Soeur Emmanuelle

Portret van zuster Emmanuelle in 2003
Portret van zuster Emmanuelle in 2003

Soeur Emmanuelle, geboren als Madeleine Cinquin op 16 november 1908 in Brussel, was een katholieke non van de congregatie Onze-Lieve-Vrouw van Sion. Ze was de dochter van een Belgische moeder en een Franse vader en had zowel de Belgische als de Franse nationaliteit. In 1991 kende de Egyptische president Hosni Mubarak haar ook de Egyptische nationaliteit toe.

Na haar intrede in de orde Notre-Dame de Sion nam zij de religieuze naam Emmanuelle aan, waaronder zij ook in de media bekend werd. Zij verwierf grote bekendheid door haar liefdadigheidswerk, vooral in Egypte, waar zij zich inzette voor de armste mensen. Daardoor werd zij vaak omschreven als de ‘kleine zuster van de voddenrapers’ of de ‘kleine zuster van de armen’. Jarenlang stond zij in populariteitspeilingen in Frankrijk op de eerste plaats — een opvallende positie voor een non. Zij was ook auteur van tal van boeken en overleed op 20 oktober 2008 in Callian, Frankrijk, op honderdjarige leeftijd.

Van Madeleine Cinquin tot Emmanuelle: identiteit en bekendheid

De vrouw die de wereld zou kennen als Soeur Emmanuelle droeg bij haar geboorte de naam Madeleine Cinquin. Zij trad toe tot de religieuze orde Notre-Dame de Sion en koos bij haar intrede op 6 mei 1929 de naam Emmanuelle, een Hebreeuwse naam die letterlijk ‘God met ons’ betekent. Die naam zou haar internationale herkenbaarheid bepalen.

Onder de naam Emmanuella werd zij een van de bekendste Franstalige persoonlijkheden van de twintigste eeuw. Jarenlang stond zij in populariteitspeilingen in Frankrijk op de eerste plaats — een opmerkelijk gegeven voor een non die het grootste deel van haar actieve leven in Egypte doorbracht. Haar bekendheid steunde op concrete daden: decennia lang werk in de armste wijken van Cairo, tientallen gepubliceerde boeken, en een aanwezigheid in de media die haar menselijke warmte weerspiegelde.

Zoals experts in sociale solidariteit benadrukken, is het uitzonderlijk dat iemand zonder politiek mandaat of institutionele macht jarenlang de meest populaire persoon van een land kan zijn — Soeur Emmanuelle bereikte dat louter op basis van haar engagement en persoonlijkheid.

Haar dubbele Belgisch-Franse nationaliteit weerspiegelde haar internationale roots. Dat zij in 1991 bovendien de Egyptische nationaliteit ontving van president Hosni Mubarak, toonde aan hoe diep zij geworteld was geraakt in het land waar zij decennialang had gewerkt.

Jeugd, familiegeschiedenis en religieuze roeping

Soeur Emmanuelle groeide op in een welgestelde familie die actief was in de textielindustrie. Haar vader was een Fransman afkomstig uit Calais, haar moeder een Belgische vrouw uit Brussel. Via de vader van haar grootmoeder, met de familienaam Dreyfus, had zij ook Joodse wortels — een gegeven dat haar latere keuze voor de naam Emmanuelle, een Hebreeuwse naam, extra kleur geeft.

In haar vroege jaren reisde zij regelmatig tussen Parijs, Londen en Brussel. De ingrijpendste gebeurtenis uit haar jeugd vond plaats in 1914: haar vader verdronk nabij Oostende. Zij beschreef dat verlies later als het moment waarop haar religieuze roeping ontwaakte — niet als een vrome abstractie, maar als een concrete, pijnlijke omslag in haar leven.

Zij ambieerde een studie aan de Katholieke Universiteit van Leuven, maar haar moeder verzette zich daartegen. Een familiebekende wees haar vervolgens de weg naar het klooster van Notre Dame de Sion in Londen. Op 6 mei 1929 trad zij daar binnen. Na filosofische en theologische studies legde zij op 10 mei 1931 haar geloften af. De naam Emmanuelle die zij bij haar intrede koos, betekent in het Hebreeuws ‘God met ons’ — een bewuste keuze die haar spirituele overtuiging weerspiegelde.

Onderwijscarrière: van Istanbul over Tunis naar Alexandrië

Vóór haar bekende werk in de Cairootse sloppenwijken was Soeur Emmanuelle decennialang actief als lerares, op drie continenten en in sterk uiteenlopende contexten.

Zij begon haar onderwijscarrière in Turkije, waar zij lesgaf aan een school voor jonge meisjes in een arme wijk van Istanbul. Tijdens die periode liep zij tyfus op. Na haar herstel hield zij een lezing over Suleiman de Grote die de schooldirectrice, Mother Elwira, zo trof dat zij haar aanmoedigde om rijke en invloedrijke meisjes les te geven. Soeur Emmanuelle gaf les aan het Lycée Notre Dame de Sion in Istanbul.

Na het overlijden van de overste van het klooster werd zij overgeplaatst naar Tunis. Van 1954 tot 1959 gaf zij er les aan meisjes met een Franse achtergrond die in Tunesië woonden. De context van de nakende Tunesische onafhankelijkheid maakte die periode emotioneel zwaar: zij had moeite zich aan te passen aan haar rol, en begon er te lijden aan een depressie. Na drie jaar werd zij opnieuw naar Turkije teruggeroepen.

Van 1964 tot 1971 gaf zij les aan het Collège de Sion in Alexandrië, Egypte. Het was in die periode dat zij steeds meer aangetrokken werd tot de armste bevolkingslagen, met name de meisjes uit de arme wijk Bacos. Uiteindelijk nam zij de beslissing om het filosofieonderwijs te verlaten en haar leven volledig in dienst te stellen van de allerarmsten — een radicale keuze die haar leven voorgoed zou bepalen.

Periode Locatie Instelling / Activiteit
1929–1954 Istanbul, Turkije Lycée Notre Dame de Sion
1954–1959 Tunis, Tunesië Onderwijs aan Franse gemeenschap
1959–1964 Istanbul, Turkije Terugkeer na Tunesische periode
1964–1971 Alexandrië, Egypte Collège de Sion

Leven en werk bij de vuilnisrapers in Cairo

In 1971 wilde Soeur Emmanuelle in Cairo leprozen helpen, naar het voorbeeld van de Belgische missionaris pater Damian. Dat plan moest zij opgeven om administratieve redenen: het lazaret bevond zich in een militaire zone en was daardoor ontoegankelijk. Zij zocht een alternatief en vond het in de meest letterlijke betekenis: zij verhuisde naar Ezbet-Al-Nakhl, een wijk van vuilnisophalers in Cairo, en begon er te leven tussen de mensen wier bestaan gebouwd was op afval van anderen.

Samen met lokale kerken werkte zij aan een gemeenschap en startte zij projecten rond gezondheid, onderwijs en sociale bescherming. Die initiatieven verbeterden de leefomstandigheden van de vuilnisophalers aantoonbaar.

In 1976 ontmoette zij Sarah Ayoub Ghattas, overste van de Orthodox Koptische kerkorde Daughters of Mary uit Béni-Souef. Met de toestemming van bisschop Athanasios sloot Sarah Ayoub Ghattas zich bij haar aan in Ezbet-Al-Nakhl en deelde zij haar kleine, bescheiden appartement. Het jaar daarop publiceerde Soeur Emmanuelle haar eerste boek, Chiffonnière avec les chiffonniers (1977). In 1978 reisden zij samen naar de Verenigde Staten om fondsen in te zamelen voor hun werk.

In 1980 openden zij samen het Salam Center, dat werd ingehuldigd door de vrouw van president Sadat — een erkenning die het werk zichtbaar maakte op het hoogste niveau. In de jaren daarna richtte Soeur Emmanuelle klinieken, scholen, kindertuinen, opleidingscentra en sociale clubs op.

  • 1982: Leiding over de gemeenschap van de wijk Mokattam, waar drieëntwintigduizend mensen op een stort leefden.
  • 1984: Bouw van woningen voor vijf arme families buiten de vuilnisbelt; oprichting van meerdere verdiepingen tellende schuilplaatsen.
  • Doorheen de jaren 1980: Aanleg van water- en elektriciteitsaansluitingen in arme wijken, bouw van huizen en een compostfabriek.
  • 1985: Verhuizing naar de wijk Meadi Tora, gevolgd door werk in Khartoem (Sudan), waar zij huizen, scholen, landbouwscholen en klinieken liet bouwen.
  • 1991: President Hosni Mubarak verleent haar de Egyptische nationaliteit als erkenning voor haar werk.
  • 1993: Op vraag van de orde verlaat zij definitief Egypte en keert zij terug naar Frankrijk.

Haar persoonlijke uitstraling speelde een cruciale rol in het aantrekken van middelen: door haar directe aanwezigheid en communicatieve kracht slaagde zij erin donaties los te weken die structurele verbeteringen mogelijk maakten in wijken die de overheid grotendeels negeerde.

Sociale inzet na terugkeer naar Frankrijk

Na haar definitieve terugkeer naar Frankrijk in 1993 bleef Soeur Emmanuelle sociale solidariteit actief uitdragen. Zij trok scholen in en organiseerde conferenties om jongeren aan te zetten tot maatschappelijk engagement. In Fréjus werkte zij samen met de vereniging Friends of Paola ten behoeve van daklozen. Zij gaf ook richting aan de vereniging die zij zelf had opgericht, door haar uitgekristalliseerde principes voor sociale actie door te geven.

Samen met haar nicht Sofia Strip-River schreef zij in die periode ook nieuwe boeken, waarmee zij haar jarenlange ervaringen op papier bleef vastleggen en een breed publiek bereikte.

Hoewel zij vanaf 1993 woonde in het rusthuis van de orde van Notre-Dame de Sion in Callian (Var), bleef zij actief tot op hoge leeftijd — een bewijs van een gedrevenheid die niet stopte aan de grens van Egypte of aan de grens van de ouderdom.

Officiële onderscheidingen in België en Frankrijk

De maatschappelijke impact van Soeur Emmanuelle werd in de loop van haar leven ook officieel erkend door de hoogste staatsinstellingen van zowel Frankrijk als België.

Datum Land Onderscheiding Toegekend door
1 januari 2002 Frankrijk Commandeur in het Legioen van Eer President Jacques Chirac
2005 België Grootofficier in de Kroonorde Belgische staat
31 januari 2008 Frankrijk Grootofficier van het Legioen van Eer President Nicolas Sarkozy

De toekenning van de rang van Grootofficier van het Legioen van Eer in januari 2008 — minder dan een jaar voor haar overlijden in oktober van datzelfde jaar — was bijzonder symbolisch: het was een erkenning die zij ontving op een moment dat zij al honderd jaar oud was en haar actieve leven achter de rug had.

Afscheid, uitvaart en herdenkingen

Soeur Emmanuelle overleed op 20 oktober 2008 in Callian, in de Var, waar zij sinds 1993 in het rusthuis van haar orde had gewoond. Zij was honderd jaar oud. Enkele maanden voor haar dood had zij zelf de liturgische teksten en liederen voor haar uitvaartmis gekozen — een laatste daad van regie die haar karakter typeerde.

Overeenkomstig haar eigen wil werd zij op 22 oktober 2008 begraven op het kerkhof van Callian. Diezelfde dag vond de uitvaartmis plaats in de Notre-Damekathedraal in Parijs. Op 23 oktober werd zij herdacht in een plechtige mis in de kathedraal Sint-Michiel en Sint-Goedele in Brussel.

Koning Albert II van Coburg, prins Laurent en prinses Claire woonden de uitvaartceremonie bij. Tijdens de plechtigheid zong een Belgisch koor waarvan de meeste leden deel uitmaakten van de vereniging Vrienden van Zuster Emmanuella — een teken van de brede volkse aanhankelijkheid die zij had opgebouwd.

Postuum gepubliceerde memoires

Soeur Emmanuelle had haar memoires meer dan twintig jaar lang laten bewerken en verfijnen. Zij koos er bewust voor deze niet tijdens haar leven te publiceren. Op 23 oktober 2008 — drie dagen na haar overlijden — verschenen ze onder de titel Confessions of a Nun.

De timing van de publicatie — vrijwel onmiddellijk na haar dood — gaf haar levensverhaal een postume voltooiing. De memoires boden lezers een directere en persoonlijkere blik op de vrouw achter het publieke imago: haar twijfels, haar keuzes en de drijfveren die haar meer dan een halve eeuw lang in beweging hielden.

Scroll naar boven