Albert II van België werd geboren in het Château du Stuyvenberg te Laken als tweede zoon van koning Leopold III en koningin Astrid. Bij zijn geboorte droeg hij de titel prins van Luik. Hij was de jongere broer van groothertogin Joséphine-Charlotte en Boudewijn, en het laatste nog levende kind van Leopold III en Astrid. Na de dood van zijn moeder in 1935 maakte hij een onrustige jeugd mee. In 1940 keerden Albert II en de koninklijke kinderen na een korte ballingschap vanuit Spanje terug naar België, waarna zij onder het gezag van graaf Gatien du Parc Locmaria werden geplaatst. In 1944 werd hij op bevel van Himmler naar Saksen en vervolgens Oostenrijk gedeporteerd; in 1945 werd hij daar bevrijd door het Amerikaanse leger. De koninklijke familie leefde vervolgens vijf jaar in ballingschap in Pregny, Zwitserland, en keerde in 1950 terug naar België. Albert II huwde Paola Ruffo di Calabria in Brussel in 1959, en samen vestigden zij zich op Château du Belvédère. Het echtpaar kreeg drie kinderen: Philippe, Astrid en Laurent. Van 1962 af was hij erevoorzitter van het Belgian Foreign Trade Office. In 1993 volgde hij zijn broer Boudewijn op als zesde koning der Belgen en op 21 juli 2013 deed hij afstand van de troon.
- Hoe verliepen de jeugd en het vroege leven van Albert II van België?
- Hoe ontwikkelde Albert II zich van economische vertegenwoordiger tot koning en bemiddelaar?
- Hoe verliepen de jeugdjaren van Albert II, van zijn geboorte tot zijn terugkeer naar België?
- Hoe leidde de blijvende invloed van Leopold III tot kritiek op koning Boudewijn?
- Welke militaire, representatieve en openbare functies vervulde Albert II van België vóór zijn troonsbestijging?
- Hoe ondersteunde Albert II via het Prins Albert Fonds jonge Belgische professionals?
- Hoe verliep het huwelijk van Albert II met Paola Ruffo di Calabria en welke kinderen kregen zij?
- Hoe oefende Albert II zijn rol uit tijdens politieke crisissen en maatschappelijke dossiers?
- Welke belangrijke staatsbezoeken bracht Albert II van België aan China, India en Congo?
- Hoe verliep de abdicatie van Albert II en wat volgde daaruit?
- Welke onderscheidingen en eerbewijzen ontving Albert II van België tijdens en rond zijn regeerperiode?
Jeugd, familie en eerste levensjaren
Albert II van België werd geboren in het Château du Stuyvenberg in Laken en kreeg bij zijn geboorte de titel prins van Luik. Hij was de tweede zoon van koning Leopold III en koningin Astrid, en de jongere broer van groothertogin Joséphine-Charlotte en Baudouin. Na de dood van zijn moeder, koningin Astrid, in 1935 maakte hij ingrijpende familieomstandigheden mee. In 1940 keerden Albert II en de andere koninklijke kinderen na een korte ballingschap terug van Spanje naar België. Samen met hen werd hij onder het gezag geplaatst van graaf Gatien du Parc Locmaria. In 1944 werd hij op bevel van Himmler naar Saksen en vervolgens naar Oostenrijk gedeporteerd, waar hij in 1945 door het Amerikaanse leger werd bevrijd. Tijdens de koningskwestie leefde hij met de koninklijke familie vijf jaar in ballingschap in Pregny, Zwitserland, waarna de familie in 1950 terugkeerde naar België.
Van economische diplomatie tot koning
Vanaf 1962 was Albert II van België erevoorzitter van het Belgisch Bureau voor de Buitenlandse Handel. In die functie voerde hij meer dan honderd economische missies uit over de hele wereld. Daarbij ontmoette hij staatshoofden, onder wie president Kennedy en de keizer van Japan. Ook in België bezocht hij regelmatig bedrijven. Naast zijn economische activiteiten hield hij zich bezig met milieuzaken en nam hij deel aan internationale conferenties. Hij leidde de Belgische delegatie naar de VN-Conferentie over het Leefmilieu van 1972 in Stockholm.
Na het onverwachte overlijden van koning Boudewijn werd Albert II in 1993 de zesde koning der Belgen. Op 9 augustus 1993 legde hij voor de Kamers de eed af in het Nederlands, Frans en Duits. Hij was de eerste vorst van de Belgische federale staat en wilde samenwerking bevorderen tussen het federale niveau, de gewesten en de gemeenschappen. In de periode 2007 tot 2011 trad hij meermaals op als bemiddelaar tijdens politieke crisissen in België. Tegelijk promootte hij België internationaal via talrijke staatsbezoeken en ontvangsten. Op 3 juli 2013 maakte hij zijn beslissing tot abdicatie bekend, en op 21 juli 2013, de Belgische nationale feestdag, deed hij afstand van de troon. Daarna werd zijn oudste zoon Filip, hertog van Brabant, de zevende koning der Belgen.
Jeugd, oorlog en ballingschap
Albert II van België werd geboren in het château du Stuyvenberg, op het domein van Laken, en droeg bij zijn geboorte de titel prins van Luik. Hij was de tweede zoon van koning Leopold III en koningin Astrid, en had een oudere zus, Joséphine-Charlotte, en een oudere broer, Baudouin. Zijn eerste naam kreeg hij van zijn grootvader koning Albert I. Op 5 december 1934 werd hij gedoopt in de koninklijke Sint-Jacob-op-Koudenbergkerk in Brussel. Zijn peter was prins-gemaal Félix de Bourbon-Parme van Luxemburg, zijn meter was prinses Ingeborg van Denemarken, zijn grootmoeder langs moederszijde.
Na de dood van koningin Astrid bij een verkeersongeval in Küssnacht in Zwitserland op 29 augustus 1935 keerde koningin Elisabeth, weduwe van koning Albert I en grootmoeder langs vaderszijde, meteen terug uit Napels. Zij vestigde zich met koning Leopold III en diens kinderen in het château de Laeken en wijdde daarna meer tijd aan Albert II en zijn siblings. In 1939 deden geruchten de ronde dat Albert II niet kon spreken, maar koning Leopold III liet hem datzelfde jaar de openingsspeech uitspreken op de internationale tentoonstelling over watertechnologie in Luik.
Bij het begin van de Tweede Wereldoorlog in België op 10 mei 1940 vluchtte Albert II met zijn familie van De Panne naar het château de Montal in de Lot in Frankrijk. Later ontkwamen zij ook naar Spanje om de Duitse invasie te vermijden. Leopold III gaf zich op 28 mei 1940 over in Laken, en op 7 juni 1940 keerden Albert II en de koninklijke kinderen terug naar België. Albert II was een zoon van koning Leopold, die later hertrouwde met Lilian Baels, prinses van Réthy. Albert II en zijn broer Baudouin onthaalden hun stiefmoeder en noemden haar 'moeder'.
Als kind woonde Albert II niet permanent in het Château de Laeken. Hij bracht het grootste deel van zijn tijd door in het Château de Ciergnon onder gouverneur graaf Gatien du Parc de Locmaria. Tot 1944 had hij zijn eigen gouvernante, Maria Kruyfhooft. Op de dag van de landing in Normandië was hij tien jaar oud en had hij de mazelen. Na de overbrenging van Leopold naar Duitsland op bevel van Reichsführer-SS Heinrich Himmler werd Albert II van zijn vader gescheiden. Albert II, zijn siblings, prinses Lilian, twee koninklijke medewerkers en drie bedienden werden met het tweede konvooi uit België gedeporteerd. Van de zomer tot het einde van de winter van 1944-1945 verbleef het gezin gevangen in de burcht Hirschstein bij Dresden in Saksen. Daarna werden zij overgebracht naar Strobl bij Salzburg in Oostenrijk, waar zij herenigd werden met koning Leopold, die zelf gevangen bleef. België was in 1944 bevrijd en de regering-Pierlot vertrouwde het regentschap toe aan prins Karel. Albert II en zijn familie werden bij hun vrijlating bevrijd door Amerikaanse troepen en bleven in Oostenrijk onder toezicht van Amerikaanse soldaten tot 1945.
De invloed van Leopold III
De aanwezigheid van voormalig koning Leopold III in België blijft verdeeldheid veroorzaken. De Belgische socialistische oppositie wil dat Leopold III en Lilian België verlaten, terwijl de Christelijke Volkspartij de aanwezigheid van Leopold III in het land steunt. Koning Boudewijn vereert zijn vader Leopold III, die volgens de feiten nog altijd echte politieke invloed uitoefent. Die invloed heeft ook gevolgen voor de internationale betrekkingen. Zo weigert Boudewijn aanwezig te zijn op de begrafenis van koning George VI, wat als een affront voor Londen wordt beschouwd en ingaat tegen het Belgische buitenlands beleid. Zowel de Franse als de Britse pers bekritiseren zijn afwezigheid. Ook de Belgische krant Le Soir veroordeelt Boudewijn omdat hij zijn vader steunt tegen de overleden Britse koning, en schrijft dat Leopold III, ondanks formele garanties, niet heeft afgezien van regeren via tussenkomst.
Militaire loopbaan en openbare functies
Albert II van België begon op achttienjarige leeftijd zijn militaire dienst bij de Belgische marine. Hij werd op een ongespecificeerde datum bevorderd tot aspirant en legde drie dagen later de eed af op de Place d'Armes d'Oostende. Nadien volgden verschillende bevorderingen: in 1954 werd hij enseigne de vaisseau, in 1957 lieutenant de vaisseau, in 1959 capitaine de frégate, in 1964 capitaine de vaisseau en in 1971 commodore. In 1952 vertegenwoordigde hij de Belgische koninklijke familie in Londen. Sinds 1955 was hij ook peter van Henri, de eerste zoon van prinses Joséphine-Charlotte en groothertog Jean van Luxemburg, en hij was peter van Esmeralda, dochter van de koning en prinses Lilian.
Naast zijn militaire loopbaan nam Albert II verschillende openbare functies op zich. In 1954 werd hij voorzitter van de algemene raad van de Caisse générale d'épargne et de retraite (CGER) en voorzitter van het Institut national pour l'étude agronomique du Congo belge. In 1958 werd hij voorzitter van de algemene raad van de Croix-Rouge de Belgique en werd hij senator van rechtswege. Tot 1964 was hij erevoorzitter van het Comité olympique et interfédéral belge (COIB). In 1962 aanvaardde hij het erevoorzitterschap van het Office belge du commerce extérieur.
Hij voerde tot aan zijn troonsbestijging meer dan honderd economische missies uit over de hele wereld. In dat verband ontmoette hij in 1963 de Amerikaanse president John Kennedy, in 1970 keizer Hirohito van Japan en in 1993 de Chinese president Jiang Zemin. Tijdens een economische missie naar Congo ontving hij ook een boodschap van president Mobutu, die zijn wens uitsprak om de betrekkingen met België te vernieuwen. Dat bezoek moedigde Mobutu aan om België te bezoeken, als eerste officieel bezoek van een Congolese staatshoofd aan België sinds 1960.
Albert II hield zich daarnaast bezig met milieubeheer, met aandacht voor stedenbouw, huisvesting, natuurbehoud en monumentenzorg. Hij zat talrijke internationale conferenties over milieubeheer en bescherming voor, of nam er aan deel. In 1969 vroeg de Raad van Europa hem om de Europese Ministeriële Conferentie over de bescherming van het cultureel en architecturaal erfgoed voor te zitten. Ook leidde hij de Belgische delegatie op de Conferentie van de Verenigde Naties over het Milieu in Stockholm.
Het Prins Albert Fonds
In 1984 richtten de Federatie van Belgische Ondernemingen en de Koning Boudewijnstichting het Prins Albert Fonds op, dat elk jaar beurzen toekent. Het fonds ondersteunt jonge Belgische professionals die zich willen toeleggen op export en internationale ondernemerservaring. De beurzen worden vaak gebruikt voor ervaringen in China, Singapore of New York.
Huwelijk en gezin
Albert II vertegenwoordigde de Belgische koninklijke familie bij de inhuldiging van de paus in het Vaticaan. Tijdens een receptie op de Belgische ambassade ontmoette hij Paola Ruffo di Calabria, op wie hij vervolgens ten huwelijk vroeg. De officiële aankondiging van hun aanstaande huwelijk werd in het koninkrijk bekendgemaakt.
De voorbereiding van het huwelijk veroorzaakte heel wat controverse. Voormalig koning Leopold bracht de paus op de hoogte van het verzoek om het huwelijk van Albert II te laten voltrekken, zonder eerst de regering van Gaston Eyskens te raadplegen. Daarmee werd de constitutionele rol van de regering omzeild, wat in Belgische politieke kringen tot verontwaardiging leidde. Kardinaal Joseph-Ernest Van Roey stelde in een herderlijke brief dat een Vaticaans huwelijk wettelijk was. Uiteindelijk besliste de paus dat het huwelijk van Albert II en Paola in Brussel moest worden gevierd.
Albert II trouwde met Paola Ruffo di Calabria in Brussel op 2 juli 1959. Paola kwam uit een Italiaanse vorstelijke familie en was het jongste van zeven kinderen van prins Fulco Ruffo di Calabria en prinses Luisa Maria Gazelli di Rossana e di San Sebastiano. Na een huwelijksreis van twee maanden op de Balearen vestigde het paar zich in het château du Belvédère.
Het echtpaar kreeg drie kinderen: Philippe, geboren op 15 april 1960, Astrid, geboren op 5 juni 1962, en Laurent, geboren op 19 oktober 1963. Op 4 december 1965 werd een wet aangenomen waardoor Albert II een toelage ontving om zijn representatieopdrachten financieel te ondersteunen.
Regering, crisis en maatschappelijke betrokkenheid
Albert II regeerde over een federale staat met een nieuwe, gecoordineerde grondwet. Hij zag het als zijn voornaamste rol om het akkoord tussen het federale niveau, de drie Gewesten en de drie taalgemeenschappen te stimuleren en te ondersteunen. Aan het begin van zijn regeerperiode bracht hij, naast de Joyeuses Entrees, bezoeken aan de regionale entiteiten en de taalgemeenschappen van het koninkrijk.
Tijdens de Dutroux-affaire in 1996 en daarna engageerden de koning en het koninklijk paar zich persoonlijk door de ouders van vermiste kinderen een week lang te ontvangen. Albert II hield vervolgens kritische toespraken over politie en justitie, zonder de regering daartegen in het nauw te brengen. Hij pleitte ook voor de oprichting in Brussel van een Europees centrum voor vermiste en seksueel uitgebuite kinderen; in 1998 werd koningin Paola erevoorzitster van dat centrum.
In een latere politieke crisis stelde Albert II zich duidelijk op aan de zijde van de bevolking en beriep hij zich op zijn grondwettelijke rol door te waarschuwen voor oncooperatieve Belgische politici. Hij zette zich vastberaden in om de crisis op te lossen en te verhinderen dat Belgie zou uiteenvallen in Vlaamse en Waalse entiteiten. Die crisis werd afgesloten met de benoeming van de socialist Elio Di Rupo tot eerste minister op 6 december 2011.
Doorheen zijn hele regeerperiode ontving of inviteerde Albert II nooit vertegenwoordigers van extreemrechts. Elk jaar zat hij ook de plechtigheid aan de Kolom van het Congres voor. Daarnaast verleende hij hoge bescherming aan patriottische verenigingen, zoals het Belgisch Nationaal Herdenkingscomite en de Koninklijke Belgische Bond der Krijgsveteranen.
Staatsbezoeken aan China, India en Congo
In 2005 bracht Albert II op uitnodiging van president Hu Jintao een staatsbezoek aan China. Ook bezocht hij India, waar het staatsbezoek elf dagen duurde. In de zomer van 2010 reisden Albert II en de koningin op uitnodiging van president Kabila naar Congo. Dat was het eerste Belgische koninklijke bezoek sinds 1959. Het bezoek viel samen met de viering van de 50ste verjaardag van de Congolese onafhankelijkheid en markeerde het einde van een diepe diplomatieke crisis uit 2009, met behoud van de permanente dialoog tussen België en Congo.
Abdicatie en nasleep
Vanaf 2010 deden geruchten de ronde dat Albert II zou aftreden ten gunste van kroonprins Philippe. Op 3 maart 2013 wees de krant Le Soir al op een mogelijke abdicatie, maar pas op 21 juli 2013 kondigde Albert II die officieel aan. Hij ondertekende de akte van abdicatie op de Belgische Nationale Feestdag en beëindigde daarmee bijna 20 jaar regeerperiode. Philippe volgde hem op dezelfde dag op door voor de Verenigde Kamers de eed af te leggen.
Albert II was daarmee de tweede koning der Belgen die afstand deed van de troon, na Leopold III. Zijn abdicatie was bovendien de eerste vrijwillige abdicatie in België sinds 1831. In de Belgische pers kreeg zijn regering nadien veel lof, vooral om zijn verantwoordelijkheid tijdens ernstige politieke crisissen. Le Soir prees zijn scherpe gevoel voor verantwoordelijkheid in crisissituaties, terwijl La Libre Belgique schreef dat hij een sterke, moedige en warme regeerperiode belichaamde.
Na zijn troonsafstand bleef Albert II de titel van "Zijne Majesteit Koning Albert" dragen. Een koninklijk besluit van 21 augustus 2013 bepaalde ook dat afgetreden vorsten het koninklijk wapen moeten voeren met een rood label van drie pendants. Daarnaast ontvangt hij een jaarlijkse levenslange toelage die bij wet is vastgelegd en door de regering wordt voorgesteld; die toelage omvat een belastbaar salaris en middelen voor personeel en werkingskosten.
In dezelfde periode bleven ook andere elementen uit zijn publieke leven in de aandacht. Albert II was eigenaar van een Porsche Cayenne en verschillende BMW-modellen, en hij bezocht regelmatig het Autoworld-museum in het Jubelpark in Brussel. Voor verplaatsingen in het geniep gaf hij de voorkeur aan motorfietsen op Belgische wegen. Hij had BMW- en Honda-motorfietsen, en kocht in 2010 een Honda GL. Zijn mobiliteit werd ook meermaals belemmerd door valpartijen, onder meer een in Zuid-Frankrijk in 2002.
Onderscheidingen en eerbewijzen
Tijdens zijn regeerperiode was Albert II van België grootmeester van vijf orden. Hij werd ook tot ridder geslagen in de Oostenrijkse Orde van het Gulden Vlies in 1962, toegekend door aartshertog Otto von Habsburg, en in de Spaanse Orde van het Gulden Vlies in 1994, toegekend door koning Juan Carlos.
Daarnaast ontving hij verschillende eredoctoraten. In 1961 kreeg hij een eredoctoraat van de Katholieke Universiteit Leuven. In 1962 volgde een eredoctoraat van de Faculteit Ingenieurswetenschappen van Bergen. Later werd hij ook geëerd door Saint Louis University in Baguio City, in de Filipijnen, door de Universiteit Gent in 1988, door de Vrije Universiteit Brussel in 1994, door de Katholieke Universiteit van Bergen in 1997 en door de Universiteit Luik in 2001.
Zijn naam leeft ook voort in meerdere eerbetonen. In Brussel werd in 1999 de Boulevard du Roi Albert II aangelegd. Verder zijn er de Boulevard du Prince de Liège in Anderlecht en de Prince de Liège-straat in Luik. In Kinshasa ligt het Lycée Prince de Liège, waarvan Albert II in 1969 de eerste steen legde. Ook het Institut Albert II aan de Saint-Luc Universitaire Klinieken behandelt oncologische en hematologische aandoeningen. Zijn beeltenis verscheen bovendien op munten en bankbiljetten in Belgische frank en euro tussen 1993 en 2013, en op verschillende reeksen Belgische postzegels tijdens zijn regeerperiode.