Freddy Maertens

Freddy Maertens tijdens de proloog van de Tour de France 1978
Freddy Maertens tijdens de proloog van de Tour de France 1978

Freddy Maertens is een Belgische wielrenner die in Lombartzyde werd geboren. Zijn professionele loopbaan duurde van 1972 tot 1987 en leverde 142 overwinningen op. Hij won de Ronde van Spanje in 1977 en veroverde tweemaal de wereldtitel op de weg. Zijn carrière viel samen met de topjaren van Eddy Merckx en kende afwisselend gemiddelde en bijzonder productieve seizoenen.

Voor hij prof werd, studeerde hij aan het Sint-Bernarduscollege in Nieuwpoort. Daar viel hij op door zijn talenknobbel: vóór zijn profdebuut kon hij zich uitdrukken in het Frans, Italiaans, Engels en Nederlands. Zijn eerste koers reed hij in 1966 in de Westhoek, op veertienjarige leeftijd, in een wedstrijd voor niet-aangesloten renners van de Belgische Wielrijdersbond. Buiten de sport kreeg hij ook te maken met alcoholisme en schulden, en hij deed meer dan twee decennia over het terugbetalen van een belastingschuld. Hij was ook conservator van het Museum van de Ronde van Vlaanderen in Oudenaarde.

Loopbaan en erelijst

Freddy Maertens, een Belgische wielrenner uit Lombardsijde, was professioneel actief van 1972 tot 1987. In die periode behaalde hij 142 overwinningen. Zijn grootste successen waren de eindzege in de Ronde van Spanje in 1977 en twee wereldtitels op de weg. Zijn carrière viel samen met de topjaren van Eddy Merckx en kende afwisselend middelmatige en zeer productieve seizoenen. Naast zijn sportieve prestaties werd zijn privéleven getekend door alcoholisme en schulden. Het terugbetalen van een fiscale schuld nam meer dan twee decennia in beslag. Tot slot was hij curator van het Museum van de Ronde van Vlaanderen in Oudenaarde, tot het einde van de vermelde periode.

Jeugd en amateurperiode

Freddy Maertens is de zoon van Gilbert Maertens en Silonne Verhaege. Zijn moeder was de dochter van een scheepstimmerman in de haven van Nieuwpoort en baatte een kruidenierszaak en een krantenwinkel uit, waar ook kranten werden bezorgd. Zijn vader, Gilbert Maertens, was de zoon van een zelfstandige arbeider. Maertens volgde onderwijs aan het Sint-Bernarduscollege in Nieuwpoort, waar hij blijk gaf van talent voor talen. Nog vóór hij prof werd, kon hij zich uitdrukken in het Frans, het Italiaans, het Engels en het Nederlands.

Van eerste koers tot prof

Freddy Maertens reed zijn eerste koers in 1966 in de Westhoek, toen hij veertien jaar was. Hij nam het daar meteen op tegen oudere renners, tot zeventien of achttien jaar, in een wedstrijd die openstond voor niet-gelicentieerde renners van de Belgische Wielerbond. In die eerste koers had hij moeite om mee te draaien in het peloton, maar in zijn tweede wedstrijd deed hij het al beter en klopte hij Michel Pollentier.

In 1967 kwam hij opnieuw uit in wedstrijden voor niet-gelicentieerde renners. Een jaar later behaalde hij zijn eerste licentie bij de Franstalige Wielerbond in de beginnerscategorie, de nieuwelingen. In 1968 won hij 21 koersen en werd hij daarnaast 19 keer tweede, telkens achter Vandromme. Tijdens zijn tweede jaar als junior vroeg hij zijn vader toestemming om van school weg te blijven. Aan zijn vader beloofde hij wel dat hij zou blijven trainen, ongeacht het weer.

Als junior won Maertens 64 wedstrijden. In 1970 en 1971 volgden nog 50 zeges bij de amateurs. Hij werd ook nationaal kampioen bij de amateurs in Nandrin. Op het wereldkampioenschap voor amateurs in 1971 in Mendrisio, Zwitserland, werd hij tweede in de sprint achter Régis Ovion. In de finale werd hij bovendien opgehouden door zijn landgenoot Ludo Van der Linden. Zijn prestaties gingen gepaard met spanningen: de begeleidingsstaf van de Belgische ploeg bekritiseerde hem omdat hij te zelfstandig zou zijn, en de slechte verhouding tussen zijn vader en leden van de Belgische Wielerbond had ook gevolgen voor hem. Daarom koos hij in het seizoen 1972 ervoor om zich door zijn vader te laten begeleiden in plaats van door mensen van de federatie. In datzelfde jaar werd hij prof. Hij kreeg toen een contractaanbod van Ernesto Colnago en Ercole Baldini voor de ploeg SCIC, terwijl diezelfde mannen hem in zijn laatste amateurjaar ook financieel en materieel steunden.

Overgang naar de profs

Freddy Maertens werd in zijn overgang naar het profcircuit beïnvloed door de Belgische zakenman Paul Claeys, die het fietsenmerk Flandria had geërfd. Maertens reed toen op een fiets van Flandria, het merk dat ook de club CFC Torhout sponsorde. Claeys en ploegleider Briek Schotte, een Belgische wielerlegende, kwamen de familie thuis bezoeken. Paul Claeys bood Gilbert Maertens een concessie aan om Flandria-fietsen te verkopen zonder aankoopverplichting. Gilbert Maertens drong erop aan dat Freddy een amateurcontract tekende van een bedrag per maand, en in zijn eerste volledige profjaar werd dat contract verdubbeld. De familie had die fietsconcessie nodig omdat Silonne Maertens ziek was en de winkel gesloten bleef.

De overstap verliep echter niet zonder problemen. Maertens kreeg te maken met een gebrekkige financiële organisatie en met de zuinige houding van Claeys tegenover Flandria. Daarnaast kende hij ook financiële moeilijkheden met de belastingautoriteiten. Rik Van Wallaghem beschreef Maertens als een naïeve neoprofsrenner. Hij hield zich niet aan de ongeschreven regel dat men geleidelijk zijn plaats in het peloton moest verdienen. Op 21-jarige leeftijd eiste hij op een agressieve manier snel een plaats tussen de gevestigde renners.

Wereldkampioenschap en controverse

Eddy Merckx zorgde voor de beslissende selectie met vier renners, onder wie Freddy Maertens. Merckx viel aan op een beklimming, twee ronden voor de finish, waarna Maertens snel reageerde. Maertens keerde alleen terug na die aanval, wat leidde tot controverse over vermeende bevoordeling van Felice Gimondi en Luis Ocaña. Merckx weigerde vervolgens met Maertens samen te werken, ondanks de kans op een Belgische dubbel, en beschuldigde hem ervan zijn winstkansen te saboteren. Maertens ontkende dat hij Merckx had tegengewerkt om hem te laten verliezen en verklaarde dat hij juist een Belgische dubbelzege wilde. Toen de rivalen hen weer bijhaalden, stemde Maertens ermee in om de sprint aan te trekken zodat Merckx kon winnen. Tijdens die sprint stond een overleden persoon met een wagen naast de groep en riep aanmoedigingen. Maertens zei ook dat Felice Gimondi hem in de hekken had geduwd aan de finish; het daartegen ingediende protest werd verworpen. Uiteindelijk werd Eddy Merckx wereldkampioen, terwijl Maertens de wedstrijd opgaf.

Ondersteuning en spanningen in het profpeloton

Freddy Maertens erkende het belang van de steun van Guillaume «Lomme» Driessens in zijn carrière. Driessens, die voor hem een vaderfiguur was, was van 1947 tot 1984 ploegleider en zag zijn renners zeven keer de Ronde van Frankrijk winnen. Volgens historicus Olivier Dazat liet Eddy Merckx Driessens als manager vallen, wat Driessens hem nooit vergaf. Driessens zocht nadien wraak tegen Eddy Merckx. Ook Naessens, een inmiddels overleden voormalige verzorger van Tom Simpson, werd in 1968 voor twee jaar uitgesloten van de wielersport.

Samenwerking met Michel Pollentier

Maertens begon zijn wedstrijden als prof in goede vorm, gesteund door de Belgische ploeg. Binnen de ploeg van Flandria groeide Michel Pollentier uit tot een belangrijke ploegmaat. Nadat hij in 1977 de Ronde van Italië had gewonnen met bergritoverwinningen, werd hij mede-kopman. Later keerde Pollentier terug naar zijn rol als helper en ondersteunde hij Maertens in diens zege in de Ronde van Catalonië van 1977. Toen Fred De Bruyne Guillaume Driessens verving als ploegleider, kreeg Pollentier meer autonomie en werd hij zelfs als kandidaat beschouwd om de Ronde van Frankrijk van 1978 te winnen.

Vanaf begin 1978 gaf Pollentier geen leiding meer in de sprints van Maertens. De ploeg boekte in die periode toch sterke resultaten met overwinningen in Het Volk, de Ronde van de Hoge Var, de Grote Prijs E3 en de Vierdaagse van Duinkerke, en een vierde plaats in Parijs-Roubaix. In de Critérium du Dauphiné Libéré van 1978 deelden Maertens en Pollentier het werk; Maertens won er een rit, terwijl Pollentier het eindklassement op zijn naam schreef na zijn dominantie in de bergritten. In de Ronde van Frankrijk van 1978 won de ploeg twee ritten en het puntenklassement. Pollentier droeg in L’Alpe d’Huez de gele trui, vlak voor het dopingschandaal rond een poging om een toestel te gebruiken dat gevuld was met de urine van een ander persoon. Pollentier verklaarde later dat hij was verraden en verliet Flandria eind 1978.

Jaren als beroepsrenner en terugval

Na de emotionele impact van het dopingschandaal van 1978 zakte de prestaties van Freddy Maertens bij de beroepsrenners duidelijk weg. In die periode volgden weinig opvallende resultaten en gaf hij in veel grote wedstrijden vroeg op. Toch kwam er onverwacht opnieuw beterschap toen hij bij de ploeg Boule d’Or sportdirecteur Guillaume Driessens aan zijn zijde kreeg. In 1981 werd hij zevende in Milaan-San Remo, behaalde hij in de Ronde van Frankrijk vijf ritoverwinningen en veroverde hij de groene trui. Datzelfde jaar won hij in Praag ook het wereldkampioenschap op de weg, na een sprint tegen Giuseppe Saronni.

Na 1981 merkten journalisten op dat de koers evolueerde van renners met een slanke bouw, zoals Eddy Merckx, naar compactere renners zoals Maertens. In 1982 ging het opnieuw bergaf: hij haalde zelden de finish en richtte zich vooral op regionale kermiskoersen om geld te verdienen. Door een knieblessure verdedigde hij zijn wereldtitel in Goodwood niet. Intussen werd hij zwaarder en sloot hij zich aan bij kleinere ploegen met lage lonen. Historicus Olivier Dazat beschreef die latere fase van zijn loopbaan als moeilijk.

Maertens beëindigde zijn profcarrière in 1987, op 35-jarige leeftijd, na een trainingsrit en omdat hij niet bereid was om in slecht weer te trainen. Na zijn afscheid werkte hij als verkoper voor het Zwitserse kledingbedrijf Assos in België en Luxemburg. Na zijn loopbaan woog hij 100 kilogram. Zijn broer Mario is eigenaar van fietsenzaak Maertens Sport in Evergem, nabij Gent.

Rijstijl

Freddy Maertens werd beschouwd als een aanvallende renner die in koers zeer hoge snelheden kon halen. Hij reed meestal met een verzet van 53 × 13 of 14. Aan het einde van zijn carrière nam hij nog een andere complete sprinter onder zijn hoede, de Ier Seán Kelly. In 1976 won Maertens ook de Grote Prijs van de Naties, een zege die toen werd gezien als het wereldkampioenschap van die discipline.

Dopingperikelen

Volgens L'Équipe gebruikte Freddy Maertens amfetamines in tweedejaarskoersen. In grote wedstrijden startte hij zonder medicatie, uit vrees voor controles. Om aan te tonen dat hij geen middelen gebruikte, reisde hij naar de Verenigde Staten om een arts te raadplegen. Op 1 juni 1974 vloog hij van Amsterdam naar New York met een DC-10 en een medisch adviseur; hij vertelde Paul de Nijs dat een van de motoren van het toestel een vreemd geluid maakte. Na de landing in New York stortte het vliegtuig bij het opstijgen naar Chicago neer, waarbij 271 opvarenden om het leven kwamen. In 1974 testte Maertens positief op pemoline, een geneesmiddel uit de amfetaminefamilie. In 1977 werd hij uit de Waalse Pijl gediskwalificeerd wegens sporen van piperidine en testte hij ook positief in Het Volk, de Ronde van België en de Ronde van Vlaanderen. In 1986 volgde nog een positieve test op cortisone.

Alcoholproblemen

Volgens de beschikbare gegevens had Freddy Maertens problemen met alcohol. Hij dronk tijdens koersen champagne en werkte later als verkoper voor Lanson, een champagnebedrijf. Journalisten zagen ook kratten champagne in zijn huis, wat zij beschouwden als bevestiging van zijn alcoholprobleem. Voor het wereldkampioenschap van 1982 in Goodwood, Engeland, vroeg hij een taxichauffeur om samen een pint bier te gaan drinken. Tegen journalist Guy Roger zei Maertens dat de verhalen over zijn drankprobleem overdreven waren, al gaf hij wel toe dat hij ooit een alcoholprobleem had gehad. Hij woonde tot het gerucht de ronde deed bijeenkomsten van de Anonieme Alcoholisten bij. Nadien dronk hij alleen nog niet-alcoholische dranken. Ook verklaarde hij dat één glas bier al genoeg is om dronken te worden, omdat het lichaam erg snel op alcohol reageert.

Financiële problemen

Tijdens zijn loopbaan kreeg Freddy Maertens te maken met aanhoudende financiële problemen, die samenhingen met onervarenheid in geldzaken en beheer. In het seizoen 1978 deden geruchten de ronde over moeilijkheden bij het bedrijf Flandria. In datzelfde jaar kreeg hij slechts de helft van zijn loon uitbetaald, deels in niet-aangegeven contanten, en in 1979 werd hij zelfs helemaal niet betaald. Daarnaast verloor hij geld dat hij had geïnvesteerd in Ranch Flandria, een onderneming die door een sponsor werd geleid, en ook in een meubelzaak die door brand werd verwoest. Hij werd bovendien onderzocht door de fiscus en betwistte via advocaten de belastingen die de overheid eiste. De problemen leidden ertoe dat hij zijn huis, auto en meubels kwijtraakte. Hij bleef achter met schulden waarop interest op interest werd aangerekend, tot hij uiteindelijk al zijn bezittingen verloor. Ook kende hij lange periodes zonder werk of werkloosheidsuitkering, terwijl zijn echtgenote als schoonmaakster werkte. Deze financiële moeilijkheden duurden in totaal dertig jaar en eindigden op een niet nader gespecificeerd moment. De gevolgen bleven ook later merkbaar, onder meer doordat hij in 2012 de begrafenis van Paul Claeys weigerde bij te wonen.

Scroll naar boven