Frans Masereel werd geboren in Blankenberge, in de provincie West-Vlaanderen, en overleed in Avignon, Frankrijk. Hij was een Belgische graficus, schilder en illustrator die vooral werkte in Zwitserland, Duitsland en Frankrijk. Masereel was een geëngageerde kunstenaar, humanist, libertair, pacifist en antimilitarist. In zijn werk hekelde hij de gruwel van de oorlog, onderdrukking en sociale onrechtvaardigheid. Hij liet een omvangrijk oeuvre na en stond bekend als een onvermoeibare illustrator en pedagoog. Zijn bekendste grafische werk is Mon livre d'heures, gepubliceerd in 1919. Dit werk wordt beschouwd als een voorloper van de graphic novel. Masereel wordt dan ook gezien als een belangrijke figuur binnen de grafische kunst.
- Waarom wordt Frans Masereel gezien als een belangrijke en geëngageerde kunstenaar?
- Hoe verliepen de jeugd en opleiding van Frans Masereel?
- Hoe ontwikkelde Frans Masereel zich tijdens zijn jaren in Geneve, Parijs en verder in de jaren 1915 tot 1930?
- Hoe werd het werk en engagement van Frans Masereel in de jaren dertig internationaal ontvangen en door het nationaalsocialisme behandeld?
- Hoe verliepen de oorlogsjaren van Frans Masereel en wat deed hij daarna in zijn carrière?
- Hoe verliep de uitvaart van Frans Masereel en welke nalatenschap liet hij achter?
- Hoe ontwikkelde Frans Masereel zich als houtsnijder en welke invloed had zijn werk?
- Welke invloed had Frans Masereel op latere strip- en grafische kunstenaars?
- Welke engagementen en illustratiewerken kenmerkten Frans Masereel in deze periode?
Werk en engagement
Frans Masereel was een Belgische graveur, schilder en illustrator. Hij werkte vooral in Zwitserland, Duitsland en Frankrijk. Als geëngageerde kunstenaar stond hij bekend als humanist, libertair, pacifist en antimilitarist. In zijn werk veroordeelde hij de gruwel van oorlog, onderdrukking en sociale onrechtvaardigheid. Masereel liet een zeer omvangrijk oeuvre na en was een onvermoeibare illustrator en pedagoog. Zijn bekendste grafische werk is Mon livre d'heures, gepubliceerd in 1919. Hij wordt ook beschouwd als een voorloper van de graphic novel.
Jeugd en opleiding in Gent
Frans Masereel werd in Blankenberge geboren als zoon van François Masereel en Louise Vandekerckhove. Hij was de oudste van drie kinderen, met Robert Masereel, geboren in 1891, en Marie Louise, geboren in 1893. Het gezin verhuisde in 1894 naar Gent. In november van datzelfde jaar overleed François Masereel in Gent. Louise Vandekerckhove hertrouwde in 1897 met Louis Lava.
Masereel volgde in Gent een middelbare school waar tekenen centraal stond. In 1906 schreef hij zich in aan de Gentse vakschool voor kunsten en ambachten. Daar studeerde hij drie jaar lang lithografie en typografie. Daarnaast volgde hij avondlessen aan de Gentse Academie voor Schone Kunsten bij Jean Delvin.
Geneve, Parijs en de doorbraak van zijn beeldverhalen
Frans Masereel werd in zijn ontwikkeling beïnvloed door Jules De Bruycker. Na het verkrijgen van een visum begin 1915 verhuisde hij naar Geneve in Zwitserland, waar hij tot 1921 als vrijwillig vertaler werkte voor het Internationale Rode Kruis. In Geneve ontmoette hij de Franse schrijver Romain Rolland, die een mentor voor hem werd en een belangrijk pacifistisch voorbeeld vormde. Vanaf mei 1916 werkte Masereel ook als illustrator voor pacifistische publicaties zoals Demain, Les Tablettes en La Feuille.
In 1917 publiceerde hij twee houtgravureseries, Debout les morts en Les Morts parlent. Een jaar later stelde hij tentoon in Galerie Tanner in Zurich en publiceerde hij Passion d'un homme, dat wordt beschouwd als de eerste graphic novel. Tegelijk werkte hij aan La Ville, waaraan hij in 1918 begon en dat hij pas in 1925 voltooide. In 1919 verschenen Mon livre d'heures en Le Soleil, en in 1920 volgden Idée. Sa naissance, sa vie, sa mort en Histoire sans paroles. Hij maakte ook illustraties voor werken van Thomas Mann, Émile Zola en Stefan Zweig. In 1919 beleefde hij het begin van de Années folles en zette hij naast zijn grafisch werk ook zijn eerste stappen in de schilderkunst en aquarel. Datzelfde jaar richtte hij samen met René Arcos Éditions du Sablier op en werd hij tentoongesteld in Librairie Kundig in Geneve.
Mon livre d'heures kreeg vanaf 1921 een populaire uitgave bij Kurt Wolff. In datzelfde jaar verliet Masereel Geneve en vestigde hij zich in Parijs, omdat hij in België een verblijfsverbod had gekregen. In Parijs schilderde hij straattaferelen en werd hij in 1921 tentoongesteld in galerie Nouvel Essor. Hij reisde ook naar Berlijn met Carl en Thea Sternheim, en illustreerde in 1922 Carl Sternheims novelle Fairfax. In Berlijn leerde hij schilder George Grosz kennen, met wie hij bevriend raakte. Tot 1925 bleef hij tentoonstellen in Parijs en Duitsland. In 1923 verscheen zijn eerste monografie, uitgegeven door Stefan Zweig en Arthur Holitscher. In 1925 publiceerde hij La Ville, verdiende hij geld met de illustratie van Ulenspiegel van Charles De Coster en verhuisde hij naar een vissershuis in Equihen bij Boulogne-sur-Mer. Daar schilderde hij kustgebieden, havens en portretten van zeelieden en vissers. Ook na zijn verhuis bleef hij tentoonstellen in Parijs en Duitsland. In 1926 had hij een solotentoonstelling van schilderijen en aquarellen in Galerie Le Centaure in Brussel. In 1929 kreeg hij van de autoriteiten een Belgisch paspoort. In de jaren 1930 maakte hij minder illustraties en gravures, maar hij bleef schilderen en exposeren.
Internationale erkenning en vervolging
In de jaren dertig werkte Frans Masereel samen met anti-fascistische maand- en weekbladen. Zijn werk was internationaal bekend en er verschenen zelfs illegale uitgaven in China. In Duitsland was zijn werk al ruim verspreid vóór 1933, maar bij de machtsovername door de nazi's werden zijn geïllustreerde romans en boeken massaal in beslag genomen en vernietigd. Zijn sociaal-humanitaire en pacifistische engagement werd door het nationaalsocialistische regime weinig gewaardeerd. In 1932 co-organiseerde hij voor België het World Congress against War and Fascism in Amsterdam. Een jaar later verloor hij uit het oog van George Grosz, die een week voor Hitlers verkiezing naar de Verenigde Staten vluchtte. In 1935 werd Masereel in Rusland warm onthaald. In 1938 werden zijn schilderijen uit de Duitse museumzalen verwijderd, maar ze werden daarna niet verkocht of vernietigd.
Oorlogsjaren en nieuwe erkenning
Voor de Tweede Wereldoorlog bleef Frans Masereel tekenen en gaf hij les aan arbeiders bij de Schilderkring van de Unie van Parijse Vakbonden. Hij probeerde zich aan te sluiten bij het Franse leger, maar werd geweigerd wegens zijn leeftijd. Tijdens de exodus vluchtte hij met zijn echtgenote uit Parijs naar Avignon, via Bordeaux en Bellac. Later probeerde hij nog naar Zuid-Amerika te ontsnappen en nam hij daarvoor contact op met Louis Aragon en Elsa Triolet, maar dat plan mislukte. Om de nazi's te ontwijken verliet hij Avignon in 1943 en zocht hij onderdak in Monflanquin, in Lot-et-Garonne, waarna hij zich vestigde in het Château de Claude Sarrau de Boynet. In die periode ontmoette hij in Avignon zijn latere tweede vrouw Laure Malclès. In 1944 verloor hij ook zijn vriend en mentor Romain Rolland, die dat jaar stierf.
Na de oorlog kreeg Masereel opnieuw belangrijke opdrachten en erkenning. Van 1947 tot 1951 was hij hoogleraar aan de Hogere School voor Schone Kunsten van Saarbrücken. In 1948 opende zijn eerste Duitse naoorlogse tentoonstelling in Galerie Günther in Mannheim. Een jaar later ontwierp hij een groot mozaiek voor de gevel van het hoofdkantoor van Villeroy & Boch in Mettlach en vestigde hij zich in Nice, waar hij twintig jaar zou wonen en werken. Tot 1968 maakte hij daar meerdere reeksen houtgravures die afweken van zijn geillustreerde romans. Daarnaast ontwierp hij decors en kostuums voor talrijke theaterproducties. In 1951 ontving hij de grafische kunstprijs op de Biënnale van Venetië. Van 1952 tot 1954 werkte en stelde hij tentoon met Picasso. Ook werd hij benoemd tot lid van de Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België.
Laatste eer en blijvende nalatenschap
Na zijn overlijden worden de restanten van Frans Masereel naar Gent gerepatrieerd. In de zaal van het Museum voor Schone Kunsten in Gent vindt een grote rouwplechtigheid plaats ter ere van hem. Belgische en buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders bewijzen er hun laatste eer en begeleiden de rouwstoet naar de begraafplaats Campo Santo in Mont-Saint-Amand. Ook krijgt hij blijvende erkenning doordat de culturele organisatie Masereelfonds zijn naam draagt. Laure Malclès-Masereel overlijdt in 1981.
Houtsnede, beeldverhaal en invloed
Volgens Xylographie wordt Frans Masereel beschouwd als een meester en vernieuwer van de houtgravure. Hij staat bekend om zijn gegraveerde werken en ontwikkelde daarnaast ook belangrijke geschilderde werken. In 1914 raakte hij vertrouwd met de houtgravure. In Zwitserland beoefende hij deze techniek om ideeën over te brengen.
Een belangrijk keerpunt volgde in 1918, toen Masereel de zogenaamde 'wordless novel' uitvond. Dat was een grafisch verhaal voor volwassen lezers, opgebouwd uit symbolische of realistische gravures. Deze 'woordloze romans' hebben geen tekst en vertellen hun verhaal uitsluitend via beelden. Thomas Mann had een grote bewondering voor deze grafische verhalen.
Masereel werkte later ook samen met Berthold Bartosch aan de animatiefilm L'Idée uit 1931. Zijn expressionisme beïnvloedde bovendien Europese graveurs.
Invloed op andere kunstenaars
Masereel oefende een duidelijke invloed uit op latere kunstenaars en grafische makers. Zijn werk Influence werd sterk beïnvloed door de Amerikaanse grafisch kunstenaar Lynd Ward. Op zijn beurt werd Influence genoemd als inspiratiebron door Will Eisner en Eric Drooker. Ook Art Spiegelman verwees naar Mon livre d'heures als een inspiratie voor Maus. Daarmee blijkt dat Masereels werk niet alleen zelf invloeden opnam, maar ook weer andere belangrijke kunstenaars heeft geïnspireerd.
Politieke en literaire illustraties
In de jaren 1920 werkte Frans Masereel mee aan de revue van de Duitse Communistische Jeugd. In diezelfde periode maakte hij talrijke gravures met een uitgesproken anti-kapitalistische inslag. Daarnaast illustreerde hij werken van verschillende auteurs, onder wie Baudelaire, Verhaeren, Maeterlinck, Kipling, Blaise Cendrars, Pierre Jean Jouve en Romain Rolland. Deze opdrachten tonen hoe zijn werk zowel politiek engagement als literaire illustratie combineerde.