Caroline Lacroix

Portret van Caroline Lacroix, aristocrate uit de vroege 20e eeuw
Portret van Caroline Lacroix, aristocrate uit de vroege 20e eeuw

Caroline Lacroix werd geboren als Blanche Célia Joséphine Delacroix in Boekarest, Roemenië, en was van Franse afkomst. Zij werd beter bekend als Carolina Lacroix. Op 16-jarige leeftijd ontmoette zij koning Leopold II in Parijs, toen hij 65 jaar oud was. Op dat moment verdiende zij haar levensonderhoud met prostitutie. Uit hun ontmoeting groeide een relatie die duurde tot de dood van Leopold II in 1909. Tijdens die relatie gaf de koning haar grote sommen geld, landgoederen en geschenken, en verleende hij haar de adellijke titel barones de Vaughan. Door deze royale begunstiging was zij zeer onpopulair bij de Belgische bevolking en internationaal, zeker omdat Leopold II zelf steeds meer kritiek kreeg voor zijn optreden in de Congo-Vrijstaat. Haar inkomsten kwamen voornamelijk uit Congolese bronnen, waardoor zij de bijnaam ‘Koningin van Congo’ kreeg. Vijf dagen voor Leopolds dood trouwden zij in een kerkelijke ceremonie, maar dat huwelijk was volgens Belgisch recht ongeldig omdat er geen burgerlijk huwelijk kon plaatsvinden. Na zijn dood liet Leopold II haar verschillende eigendommen, luxevoorwerpen, Congolese obligaties en andere inkomstenbronnen na, waardoor zij multimiljonair werd.

Achtergrond en bekendheid

Caroline Lacroix werd geboren als Blanche Célia Joséphine Delacroix in Boekarest, Roemenië, als dochter van Jules Delacroix, die werkzaam was als conciërge in de Franse missie aldaar. Van afkomst was zij Frans. Later werd zij beter bekend onder de naam Caroline Lacroix. In de Belgische koningsgeschiedenis verwierf zij een blijvende — en omstreden — plaats als de beroemdste maîtresse van koning Leopold II. Haar naam is onlosmakelijk verbonden met een van de meest besproken persoonlijke relaties uit de negentiende-eeuwse Europese koningshuizen.

Zoals historici van de Belgische monarchie opmerken, was Caroline Lacroix niet enkel een privékwestie voor Leopold II: haar aanwezigheid raakte onvermijdelijk verstrengeld met zijn politieke nalatenschap en de internationale kritiek op zijn bewind in de Congo-Vrijstaat.

Vroege jaren

Over de vroege jeugd van Caroline Lacroix bestaan verschillende, soms tegenstrijdige versies. Haar geboortedatum en precieze achtergrond zijn niet eenduidig vastgelegd in de historische bronnen. Wat wel vaststaat, is dat zij opgroeide in bescheiden omstandigheden en op jonge leeftijd haar eigen levensonderhoud moest verdienen. Vóór haar ontmoeting met Leopold II had zij ook een relatie met Antoine-Emmanuel Durrieu, een voormalige Franse legerofficier die later opnieuw een rol in haar leven zou spelen. De uiteenlopende versies over haar afkomst en jeugd maken haar vroege levensjaren tot een van de minder gedocumenteerde, maar wel intrigerende aspecten van haar biografie.

Ontmoeting met Leopold II en het begin van de relatie

Op 16-jarige leeftijd ontmoette Caroline Lacroix in Parijs de 65-jarige koning Leopold II. Op dat moment verdiende zij haar levensonderhoud met prostitutie. Uit die ontmoeting groeide een relatie die zou duren tot aan de dood van de koning in 1909 — een periode van bijna twintig jaar. Belgisch dagblad Le Peuple beschreef hoe Caroline in de kringen van de Belgische vorst terechtkwam, en hoe zij al snel zijn vaste gezellin werd. Zij werd door tijdgenoten aangeduid als de ‘jonge uitverkorene’ en later als de ‘Queen of Congo’, een bijnaam die direct verwees naar de Congolese herkomst van haar rijkdom.

Leopold II bracht zelf het grootste deel van zijn tijd buiten België door, in zijn eigendommen verspreid over West-Europa. Om de logistiek van hun samenzijn te vergemakkelijken, werd zelfs het avondexpress naar Brussel aangepast: het vertrok voortaan een uur later, zodat het de koning beter uitkwam.

Rijkdom, verblijven en levensstijl

De rijkdom die Caroline Lacroix tijdens haar relatie met Leopold II vergaarde, was aanzienlijk en veelomvattend. Leopold schonk haar grote sommen geld, landgoederen en kostbare geschenken, en verleende haar de adellijke titel barones de Vaughan. In 1902 kocht hij voor haar een villa; daarnaast huurde hij het kasteel Larmoy voor haar, verwierf hij het Franse kasteel Balancourt en liet hij in Brussel een villa aankopen waar zij zich publiekelijk kon vertonen.

Haar levensstijl was navenant: zij bezocht regelmatig Parijs voor haar kleermaakster en modiste, en besteedde in één Parijse winkel naar verluidt drie miljoen frank aan jurken — een astronomisch bedrag voor die tijd. Haar inkomsten kwamen hoofdzakelijk uit Congolese bronnen, wat haar de bijnaam ‘Koningin van Congo’ opleverde en haar verbond — in de ogen van het publiek — met de misstanden in de Congo-Vrijstaat.

Geschenk of eigendom Details
Adellijke titel Barones de Vaughan, verleend door Leopold II
Villa in Brussel Aangekocht zodat Caroline zich publiekelijk kon tonen
Kasteel Larmoy Gehuurd door Leopold II voor zijn geliefde
Kasteel Balancourt Frans kasteel, aangekocht door Leopold II
Congolese obligaties Voornaamste bron van haar inkomsten en rijkdom

Over haar uiterlijk noteerden tijdgenoten dat zij langer dan gemiddeld was, gezet, gracieus, met een mooie teint en kastanjebruin haar. Haar karakter werd omschreven als arrogant, scherp en prikkelbaar, maar ook als levendig en gevat in gesprekken. Als maîtresse liet zij duidelijk merken dat zij respect eiste. Zij speelde handig in op de hypochondrie van Leopold door schijnziekte voor te wenden — enerzijds om vrije tijd te winnen, anderzijds om rivaliserende maîtresses in diskrediet te brengen.

Door haar royale begunstiging was Caroline zeer onpopulair bij de Belgische bevolking. Haar koets werd op de Brusselse straten met stenen bekogeld, en het publiek had een uitgesproken afkeer van haar aanwezigheid aan het hof.

Kerkelijk huwelijk en de positie van haar zonen

Op 12 december 1909, vijf dagen voor de dood van Leopold II, trouwden Caroline en de koning in een kerkelijke ceremonie, geleid door zijn persoonlijke kapelaan. Het huwelijk veroorzaakte onmiddellijk opschudding in België: de kerk had de verbintenis bekrachtigd en Caroline werd aan het ziekbed van de stervende koning toegelaten. Bij bezoeken van gasten moest zij de kamer verlaten, maar verder bleef zij bij hem aanwezig.

Volgens Belgisch recht was het huwelijk echter ongeldig, omdat er geen burgerlijk huwelijk had plaatsgevonden. Dit had verstrekkende gevolgen voor de twee zonen die Caroline bij Leopold II had. Zij werden als onwettig beschouwd. Caroline zelf pochte dat haar zonen een betere positie hadden dan Charles Beauclerk, de 1e hertog van St Albans — zelf de onwettige zoon van Nell Gwyn en koning Charles II van Engeland. Had er een geldig burgerlijk huwelijk plaatsgevonden, dan had een van haar zonen, gelet op de grondwettelijke gelijkheid, zelfs aanspraak kunnen maken op de troon.

De twee zonen werden later geadopteerd door Antoine Durrieu, haar vroegere geliefde, met wie Caroline korte tijd na Leopolds dood trouwde. Prinsessen Louise en Stéphanie, de dochters van Leopold II uit zijn eerste huwelijk, probeerden via verzoening en via wijzigingen in het testament invloed uit te oefenen op de positie van Caroline en haar zonen, maar met wisselend resultaat.

Erfeniskwestie en omstreden vermogen

Na de dood van Leopold II in december 1909 brak een langdurige en omstreden erfenisstrijd uit. Een bron uit 1912 schatte dat Caroline Lacroix ongeveer 7 miljoen dollar ontving uit een nalatenschap die in totaal op circa 65 miljoen dollar werd getaxeerd. Het grootste deel van haar vermogen bestond uit Congo-aandelen en Congolese obligaties. Daarnaast was er een trust ter waarde van 10 miljoen dollar, waarbij Caroline en haar twee zonen als begunstigden waren aangewezen.

Zowel de Belgische regering als Leopolds drie dochters — de prinsessen Louise, Stéphanie en Clémentine — betwistten de rechtmatigheid van dit vermogen. Zij stelden dat de trust en de Congo-gerelateerde bezittingen deel uitmaakten van Leopolds persoonlijk bezit, omdat het geld afkomstig was uit de Congo-Vrijstaat en dus niet enkel zijn privévermogen was. Leopold II had al tijdens zijn leven geprobeerd zijn dochters uit zijn eerste huwelijk te onterven, waardoor zij zich na zijn dood ernstig benadeeld voelden en een rechtszaak aanspanden over een nalatenschap van enkele miljoenen frank. Het betwiste deel vormde echter slechts een klein gedeelte van zijn totale bezit.

  • Circa 7 miljoen dollar direct ontvangen door Caroline Lacroix
  • Trust van 10 miljoen dollar met Caroline en twee zonen als begunstigden
  • Rechtszaken aangespannen door prinsessen Louise, Stéphanie en Clémentine
  • Belgische regering betwistte de Congolese herkomst van het vermogen

Leven na de dood van Leopold II

Na het overlijden van Leopold II in december 1909 bleef Caroline Lacroix veelvuldig in de pers vermeld, ditmaal als een rijke weduwe. Zeven maanden na zijn dood, in 1910, hertrouwde zij met Antoine Durrieu — haar vroegere geliefde en de man die na Leopolds dood had opgetreden als haar belangrijkste tussenpersoon bij het verkrijgen van de erfpapieren. Durrieu was een voormalige Franse onderofficier. Na dit tweede huwelijk hertrouwde Caroline niet meer.

Haar latere leven werd overschaduwd door persoonlijk verlies: haar jongste zoon overleed in 1914, op jonge leeftijd. Haar oudste zoon leidde een lang leven en stierf pas in 1984. Caroline Lacroix verklaarde zelf meermaals dat zij Leopold II en hun twee zonen had liefgehad en hun altijd trouw was gebleven. Zij overleed op 12 februari 1948 in Cambo-les-Bains, in het zuidwesten van Frankrijk, op ongeveer 72-jarige leeftijd.

Scroll naar boven