Édouard Empain, 1ste baron Empain

Portret van Édouard Empain rond 1910
Portret van Édouard Empain rond 1910

Édouard Empain werd op 20 september 1852 geboren in Belley, in de provincie Henegouwen, en overleed op 22 juli 1929 in Sint-Pieters-Woluwe, Brussel. Hij was een Belgische ingenieur, industrieel, ondernemer, archeoloog, bankier en mecenas. Door moeilijke omstandigheden kon hij geen hoger onderwijs volgen. Hij begon als tekenaar bij een groot machinebouwbedrijf, waar hij snel opklom en zichzelf tot ingenieur vormde. Door externe examens behaalde hij tijdens zijn loopbaan een ingenieursdiploma. In 1878 werd hij hoofd van een steengroeve in de streek van Namen. In 1882 richtte hij het bedrijf Economische Spoorwegen Luik-Seren op, dat een interlokale tramlijn tussen Luik en de industriële voorstad Seren aanlegde en uitbaatte. Vanaf dan ontwikkelde hij een internationaal commercieel imperium in bankwezen, vervoer, vastgoed en elektrotechniek, met talrijke tramsystemen in verschillende landen, waaronder het Russische Rijk, spoorwegen, de Parijse metro en een stad in Egypte. Tijdens de Eerste Wereldoorlog bekleedde hij de militaire rang van generaal-majoor.

Zakelijke en industriële activiteiten

Édouard Louis Jozef Empain was een Belgische ingenieur, industrieel, ondernemer, archeoloog, bankier en mecenas. Hij was actief in de banksector, het vervoer, de vastgoedsector en de elektrotechniek. Tijdens de Eerste Wereldoorlog bekleedde hij de militaire rang van generaal-majoor. Zijn internationale handelsimperium omvatte talrijke tramsystemen in verschillende landen, waaronder in het Russische Keizerrijk. Daarnaast maakte ook spoorwegen deel uit van zijn imperium, net als de Parijse metro. Verder was zijn onderneming betrokken bij een stad in Egypte.

Vroege jaren en technische loopbaan

Édouard Empain werd geboren op 20 september 1852 in Belley, in de provincie Henegouwen. Zijn vader was onderwijzer aan een lagere school. Door moeilijke omstandigheden kon Empain geen hoger onderwijs volgen. Hij ging aan de slag als tekenaar bij een groot machinebouwbedrijf, waar hij snel opklom. In die periode ontwikkelde hij zich tot een autodidactisch ingenieur. Terwijl hij werkte, legde hij examens als externe kandidaat af en behaalde hij een ingenieursdiploma. In 1878 werd hij hoofd van een steengroeve in de streek van Namen.

Tramwegen en industriële expansie

In 1882 richtte Édouard Empain de maatschappij Economische Spoorwegen Luik-Seren op. Die onderneming bouwde en exploiteerde een interlokale tramlijn tussen Luik en de industriële voorstad Seren. Toen de Belgische staat in 1884 de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen oprichtte, werd de aanleg van interlokale tramlijnen in België een staatsmonopolie. Empain bleef daarna betrokken bij de bouw van tramlijnen als onderaannemer en concessiehouder. Zijn maatschappijen behielden ook de concessie om de Kusttram uit te baten, die eigendom was van de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen.

Daarnaast stichtte hij de investeringsbank Banque Empain, die als holdingmaatschappij diende voor talrijke ondernemingen. Vanaf 1890 begon zijn Groep Empain met de aanleg van trams en lichte spoorwegen in verschillende landen, waaronder China en het Russische Rijk. De groep bezat onder meer de tramaanlegconcessie in Kisjinev, gekocht in 1895 en later geëlektrificeerd, en die in Berditsjev, gekocht in 1897 en niet geëlektrificeerd. In 1896 verwierf zij ook de concessie voor de tramaanleg in Astrachan, waar in 1900 een elektrisch net werd geopend, en de tractieconcessie in Tasjkent, waar het systeem in 1901 openging en in 1913 werd geëlektrificeerd.

Tot de Groep Empain behoorde ook de Compagnie du Chemin de Fer-Métropolitain de Paris, die in 1899 een concessie kreeg voor de bouw en uitbating van de Parijse metro. Die metro bleef in Belgische handen tot de nationalisatie in 1945. In 1904 kocht Empain ten slotte de fabriek Electiricé et Hydraulique in Charleroi en hernoemde die tot Ateliers de Construction Électrique de Charleroi (ASEC), dat uitgroeide tot een toonaangevend bedrijf in de Belgische elektrotechnische nijverheid en elektrische uitrusting voor trams produceerde.

De stichting van Heliopolis

In 1904 trok Édouard Louis Joseph, 1ste baron Empain, naar Egypte om een concessie te verkrijgen voor een spoorlijn van Port Saïd naar Matariya, maar hij slaagde er niet in het contract voor de spoorwegaanleg te bekomen. Het jaar daarop kocht hij een groot stuk grond op ongeveer tien kilometer van Caïro, met de bedoeling er een nieuwe stad te bouwen onder de naam Heliopolis. Voor de uitbouw van die stad richtte hij de Maatschappij voor Elektrische Spoorwegen van Caïro en de Oase Heliopolis op. Heliopolis werd opgevat als een moderne stad met infrastructuur en exotische architectuur, in wat later de Heliopolis-stijl werd genoemd.

Eerste Wereldoorlog en latere jaren

Tijdens de Eerste Wereldoorlog bood Édouard Louis Joseph, 1ste baron Empain, zich vrijwillig aan bij het leger. Minister Charles de Broqueville nam hem op in het actieve leger als militair ingenieur met de rang van kolonel. In die functie werkte hij mee aan de militaire logistiek. In 1916 werd hij tijdelijk bevorderd tot generaal-majoor, een rang die hij behield tot het einde van de oorlog. Na de oorlog kreeg hij de ererang van generaal-majoor toegekend. Hij overleed op 22 juni 1929 in de Brusselse gemeente Sint-Pieters-Woluwe. Eerst werd hij tijdelijk begraven in de Brusselse gemeente Evere; later werden zijn stoffelijke resten herbegraven in de basiliek van Heliopolis.

Jeugd en vroege volwassenheid

Édouard Louis Joseph Empain was een van de zeven kinderen van François Julien Empain en Cathérine Llivier. Zijn vader stamde uit een geslacht van kleermakers en was ook koster en organist van de parochiekerk in Beleyli. Daarnaast speelde hij viool en componeerde hij verscheidene werken. Empain werd op negenentwintigjarige leeftijd onderwijzer in Blikky, waar hij werd aangemoedigd door burgemeester Alexis Du Roy de Blicquy (1798-1875). Daarna werd hij opvolger in de hogere humaniora aan het bisschoppelijk college van Sint-Augustinus in Edingen. In 1873 trad hij in dienst als technisch tekenaar bij de Maatschappij voor Metallurgie en Steenkool, een onderneming met zetel in Brussel die rollend materieel, bruggen en onderdelen voor metalen constructies produceerde. Deze maatschappij stond onder leiding van Arthur Du Roy de Blicquy (1835-1907), de zoon van de burgemeester. Tussen 1881 en 1887 klom Empain er op van bediende tot directeur.

Carrière als industrieel ondernemer

Édouard Louis Joseph, 1ste baron Empain, leidde de steengroevenmaatschappij Société des Marbres Anonymes, die in 1878 werd opgericht door leden van de Gentse familie Terlinden. Hij was minderheidsaandeelhouder en bezat concessies voor steengroeven in de streek van Philippeville. De maatschappij leverde marmer voor het Justitiepaleis in Brussel, dat in oktober 1883 werd voltooid. In datzelfde jaar werd Empain meerderheidsaandeelhouder en liet hij zich registreren als bankier.

Tramwegen en lokale spoorlijnen

In 1880, op achtentwintigjarige leeftijd, erkende Édouard Louis Joseph, 1ste baron Empain, de problemen van vervoer en bereikbaarheid tussen steden en randgebieden. Hij besloot de steengroeveactiviteiten te verlaten en zich toe te leggen op de aanleg van elektrische trams. In dat kader richtte hij de trammaatschappij Spoorwegen Economische van Luik-Seraing en Uitbreidingen op, bedoeld om de lijn van Luik naar Jemeppe-sur-Meuse te bouwen en te exploiteren. Empain zetelde in de raad van bestuur van deze onderneming, samen met zijn mentor Arthur du Roy de Blicquy. De tramlijn werd in 1882 geopend en bleek bijzonder succesvol. Na dit succes stichtte hij een gelijkaardige trammaatschappij in Gent.

In 1881 richtte hij ook de Algemene Maatschappij van Smalspoorwegen op. Deze vennootschap bracht verschillende kleine ondernemingen en bedrijven voor de bouw van tramlijnen samen in Luik, Brussel, Gent, Charleroi en andere plaatsen. Op 6 juli 1885 was Empain een van de negen stichters van de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen in België. Daarnaast was hij bestuurder in verschillende vennootschappen die hij voor tramlijnen had opgericht.

Later nam hij ook deel aan een maatschappij die in 1905 werd opgericht voor de uitbating van de elektrische spoorweg Oostende-Blankenberge en de uitbreidingen ervan. Hij en een broer zetelden samen in de raad van bestuur van de onderneming die deze spoorweg exploiteerde. Zijn concessie werd vervolgens uitgebreid tot de volledige kustlijn van De Panne tot Knokke. De laatste concessie voor de kusttram liep voor de Maatschappij voor de Exploitatie van de Buurtspoorlijnen van Oostende en Belgische badplaatsen van 22 april 1927 tot 31 december 1955.

Tramwegen en stedelijke spoorlijnen

Baron Empain richtte meerdere ondernemingen op voor de aanleg en uitbating van stedelijke tramwegen in Frankrijk, waaronder Chemins de fer économiques du Nord (CEN). Vanaf 1901 bouwde hij stoom- en elektrische trams in Rijsel voor de Compagnie des Tramways Électriques de Lille et sa Banlieue. Onder de vlag van CEN werden ook elektrische trams aangelegd in Valenciennes en Boulogne-sur-Mer. Daarnaast realiseerde zijn groep regionale tramlijnen in onder meer de Périgord, de Midi, Calvados, Haute-Savoie, Isère en de Pyrénées-Atlantiques. Voor de Eerste Wereldoorlog hadden zijn bedrijven daardoor ruime ervaring opgedaan met de bouw van elektrische tramlijnen. Vanaf 1890 liet Empain ook stedelijke elektrische trams bouwen in Rusland, onder meer in Moldavië, Tasjkent, Astrachan, de Kaspische havens en de monding van de Wolga. Verder werden trams aangelegd in Egypte, de Belgische Kongo, China en in tal van Europese landen. Deze activiteiten wekten zijn belangstelling voor andere vormen van zaken.

Scroll naar boven