor de studies van Madeleine aan het Koninklijk Conservatorium. In 1937 werd hij lid van Les Compagnons de l’Art. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog weigerde hij zijn werken in Duitsland tentoon te stellen. In 1944 presenteerde het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel een grote retrospectieve van zijn werk.
Bekende werken en sfeer
Volgens Werke behoren Digue la nuit en Clair de Lune et lumières tot de bekendere werken van Léon Spilliaert, en beide worden tentoongesteld in het Musée d’Orsay in Parijs. Werke typeert het grootste deel van Spilliaerts oeuvre als claustrofobisch, vreemd en elegisch van sfeer. Dat komt duidelijk naar voren in Digue la nuit, dat in 1908 ontstond. In dit werk verwijdert Spilliaert naturalistische kenmerken uit het landschap om een sterke stilering te bereiken. De plaats die wordt afgebeeld, wordt volledig omgevormd zodat zij een mentale toestand weerspiegelt. Het landschap roept daarbij gevoelens op van eenzaamheid, geheimzinnigheid en hallucinatie.
Ook Clair de Lune et lumières, gedateerd rond 1909, sluit aan bij die bijzondere beeldwereld. Voor de compositie gebruikt Spilliaert de colonnade en arcaden van de gevel van het Kursaal, 'Ballsaal auf dem Deich', in Oostende. Werke stelt dat het werk de onheilspellende verandering van architectuur bij nacht vastlegt, samen met een gevoel van vervreemding door kunstlicht. Daarnaast wijst Werke op invloeden van Van Gogh in de kosmische en metafysische trekken van dit werk. In de receptie van het werk wordt ook een associatie met Starry Night opgeroepen.
Zelfportretten en zelfonderzoek
Volgens Werke lag de nadruk van Spilliaert tussen 1902 en 1909 op complexe, introspectieve zelfportretten. Een opvallend voorbeeld is zijn zelfportret uit 1903, Portrait de l’artiste par lui-même. Werke beschrijft dit werk als een dramatische zelfstaging, met spookachtige figuren op de achtergrond en een getormenteerd gezicht in driekwartstand. Dat portret wordt door Werke ook gezien als een prototype voor latere driekwartportretten.
Tentoonstellingen rond Ostende en Spilliaert
In 2006 werd in Ostende een tentoonstelling met werken van Spilliaert gehouden, met motieven uit de havenstad. Die tentoonstelling kreeg de titel Brise d’Ostende en werd getoond in de Venetiaanse Galerij op de zeedijk. Van 22 september 2006 tot 3 februari 2007 liep ook een uitgebreide tentoonstelling in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in Brussel. Later, van 22 oktober 2023 tot 3 maart 2024, presenteerde het Clemens Sels Museum Neuss werken van Spilliaert en George Minne onder de titel Gewagte Visionen – George Minne und Léon Spilliaert. Vom Symbolismus zum Expressionismus.