Eddy Merckx

Eddy Merckx, Belgische wielrenner geboren in 1945
Eddy Merckx, Belgische wielrenner geboren in 1945

Eddy Merckx werd geboren op 17 juni 1945 in Meensel-Kiezegem, Brabant, België. Hij groeide op in Woluwe-Saint-Pierre, waar zijn ouders een kruidenierszaak runden. Op jonge leeftijd kreeg hij zijn eerste fiets, en in 1961 reed hij zijn eerste koers. In oktober van dat jaar won hij in Petit-Enghien zijn eerste wedstrijd. Als amateur behaalde hij 80 zeges.

Merckx werd op 29 april 1965 prof en tekende datzelfde jaar bij zijn eerste profploeg. In 1966 won hij de Milan–San Remo, na een ploegwissel. Na het seizoen 1967 verhuisde hij opnieuw naar een andere ploeg en in 1968 won hij de Giro d'Italia. Tussen 1970 en 1974 realiseerde hij vier keer een Grand Tour-double.

Merckx is een voormalige beroepsrenner op de weg en op de piste. Hij won in totaal elf Grote Rondes, waaronder vijf Tour de France, vijf Giro d'Italia en één Vuelta a España. Daarnaast won hij alle vijf Monumenten in het wielrennen, drie wereldkampioenschappen, het uurrecord en tal van grote eendagswedstrijden, met uitzondering van Parijs–Tours. Ook op de piste behaalde hij uitgebreide overwinningen.

Van jonge renner tot recordhouder

Eddy Merckx werd geboren op 17 juni 1945 in Meensel-Kiezegem, Brabant, in België. Hij groeide op in Woluwe-Saint-Pierre, waar zijn ouders een kruidenierszaak uitbaatten. Zijn eerste fiets kreeg hij al toen hij drie of vier jaar oud was. In 1961 reed hij zijn eerste koers en in oktober van datzelfde jaar won hij in Petit-Enghien meteen zijn eerste wedstrijd. Als amateur behaalde hij in totaal 80 overwinningen.

Op 29 april 1965 werd Merckx profrenner en datzelfde jaar tekende hij bij zijn eerste profploeg. Na een wissel van team won hij in 1966 de Milan-San Remo. Na het seizoen 1967 verhuisde hij opnieuw naar een andere ploeg. In 1968 won hij de Giro d'Italia, een van de vele grote rondes die zijn palmares zouden vullen. Tussen 1970 en 1974 realiseerde hij vier keer een Grand Tour-double.

Merckx bouwde een uitzonderlijke erelijst uit met elf Grand Tours, waaronder vijf Tours de France, vijf Giros d'Italia en een Vuelta a Espana. Hij won ook alle vijf Monumenten in het wielrennen en is een van slechts drie renners die daarin slaagden. Bovendien is hij de enige renner die alle vijf Monumenten minstens twee keer won. In oktober 1972 verbrak hij het uurrecord door bijna 800 meter verder te gaan. Hij won drie wereldtitels en de elite road race op het UCI Road World Championships maakte deel uit van zijn Triple Crown.

Zijn succes beperkte zich niet tot de weg. Merckx behaalde ook talrijke overwinningen op de piste en was succesvol in grote rittenkoersen en eendagswedstrijden. Hij won elke grote eendagskoers behalve Parijs-Tours. Over zijn achttienjarige loopbaan boekte hij in totaal 525 zeges en kreeg hij de bijnaam 'de Kannibaal'.

Organisatie van wielerrondes

Eddy Merckx speelde niet alleen een rol als renner, maar was ook betrokken bij de organisatie van wielerwedstrijden. Hij hielp mee aan de start en de organisatie van de Tour of Qatar, een engagement dat liep van 2002 tot 2016. Daarnaast assisteerde hij bij de uitbating van de Tour of Oman. In 2017 stapte hij daar echter weg na een meningsverschil.

Jeugd en eerste koersstappen

Eddy Merckx werd geboren in Meensel-Kiezegem, Brabant, België, op 17 juni 1945, als eerste kind van Jules Merckx en Jenny Pittomvils. In september 1946 verhuisde het gezin naar Sint-Pieters-Woluwe in Brussel, waar ze een kruidenierswinkel overnamen die te huur stond. In mei 1948 werden de tweelingen Michel en Micheline geboren.

Als kind was Merckx hyperactief. Hij probeerde verschillende sporten uit, waaronder basketbal, voetbal, tafeltennis en boksen. In het boksen won hij enkele lokale toernooien, en ook bij de lokale junioren speelde hij lawn tennis. Toch wist hij al op vierjarige leeftijd dat hij wielrenner wilde worden. Zijn eerste herinnering was een valpartij met de fiets, ook op die leeftijd. Hij begon te fietsen toen hij drie of vier jaar oud was en reed vanaf zijn achtste elke dag met de fiets naar school. Samen met vrienden bootste hij op de fiets zijn wieleridool Stan Ockers na.

In de zomer van 1961 kocht Merckx zijn eerste wedstrijdlicentie. Een maand na zijn zestiende verjaardag reed hij zijn eerste officiële koers en werd daarin zesde. Voor zijn eerste overwinning had hij nog twaalf wedstrijden nodig. Die eerste zege behaalde hij op 1 oktober 1961 in Petit-Enghien. Dat jaar sloot hij af met 23 overwinningen. Hij bleef amateur tot april 1965 en eindigde zijn amateurcarrière met tachtig zeges. Tussendoor werd hij twaalfde in de individuele wegwedstrijd op de Olympische Spelen van Tokio.

Doorbraak als profrenner

Eddy Merckx werd prof op 29 april 1965, toen hij tekende bij de Belgische ploeg van Rik Van Looy. Hij verliet die ploeg later omdat hij zich slecht behandeld voelde door ploegmaats, vooral door Van Looy zelf. In zijn eerste periode als prof boekte hij al snel succes. Hij won zijn eerste koers in Vilvoorde, waar hij Emile Daems versloeg. Op 1 augustus werd hij tweede in het Belgisch kampioenschap en hij kwalificeerde zich ook voor de wegwedstrijd bij de UCI Road World Championships, waar hij uiteindelijk 29e eindigde.

Tegelijk liep er al vroeg veel beweging rond zijn ploegkeuze voor de volgende seizoenen. Raphaël Géminiani bood hem 2.500 frank per maand aan om het volgende seizoen voor Bic te rijden. Merckx ondertekende dat contract, maar omdat hij minderjarig was, bleek het ongeldig. Daarna besprak hij zijn plannen voor het volgende seizoen met zijn manager Jean Van Buggenhout, die hielp om hem voor 20.000 frank per maand naar Peugeot–BP–Michelin te laten overstappen.

In die periode trok Merckx ook internationaal aandacht met sterke prestaties. In Milaan-San Remo startte hij als een 120-tegen-1 favoriet. Hij viel aan op de Capo Berta en opnieuw op de Poggio. Daarna vertraagden hij en Gianni Motta hun tempo, waarna nog twee renners aansloten. In de sprint met vier haalde Merckx het aan de finish. Ook in La Flèche Wallonne toonde hij zijn aanvalskracht door een vroege ontsnapping te achterhalen en er vervolgens zelf uit weg te rijden. Later dat jaar begon hij op 20 mei aan zijn eerste Grote Ronde, de Giro d'Italia. Daar won hij de twaalfde en veertiende rit en eindigde hij negende in het eindklassement.

Op 2 september tekende Merckx voor tien jaar bij Faema, voor 400.000 Belgische frank. Hij koos voor die overstap omdat hij volledige controle wilde over de ploeg waarvoor hij reed, en bij Faema hoefde hij ook bepaalde kosten zoals wielen en banden niet zelf te betalen.

De twaalfde rit naar de Tre Cime di Lavaredo

De twaalfde etappe eindigde na de beklimmingen van de Tre Cime di Lavaredo. De rit werd bovendien geteisterd door regenachtig weer, wat de omstandigheden duidelijk zwaar maakte. Meer details over het verloop van de etappe zijn niet beschikbaar in de verstrekte feiten.

Herstel na de crash

Na de crash bleef Eddy Merckx 45 minuten buiten bewustzijn en ontwaakte hij in de operatiekamer. Hij liep een hersenschudding, een whiplash, beknelde zenuwen in zijn rug, een verschoven bekken en verschillende snij- en schaafwonden op. Merckx verbleef een week in het ziekenhuis voor hij terugkeerde naar België. Daarna lag hij zes weken in bed, voor hij in oktober opnieuw begon te koersen. Toch begon hij het seizoen 1970 met een lichte peesontsteking in zijn knie.

Succes in 1975 en wereldtitel

Aan het begin van het seizoen 1975 zette Eddy Merckx meteen sterke resultaten neer. Hij won Milaan-San Remo en de Amstel Gold Race, en later in dat seizoen schreef hij ook de Setmana Catalana de Ciclisme op zijn naam. Eerder had hij al indruk gemaakt in Parijs-Nice, waar hij zowel het eindklassement als drie ritten won. In de Tour pakte hij de openingsproloog en daarmee de eerste gele trui van de leider. Bovendien werd Merckx de derde renner ooit die drie keer wereldkampioen werd, na Binda en Rik Van Steenbergen.

Voorjaar en Tour-de-Francecampagne

Na de Catalaanse Week verloor Eddy Merckx zijn superknecht Bruyère door een gebroken been, maar twee dagen later stond hij al aan de start van de Ronde van Vlaanderen. Daar viel hij aan met nog tachtig kilometer te gaan en behaalde hij zijn derde overwinning in de Ronde van Vlaanderen, nadat Frans Verbeeck was gelost. In Parijs-Roubaix kreeg Merckx met ongeveer tachtig kilometer te rijden af te rekenen met een lekke band, maar hij kon opnieuw aansluiten bij drie andere renners. Hij finishte uiteindelijk in een groep, terwijl De Vlaeminck won. In Luik-Bastenaken-Luik boekte Merckx vervolgens zijn vijfde zege door in de slotfase aan te vallen.

Tijdens die periode veranderde ook zijn koershouding. Andere renners verwachtten dat hij aanvallen zou neutraliseren, en in de Ronde van Romandië weigerde Merckx met Zoetemelk een demarrage te achtervolgen. Daardoor verloren zij veertien minuten. In de lente kreeg Merckx bovendien af te rekenen met verkoudheid en tonsilitis. Door zijn mindere vorm nam hij niet deel aan de Giro d'Italia. Ook in de Dauphiné Libéré was hij niet opgewassen tegen Thevenet, en in de Ronde van Zwitserland eindigde hij tweede, achter De Vlaeminck.

In de Tour de France werd Merckx tweede in de proloog. In de gesplitste etappe viel hij aan met Francesco Moser, Van Impe en Zoetemelk, en in de tweede rit van die dag nam hij tijd op Zoetemelk. Daarna won hij de individuele tijdrit in de zesde etappe en ook de volgende tijdrit naar Auch. In de elfde etappe liet hij zijn ploeg al vroeg het tempo bepalen.

Strijd op de bergen

Na de elfde etappe besloot Eddy Merckx om Thevenet te volgen en op de Puy-de-Dôme aan te vallen. Tijdens die beklimming reed hij op zijn eigen tempo achter Thevenet en Van Impe aan en hield hen binnen honderd meter. Met nog ongeveer 150 meter te gaan werd hij door toeschouwer Nello Breton in de rug geslagen. Toch kwam Merckx als tweede over de streep, op vierendertig seconden van Thevenet. Na de finish moest hij overgeven en hij had een grote blauwe plek door de klap.

Tijdens de rustdag bleek ook dat zijn lever ontstoken was. Daarvoor kreeg hij bloedverdunners voorgeschreven. Op de derde klim na de rustdag voelde hij pijn in de zone van de klap en liet een ploegmaat een pijnstiller brengen.

In de verdere koers counterde Merckx op de Col des Champs verschillende aanvallen van Thevenet. Daarna reed hij op de afdaling weg en liet zijn Molteni-ploegmaats het tempo bepalen aan het begin van de volgende klim. Daardoor kon hij zich losmaken van zijn concurrenten voor de laatste beklimming. Toch zakte hij daar meteen weg: Thevenet haalde hem in en ging hem voorbij met vier kilometer te gaan, terwijl ook Gimondi, Van Impe en Zoetemelk hem voorbijreden. Merckx werd vijfde, op één minuut en zesentwintig seconden.

De dag nadien sloot hij opnieuw aan bij de kopgroep, probeerde vooruit te rijden, maar de andere renners namen niet over en hij liet zich terugzakken tot in het peloton. Daarna verloor hij nog twee minuten op Thevenet na een aanval op de Col d'Izoard. Op het volgende stuk kwam hij ten val en brak hij een jukbeen. Voor de aankomst in Parijs won hij wel nog wat tijd terug op Thevenet.

Laatste seizoenen en afscheid

In 1976 begon Eddy Merckx zijn seizoen met overwinningen in de Grand Prix d'Aix en de Tour Méditerranéen. Hij had zich voorgenomen om een licht voorjaar te rijden, zodat hij zich kon sparen voor een kans op een zesde Tourzege. In Parijs-Nice won hij een rit, maar hij stapte uit de slotetappe door sinusitis. In de klassiekers kwam zijn beste uitslag op een zesde plaats in Luik-Bastenaken-Luik. Daarna reed hij de Dauphiné Libéré en de Ronde van Zwitserland, waarin hij opnieuw een rit won. Voor de Tour de France gaf hij toe dat hij in slechte vorm verkeerde en bang was oude kwetsuren weer te verergeren. Toch stond hij er twee weken tweede in het algemeen klassement. Op de rit naar Alpe d'Huez verloor hij dertien minuten, en met een aanval op de rit naar Saint-Etienne schoof hij weer op naar de zesde plaats. Hij eindigde de Tour uiteindelijk als zesde.

Na de Tour reed Merckx nog 22 wedstrijden in 40 dagen. Op het wereldkampioenschap wielrennen op de weg bij de mannen werd hij 33ste. Zijn laatste wegzege boekte hij op 17 september in een kermiskoers. Dat seizoen eindigde hij in oktober, na het grootste deel van augustus te hebben gekoerst. Hij won de Super Prestige Pernod International voor het eerst sinds 1968 niet meer. Nadien bracht hij de eerste twee maanden van zijn tussenseizoen vooral liggend door. Aan het einde van het seizoen stopte Molteni als sponsor, waarna Fiat France de nieuwe sponsor werd en Raphaël Géminiani de nieuwe ploegleider.

In 1978 reed Merckx nog vijf wedstrijden. Hij won op 10 februari in Zürich een omnium op de piste. Zijn eerste wegwedstrijd van dat jaar was de Grand Prix de Montauroux op 19 februari, waarin hij even aan de leiding reed maar opgaf. Zijn beste uitslag van het jaar was een vijfde plaats in de Tour de Haut. Hij stapte ook uit de Omloop Het Volk door colitis. Zijn laatste wedstrijd reed hij op 19 maart, een kermis in Kemzeke. Daarna ging hij op skivakantie, keerde terug van reis en ging opnieuw trainen. Zijn ploegsponsor wist al dat hij zou stoppen nog voor zijn afscheid. Op 18 mei kondigde Merckx zijn pensioen uit het wielrennen aan en verklaarde hij dat dokters hem hadden afgeraden om te koersen.

Van fietsbouwer tot organisator

Op 28 maart 1980 opende Eddy Merckx in Brussel Eddy Merckx Cycles. De werknemers die er aan de slag gingen, kregen eerst opleiding van Ugo De Rosa. Merckx leverde zelf ook input bij de productie van de modellen. Het bedrijf kende moeilijke momenten en kwam bijna in faling terecht, terwijl het ook betrokken raakte bij een controverse over een terugbetaling van belastingen. Toch groeide Eddy Merckx Cycles in de jaren 1980 en 1990 uit tot een hoog aangeschreven en succesvol merk. Doorheen de tijd bleef het bedrijf topstatus behouden door nieuwe methoden over te nemen.

In 2008 stapte Merckx op als CEO en verkocht hij het grootste deel van zijn aandelen. Ook daarna bleef hij fietsen testen en advies geven bij het bedrijf. In januari 2015 was Eddy Merckx Cycles gevestigd in België en werd het naar meer dan vijfentwintig landen verdeeld. Naast zijn werk voor zijn fietsenmerk bleef Merckx ook actief in de wielersport. Tussen 1986 en 1996 leidde hij elf jaar lang de Belgische nationale ploeg op wereldkampioenschappen. Hij was ook kort race director van de Ronde van Vlaanderen. Daarnaast sponsorde hij tijdelijk met CGER Bank een jeugdontwikkelingsploeg waarin ook Axel Merckx reed.

Merckx speelde ook een rol in de organisatie van nieuwe wedstrijden. Hij hielp de Grand Prix Eddy Merckx op te starten als een invitationele individuele tijdrit; later werd dat een ploegentijdrit voor twee renners, tot de wedstrijd na 2004 stopte. In 2002 hielp hij mee aan de start van de Tour of Qatar, nadat Hamad bin Khalifa Al Thani hem in 2001 had gecontacteerd om een wielerwedstrijd in Qatar op te zetten. Hij hielp Qatar ook aan de organisatie van de UCI Road World Championships van 2016 en ontwierp daarvoor het parcours van de wegrit. In 2015 beschreef Merckx zijn rol in de wielersport zelf als die van fietsenbouwer en ambassadeur. In november 2017 nam hij samen met Dirk De Pauw afscheid van organisator ASO na een geschil rond de Tour of Oman.

Huwelijk, gezin en erkenning

Eddy Merckx begon in april 1965 officieel te daten met Claudine Acou, een 21-jarige leerkracht en dochter van de trainer van de nationale amateurploeg. Tussen de baanwedstrijden door vroeg hij haar vader om toestemming om met haar te trouwen. Na vier jaar verkering trad hij op 5 december 1967 met Claudine Acou in het huwelijk.

Claudine Acou speelde ook een belangrijke rol naast Merckx zelf. Zij nam vaak de pers op zich voor hem. Op 14 februari 1970 beviel zij van hun eerste kind, Sabrina. Merckx sloeg toen zelfs een ploegstage over om bij haar te zijn voor de geboorte. Later kregen zij ook een zoon, Axel, die eveneens profrenner werd.

Merckx werd opgevoed met het Vlaams, maar leerde op school Frans. In de loop van zijn leven kreeg hij verschillende onderscheidingen en erkenningen. Koning Albert II van België verleende hem in 1996 de titel van baron. In Italië kreeg hij de titel van Cavaliere. In januari 1975 werd hij benoemd tot Chevalier van het Légion d'honneur, en in 2011 volgde in Parijs de titel van Commandeur de la Légion d'honneur, uitgereikt door de Franse president Nicolas Sarkozy. Daarnaast werd hij ambassadeur voor de Damien The Leper Society en kreeg hij in de jaren 1990 in Brussel de zegen van paus Johannes Paulus II. Merckx gaf ook aan kunstliefhebber te zijn en noemde René Magritte als zijn favoriete kunstenaar.

Triomfen en reputatie

Eddy Merckx liet zich gelden in de Grand Tours en in de eendaagse klassiekers. Hij was bovendien een zeer sterke tijdrijder en klimmer. Tijdens zijn profcarriere won hij 445 van de 1585 koersen waaraan hij deelnam. Daarmee werd hij ook de derde renner ooit die alle drie de Grand Tours in zijn loopbaan won. In 2012 werd hij als eerste opgenomen in de Hall of Fame van de Giro d'Italia. Bij die eer kreeg hij ook de moderne trofee met daarop de winnaars gegraveerd tot en met 1974. Merckx kreeg de bijnaam The Cannibal van de dochter van Christian Raymond. Tegenstanders bekritiseerden hem om zijn meedogenloze drang naar overwinning.

Dopingcontroles en sancties

Na de zestiende etappe van de Giro d'Italia van 1969 in Savona, toen Eddy Merckx nog leider was, trok hij naar het mobiele laboratorium dat met de koers meereisde voor een controle. Die eerste test bleek positief voor fencamfamine, een amfetamine. Merckx zou daardoor een maand geschorst worden. Raceleider Vincenzo Torriani stelde de start van de zeventiende etappe uit om de voorzitter van de Italiaanse wielerfederatie te overtuigen Merckx toch te laten starten. Merckx zelf hield vol dat de stalen verkeerd waren behandeld. Een tegenanalyse later in oktober gaf opnieuw een positieve uitslag. Uiteindelijk kreeg hij een schorsing van een maand en een boete van 150.000 lire.

Ook in 1977 kwam Merckx in opspraak. Op 8 mei testte hij bij La Flèche Wallonne positief op het stimulant pemoline. Samen met enkele andere renners werd hij daarvoor aangeklaagd door de Belgische wielerfederatie. De straf bestond uit een boete van 24.000 peseta's en een schorsing van een maand. Over de organisatoren die vonden dat renners rolmodellen moesten zijn, zei Merckx later dat ze gek waren.

Scroll naar boven