Clémentine van België, Prinses Napoléon

Portret van prinses Clémentine van België rond 1895
Portret van prinses Clémentine van België rond 1895

Clémentine van België werd als derde dochter van koning Leopold II van België en koningin Marie Henriette geboren in het Paleis van Laken op 30 juli 1872 om 18 uur. Zij behoorde bij geboorte tot het huis Wettin, in de tak Saksen-Coburg en Gotha, en droeg de stijl prinses van Saksen-Coburg en Gotha en hertogin in Saksen. Op 3 september 1872 werd zij tijdens een korte plechtigheid gedoopt in het Paleis van Laken. Haar voornaam verwees naar prinses Clémentine van Orléans, haar doopmeter en groottante, en haar middelnaam naar aartshertog Albrecht, hertog van Teschen, haar dooppeter. Zij had twee oudere zussen, Louise en Stéphanie. Haar moeder noemde haar ‘Reuske’ vanwege haar grote gestalte. Als tiener werd zij verliefd op haar neef prins Baudouin, maar hij deelde haar gevoelens niet. In 1910 werd zij prinses Napoléon door haar huwelijk met Napoléon Victor Jérôme Frédéric Bonaparte, de bonapartistische pretendent op de keizerlijke troon van Frankrijk als Napoleon V. Zij was daarmee ook een pretendent om keizerin-gemalin van de Fransen te zijn.

Titel en huwelijksverbintenis

Clémentine van België werd bij haar geboorte prinses van België. Zij was lid van het Huis Wettin, in de tak Saksen-Coburg en Gotha, en werd aangesproken als prinses van Saksen-Coburg en Gotha en hertogin in Saksen. In 1910 kreeg zij de titel prinses Napoléon. Door haar huwelijk met Napoléon Victor Jérôme Frédéric Bonaparte werd zij ook genoemd als pretendent voor de positie van keizerin-gemalin van de Fransen. Haar echtgenoot was de Bonapartistische pretendent op de keizerlijke troon van Frankrijk als Napoleon V.

Jeugd, familie en eerste huwelijksplannen

Clémentine van België was het derde kind van koning Leopold II van België en koningin Marie Henriette. Ze werd geboren in het paleis van Laken op 30 juli 1872 om 18 uur en werd op 3 september 1872 daar gedoopt tijdens een korte plechtigheid. Haar voornaam verwijst naar prinses Clémentine van Orléans, haar meter en oudtante, terwijl haar middelste naam verwijst naar aartshertog Albrecht, hertog van Teschen, haar peter. Ze had twee oudere zussen, Louise en Stéphanie. Haar moeder noemde haar ‘Reuske’ vanwege haar grote gestalte. Clémentine kreeg lessen in het Frans, Duits, muziek, geschiedenis en literatuur.

Als tiener werd ze verliefd op haar neef prins Boudewijn, maar hij deelde haar gevoelens niet en had weinig waardering voor de sfeer in Laken. Zijn ouders steunden zijn weigering. Deze afwijzing verergerde ook de verkoeling tussen Leopold II en de graaf van Vlaanderen. In privé noemde de graaf van Vlaanderen haar ‘de grote Clémentine’. Prins Boudewijn stierf op 23 januari 1891 aan longontsteking, op 21-jarige leeftijd.

In 1894 kocht Clémentine een villa in Spa, waar koningin Marie Henriette zich uit het Belgische hof terugtrok. In de afwezigheid van haar moeder vervulde Clémentine de functies van first lady naast koning Leopold II. Zij kreeg bescherming en onafhankelijkheid van Leopold II en bezat ook het Belvédère-kasteel op het domein van Laken. Daarnaast had ze een platonische relatie met baron Auguste Goffinet, secretaris en vertrouwenspersoon van Leopold II.

In de herfst van 1896 weigerde Clémentine het huwelijksaanzoek van Rupprecht, kroonprins van Beieren. Toen ze dit afwees, zei ze tegen haar vader dat ze bang was voor het onbekende. Leopold II hield aanvankelijk vast aan dit huwelijk, maar gaf uiteindelijk toe. Tegelijk kreeg Clémentine meer vrijheid, terwijl haar oudere zussen uit de Belgische koninklijke familie werden verstoten. Zo had haar oudste zuster Louise in 1895 een overspelige relatie met de Kroatische officier Geza Mattachich, waarna koning Leopold II en koningin Marie Henriette Stéphanie verboden Louise te zien. Louise werd niet langer ontvangen in België. In 1898 daagde prins Philipp van Saksen-Coburg en Gotha Geza Mattachich uit voor een duel, loste grote schulden van Louise op maar kon de eisen van de schuldeisers niet inwilligen, en hij en keizer Franz Joseph I van Oostenrijk wilden Louise terugbrengen naar Oostenrijk. Uiteindelijk liet prins Philipp Louise krankzinnig verklaren en opsluiten in een psychiatrisch ziekenhuis, waar zij bleef tot 1904. In 1906 scheidden Louise en prins Philipp definitief.

Clémentine stond ondertussen op afstand van haar ouders, die haar niet wilden bezoeken omdat zij te veel werd geassocieerd met de schandalen rond Louise. In april 1898 gaf de koning Clémentine opnieuw toestemming om haar te zien, nadat zij herstelde van een zware longontsteking. Leopold II begeleidde Clémentine in de Dolomieten, zodat zij bij haar herstellende kon blijven. In 1900 trouwde Clémentine opnieuw met een Hongaarse edelman van lagere rang, tegen het advies van haar ouders in. Daarna verbraken de Belgische vorsten elke relatie met haar, omdat zij hen niet vertrouwde met haar huwelijksplannen, en zij verboden haar naar België terug te keren.

Verblijf aan de Côte d’Azur en een mogelijke verloving

Tijdens de winter van 1899-1900 bracht Clémentine enkele maanden door in Saint-Raphaël aan de Var-kust, wegens bronchiale aandoeningen. Daar leefde zij voor het eerst in haar leven afgezonderd en zonder familieleden. In die periode wijdde zij zich aan de fotografie met een camera die zij had gekregen van de Gravin van Vlaanderen. Haar verblijf in Saint-Raphaël werd in maart 1900 onderbroken door een ziekte van de Koningin. In Spa zag de Koningin haar slechts enkele minuten per dag, en Marie Henriette eiste haar honden op, waardoor Clémentine uit het zuiden van Frankrijk moest terugkeren.

Clémentine ontving intussen uitnodigingen van vorstelijke kringen, onder meer van Koningin Victoria aan de Côte d’Azur. Zij werd ook door de Graaf en Gravin van Caserta in Cannes uitgenodigd. Daar ontmoette zij, op aansturen van Life, prins Carlos van Bourbon-Twee Siciliën, de tweede zoon van het echtpaar. Clémentine kreeg een gunstige indruk van hem. Hij was twee jaar ouder dan zij en zij beschreef hem als goed, knap, ernstig, rechtuit, eerlijk, vroom en iemand met eigenschappen om een vrouw gelukkig te maken. De pers sprak vervolgens over een verloving tussen Clémentine en prins Carlos. Zelf vond Clémentine echter dat zij die verloving moest verbreken omdat zij niet langer onder de bekoring van prins Carlos stond. Prins Carlos was op zijn beurt wel op zijn beurt met Clémentine ingenomen.

Terugkeer naar België en familieconflicten

Na een verblijf in Balmoral Castle bij koningin Victoria keerde Clémentine terug naar België. In de zomer van 1900 verbleef zij in Oostende. Daarna bleef zij alleen in Laken, omdat koning Leopold II haar niet toestond zich bij Stéphanie in Nederland te voegen. Leopold II ging zelf alleen naar Stéphanie en beweerde dat Clémentine ziek was. Ondanks zijn verboden bleef Clémentine met Stéphanie corresponderen via brieven, waarmee zij de bevelen van haar vader overtrad. Leopold II dreigde haar zelfs op straat te zetten als hij ontdekte dat zij met haar oudere zuster schreef.

Vanaf juni 1902 ging de gezondheid van de koningin achteruit. Terwijl Leopold II zich in Frankrijk bevond, bleef Clémentine in het Paleis van Laken. Zij toonde een zekere voorkeur voor Leopold II boven Marie Henriette. Marie Henriette stierf op 19 september 1902 in haar villa in Spa. Leopold II was op dat moment op vakantie in Bagnères-de-Luchon met Blanche dite Caroline Lacroix, de barones van Vaughan, en keerde de dag na het overlijden terug. Daarna vond hij Clémentine in Spa. Leopold II weigerde Stéphanie te ontmoeten, hoewel zij in Spa voor de stoffelijke resten van haar moeder bad. Stéphanie vertrok daarop naar Brussel, waar zij werd toegejuicht door haar aanhangers. Louise, de oudste dochter van de overleden koningin, was geïnterneerd en kwam niet naar België.

Victor Bonaparte en de geweigerde huwelijksplannen

Sinds de jaren 1880 had Clémentine gevoelens voor prins Napoleon Victor Bonaparte, die als Victor bekendstond. Hij was tien jaar ouder dan zij en stond aan het hoofd van het keizerlijke huis van Bonaparte. Victor was een zoon van prins Napoléon-Jérôme Bonaparte en prinses Maria Clotilde van Savoye, en via zijn moeder verwant aan koning Umberto I van Italië en aan vele families in de Almanach de Gotha. In februari 1904 liet Victor de hertog van Aosta naar Leopold II gaan om, met instemming van Clémentine, haar hand te vragen. Leopold II weigerde dit huwelijksplan. Hij wilde de betrekkingen tussen België en de Derde Franse Republiek niet in gevaar brengen door dit huwelijk. Leopold II herinnerde zich ook dat Napoleon III België wilde veroveren en dat hij zijn zus Charlotte ongeluk had bezorgd door aartshertog Maximiliaan van Oostenrijk aan te sporen in Mexico te regeren. Intussen had Victor al meer dan vijftien jaar een relatie met de ballerina Marie Biot, die hem in 1889 van Parijs naar Brussel volgde; samen kregen zij twee zonen. Clémentine zelf was gevestigd in een herenhuis aan de Louizalaan 239 in Brussel, ontving subsidies van keizerin Eugénie en Bonapartistische kringen, en beschouwde het als haar plicht de cultus rond Napoleon I in stand te houden. Sinds het begin van de jaren 1890 reisde zij veel door Europa en werd zij door verschillende vorsten, onder wie tsaar Alexander III van Rusland, gunstig ontvangen.

Conflict met Leopold II over haar huwelijk

In de herfst van 1904 was Clémentine nog altijd ongehuwd en lag zij met haar vader overhoop. Op 31-jarige leeftijd sprak zij Leopold II daar rechtstreeks over aan, en zij deed dat met respect maar ook met vastberadenheid. De koning antwoordde dat zijn plicht, op vier uur van Parijs, erin bestond in goede verstandhouding met de Franse Republiek te leven. Kort daarna volgde aan het hof een bal, waar de koning lang sprak met de gravin van Vlaanderen. Die had Life op een vriendelijke manier ontvangen in haar paleis in de Rue de la Régence, maar zij was gekant tegen Clémentines huwelijk met een Bonaparte. Leopold II verklaarde bereid te zijn alles te doen voor zijn dochter als zij een ander huwelijk wilde, al vreesde hij dat Clémentine tegen zijn wensen zou ingaan. De gravin van Vlaanderen stelde daartegenover dat Life nooit tegen de koning zou durven ingaan, en zij twijfelde ook aan de sterkte van de gevoelens tussen Clémentine en Life. Volgens haar hadden Clémentine en Life elkaar nooit langer dan vijf minuten van aangezicht tot aangezicht gezien.

Huwelijk en nieuwe levensfase

Vanaf 1905 woonde Clémentine van België definitief in Kasteel Belvédère. Soms verbleef ze ook in de villa van haar overleden moeder in Spa, of bracht ze bezoeken aan de schilder die onderdak had gekregen bij haar tante, keizerin Charlotte van Mexico, in Kasteel van Bouchout. Ze maakte bovendien een of twee bezoeken aan Balmoral met koning Edward VII. Haar verhouding met haar vader werd in 1907 harmonieuzer, al bleef hun band speciaal ondanks de meningsverschillen. Soms vergezelde ze hem ook naar zijn bezit in het zuiden van Frankrijk. Leopold II stierf op 17 december 1909 na een operatie voor een darmobstructie, als gevolg van een embolie. Na zijn dood stemde koning Albert I in met haar huwelijk met prins Napoleon. Voor die ontmoeting met de Italiaanse koninklijke familie verbleef Clémentine eerst bij haar zus Stéphanie in Hongarije en ging ze in juni 1910 naar Turijn. In september 1910 werd de officiële verloving met Victor gevierd, en op 14 november 1910 trouwde ze met hem in het Kasteel van Moncalieri, een residentie van de Italiaanse koninklijke familie waar prinses Maria Clotilde woonde. De bruidegom stond erop dat er eerst een burgerlijk huwelijk plaatsvond voor de religieuze zegening. Bij het huwelijk vertegenwoordigden de Gravin van Vlaanderen en prins Philipp van Saksen-Coburg en Gotha de Belgische koninklijke familie. Maria Clotilde, de moeder van de bruidegom, was attent voor Clémentine. Daarna volgde een huwelijksreis van een maand naar Rome, Wenen, Hongarije en Bohemen. Koning Victor Emmanuel III organiseerde in het Palazzo del Quirinale een lange reeks lunches en diners ter ere van haar, en in Wenen was het onthaal van de Habsburgers weelderig. De feestelijkheden eindigden in Rusovce Mansion, het huis van Clémentines zus Stéphanie. Nadien verhuisde Clémentine met het echtpaar naar de Avenue Louise in Brussel. Victor breidde haar verblijf uit door nummer 241 aan te kopen om zijn vrouw meer ruimte te geven, al vond Clémentine de woning smal, vochtig en armelijk. Toch paste ze zich aan aan deze historische relikwie en beschikte ze er slechts over twee kamermeisjes. Ze vormde zich ook intellectueel om aan haar echtgenoot gelijk te komen en probeerde veel te lezen.

Haar kinderen met Victor Napoleon

Clémentine van België kreeg twee kinderen met prins Victor Napoleon. Op 20 maart 1912 werd prinses Marie-Clotilde Bonaparte geboren. Zij huwde op 17 oktober 1938 met een graaf en kreeg tien kinderen. Een van haar kleinkinderen, Laetitia de Witt, werd historica en schreef een biografie van Victor. Op 23 januari 1914 werd prins Louis Jérôme Bonaparte geboren. Hij volgde zijn vader in 1926 op als Bonapartistische pretendent onder Napoleon VI. Louis Jérôme Bonaparte huwde op 16 augustus 1949 met Alix de Foresta en kreeg vier kinderen.

Ronchinne en de oorlogsjaren

In het voorjaar van 1912 betrokken Life en Victor het domein dat zij in Ronchinne, in de provincie Namen, hadden verworven. Het kasteel besloeg 233 hectare en vroeg nog veel werk. Victor liet antieke meubels voor het kasteel aankopen en deed een beroep op de architect van Brussel voor een ontwerp in Mosan stijl. Clémentine liet de stallen en de tuin inrichten en liet in Ronchinne ook een modelboerderij en een kapel oprichten.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog leidde Life een betrekkelijk rustig bestaan, al werd dat leven sterk beïnvloed door het conflict. Toen in augustus 1914 de Franse Staat haar familielid, prins Victor Napoleon, verhinderde om in het leger in dienst te treden, en koning Albert I zich na de Duitse beschieting van Antwerpen moest terugtrekken, besloten Life en haar echtgenoot samen met keizerin Eugenie uit te wijken naar Groot-Brittannië, naar Farnborough Hill. Daar verbleven Life en keizerin Eugenie gedurende de hele oorlog samen. Life paste zich aan dat verblijf aan, maar vreesde botsingen met keizerin Eugenie. Een vleugel van de Engelse verblijfplaats werd tijdens de oorlog omgevormd tot een zorgcentrum.

Op Farnborough Hill zette Life zich in voor Belgische landgenoten die toevlucht hadden gezocht in Groot-Brittannië. De Belgische pers volgde haar activiteiten in de Franse omgeving van Farnborough Hill op de voet. Zij steunde talrijke patriottische verenigingen die geld inzamelden voor de Belgische oorlogsinspanningen en woonde bijeenkomsten bij van Belgische oorlogsinvaliden, de Liga van Belgische Patriotten en het Belgische soldatenkledingwerk. Ook bezocht zij concerten, theatrale ochtenden en tentoonstellingen ten voordele van liefdadigheidsacties. In Londen had zij contact met leden van de Britse koninklijke familie en met minister Paul Hymans, en ook met kunstenaars zoals James Ensor, Victor Rousseau, Eugène Ysaÿe en Camille Saint-Saëns. Tijdens de oorlog kreeg zij bezoek van koningin Elisabeth, met wie zij samenwerkte voor het Rode Kruis. De kinderen bleven in die jaren bij hun ouders wonen en kregen een strenge maar genegen opvoeding. Victor nam soms samen met haar het voorzitterschap waar bij plechtigheden onder de bescherming van de koning der Belgen en president Poincaré. Enkele maanden na de Wapenstilstand van 11 november 1918 keerden Life en Victor terug naar België, waar hun bezit in Ronchinne gedurende de vier oorlogsjaren schade had opgelopen.

Politieke evolutie en Bonapartistische rol

Na de slechte resultaten van de Bonapartisten bij de Franse parlementsverkiezingen van 1910 verschoof de beweging geleidelijk weg van het Franse politieke leven. Onder leiding van Clémentine keerde die echter opnieuw terug naar de politieke sfeer. Sinds haar huwelijk financierde Clémentine gedeeltelijk de verkiezingscampagne van de beweging, maar haar echtgenoot verzette zich tegen haar politieke betrokkenheid. Ondanks verzoeken van Bonapartistische persoonlijkheden weigerde hij bovendien dat Clémentine als propagandamiddel werd gebruikt. Zelf werd Clémentine niet getroffen door de wet van verbanning en vertegenwoordigde zij hem bij officiële plechtigheden en herdenkingen die verbonden waren met de Napoleontische erfenis. Zij correspondeerde ook met verschillende Bonapartistische persoonlijkheden.

Na de Eerste Wereldoorlog verloor hij alle illusie van een keizerlijk herstel en schaarde hij zich geleidelijk achter het republikeinse idee. Clémentine wilde intussen het erfgoed van hun zoon bewaren. Na de Franse parlementsverkiezingen van 1924 vertrouwde zij de herorganisatie van de Bonapartistische partij toe aan Jean Régnier. Na zijn dood in 1926 werd Clémentine regentes van de Bonapartistische beweging, een functie die zij uitoefende tot de meerderjarigheid van prins Louis op diens 21e verjaardag. Tijdens haar regentschap bleef de Bonapartistische beweging echter in moeilijkheden verkeren.

Weduwschap, familie en publieke aanwezigheid

In het voorjaar van 1919 keerde Clémentine met haar familie terug naar België. Een deel van haar tijd wijdde zij aan liefdadigheidswerk in Ronchinne. In mei 1920 verwelkomden zij en haar echtgenoot de stoffelijke resten van keizerin Eugénie in Southampton, en zij woonden ook de uitvaartplechtigheden van keizerin Eugénie in Groot-Brittannië bij. Na Eugénies nalatenschap ontving haar echtgenoot een erfenis, die hij gebruikte om financiële moeilijkheden te beperken. Clémentine en hij brachten ook een deel van het jaar door in Farnborough Hill, dat zij renoveerden.

De jaren daarna bleef Clémentine nauw betrokken bij het hofleven. In 1922 waren zij en haar echtgenoot aanwezig bij officiële bezoeken van koning Victor Emmanuel III en koningin Elena van Italië in België. In 1923 volgde hun aanwezigheid bij het officiële bezoek van koning Alfonso XIII en koningin Victoria Eugenie van Spanje, en in 1924 bij dat van koning Ferdinand I en koningin Marie van Roemenië. Zij reisden bovendien vaak naar Italië, waar zij vorsten ontmoetten. Clémentine kon zich bijzonder goed vinden met koningin Elena van Italië.

In april 1926 verbleef het paar in Brussel. Daar kreeg prins Victor Napoleon een apoplexie, waarna hij op 3 mei 1926 overleed. Europese hoven zonden betuigingen naar aanleiding van zijn dood, en de Belgische vorsten en prins Leopold, hertog van Brabant, kwamen Clémentine opzoeken. Na het overlijden van haar echtgenoot stond zij voor bezorgdheden door belangrijke successierechten. Zij hield toezicht op het Bonapartistische erfgoed en ging over tot de verkoop van Farnborough Hill en het grootste deel van de inboedel. Op 53-jarige leeftijd werd zij weduwe, terwijl zij tegelijk zorg droeg voor twee kinderen die nog nauwelijks tieners waren. Haar zoon Louis was dagstudent aan St Michael College in Brussel en kreeg na het overlijden van zijn vader ook een huisleraar. Haar dochter Marie-Clotilde behaalde uitstekende resultaten, en Clémentine rechtvaardigde dat zij haar middelbare studies in Frankrijk mocht voortzetten.

Clémentine nodigde vrienden uit in Ronchinne voor de zomer- en kerstvakanties. Zij ontving er ook vaak haar neef prins Charles, graaf van Vlaanderen, en hernieuwde de banden met haar zuster Stéphanie. Vanaf 1927 keerde Stéphanie elke zomer terug naar België, hoewel de Belgische vorsten haar blijvend uitstootten. Clémentine werd officieel ontvangen tijdens openbare plechtigheden en in besloten kring in Laken, en zij raakte bevriend met prinses Astrid, de echtgenote van prins Leopold.

Bezoek van Albert I aan Congo en hulde aan Leopold II

Konings Albert I en koningin Elisabeth bezochten Belgisch-Congo van 5 juni tot 31 augustus. Tijdens dat bezoek woonde Albert I de inhuldiging bij van de spoorlijn die Bas-Congo met Katanga verbond. In Léopoldville opende hij ook een ruiterstandbeeld van Leopold II. Volgens Life stuurde Albert I een brief met een delicate verwijzing naar het werk van Leopold II. Later inhuldigde hij in Namen een nieuw standbeeld van koning Leopold II, in aanwezigheid van Clémentine.

Rome, gezondheid en financiën

In januari 1930 reisde Clémentine van België naar Rome om het huwelijk bij te wonen van prinses Marie-José van België met Umberto, prins van Piëmont. Zij was verheugd over de ondertekening van het Lateraans Verdrag op 11 februari 1929 en beschouwde dit als het grootste gebeuren van de moderne tijd. Tijdens de huwelijksplechtigheden in Rome dacht zij dat Marie-Clotilde daar misschien een geschikte huwelijkskandidaat kon ontmoeten. Clémentine ontving voor haar een voorstel van prins Adalberto, hertog van Bergamo, maar wees dat af. Zij verklaarde dat Marie-Clotilde aan de Spaanse kant beter had kunnen doen, al had zij een afkeer van Spanje. Ook gaf zij aan dat de informatie over de gezondheid van de zoon en erfgenaam van de koning van Italië onduidelijk was. Na de terugkeer uit Rome begon Marie-Clotilde te lijden aan scoliose en werd zij een jaar lang geïmmobiliseerd in een medisch toestel. In de lente van 1931 begon haar gezondheid te verbeteren. In de zomer huurde Clémentine een villa in De Haan, bij Oostende, voor haar verzorging. In de herfst van 1931 keerde Marie-Clotilde terug naar haar en vergezelde zij haar overal. Ondertussen moest Clémentine financieel ingrijpen om het wanbeheer van het bezit van Ronchinne recht te zetten. Zij ontsloeg de helft van haar twintig bedienden en nam soms zelf de zorg voor de tuin op zich. Daarbij had zij zelf last van een nierziekte en aanvallen van artritis.

Jaren van oorlog, familie en terugkeer naar Frankrijk

In de jaren dertig kwam Clémentine van België opnieuw in contact met belangrijke familiegebeurtenissen en moeilijke persoonlijke omstandigheden. Stéphanie bezocht België in de jaren 1930, terwijl haar zoon Louis zijn studies in Zwitserland voortzette. Na de dood van koning Albert I in 1934 en koningin Astrid in een auto-ongeval in 1935, vierde prins Louis Napoleon in januari 1935 zijn meerderjarigheid. Clémentine gaf hem een Bugatti Type 57 cadeau. Vanaf 1937 verhuisde zij naar Ronchinne, terwijl zij haar huis aan de Louizalaan in Brussel aan haar zoon afstond. Wanneer haar gezondheid het toeliet, reisde zij in het zuiden van Frankrijk en in Italië. Na de verhuizing van Marie-Clotilde naar Parijs in de herfst van 1937 bezocht Clémentine haar vaak.

In februari 1938 werd zij in Zuid-Frankrijk getroffen door bronchitis met algemene intoxicatie, gecompliceerd door infectieuze influenza en streptokokken. In oktober 1938 trouwde haar dochter Marie-Clotilde in Londen met een graaf, een voormalig kapitein van het Keizerlijk Russisch Leger en twintig jaar ouder dan zij. Clémentine keurde dat huwelijk eerst af, voordat zij zich erbij kon neerleggen. In augustus 1939, na de geboorte van haar eerste kleinkind Marie-Eugénie, keek zij met bezorgdheid naar de oorlog vanuit Ronchinne. Zij was toen herstellende van een bijna dodelijke ziekte in mei 1939.

Na de strenge winter van 1939-1940 keerde Clémentine terug naar Frankrijk, en na de inval in België in mei 1940 werd zij gedwongen daar te blijven. Tijdens de oorlog leefde zij eerst in Charente, later in een gehuurde villa in Le Cannet en in een ander verblijf in Tresserve bij Aix-les-Bains. Haar zoon Louis trad toe tot het Vreemdelingenlegioen en sloot zich daarna aan bij het Verzet; zij was trots op zijn gedrag tijdens de Tweede Wereldoorlog. Na 1945 bleef zij in Frankrijk wonen, grotendeels uit verdriet over de Koningskwestie in België. Ook het overlijden van haar zus Stéphanie in Hongarije in 1945 viel haar zwaar. Haar laatste tien jaar waren rustig maar eenzaam.

Tussen 1939 en 1953 werd zij grootmoeder van elf nog levende kleinkinderen. Haar zoon Louis mocht voor 1950 met toestemming van generaal de Gaulle onofficieel in Frankrijk blijven, en huwde in 1949 met Alix de Foresta, afkomstig uit een adellijke familie die in de 13de eeuw uit Lombardije kwam. Op haar 80ste verjaardag in 1952 ontving Clémentine het Legioen van Eer. In oktober 1954 verliet zij België om terug te keren naar de Côte d'Azur en huurde zij in 1954 de villa Clair-Vallon in Cimiez, Nice. Zij overleed daar op 8 maart 1955 aan hartziekte, op 82-jarige leeftijd. Louis zag haar nog in extremis, terwijl Marie-Clotilde net te laat aankwam. Haar lichaam werd tijdelijk bijgezet voor de religieuze plechtigheid en op 18 juni 1955 begraven naast haar echtgenoot in de Keizerlijke Kapel van Ajaccio, nadat haar kisten per L'Albatros, begeleid door de Franse marine, van het Franse vasteland naar Corsica waren gebracht.

Titels en heraldiek

Bij haar geboorte werd Clémentine van België, als dochter van koning Leopold II, aangeduid als prinses van Saksen-Coburg en Gotha en als hertogin in Saksen. Volgens de titels van haar huis voerde zij het predicaat van Koninklijke Hoogheid. Daarnaast droeg zij bij haar geboorte de onofficiële titel van prinses van België. Deze titel werd later officieel geregulariseerd bij koninklijk besluit van 14 maart 1891.

Nalatenschap en eerbetoon

De herinnering aan Clémentine van België leeft voort in verschillende straatnamen en pleinen. Zo draagt een laan in Sint-Gillis en Vorst haar naam, net als de Clémentine-square die in 1904 werd ingehuldigd in Laken. Ook in Elsene en Antwerpen bestaat een Rue Clémentine, terwijl er een Clémentine Square is in Oostende en een Avenue Clémentine in Gent, De Haan en Spa.

Haar naam werd ook verbonden aan schepen. De jacht La Clémentine werd gebouwd in 1887 en door koning Leopold II aangekocht in 1897. In 1918 liep dit schip, varend onder Engelse vlag, vast op de Engelse kust. Daarnaast was er de Princess Clémentine, een stoomschip dat Oostende met Dover verbond. Dit schip werd in 1896 gebouwd door de Cockerill-werf in Antwerpen en in 1897 in dienst genomen. Vanaf 1914 was het bedoeld om Belgische en Britse troepen te vervoeren, al raakte het verschillende keren beschadigd. In 1923 werd het in reserve geplaatst en in 1928 verkocht voor afbraak.

Ook in de beeldende kunst kwam Clémentine regelmatig voor. Louis Gallait maakte omstreeks 1880 een portret van haar. Emile Wauters schilderde omstreeks 1900 een portret ten voeten uit, dat eerst werd bewaard in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België en later in het Charlier Museum in Sint-Joost-ten-Node. In 1913 werd op het Salon du Paris ook een portret van Clémentine en haar dochter door André Brouillet getoond.

Scroll naar boven