Henriëtte Ronner-Knip

Portret van Henriëtte Ronner-Knip, Nederlandse kunstenares
Portret van Henriëtte Ronner-Knip, Nederlandse kunstenares

Henriëtte Ronner-Knip werd op 31 mei 1821 geboren in Amsterdam en overleed op 28 februari 1909 in Elsene. Zij was een Nederlandse dierenschilderes die in Europa bekendheid en waardering verwierf met romantische schilderijen van katten en kittens. Ze schilderde katten en kittens als zelfstandige onderwerpen en gebruikte levende katten als model.

Zij was het tweede kind van Josephus Augustus Knip en Cornelia van Leeuwen. Haar vader was kunstschilder, terwijl haar moeder in 1790 werd geboren. Haar ouders waren niet gehuwd bij haar geboorte. Haar vader was toen gehuwd met Antoinette Pauline Jacqueline Rifer de Courcelles, een Franse schilderes. Haar ouders scheidden in Parijs in 1824 en trouwden daarna niet opnieuw met elkaar. Henriëtte en haar broer August behoorden tot de derde generatie schilderende kunstenaars in de familie Knip. Haar grootvader was behanger en schilderde ook stillevens; hij leerde drie van zijn vier kinderen schilderen, onder wie haar vader. De familie verhuisde vaak en woonde onder meer in Parijs, Vught, Den Haag, Beek en Den Bosch. In 1840 vestigde het gezin zich in Berlicum, in de provincie Noord-Brabant.

Bekendheid met katten- en kittenportretten

Henriëtte Ronner-Knip verwierf in Europa faam en erkenning met romantische schilderijen van katten en kittens. Als Nederlands dierenschilderes maakte zij van katten en kittens zelfstandige onderwerpen. Daarbij gebruikte zij levende katten als model. Haar werk uit deze periode werd breed opgemerkt en droeg sterk bij aan haar reputatie.

Jeugd en familie

Henriëtte Ronner-Knip werd op 31 mei 1821 geboren in Amsterdam. Zij was het tweede kind van Josephus Augustus Knip, een kunstschilder (1777-1847), en Cornelia van Leeuwen (1790-1848). Haar oudere broer heette August (1819-1861). Op het ogenblik van haar geboorte waren haar ouders niet gehuwd. Haar vader was toen al getrouwd met Antoinette Pauline Jacqueline Rifer de Courcelles, een Franse schilderes (1781-1851). De ouders van Henriëtte Ronner-Knip scheidden in 1824 in Parijs en traden nadien niet meer officieel met elkaar in het huwelijk.

Vroege ontwikkeling en eerste succes

Henriëtte Knip en haar broer behoorden tot de derde generatie schilderende kunstenaars in de familie Knip. Haar grootvader was behangschilder en maakte ook stillevens. Hij leerde drie van zijn vier kinderen het schilderen, onder wie Henriëttes vader. Het gezin verhuisde vaak en woonde onder meer in Parijs, Vught, Den Haag, Beek en Den Bosch. In Parijs gaf haar vader teken- en schilderlessen aan welgestelde dames. In 1840 vestigde de familie zich in Berlicum, in Noord-Brabant.

Al op vierjarige leeftijd had Henriëtte een schilderhoek in het atelier van haar vader. Voor haar elfde verjaardag kreeg zij van hem een schildersezel. Ze schilderde Brabantse landschappen met vee en soms met boerenfiguren, naar het voorbeeld van haar vader. Af en toe werkte zij samen met haar broer aan landschappen. Daarnaast experimenteerde zij met verschillende dierlijke onderwerpen, zoals stallen met boerderijdieren, katten en honden.

Toen haar vader door een oogziekte niet meer kon schilderen, begon zij haar eigen werk te verkopen om het huishouden financieel te ondersteunen. Vanaf 1838 bood zij schilderijen aan op jaarlijkse kunsttentoonstellingen in verschillende Nederlandse steden. Na het overlijden van haar ouders verhuisde zij in 1848 naar Amsterdam. In datzelfde jaar werd zij als eerste vrouw toegelaten als werkend lid van kunstenaarsvereniging Arti et Amicitiae. Aanvankelijk schilderde zij Brabantse landschappen met vee, maar geleidelijk specialiseerde zij zich in de weergave van honden, vaak jachthonden, tegen een Brabants landschap, en van honden met puppy’s.

Honden in haar schilderijen

Henriëtte Ronner-Knip liet zich inspireren door de schilderijen van Jozef Stevens, die uitgemergelde straathonden had afgebeeld. Zelf schilderde zij realistische voorstellingen van trekhonden, waarmee zij erkenning verwierf. In 1860 maakte zij ook het grote schilderij "Le mort d’un ami", met afmetingen van 182 x 260 cm. Dit werk bevindt zich in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van Brussel. Het toont een arme zandhandelaar die knielt bij een hond die uitgeput is door het trekken van een zware kar.

Katten als handelsmerk

Vanaf 1870 begon Henriëtte Ronner-Knip katten in olie- en waterverf te schilderen. Voor ze die schilderde, maakte ze experimentele tekeningen van levende katten in haar atelier. In haar werken beeldde ze katten nauwkeurig af, met bijzondere aandacht voor de zachtheid van de vacht en de virtuositeit in het schilderen van de ogen. Ze toonde de dieren in uiteenlopende scènes, zoals slapend op kussens of spelend tussen de bezittingen van hun eigenaar. Vaak plaatste ze de katten in elegant ingerichte kamers met antiek meubilair, draperieën, antiek en handgeweven tapijten. Haar schilderijen weerspiegelden zo het cliënteel uit welgestelde sociale kringen. De katten hadden glanzende vachten en volle kommen, en het ging vaak om raszuivere katten die door burgerlijke klanten werden bewonderd. Ronner-Knip gaf haar kattenschilderijen ook anekdotische titels, zoals Reis rond de wereld voor katten die met een globe spelen. Ze werkte in een marktsegment met bijna geen concurrentie, op een moment dat katten volgens haar steeds populairder werden als burgerlijke huisdieren.

Gezin, werk en latere jaren

Henriëtte Ronner-Knip en haar echtgenoot Feico kregen zes kinderen: Marie-Thérèse, Alfreda Feico, Edouard, Marianne-Mathilde, Alice en Stéphanie-Emma. Feico werkte wegens een zwakke gezondheid niet als beroepskracht, maar hielp wel bij de kunsthandel, de correspondentie en tentoonstellingen in verschillende landen. De inkomsten voor het gezin kwamen daardoor grotendeels van Henriëtte zelf. Tussen de jaren 1840 en de jaren 1880 stegen haar kunstprijzen van 200 tot meer dan 2000 gulden, en zij kreeg talrijke opdrachten, ook van vorstelijke personen. Henriëtte gaf haar kinderen ook schilderles. Alfred werd illustrator, Alice en Emma werden stillevenschilderessen en Edouard werd advocaat. Na Feico’s overlijden in 1883 woonde en werkte Henriëtte in Elsene. Edouard beheerde toen haar financiële en commerciële zaken. Op hoge leeftijd bleef zij opmerkelijk actief: op haar tachtigste werkte zij nog dagelijks vier tot vijf uur in haar atelier, tot aan haar dood. Haar laat werk vertoonde invloeden van het impressionisme, met een eenvoudiger stijl en helderdere kleuren.

Overlijden en bijzetting

Henriëtte Ronner-Knip overleed op 28 februari 1909 in Elsene. Haar overlijden werd vermeld in verschillende kranten en tijdschriften. Zij werd bijgezet in het familiegraf op de plaatselijke begraafplaats, naast haar echtgenoot.

Commerciële succes en ontvangst

Henriëtte Ronner-Knip voorzag zichzelf en haar familie uitsluitend met de verkoop van haar eigen schilderijen. Haar werk trok de belangstelling van buitenlandse kunsthandelaars, vooral van de Britse aristocratie en van rijke handelaars. Zij regelde zelf de verkoop van haar schilderijen en koos ook persoonlijk haar kunsthandelaars. In totaal schilderde zij ongeveer meer dan duizend kattenschilderijen, waarvoor klanten bereid waren hoge prijzen te betalen. Rond 1890 behoorde zij daardoor tot de best verdienende kunstenaars van haar tijd en bereikte zij een financiële status die gelijk was aan die van haar welgestelde opdrachtgevers.

Tijdens haar leven kreeg zij over het algemeen positieve kritieken en werd zij in verschillende publicaties vermeld. Toch waren er ook negatieve stemmen: haar kattenportretten zouden te veel inspelen op de smaak van de klanten en daardoor aan artistieke inhoud ontbreken. In het laatste kwart van de 19e eeuw inspireerden haar kattenportretten andere schilders, onder wie de Belgische kunstenaar Charles Van den Eycken, ook bekend als Duchêne. Kunstcritici beschouwden haar schilderijen van speelse katten lange tijd als weinig ernstig, maar haar werk blijft populair bij kunstverzamelaars. Ook reproducties van haar schilderijen vinden nog steeds gretig aftrek en haar werken halen hoge prijzen.

Bewaring van haar werk

De schilderijen van Henriëtte Ronner-Knip zijn opgenomen in verschillende belangrijke collecties. Haar werk bevindt zich onder meer in het Rijksmuseum, de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België in Brussel, het Teylers Museum en Museum Boijmans Van Beuningen. Dat wijst op de blijvende aanwezigheid van haar schilderkunst in vooraanstaande museale verzamelingen.

Nalatenschap en herdenkingen

In 1998 organiseerde Kunsthal in Rotterdam een grote retrospectieve tentoonstelling van de schilderijen van Henriëtte Ronner-Knip. In 2019 werd in het Stedelijk Museum in Vianen een tentoonstelling met kattenportretten voorbereid, waarbij ook een decoratieve glazen vitrine uit haar atelier werd getoond. Die vitrine gebruikte zij in haar atelier om levende katten te plaatsen voor portretstudie; ze gaf de katten daarin beperkte, maar voldoende ruimte om vrij te bewegen. Ook in Amsterdam, haar geboorteplaats, wordt haar naam herdacht. Daar bestaat de Henriëtte Ronnerstraat en is er een Henriëtte Ronnerplein, dat op 22 september 1921 werd genoemd.

Scroll naar boven