Jacky Ickx werd geboren op 1 januari 1945 en groeide op in Brussel. Hij begon zijn loopbaan in motorwegraces en trials, waarin hij verschillende nationale en continentale titels won. In de jaren 1960 behaalde hij ook meerdere titels in touringcars. In 1966 won hij de 24 Uur van Spa en reed hij de Duitse Grand Prix in een Matra Formule 2-wagen. Die race eindigde na een botsing in de eerste ronde, waarbij John Taylor later aan zijn verwondingen overleed. Ickx keerde in 1967 terug naar de Duitse Grand Prix en kwalificeerde zich toen als derde in Formule 2-materiaal. Daarna verwierf hij een Formule 1-zitje bij Cooper en eindigde hij zesde. In zijn Formule 1-carrière won hij acht Grands Prix over veertien seizoenen en werd hij tweemaal vicewereldkampioen. Daarnaast won hij twee World Endurance Championships met Porsche, zes keer de 24 Uur van Le Mans, tweemaal de 12 Uur van Sebring en in 1983 de Parijs-Dakar Rally met Mercedes.
- Hoe verliep Jacky Ickx’ carrière van zijn eerste races tot zijn grootste successen?
- Hoe verliep Jacky Ickx' Formule 1-carrière van zijn eerste optredens tot zijn afscheid in 1979?
- Welke grote prestaties behaalde Jacky Ickx in de endurance-racerij en daarna?
- Hoe verliep de vroege loopbaan van Jacky Ickx in de motorsport en autosport?
- Hoe verliep de Formule 1-carriere van Jacky Ickx van zijn eerste optredens tot zijn latere jaren bij Ferrari en Wolf?
- Hoe verliepen de laatste Formule 1-jaren van Jacky Ickx?
- Hoe verliep Jacky Ickx zijn carrière in de uithoudingsraces en welke belangrijke overwinningen boekte hij?
- Welke rol speelde Jacky Ickx in de Formule 1 en wat gebeurde er in 1985 op Spa?
- Welke belangrijke races en rollen vervulde Jacky Ickx na zijn actieve professionele loopbaan?
- Welke onderscheidingen en eerbewijzen kreeg Jacky Ickx doorheen zijn carrière?
- Hoe zag het persoonlijke leven van Jacky Ickx eruit?
Van motoren naar uithoudingsraces
Jacky Ickx werd geboren op 1 januari 1945 en groeide op in Brussel. Hij was een Belgische voormalige autocoureur die zijn loopbaan begon in de motorsport, met wegraces voor motorfietsen en trials. In die discipline won hij verschillende nationale en continentale titels. Daarna schakelde hij over naar het toerwagenracen, waarin hij in het midden van de jaren 1960 meerdere titels behaalde. In 1966 won hij ook de 24 Uur van Spa.
Later maakte Ickx naam in de autosport op het hoogste niveau. Hij nam deel aan de Formule 1 en eindigde in het wereldkampioenschap voor rijders als tweede in 1969 en 1970. In zijn Formule 1-carriere won hij acht Grands Prix in 14 seizoenen. Naast de eenzitters bouwde hij een uitzonderlijk palmares uit in de uithoudingsracerij. Met Porsche won hij twee World Endurance Championships en hij schreef de 24 Uur van Le Mans zes keer op zijn naam. Ook won hij twee keer de 12 Uur van Sebring. In 1983 volgde nog een opvallende overwinning in de Parijs-Dakar Rally, samen met Mercedes.
Van eerste doorbraak tot afscheid uit de Formule 1
Jacky Ickx maakte in 1966 zijn debuut in de Duitse Grand Prix in een Matra Formule 2-wagen. Die race eindigde al in de eerste ronde na een botsing met John Taylor; Taylor overleed later aan de gevolgen van dat ongeval. In 1967 keerde Ickx terug naar de Duitse Grand Prix en kwalificeerde hij zich als derde met Formule 2-materiaal. Daarna verwierf hij een Formule 1-zitje bij Cooper, waarmee hij zesde werd.
Vervolgens werd Ickx aangetrokken door Ferrari. Daar behaalde hij zijn eerste zege in Frankrijk en sloot hij het seizoen af als vierde in de stand. Hij verhuisde daarna naar Brabham en werd tweede achter Jackie Stewart. Het jaar daarop keerde hij terug naar Ferrari en werd opnieuw tweede, dit keer achter Jochen Rindt. Met Ferrari won hij ook in Oostenrijk, Canada en Mexico, en daarnaast won hij voor Ferrari bij de Grand Prix van de in en de in .
Halverwege het seizoen verliet Ickx Ferrari wegens de prestaties van de Ferrari 312B3. Daarna volgden nog losse deelnames voor McLaren en Williams. Hij stapte vervolgens over naar Lotus, maar verliet dat team na minder dan twee seizoenen. In keerde hij terug naar de sport met Wolf-Williams. Daarna wisselde hij met Chris Amon van stoel bij Ensign vanaf , en verspreid over drie seizoenen nam hij daar af en toe deel aan races. In 1979 sloot hij aan bij Ligier ter vervanging van de geblesseerde Patrick Depailler en reed hij de laatste acht Grands Prix van dat seizoen. Aan het einde van 1979 stopte hij met Formule 1.
Uithoudingsvermogen en latere successen
Jacky Ickx sloot zijn carrière in de endurance af met acht racezeges, 13 polepositions, 14 snelste ronden en 25 podia. Hij won de 24 Uur van Le Mans zes keer, en dat record bleef staan tot later. Daarnaast won hij de 12 Uur van Sebring in 1969 en 1972, en de 24 Uur van Daytona in 1972 samen met Mario Andretti. Daarmee werd hij de vijfde rijder die de Triple Crown van de endurance racing voltooide.
Ook in de World Endurance Championships behaalde hij succes. In 1982 en 1983 werd hij met Porsche tweevoudig wereldkampioen. In 1985 stopte hij met endurance racing, na zijn betrokkenheid bij de dood van Stefan Bellof.
Naast de circuitraces nam Ickx tussen 1981 en 2000 deel aan 14 edities van de Dakar Rally. In 1983 won hij die rally. Zijn palmares werd later ook officieel erkend: in 2002 werd hij opgenomen in de International Motorsports Hall of Fame.
Van motorcross naar autosport
Jacky Ickx werd op 1 januari 1945 geboren in Brussel. Hij kwam via zijn vader Jacques Ickx, een motorjournalist, in contact met de motorsport. Zijn vader kocht een 50 cc Zündapp-motorfiets, waarna Ickx begon te rijden in wegwedstrijden en motortrial. In 1962 won hij de 50 cc-klasse in de Mettet Grand Prix-wegwedstrijd. Een jaar later versloeg hij Roger De Coster in het Belgische nationaal kampioenschap trial 50 cc. Hij won vervolgens 8 van de 13 wedstrijden in het eerste seizoen van de Europese 50 cc trial en veroverde ook de Europese titel. Later kwam daar nog twee extra trialtitels bij. Daarna maakte hij de overstap naar de autosport. Met een Lotus Cortina reed hij in toerwagenraces en won hij in 1965 het nationale salooncarkampioenschap. In 1966 won hij de Spa 24 Uur met een BMW 2000TI. Daarnaast nam hij deel aan sportwagenraces, waaronder de 1000 km-races op de Nürburgring.
Doorbraak en latere jaren in de Formule 1
Jacky Ickx reed voor het eerst in een Grote Prijs van de Formule 1 op de Nürburgring in 1966, met een Matra MS5-Cosworth, een eenliter Formule 2-auto, ingeschreven door Ken Tyrrell. In 1967 volgde opnieuw een optreden op de Nürburgring, ditmaal met een F2 Matra MS7-Cosworth van 1,6 liter, ook ingeschreven door Tyrrell. Later dat jaar maakte hij zijn Formule 1-debuut in Monza met een Cooper T81B-Maserati. Ondanks een lekke band in de laatste ronde werd hij zesde. In de Verenigde Staten Grand Prix op Watkins Glen viel hij uit in ronde 45 door motoroververhitting. Datzelfde seizoen eindigde hij ook derde in Frankrijk en tweede in Groot-Brittannie, om daarna in Canada en Duitsland te winnen. Op de Nürburgring pakte hij daarbij poleposition en de snelste ronde.
In 1969 werd hij tweede in de Mexicaanse Grand Prix en sloot hij het seizoen af als vicewereldkampioen, achter Stewart. Voor 1970 keerde hij terug naar Ferrari. Dat seizoen begon hij echter moeilijk, toen hij in de Spaanse Grand Prix in botsing kwam met Jackie Oliver, waardoor zijn wagen al in de eerste ronde vuur vatte. In 1971 gold hij met Ferrari als favoriet voor het kampioenschap, maar de titel ging opnieuw naar Jackie Stewart. Wel won hij in de regen op Zandvoort met Firestone-regentij. Tussen 1968 en 1973 bleef de Nürburgring een belangrijk strijdtoneel in zijn duels met Stewart, waarbij beide rijders overwinningen deelden. Ickx had een uitgesproken voorkeur voor dat circuit, dat het laatste parcours was voor de wijzigingen na de coureursboycot van 1970.
Hij bleef bij Ferrari in 1972 en werd tweede in Spanje en Monaco. Ook won hij op de Nürburgring zijn laatste Formule 1-race. In 1973 reed hij met de Ferrari 312B3, met als beste resultaat een vierde plaats in de openings-Grand Prix. Ferrari sloeg dat jaar verschillende races over, onder meer op de Nürburgring, en Ickx verliet het team halverwege het seizoen na de Britse Grand Prix. In 1976 begon hij bij Wolf-Williams Racing, dat toen nog ingeschreven stond als Frank Williams Racing Cars, en na drie races stapte hij over naar Walter Wolf Racing. Daar reed hij met de Wolf-Williams FW05, een herdoopte Hesketh 308C uit 1975.
Laatste jaren in de Formule 1
In 1976 kende Jacky Ickx een moeilijk seizoen in de Formule 1. Hij slaagde er vier keer niet in om zich te kwalificeren voor wereldkampioenschapsraces, maar behaalde wel een zevende plaats in Spanje en een tiende plaats in de Franse Grand Prix. Later dat jaar wisselde hij van wagen met Chris Amon voor de rest van het seizoen en reed hij met de Lotus-gestileerde Ensign N176. Tijdens de Grote Prijs van Nederland reed hij de derde snelste ronde en was hij op de meeste ronden de snelste wagen, maar op tien ronden van het einde viel de motor uit. In Italië werd hij tiende, op dertig seconden van winnaar Ronnie Peterson. In Watkins Glen kende hij een zware crash met enkelblessures.
In 1977 kwam Ickx slechts één keer aan de start van een Grand Prix, in Monaco voor Ensign, waar hij tiende werd. Een jaar later schreef hij zich in voor vier Grands Prix met Ensign, met als beste resultaat een twaalfde plaats in Zolder. Voor de Zweedse Grand Prix in Anderstorp geraakte hij niet gekwalificeerd. Zijn laatste optreden als Grand Prix-coureur volgde in 1979 bij Ligier, waar hij inviel voor de geblesseerde Patrick Depailler. Daar behaalde hij nog een vijfde en een zesde plaats. Ickx vond ground effect wagens gevaarlijk en onrustbarend, en ze pasten volgens hem niet bij zijn precieze rijstijl. Buiten de Formule 1 bleef hij races winnen in verschillende sportwagenreeksen.
Uithoudingsraces en Le Mans-overwinningen
Jacky Ickx bouwde in de uithoudingsraces een indrukwekkend palmares op met zeges in verschillende klassieke races en met meerdere merken en teamgenoten. In 1966 won hij samen met Hubert Hahne de Spa 24 Hours in België met een BMW 2000TI. Een jaar later volgde winst in de 1000 km van Spa met Dick Thompson in de Gulf-gesponsorde JW Automotive Mirage M1. In 1968 won hij de zesuur van Brands Hatch aan de zijde van Brian Redman in een door John Wyer ingeschreven Ford GT40 Mk1, en later herhaalde hij die zege daar nog in 1972 met Ferrari en Mario Andretti, in 1977 met Porsche en Jochen Mass, en in 1982 met Porsche en Derek Bell.
Zijn meest opvallende successen boekte hij in de 24 Uur van Le Mans. In 1969 won hij die race met een Ford GT40 samen met Jackie Oliver. Hij was toen als laatste aan de start doordat hij langzaam naar de auto wandelde en pas op het laatste moment zijn gordel vastmaakte. Toch won hij met de kleinste competitieve marge ooit. Die ervaring zorgde er ook voor dat hij een wijziging van de veiligheidsregels voor de Le Mans-start mee afdwong, waardoor rijders vanaf 1970 zittend en met vastgemaakte gordels starten.
Ickx won Le Mans in totaal een record van zes keer. Met Derek Bell vormde hij een legendarisch duo, goed voor drie gezamenlijke Le Mans-zeges. Vanaf 1976 was hij fabriekspiloot voor Porsche en hun turbocompetitiewagens, de 935 en 936. Met de Porsche 936 behaalde hij drie overwinningen in Le Mans. De race van 1977 beschouwde hij zelf als zijn favoriete zege. Toen reed hij in een Porsche 936 met Henri Pescarolo, werd het team overgezet naar de wagen van Jürgen Barth en Hurley Haywood op de 42ste plaats, werkte hij verloren ronden weg en nam hij in de vroege ochtend de leiding. Ondanks een mechanisch probleem en een pitstop wist de ploeg het probleem op te lossen door een cilinder uit te schakelen, waarna Ickx alsnog won. In 1982 volgde nog een overwinning in Le Mans met de Porsche 956. Dat jaar en ook in 1983 werd hij wereldkampioen uithoudingsraces, en in 1983 was hij bovendien teamleider bij Porsche.
Van Monaco tot Spa
In 1984 trad Jacky Ickx op als race director in Monaco. Hij legde die race stil voordat de helft van de afstand was afgelegd wegens zware regen. Alain Prost won de wedstrijd, maar kreeg slechts de helft van de punten toegekend. Een jaar later raakte Ickx betrokken bij een aanrijding met Stefan Bellof in Spa. Bellof probeerde Ickx in de bocht van Eau Rouge voorbij te steken en botste daarbij tegen hem. Bellof crashte vervolgens frontaal tegen de vangrail en overleed aan de gevolgen van dat ongeval. Ickx zelf was geschokt, maar bleef ongedeerd. Aan het einde van het seizoen 1985 stopte hij met professioneel circuitracen.
Succes in internationale races en historische wedstrijden
Jacky Ickx bleef ook na zijn professionele racecarriere actief in uiteenlopende disciplines en evenementen. In 1977 won hij samen met Allan Moffat de Hardie-Ferodo 1000 in Australie. Die zege maakte hem de laatste debutant die de Hardie-Ferodo 1000 kon winnen, tot 2011. Hij won later ook de Bathurst 1000 met een Ford XC Falcon Group C Touring Car, een wagen die in Australie werd gebouwd. Voor die race trainde hij slechts enkele dagen in een auto die hij voordien nooit had gereden, en toch haalde hij al snel competitieve rondetijden in Bathurst. In januari 2025 bezocht hij het National Motor Racing Museum in Bathurst en werd hij er herenigd met de wagen waarmee hij samen met Allan Moffat bijna 38 jaar eerder had gewonnen.
In 1979 schreef hij ook de Can-Am-serie op zijn naam, na een duel met onder meer Keke Rosberg, Elliot Forbes-Robinson en Bobby Rahal. Hij won die titel in de seizoensfinale op Riverside, na onder meer een voorzichtige race op Laguna Seca. Het jaar daarop keerde hij niet terug om zijn Can-Am-titel te verdedigen. Daarnaast nam hij deel aan de International Race of Champions in 1978 en 1984.
Zijn parcours omvatte ook de Dakar. Na zijn actieve carriere nam hij deel aan de Paris-Dakar Rally, en in 1983 won hij die wedstrijd met een Mercedes-Benz G-Class. In recente jaren reed hij er ook samen met zijn dochter Vanina. Verder verscheen hij in historische race-evenementen zoals het Goodwood Festival of Speed en de Monterey Historics, meestal namens Porsche, Ferrari en Genesis. In 1991 trad hij bovendien op als adviseur voor het Oreca-team dat met een Mazda 787B voor Mazdaspeed uitkwam. Hij is ook Clerk of the Course voor de Grand Prix van Monaco en woont in Brussel.
Erkenningen en onderscheidingen
Jacky Ickx werd meermaals bekroond voor zijn prestaties in de autosport en daarbuiten. Tussen 1967 en 1982 won hij meerdere keren de RACB Belgian driver's champion-titels, waarmee hij het record in handen hield. In 1968 kreeg hij de Belgian National Sports Merit Award en in 1982 werd hij uitgeroepen tot Belgian Sportsman of the Year.
Later volgden nog heel wat internationale erkenningen. In 2002 werd hij opgenomen in de International Motorsports Hall of Fame. Voor de race van 2000 werd hij benoemd tot Honorary Citizen of Le Mans, als eerste sporter ooit die die eer kreeg. In 2004 ontving hij de ACO Spirit of Le Mans trophy. Daarna kreeg hij in 2012 de Paris International Automobile Festival Palme d'Or, in 2014 de Autosprint – Helmet Legend en de derde plaats in de RTBF Best Belgian Sportsman Ever ranking, en in 2017 de World Sports – Legends Award.
In 2018 werd hij onderscheiden met de Autosport Awards – Gregor Grant Award. In 2019 inspireerde hij Porsche tot een speciale 911 (992) Carrera 4S Belgian Legend Edition voor zijn 75e verjaardag. In 2020 volgde opname in de Motorsports Hall of Fame of America. Daarnaast ontving hij ook de Bronze Zinneke.
Familie en privéleven
Jacky Ickx werd in de vroege jaren 1980 inwoner van Monaco. In juli 2011 woonde hij in Monaco het huwelijk bij van prins Albert van Monaco en Charlene Wittstock. In zijn privéleven is hij getrouwd met zangeres Khadja Nin.
Zijn familie is sterk verbonden met de autosport. Zijn vader, Jacques Ickx, was zelf racepiloot en leefde van 1910 tot 1978. Ook zijn oudere broer Pascal Ickx, geboren in 1937, was racepiloot. Uit zijn eerste huwelijk met Catherine Ickx heeft hij een dochter, Vanina Ickx, die eveneens racepiloot werd.