Astrid van Zweden werd geboren op 17 november 1905 in het Arvfurstens Palats aan het Gustav Adolfs Torg in het centrum van Stockholm en overleed op 29 augustus 1935. Zij behoorde tot het Zweedse Huis Bernadotte en groeide op met haar twee oudere zussen, Margaretha en Märtha, en haar jongere broer Carl. Tot 1923 woonde zij met haar gezin in Byström's Villa op Djurgården; vakanties bracht zij vanaf 1909 door in Villa Fridhem bij Bråviken, nabij Norrköping. Haar opvoeding was streng en ging gepaard met weinig luxe. In november 1926 trouwde zij met koning Leopold III en kreeg daarbij de titel hertogin van Brabant. Later werd zij koningin der Belgen, een ambt dat zij uitoefende van 23 februari 1934 tot 1935. Als echtgenote van Leopold III was zij de eerste vrouw van de koning. Het echtpaar kreeg drie kinderen. Astrid zette zich vooral in voor liefdadigheidswerk rond vrouwen en kinderen. Onder haar kinderen werden haar dochter Joséphine-Charlotte groothertogin-gemalin van Luxemburg en werden haar twee zonen beide koning der Belgen. Haar zoon koning Albert II noemde zijn eerste dochter prinses Astrid van België naar haar. Zij was ook de zus van kroonprinses Märtha van Noorwegen, de echtgenote van de latere koning Olav V.
- Hoe werd Astrid van Zweden koningin van de Belgen en wat was haar rol in België?
- Hoe zag de jeugd en opleiding van Astrid van Zweden eruit?
- Hoe verliep Astrid van Zweden haar verloving en huwelijk met prins Leopold van België?
- Hoe kwam de tiara van Leopold bij de Belgische koninginnen terecht?
- Hoe verliepen de eerste jaren van Astrid van Zweden in België na haar aankomst?
- Hoe vulde Astrid van Zweden haar rol als koningin van de Belgen in na de dood van Albert I?
- Hoe kwam koningin Astrid om het leven?
- Hoe werd de herinnering aan koningin Astrid in België en Zwitserland levend gehouden?
- Hoe werd Queen Astrid herdacht en geëerd na haar leven?
- Hoe wordt Astrid van Zweden herdacht in monumenten en beelden?
Huwelijk en koninklijke rol
Astrid van Zweden werd geboren op 17 november 1905 en overleed op 29 augustus 1935. Zij was lid van het Zweedse Huis Bernadotte en werd in november 1926 de echtgenote van koning Leopold III. Na dat huwelijk kreeg zij de titel hertogin van Brabant. Later werd zij, als eerste echtgenote van koning Leopold III, koningin der Belgen. Zij bekleedde die functie van 23 februari 1934 tot 1935. In haar rol als vorstin richtte zij zich vooral op liefdadigheidswerk voor vrouwen en kinderen.
Astrid en Leopold kregen samen drie kinderen. Hun dochter Joséphine-Charlotte werd groothertogin-gemalin van Luxemburg. Hun twee zonen werden allebei koning der Belgen. Ook werd haar naam later in de familie herdacht: koning Albert II noemde zijn eerste dochter prinses Astrid van België naar haar. Astrid was bovendien de zus van kroonprinses Märtha van Noorwegen, de echtgenote van de latere koning Olav V.
Jeugd en opleiding
Astrid van Zweden werd geboren op 17 november 1905 in Arvfurstens Palats aan Gustav Adolfs Torg in het centrum van Stockholm. Zij had twee oudere zussen, Margaretha, prinses Axel van Denemarken, en Märtha, kroonprinses van Noorwegen, en een jongere broer, prins Carl Bernadotte, vroeger prins Carl van Zweden, hertog van Östergötland. Samen met haar zussen en broer groeide zij op in Byström's Villa op het eiland Djurgården in het centrum van Stockholm, tot 1923. Na 1909 bracht zij de vakanties door in de zomerresidentie van de familie, Villa Fridhem bij Bråviken, in de buurt van Norrköping. Zij kreeg een strikte opvoeding met weinig luxe. Astrid volgde onderwijs aan het Sint Botvid internaat, waar de lessen in het Frans werden gegeven. Daarna ging zij naar de afwerkschool Akerstrom-Soderstrom om naaien, piano, ballet en kinderzorg te studeren. Na haar opleiding werkte zij in een weeshuis in Stockholm, waar zij voor kinderen zorgde.
Verloving, huwelijk en huwelijksgeschenk
Astrid van Zweden werd genoemd als mogelijke bruid voor zowel de toekomstige Edward VIII van het Verenigd Koninkrijk als de toekomstige Olav V van Noorwegen. Uiteindelijk werd in september 1926 haar verloving met prins Leopold van België, hertog van Brabant, aangekondigd. Op 4 november 1926 trad zij in Stockholm burgerlijk met Leopold in het huwelijk. Enkele dagen later, op 10 november 1926, volgde het religieuze huwelijk in de Sint-Michiels- en Sint-Goedelekathedraal in Brussel. Na het burgerlijk huwelijk reisden Astrid en Leopold apart naar Antwerpen, waar zij elkaar opnieuw ontmoetten in België. Het religieuze huwelijk werd bijgewoond door een groot huwelijksgezelschap, met onder meer prinses Feodora van Denemarken en prinses Marie-José van België.
Als huwelijksgeschenk van de Belgische regering kreeg Astrid een tiara, gemaakt door de Belgische juwelier Van Bever. Deze tiara bestond uit een flexibele diamanten bandeau in een gestileerd Grieks sleutelmotief, bekroond met elf grote diamanten op spikes. De elf stenen stonden symbool voor de negen provincies van België en de voormalige Belgische kolonie Congo. Later liet Astrid nog een set diamanten bogen toevoegen om elke van de elf stenen te omsluiten. Na haar dood kwam de tiara in het bezit van koning Leopold. Zijn tweede echtgenote, Lilian, prinses van Réthy, droeg delen van de tiara, maar niet de volledige set juwelen.
De overgang van de tiara
Leopold deed afstand van de troon ten gunste van zijn zoon Baudouin. Toen Baudouin trouwde, gaf Leopold de tiara aan koningin Fabiola. Zij droeg de tiara op haar huwelijksdag. Na Baudouins dood gaf Fabiola de tiara door aan koningin Paola. Later schonk koningin Paola de tiara aan Mathilde, de nieuwe koningin der Belgen, nadat haar echtgenoot Albert afstand had gedaan van de troon.
Aankomst en nieuwe beginjaren
Na haar aankomst op de Insulinde bracht de hertogin van Brabant haar huwelijksreis door in Zuid-Frankrijk. Daarna trok zij in een vleugel van het Koninklijk Paleis van Brussel. Kort daarop begon zij Frans en Nederlands te leren. In België werd zij enthousiast onthaald om haar schoonheid, charme en eenvoud, en zij zette zich in om verschillende vormen van tegenslag te verlichten. Tijdens haar verblijf ontving zij in Surakarta van de regering van Nederlands-Indië ook een doos met een gouden kris. In 1930 bekeerde zij zich tot het katholicisme en vertelde dat aan een goede jeugdvriendin. Koning Albert I liet weten dat hij blij was met haar bekering. Later reisde zij in 1932 naar Azië en Congo. Foto's van haar bezoek aan de Nederlandse Oost-Indie werden gepubliceerd in het boek De Reis van Prins Leopold door Ned-Indie.
Koningin van de Belgen en sociale inzet
Na de dood van koning Albert I op 17 februari 1934 in Marche-les-Dames werd Astrid de nieuwe koningin der Belgen, als echtgenote van Leopold, die zelf koning van de Belgen werd. In datzelfde jaar kreeg het paar hun derde kind, Albert, genoemd naar zijn grootvader. Later volgde uit deze familielijn ook haar kleinzoon Philippe, de zoon van Albert en de huidige koning van de Belgen.
Als koningin besteedde Astrid veel aandacht aan haar kinderen, maar ook aan sociale kwesties. Zij maakte zich bijzonder zorgen over de situatie van vrouwen, kinderen en minderbedeelde mensen. In 1935 organiseerde zij via de Queen's Appeal een inzameling van kleding, geld en voedsel voor arme mensen. Daarnaast bezocht zij arme nederzettingen in België om de leefomstandigheden van nabij te zien.
Haar sociale belangstelling ging ook uit naar opleiding en zorg. Zij toonde interesse in de training van vrouwen in kinderzorg en gezondheidszorg, en ondersteunde ook de opleiding van jonge meisjes tot naaister.
Overlijden in Zwitserland
In augustus 1935 was Astrid aanwezig in Villa Haslihorn in Horw, aan de oever van het Meer van Luzern in Zwitserland. Op 29 augustus 1935 raakte haar auto van de weg en botste tegen een perenboom. Koningin Astrid, die zwanger was van haar vierde kind en 29 jaar oud, werd uit de wagen geslingerd en liep dodelijk letsel op toen zij met haar hoofd tegen de stam van een boom terechtkwam. Haar stoffelijk overschot werd bijgezet in de koninklijke grafkelder in de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Laken in Brussel.
Nalatenschap en herdenking
Volgens de Zwitserse historicus Legacy raakte koningin Astrid in België en Zwitserland verankerd in de volkscultuur. Enkele maanden na haar dood brachten pasgehuwden bloemen naar de plaats waar de koningin stierf. Ook elders kreeg haar naam een blijvende plaats: in het 8e arrondissement van Parijs werd een locatie naar haar geheugen genoemd. In Zwitserland werd op de plaats van het ongeval een gedenkkapel gebouwd, de Astridkapel. De Zwitserse regering stond het land een jaar na haar dood af aan België, en de kapel werd opgetrokken in de stijl van een Waalse plattelandskerk. Vandaag is die plek een bestemming voor Zweedse en Belgische toeristen. In een nabijgelegen museum worden afbeeldingen en herinneringsstukken bewaard, waaronder een scherf van de voorruit en de stam van de perenboom. Die perenboom viel om na een storm in 1992. Op verzoek van de koning werd de auto in het diepe deel van de Vierwaldstättersee gezonken. In België liet architect Paul Bonduelle in Laken een gedenkteken bouwen in late neoklassieke stijl. Dat monument werd ingehuldigd op 21 juli 1938 en kijkt uit op de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Laken, terwijl de achterkant naar het Paleis van Laken gericht is.
Nalatenschap en eerbetoon
Queen Astrid kreeg op meerdere plaatsen blijvende eerbewijzen. In 1938 nam het lokale Veterans' Front het initiatief voor een bronzen buste van Queen Astrid in Wisterzée Park in Court-Saint-Étienne, België. Het beeld werd gemaakt door de beeldhouwer Victor Rousseau. Ook elders bleef haar naam zichtbaar: Astrid Avenue in de Bogor Botanical Garden in Indonesië werd tijdens haar huwelijksreis in 1928 naar haar genoemd. Deze laan is versierd met canna lelies in verschillende kleuren.
Daarnaast werd haar naam doorgegeven aan verschillende nakomelingen. Vier afstammelingen kregen de naam Astrid ter ere van Queen Astrid: prinses Marie-Astrid van Luxemburg, prinses Astrid van België, prinses Marie-Astrid van Liechtenstein en aartshertogin Anna Astrid van Oostenrijk-Este. Ook prinses Astrid van Noorwegen, de nicht van Queen Astrid, kreeg die naam als eerbetoon. Koning Leopold III en Lilian Baels noemden hun dochter bovendien Princess Marie-Christine Daphné Astrid Élisabeth Léopoldine of Belgium naar Queen Astrid.
Herdenking en standbeelden
Astrid van Zweden wordt op meerdere plaatsen herdacht met monumenten en beelden. In Kortrijk staat een standbeeld van Astrid in een park dat naar haar is genoemd. In Laeken bevindt zich het Queen Astrid Memorial, ontworpen door architect Paul Bonduelle in 1938, met daarin ook een beeld van de koningin. In Court-Saint-Étienne is er een bronzen buste van de koningin, gemaakt door Victor Rousseau in 1938.