Anne Teresa De Keersmaeker werd geboren in Mechelen, België, en groeide op in Wemmel met twee zussen. Haar vader was boer en haar moeder professor. Na haar middelbare studies in Brussel volgde zij fluit en begon zij op tienjarige leeftijd met danslessen. Zij kreeg klassieke balletlessen aan de École Lilian Lambert in Brussel, waar zij Michèle Anne De Mey en Thierry De Mey ontmoette. Van 1978 tot 1980 studeerde zij aan de École Mudra, waar zij lessen volgde bij Fernand Schirren, die van groot belang was voor haar inzicht in muzikale analyse, structuur en ritme. Daar ontmoette zij ook Fumiyo Ikeda. In het begin van de jaren 1980 vestigde zij haar reputatie door de band tussen dans en muziek te vernieuwen. In 1983 richtte zij de compagnie Rosas op en ontwikkelde er een eigen choreografische taal met meer dan zestig choreografieën. Van 1992 tot 2007 leidde zij de choreografie aan de Muntschouwburg in Brussel. In 1995 richtte zij P.A.R.T.S. op, een internationaal erkende dansschool. Zij ontving ook de Praemium Imperiale in Japan, als tweede Belgische persoonlijkheid na Pierre Alechinsky in 2018.
- Hoe bouwde Anne Teresa De Keersmaeker haar internationale reputatie op?
- Hoe verliep de jeugd en opleiding van Anne Teresa De Keersmaeker?
- Hoe bouwde Anne Teresa De Keersmaeker haar vroege succes op als choreografe?
- Welke instellingen ondersteunden de gezelschapsproducties van Anne Teresa De Keersmaeker?
- Hoe ontwikkelde het werk van Anne Teresa De Keersmaeker zich rond muziek, geometrie en haar gezelschap Rosas?
- Welke filmversies werden er gemaakt van haar werk voor het gezelschap?
- Hoe ontwikkelde het werk van Anne Teresa De Keersmaeker zich tussen 2004 en 2020?
Rosas en internationale erkenning
Anne Teresa De Keersmaeker, geboren in Mechelen, is een Vlaamse Belgische danseres en choreografe die uitgroeide tot een sleutelfiguur in de Belgische en internationale hedendaagse dans. In het begin van de jaren 1980 vestigde zij haar naam door de band tussen dans en muziek te vernieuwen. In 1983 richtte zij de dansgroep Rosas op, waarvoor zij meer dan zestig choreografieën ontwikkelde en een eigen choreografische taal uitbouwde. Van 1992 tot 2007 leidde zij de choreografie van de Muntschouwburg in Brussel. In 1995 stichtte zij P.A.R.T.S., een internationaal erkende school voor hedendaagse dans. Voor haar werk ontving zij in Japan de Praemium Imperiale, ook wel de Nobelprijs van de kunsten genoemd, en zij was na Pierre Alechinsky in 2018 de tweede Belgische persoonlijkheid die deze onderscheiding kreeg.
Jeugd en opleiding
Anne Teresa De Keersmaeker groeide op in Wemmel, België, samen met twee zussen. Haar vader was landbouwer en haar moeder professor. Ze volgde haar middelbare studies in Brussel en beoefende ook fluit. Op tienjarige leeftijd nam ze haar eerste danslessen. Daarna volgde ze klassieke balletlessen aan de École Lilian Lambert in Brussel, waar ze Michèle Anne De Mey en Thierry De Mey ontmoette.
Van 1978 tot 1980 studeerde ze aan de École Mudra. Daar volgde ze lessen bij Fernand Schirren, die een essentiële rol speelde in haar vorming in muzikale analyse, structuur en ritme. Aan dezelfde school ontmoette ze ook Fumiyo Ikeda. Vervolgens studeerde ze twee jaar aan de Tisch School of the Arts van de Universiteit van New York met een beurs van de Belgische Stichting voor Beroepsvorming. Tijdens die periode volgde ze ook lessen aan de Experimental Theater Wing en de afdeling Performance Studies.
Vroege choreografieën en doorbraak
Op twintigjarige leeftijd maakte Anne Teresa De Keersmaeker haar eerste choreografie, *Asch*, voor twee dansers. Haar choreografische taal werd mee beïnvloed door de fase-muziek van Steve Reich, zoals die haar werd aangereikt door Thierry De Mey. In 1982 volgde haar doorbraak met *Fase*, een duo geïnspireerd op de composities *Violin Phase*, *Piano Phase* en *Come Out* van Steve Reich. Het stuk groeide later uit tot een essentieel werk binnen het hedendaagse repertoire en werd vijfentwintig jaar nadien nog door De Keersmaeker zelf uitgevoerd. In 1983 richtte zij Compagnie Rosas op. Datzelfde jaar maakte zij in het Théâtre de La Balsamine in Brussel *Rosas danst Rosas*, een werk voor vier dansers in vier bewegingen dat verwijst naar Gertrude Stein. Het stuk werd ook gepresenteerd op het Festival van Avignon. Zowel *Fase* als *Rosas danst Rosas* kregen sterke steun van Hugo De Greef, de oprichter van het Kaaitheater.
Institutionele steun en internationale coproducties
Hugo De Greef hielp De Keersmaeker toegang te krijgen tot institutionele financieringsnetwerken. Daarnaast werden haar gezelschapsproducties mede-geproduceerd en geprogrammeerd door meerdere internationale instellingen, waaronder het Théâtres de la Ville in Parijs, het Hebbel Theater in Berlijn, het Festival van Avignon en de Brooklyn Academie voor Muziek in New York. Deze samenwerkingen versterkten de institutionele verankering en de internationale verspreiding van haar werk.
Muziek, geometrie en oprichting van Rosas
Het werk van Anne Teresa De Keersmaeker hangt nauw samen met een radicaal gebruik van muziek als primaire drager voor de choreografie. Haar dans ontwikkelt zich volgens strikte geometrieën van podium en klank, zoals cirkels en spiralen. Tijdens de voorstellingen speelt Ensemble Ictus vaak live mee, waardoor de muzikale structuur rechtstreeks aanwezig is in de uitvoering. Haar werk confronteert daarbij muzikale structuren uit een breed historisch spectrum, van oude tot hedendaagse muziek.
In 1983 richtte De Keersmaeker samen met Michèle Anne De Mey, Fumiyo Ikeda en Adriana Boriello de Compagnie Rosas op. In hetzelfde jaar maakte zij Elena's Aria, een stuk waarin teksten uit Oorlog en vrede, De driestuiversopera en De idioot werden verwerkt. Die teksten werden door de dansers voorgelezen en vervingen tijdelijk de muziek als een dansgebaar. In 1988 verdedigde Gérard Mortier haar stuk Ottone Ottone, dat door De Munt in Brussel werd geprogrammeerd.
In 1992 werd De Keersmaeker door directeur Bernard Foccroulle gekozen als residentiegezelschap bij De Munt. Drie jaar later, in samenwerking met De Munt, richtte zij P.A.R.T.S. op, de Performing Arts Research and Training Studios. Daarbij kreeg zij de medewerking van Fernand Schirren als ritmeleerkracht. Vanaf 1995 verwerkte zij ook video’s, zoals Erwartung, in haar voorstellingen. In de daaropvolgende jaren creëerde zij onder meer de pure dansstukken Drumming (1998) en Rain (2001), en trad zij in Once (2002) alleen op het podium op, op muziek van Joan Baez.
Filmversies van choreografieën
Voor de twintigste verjaardag van het gezelschap maakte Thierry De Mey in 2002 een filmversie van *Fase*. Twee jaar later, in 2004, realiseerde hij een originele film rond de tien delen van *Counter Phrases*. Deze filmprojecten tonen hoe De Keersmaekers choreografieën ook buiten de scène een eigen vorm kregen.
Nieuwe creaties en institutionele erkenning
In 2004 regisseerde Anne Teresa De Keersmaeker in het Festival van Aix-en-Provence de opera Hanjo van Toshio Hosokawa. Sinds het begin van de jaren 1980 werden soberheid en een ogenschijnlijke droogheid al als kenmerkend voor haar artistieke identiteit gezien. In 2008 zette ze een creatieve verschuiving in met The Song, een werk dat draaide rond stilte, geluidseffecten, scenische ruimte, licht en beweging van het lichaam. Daarna volgden verschillende belangrijke creaties en hernemingen. In 2010 en 2011 stelde ze op het Festival van Avignon een choreografisch tweeluik voor, samengesteld uit En attendant en Cesena. In 2011 overtuigde directrice Brigitte Lefèvre het Ballet van de Parijse Opera om Rain van Anne Teresa De Keersmaeker in hun repertoire op te nemen. In hetzelfde seizoen was ze artist in residence in het Centro Cultural de Belém in Lissabon. In 2015 creëerde ze op uitnodiging van curator Elena Filipovic Work/Travail/Arbeid in kunstcentrum Wiels in Brussel, een museale performance met veertien dansers en zes muzikanten die negen dagen duurde. Een nieuwe editie volgde in 2016 in het Centre Pompidou in Parijs. In 2017 maakte ze ook een werk voor vijf dansers op basis van de cellosuites van Bach, samen met Jean-Guihen Queyras. In 2018 werd ze in Parijs geportretteerd door het Festival d’Automne, met voorstellingen, ontmoetingen en een participatieve performance. In 2019 choreografeerde ze op vraag van Vlaams regisseur Ivo van Hove een nieuw stuk voor de Broadway-herneming van West Side Story. In 2020 creëerde ze, bijna zestig jaar oud, een nieuwe solochoreografie op de Goldbergvariaties van Bach, begeleid door Pavel Kolesnikov op piano.