Charles De Coster

Portret van Charles De Coster, Belgische schrijver
Portret van Charles De Coster, Belgische schrijver

Charles De Coster werd geboren op 20 augustus 1827 in München en stierf op 7 mei 1879. Hij was een Belgische schrijver, Franstalig van taal, en wordt gezien als de grondlegger van de moderne Belgische literatuur. Hij stamde uit een oude Vlaamse adellijke familie. Onder zijn voorouders bevonden zich Jakob de Koster van Maarland, een dichter, en Janson Koster, een drukker die een belangrijke rol speelde in de hervormingsbeweging in Nederland. Zijn vader, Augusten de Koster, kwam uit Luik en werkte als beheerder bij de pauselijke nuntius in München. Na zijn geboorte keerde het gezin terug naar België. Zijn vader had voor hem een geestelijke loopbaan voorzien, maar De Coster had belangstelling voor geschiedenis. Na het overlijden van zijn vader kon hij zich niet volledig aan die studie wijden en ging hij werken als bankbediende om in zijn levensonderhoud te voorzien. In die periode verwaarloosde hij soms zijn taken door de sfeer op kantoor. Hij richtte ook een amateuristische literaire kring op, de Liga van Vrolijke Gezellen. De Coster is vooral bekend als auteur van de historische roman De legende van Tijl Uilenspiegel.

Leven en betekenis

Karel De Coster werd geboren op 20 augustus 1827 en overleed op 7 mei 1879. Hij was een Belgische schrijver en een Franstalige auteur. Binnen de Belgische literatuur geldt hij als de grondlegger van de moderne Belgische letterkunde. Hij is vooral bekend als de schrijver van de historische roman "De legende van Tijl Uilenspiegel".

Afkomst en jeugd

Charles De Coster stamde af van een oude Vlaamse adellijke familie. Onder zijn voorouders bevonden zich Jakob de Koster van Maarland, een dichter, en Janson Koster, een drukker die een belangrijke rol speelde in de hervormingsbeweging in de Nederlanden. Zijn vader, Augusten de Koster, kwam uit Luik en werkte als beheerder bij de pauselijke nuntius in München. Charles De Coster werd op 20 augustus 1827 in München geboren. Kort daarna keerde zijn vader terug naar België. Augusten de Koster had voor zijn zoon een geestelijke loopbaan voor ogen, maar Charles De Coster toonde vooral belangstelling voor de geschiedenis. De dood van zijn vader maakte echter een einde aan het plan om zijn leven aan de geschiedenis te wijden.

Studie en literaire activiteit

Om in zijn levensonderhoud te voorzien, werkte Charles De Coster als klerk in een bank. De kantooromgeving zorgde er soms voor dat hij zijn plichten verwaarloosde. In die periode richtte hij een amateuristisch letterkundig gezelschap op, de Liga van Vrolijke Gezellen. In 1850 schreef hij zich in aan de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte van de Vrije Universiteit Brussel en in 1855 behaalde hij er zijn diploma. Na zijn universitaire studies begon hij samen te werken met kunstenaar Félicien Rops.

Uylenspiegel en de Koninklijke Archieven

In 1856 richtte Charles De Coster het humoristische weekblad Uylenspiegel op. Hij koos die naam naar zijn favoriete Vlaamse figuur Tijl Uilenspiegel. Het blad publiceerde aanvankelijk vooral vermakelijke bijdragen, maar kreeg gaandeweg een meer ideologische inhoud. De Coster werd daarbij beïnvloed door immigranten die na de Franse en Hongaarse revoluties in België aankwamen. Onder het pseudoniem Karel schreef hij in Uylenspiegel sociaal gerichte artikelen, die doordrongen waren van ideeën over democratie en vrijheid.

In 1858 trad hij in openbare dienst bij het Rijksarchief in Brussel. Daar las hij oude documenten in hun oorspronkelijke vorm. Dit werk wekte zijn belangstelling voor volkskunst, legendes, sprookjes en geschiedenis. De archiefstukken vormden later de basis voor zijn eerste roman, De legende van Tijl Uilenspiegel. Die roman kreeg in de pers weinig eerlijke aandacht, omdat men hem door de bevooroordeelde berichtgeving over de Nederlandse Opstand met stilzwijgen wilde omringen.

Laatste jaren en overlijden

De proza- en poëziepogingen van Charles De Coster hadden geen succes. In de laatste jaren werkte hij als leraar geschiedenis en Frans aan het kadettenkorps, maar zijn karige loon volstond nauwelijks om de afbetalingen aan zijn schuldeisers te voldoen. Hij bracht het einde van zijn leven alleen en in uiterste armoede door. Door een zware ziekte werd hij hulpeloos. Charles De Coster overleed op 7 mei 1879 in de armen van een vrouw die hij vroeger zelf had geholpen. Hij werd begraven op de begraafplaats van Elsene in de Brusselse rand. Het gedenkteken op zijn graf werd pas in 1894 door vrienden opgericht.

Literaire ontwikkeling en stijl

Onder leiding van Charles De Coster maakte de «Club van Grappenmakers» haar eerste schrijfproeven. De leden besteedden veel tijd aan gesprekken over de toenmalige en toekomstige Belgische literatuur en lazen er hun eigen gedichten en verhalen voor. De meeste clubleden, onder wie De Coster, stonden onder invloed van de Franse schrijvers Victor Hugo en George Sand. De eerste literaire pogingen van de groep in de jaren 1840 misten originaliteit.

Tijdens zijn universiteitsstudies schreef Charles De Coster gedurende twee jaar talrijke essays en artikelen. Die teksten maakten later een loopbaan als redacteur en journalist mogelijk. Als dichter debuteerde hij in het tijdschrift «Revue Trimestrielle», dat in 1854 werd opgericht. Twee jaar later begon hij prozawerken te publiceren in het tijdschrift «Uylenspiegel».

De Coster bestudeerde ook het werk van François Rabelais en Montaigne en beheerste het Frans uit de zestiende eeuw. Hij verklaarde dat het Vlaams in zijn eigentijdse Frans niet goed kon worden weergegeven. Daarom schreef hij zijn beste werken in een archaïsche taalvorm. Ook zijn archiefwerk droeg bij aan dat taalgebruik.

Van de Vlaamsche legenden tot Tijl Uilenspiegel

In 1857 begon Charles De Coster aan zijn grote werk «Vlaamsche legenden», dat hij in 1858 publiceerde. De bundel bevat vier verhalen: over Bacchus, over meisjes die non willen worden, over ridder Galewein en over de smid Smetse Smee. De archaïsche taalkeuze zorgde er echter voor dat het werk weinig aftrek vond. In 1861 volgde de gelijkaardige bundel «Brabantse vertellingen», die hij in modern Frans schreef, maar die in zijn oeuvre geen grote weerklank had.

Zijn literaire hoogtepunt werd «Legende van Tijl Uilenspiegel en Lamme Goedzak», dat in 1867 verscheen en waaraan hij ongeveer tien jaar had gewerkt. De roman speelt zich af tegen de achtergrond van de gebeurtenissen in de zestiende eeuw. In België werd het boek aanvankelijk onthaald als iets wat niet aansloot bij de normen van het Belgische nationalisme, maar internationaal groeide het uit tot een populair werk.

In deze roman wordt Tijl Uilenspiegel vergeleken met Don Quichot en Panurge. Hij wordt er voorgesteld als een typische Vlaming, en het verhaal van zijn wederopstanding werd opgevat als een allegorie van het lot van zijn volk.

Literaire werken

Charles De Coster publiceerde in 1872 de roman "Huwelijksreis" en in 1880 de roman "Huwelijk van Thule". Daarnaast schreef hij het historische toneelstuk "Stefania". Hij leverde ook talrijke gedichten en reisschetsen over reizen naar buurlanden. Zijn latere werk bleef echter grotendeels onbekend.

Oekraïense vertalingen

De «Legende van Tijl Uilenspiegel» werd ook in het Oekraïens vertaald. In het tijdschrift «Vensters» verschenen in 1927 fragmenten in een vertaling van K. Gordij. In 1928 volgde in Charkiv een afzonderlijke uitgave in een vertaling van L. Krasovski. Daarnaast zijn er de meest volledige Oekraïense edities, vertaald door Je. Jehorova en Sydir Sakydon. In 1979 verscheen ook een verkorte kindervertaling van Nadiya Hordijenko-Andrianova.

Scroll naar boven