Antoine Wiertz

Zelfportret van Antoine Wiertz in zijn atelierkledij
Zelfportret van Antoine Wiertz in zijn atelierkledij

Antoine Joseph Wiertz (1806-1865) was een Belgische schilder, beeldhouwer, lithograaf en kunstschrijver. Hij werd geboren in Dinant als zoon van Louis-François Wiertz en Catherine Disière. Al op jonge leeftijd toonde hij talent voor tekenen, modelleren en houtsnijden. Paul de Maibe merkte dit talent op en hielp hem in 1820 een plaats te krijgen aan de kunstacademie van Antwerpen.

Wiertz werd bekend om religieuze, historische en allegorische werken, evenals portretten. Zijn kunst werd aanvankelijk beïnvloed door Pieter Paul Rubens en Michelangelo. Naast deze thema’s maakte hij ook enkele erotische en macabere werken. Zijn oeuvre liep vooruit op het Belgische symbolisme. Hoewel hij door eigentijdse kunstcritici werd afgewezen, kreeg hij steun van de jonge Belgische staat, die hem hielp bij de bouw van zijn persoonlijke atelier en woning in Brussel. Daar leefde en werkte hij als kluizenaar aan zijn kunst en geschriften. Die woning en dat atelier zijn nu het Wiertz Museum.

Atelier, woning en literaire arbeid

De nieuwe Belgische staat steunde Antoine Wiertz en hielp hem bij de bouw van zijn persoonlijke atelier en woning in Brussel, de plek die tegenwoordig bekendstaat als het Wiertzmuseum. In die ruimte werkte hij als een teruggetrokken figuur aan zijn kunst en zijn geschriften. Die afzondering paste bij de manier waarop hij zich op zijn werk richtte, terwijl zijn tijdgenoten hem vaak met weinig waardering ontvingen. Ondanks die afwijzing bleef de staat hem ondersteunen.

Wiertz werd oorspronkelijk beïnvloed door Pieter Paul Rubens en Michelangelo. In zijn oeuvre ontwikkelde hij zich tot een kunstenaar die religieuze, historische en allegorische werken maakte, naast portretten. Hij vervaardigde ook enkele erotische en macabere werken. Zijn werk wordt gezien als vooruitwijzend naar het Belgische symbolisme. Als schilder, beeldhouwer, lithograaf en kunstschrijver liet hij daarmee een veelzijdig en eigenzinnig parcours na.

Jeugd en afkomst

Antoine Wiertz werd geboren in Dinant als zoon van Louis-François Wiertz en Catherine Disière. Zijn vader, Louis-François Wiertz, werd in 1782 geboren in Rocroi. Hij diende als soldaat in het leger van Napoleon I en was van 1814 tot 1822 brigadier bij de militaire politie van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Zijn moeder, Catherine Disière, werd geboren in Leffe en leefde van 1768 tot 1844.

Opleiding en vroege reizen

Reeds op jonge leeftijd toonde Antoine Wiertz talent voor tekenen, modelleren en houtsnijden. Paul de Maibe merkte zijn aanleg voor de plastische kunsten op en hielp hem in 1820 aan een plaats op de Antwerpse kunstacademie, waar Wiertz toen veertien jaar oud was. Vanaf 1821 ontving hij van koning Willem I van Nederland een jaarlijkse toelage. Aan de academie kreeg hij onder meer les van Mattheus Ignatius van Bree en Willem Jacob Herreyns, die in de achttiende eeuw de laatste volgeling van Peter Paul Rubens was. Wiertz bewonderde op de academie vooral het oeuvre van Rubens.

In 1828 behaalde hij de tweede prijs in de Prix de Rome van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Tussen november 1829 en mei 1832 verbleef hij in Parijs, waar hij portretten schilderde om in zijn levensonderhoud te voorzien. Hij bestudeerde er de oude meesters in het Louvre en bewonderde opnieuw de werken van Rubens, maar had weinig waardering voor de toenmalige Franse meesters David, Géricault en Girodet. In 1832 won hij de eerste Prix de Rome van België en gebruikte het prijzengeld van 10.000 frank om naar Rome te reizen. Van mei 1834 tot februari 1837 was hij aangesloten bij de Franse Academie in Rome. Na zijn terugkeer uit Rome vestigde hij zich samen met zijn moeder in Luik.

De strijd om het lichaam van Patroklos

Tijdens zijn verblijf in Rome werkte Antoine Wiertz aan «Grieken en Trojaanse helden vechten om het lichaam van Patroklos». Hij voltooide het werk in 1836. In 1837 stelde hij het tentoon in Antwerpen. Het jaar daarop diende hij het in voor de Parijse Salon van 1838, maar het kwam te laat aan en werd geweigerd.

Parijse salon van 1839 en kritiek

Op het Parijse salon van 1839 toonde Antoine Wiertz onder meer *Patrocles*, *Mevrouw Laetitia Bonaparte op haar sterfbed*, *De fabel van de drie wensen — de onstilbaarheid van de mens* en *Christus in het graf*. Zijn inzending wekte weinig belangstelling bij het publiek en riep bij de critici vooral sarcasme op. Charles Baudelaire noemde Wiertz later een beruchte poseur, charlatan, idioot en dief die niet kan tekenen. Die beoordeling zou de toon zetten voor de manier waarop zijn werk in de twintigste eeuw werd ontvangen. Wiertz liet zich in het pamflet *Brussel, hoofdstad van de provincies Parijs* bitter uit over de kunstcritici en over Parijs.

Twee versies van Patrocles

In 1844 schilderde Antoine Wiertz een tweede versie van "Patrocles", op grotere schaal dan de eerste versie uit 1836. De versie van 1836 meet 3,85 bij 7,03 meter en bevindt zich in het Museum van Waalse Kunst in Luik. De versie van 1844 meet 5,20 bij 8,52 meter en wordt bewaard in het Wiertzmuseum in Brussel.

Latere werk en artistieke vernieuwing

Antoine Wiertz schilderde in 1841 Het vallen van de opstandige engelen op een gebogen doek van 11,53 bij 7,93 meter. Zijn rijpere werk kreeg nationale erkenning in België en hij werd tot Ridder in de Leopoldsorde benoemd. Na de dood van zijn moeder in 1844 verliet hij in 1845 Luik om zich definitief in Brussel te vestigen. In 1847 schilderde hij Schoonheid en Dood, twee jonge meisjes (De mooie Rosine).

In deze periode ontwikkelde Wiertz een eigen matte schildertechniek, waarbij hij de gladheid van de olieverf combineerde met de dofheid van de fresco. Hij gebruikte daarvoor een mengsel van kleuren, terpentijn en petroleum op doek. Met die techniek schilderde hij in 1853 De homerische slag. De gebruikte chemicaliën veroorzaakten echter een langzame aantasting van zijn werken, beïnvloedden de kritische ontvangst van zijn kunst en hebben mogelijk bijgedragen aan zijn vroege dood.

In de jaren 1850 maakte Wiertz ook schilderijen met sociale en filosofische thema’s, waaronder Honger, waanzin en misdaad (1853), De lezer van romans (1853), Zelfmoord (1854), De voortijdige begrafenis (1854) en Het laatste schot (1855). Daarnaast was hij portretschilder en maakte hij zelfportretten op verschillende leeftijden. Tussen 1860 en 1862 werkte hij aan de pleisterreeks De vier leeftijden van de mens, die voor het Wiertzmuseum in marmer werd gereproduceerd door Auguste Franck.

Wiertz werd vooral beïnvloed door Rubens en de late Michelangelo. Zijn monumentale schilderijen bewegen zich tussen klassiek academisme en schreeuwerige romantiek, en zijn werk werd vaak als art pompier bespot. Toch wees zijn beeldtaal vooruit naar het symbolisme en een vorm van surrealisme, stromingen die in de Belgische schilderkunst een belangrijke rol zouden spelen.

Latere jaren en nalatenschap

In zijn latere jaren onderhandelde Antoine Wiertz met de Belgische regering om zijn laatste atelier om te vormen tot een museum voor zijn werken. Hij liet de Belgische staat ook grond aankopen en de bouw financieren van een grote zaal voor monumentale werken. Uiteindelijk schonk hij al zijn werken aan de Belgische staat, op voorwaarde dat ze in het atelier zouden blijven. Wiertz stierf er ook zelf. Zijn stoffelijk overschot werd gebalsemd volgens oude Egyptische begrafenisrituelen en bijgezet in een grafkelder op het gemeentelijke kerkhof van Elsene.

Een van zijn latere werken, het standbeeld De Triomf van het Licht, bevond zich ooit op Mount Olympus in San Francisco. Het werd in 1887 door Adolf Sutro aan San Francisco aangeboden. Door gebrek aan zorg en onderhoud raakte het beeld in verval en tegen het midden van de jaren 1950 was het verdwenen. In San Francisco bleven alleen de sokkel en de basis van het monument over.

Werken in de galerij

In de galerij zijn enkele werken van Antoine Wiertz opgenomen, waaronder *De jonge tovenares*, *Honger, waanzin, misdaad* uit 1853, *Rosine aan haar toilet* en *Allegorie met schedel*. Deze selectie geeft een beeld van de verschillende thema’s en motieven die in zijn werk voorkomen.

Scroll naar boven