Jeanne Toussaint werd geboren in Charleroi. Zij was de dochter van een kantwerkster; haar vader verkocht de productie van haar moeder. Ze had een oudere zus, Charlotte, en volgde samen met haar een religieuze instelling in Brussel. Na ziekte van haar vader en een moeilijke thuissituatie vluchtte zij op 13-jarige leeftijd naar Parijs, waar zij haar zus volgde. In Parijs kwam zij in contact met de wereld van de cocottes. Haar zus Charlotte, die op boulevard Malesherbes woonde, stelde haar in 1903 in Parijs aan deze kringen voor. Jeanne Toussaint werd later bevriend met Coco Chanel en werd de geliefde van goudsmid Louis Cartier. Op 16-jarige leeftijd kreeg zij van graaf Pierre de Quinsonas Cartier-sieraden; hij nam haar mee naar Parijs en had haar huwelijk beloofd, maar zag daar later van af. Louis Cartier benoemde haar in 1933 tot artistiek directeur van zijn huis. Zij bleef dit tot 1970 en ontwierp pantersieraden voor Cartier. Onder haar leiding werd de panter een symbool van het huis. Jeanne Toussaint overleed thuis in het 16e arrondissement van Parijs.
- Hoe kwam Jeanne Toussaint bij Cartier terecht en welke rol speelde zij daar?
- Hoe verliep de jeugd van Jeanne Toussaint en hoe kwam ze in Parijs terecht?
- Hoe verliep de samenwerking en relatie tussen Jeanne Toussaint en Louis Cartier?
- Hoe ontwikkelde Jeanne Toussaint haar rol bij Cartier in de jaren 1930 en 1940?
Van Parijs tot Cartier
Jeanne Toussaint werd geboren in Charleroi en groeide later uit tot een Frans-Belgische juwelier. In Parijs werd zij een demi-mondaine. Haar zus gaf haar de bijnaam la panthère. Tijdens haar leven in Parijs werd zij bevriend met Coco Chanel en werd zij de geliefde van goudsmid Louis Cartier.
In 1933 maakte Louis Cartier haar artistiek directeur van zijn huis. Die functie behield Jeanne Toussaint tot 1970. Onder haar leiding ontwierp zij pantersieraden voor Cartier en maakte zij de panter tot een symbool van het merk.
Van jeugd tot Parijse bekendheid
Jeanne Toussaint was de dochter van een kantwerkster, terwijl haar vader de productie van zijn vrouw verkocht. Ze had een oudere zus, Charlotte, en samen volgden ze onderwijs in een religieuze instelling in Brussel. Toen haar vader ziek werd en haar moeder een relatie kreeg met een Duitser die beide zussen mishandelde, vluchtte Jeanne op dertienjarige leeftijd naar Parijs, in het spoor van haar zus. Later had ze een relatie met graaf Pierre de Quinsonas, die na zijn vertrek uit het Franse leger in Brussel woonde. Hij nam haar mee naar Parijs en gaf haar op haar zestiende juwelen van Cartier. Hoewel hij haar het huwelijk beloofde, zag hij daar onder druk van zijn familie van af. In 1903 werd Jeanne in Parijs door haar zus Charlotte, die op de boulevard Malesherbes woonde, geïntroduceerd in de wereld van de cocottes. In die periode werd ze ook getekend door kunstenaars als Paul Helleu, Adrien Drian en Giovanni Boldini. Daarnaast ontwierp ze tassen die ze versierde met borduurwerk, parels, nagels en kettingen, waarmee ze enig succes behaalde.
Werk en relatie met Louis Cartier
Jeanne Toussaint leerde Louis Cartier kennen voor de Eerste Wereldoorlog, nadat hij was gescheiden. Louis Cartier, toen 40 jaar, bracht vernieuwingen aan in het familiejuweliershuis en nam Toussaint op in de creatiecommissie. Zij leidde er de afdeling 'Sacs, accessoires et objets'. In haar werk zorgde Toussaint ervoor dat de monturen van juwelen bijna onzichtbaar werden, zodat de edelstenen niet werden veranderd. Tussen Toussaint en Louis Cartier ontstond ook een liaison, maar zijn familie weigerde hun verbintenis wegens haar reputatie. Louis Cartier probeerde haar te huwen, maar onder familiale druk moest hij daarvan afzien. In 1933 koos hij Toussaint om hem op te volgen als artistiek directeur van het bedrijf, terwijl hij zelf het bedrijf verliet om naar Boedapest te gaan met zijn nieuwe vrouw Jacqueline Almassy. Tijdens de Bezetting van Parijs beheerde Toussaint de juwelierszaak op de rue de la Paix. Louis Cartier week in die periode uit naar de Verenigde Staten. Uiteindelijk huwden Louis Cartier en Toussaint in 1954, waarna zij barones werd.
Mode, symboliek en de oorlogsjaren
In de jaren 1930 gaf Jeanne Toussaint de mode een uitgesproken vrouwelijke vorm en werd ze een symbool van zelfverzekerde goede smaak. Ze bewonderde Balenciaga, wat haar gevoel voor stijl verder onderstreepte. In 1941 stelde ze het juweel "l'Oiseau en cage" voor, met een nachtegaal in de kleuren van de Franse vlag. Dat stuk trok ook de aandacht van de Gestapo: Toussaint werd gearresteerd en ondervraagd over de betekenis van het juweel en over Charles de Gaulle. Ondanks deze episode bleef ze bij Cartier tot 1970. Ze overleed in 1976.