Joëlle Milquet

Portret van Joëlle Milquet, Belgische politica in 2004
Portret van Joëlle Milquet, Belgische politica in 2004

Joëlle Milquet werd geboren in Montignies-sur-Sambre, bij Charleroi, en groeide op in Loverval in een lerarengezin met Spaanse afkomst. Haar vader stierf toen zij zes jaar was. Ze volgde Grieks-Latijnse humaniora aan het Instituut van de Dames van Sint-Andries in Charleroi. Milquet heeft vier kinderen: Sacha Pierre, Raphaël Pierre, Laura Pierre en Clara Pierre. Zij omschreef haar persoonlijkheid als complex en vastberaden.

Milquet is een Belgische politica en lid van het Centrum voor Humanistisch Democraten. Ze was voorzitster van die partij van 1999 tot 2011 en zette in 2002 de naamsverandering van de partij in gang. Van 1995 tot 1999 was zij senator en van 2003 tot 2008 federaal volksvertegenwoordigster. In de regering-Leterme II was zij vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen, en later ook bevoegd voor Migratie- en Asielbeleid. In de regering-Di Rupo was zij vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen. Daarna werd zij viceminister-president van de regering van de Franse Gemeenschap van België, met onder meer Onderwijs, Cultuur en Kindertijd in haar bevoegdheid. Na een gerechtelijke procedure in verband met de zaak ‘Emplois fictifs’ nam zij ontslag als minister en hervatte zij meteen haar mandaat als afgevaardigde in het Brussels Gewest.

Politieke loopbaan

Joëlle Milquet werd geboren in Montignies-sur-Sambre, in Charleroi, en is een Belgische politica. Zij is lid van het Centraal Democratisch Humanistisch en was van 1999 tot 2011 voorzitster van die partij. In 2002 zette zij de naamsverandering van de partij in gang. Eerder was zij senator van 1995 tot 1999 en later federaal volksvertegenwoordigster van 2003 tot 2008.

In de regering-Leterme II was zij vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen. Binnen dezelfde regering was zij ook belast met Migratie en Asielbeleid. Vervolgens werd zij vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen in de regering-Di Rupo. Op een later moment verliet zij die ministeriële functie om viceminister-president van de regering van de Franse Gemeenschap van België te worden, waar zij verantwoordelijk was voor Onderwijs, Cultuur en Kinderopvang.

Zij nam later ontslag als minister na een gerechtelijke procedure in verband met de zaak van de 'fictieve banen'. Onmiddellijk na haar ontslag nam zij opnieuw haar mandaat als afgevaardigde in het Brussels Gewest op.

Jeugd en opleiding

Joëlle Milquet heeft Spaanse voorouders en groeit op in Loverval in een gezin van leraren. Haar vader overlijdt wanneer zij zes jaar oud is. Ze volgt Grieks-Latijnse humaniora aan het Instituut van de Zusters van Sint-Andreas in Charleroi. Milquet beschrijft haar eigen persoonlijkheid als complex en vastberaden. Door haar onwrikbare institutionele en communautaire standpunten krijgt ze de bijnaam ‘Madame Non’. Zij heeft vier kinderen: Sacha Pierre, Raphaël Pierre, Laura Pierre en Clara Pierre.

Controverse binnen de partij

Binnen haar partij werd Joëlle Milquet door Maxime Prévot omschreven als bijzonder intelligent. Tegelijk meldden media dat haar politieke omgeving onder druk stond. Volgens La Libre Belgique waren er tijdens haar ambtstermijn als minister van Leerplichtonderwijs veel vertrekken binnen haar kabinet. De pers berichtte ook over vermoeidheid bij partijleiders sinds haar machtsverschuiving. Daarnaast zou Milquet irritatie hebben gewekt door haar harde houding en haar voortdurende vertragingen.

Ook op inhoudelijk vlak nam zij geregeld een kritische houding aan. Zij bekritiseerde Melchior Wathelet in verband met de Brusselse overvluchtkwestie. Verder stelde zij vragen bij het advies van de Raad van State en bij de voorzichtigheid van het Grondwettelijk Hof. Ook de extrapolaties van het Rekenhof kregen van haar kritiek.

Juridische opleiding en eerste loopbaan

Joëlle Milquet behaalde in 1984 haar licentiaat in de rechten aan de Katholieke Universiteit Leuven. Daarna behaalde zij aan het Europa Instituut van de Universiteit van Amsterdam een diploma van specialisatie in het ondernemingsrecht. Van 1985 tot 1992 was zij ingeschreven aan de Balie van Brussel. In die periode werkte zij in advocatenkantoren en assisteerde zij van 1986 tot 1990 professor Marcel Fontaine aan het Centrum voor Privaatrecht van de UCL. Daarnaast was zij hulpreferendaris bij de Belgische rechter aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. In 1987 trad zij toe tot de parlementaire groep van de Christelijke Sociale Partij in de Senaat als parlementair attaché. Vervolgens werd zij adviseur en adjunct-kabinetschef van minister van Hoger Onderwijs Michel Lebrun, en later politiek secretaris van de partij. In 1995 werd zij senator.

Voorzitterschap van de PSC en hervorming tot cdH

Na het vertrek van Gérard Deprez als voorzitter van de Franstalige PSC werd duidelijk dat de partij een nieuwe voorzitter nodig had. De kandidatuur van Joëlle Milquet werd gesteund door de aftredende voorzitter en door verschillende partijfiguren, maar overtuigde aanvankelijk de achterban niet. Milquet wachtte vervolgens op het einde van het voorzitterschap van Charles-Ferdinand Nothomb van 1996 tot 1998 en daarna op dat van Philippe Maystadt van 1998 tot 1999, alvorens zij in 1999 de leiding van de PSC op zich nam. In datzelfde jaar werd zij voorzitter van de partij, die toen in de oppositie zat na ongeveer veertig jaar aan de macht te zijn geweest. Gérard Deprez werd later uit de PSC uitgesloten en richtte daarna de MCC op, de Mouvement des citoyens pour le changement, die zich samen met de PRL bij elkaar aansloot om de MR te vormen. In 2002 begon Milquet met hervormingswerk binnen de PSC, waarbij zij onder meer het ‘C’ van chrétien liet vallen. Dat jaar werd de partij omgevormd tot cdH, het Centre démocrate Humaniste.

Leiding van het cdH en regeringsdeelname

Joëlle Milquet wilde het kiespubliek van het cdH uitbreiden naar andere religieuze gemeenschappen, in het bijzonder moslims. Ze werd door de militanten opnieuw verkozen tot voorzitter van het cdH. Na de gewestverkiezingen van 2004 trad het cdH toe tot de politieke meerderheid in de regeringen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, het Waals Gewest en de Franse Gemeenschap van België. In het kader van die vernieuwing koos Milquet vijf jonge ministers zonder eerdere ministeriële ervaring: Benoît Lutgen, Catherine Doyen-Fonck, Marie-Dominique Simonet, Benoît Cerexhe en André Antoine. Na de gemeenteverkiezingen van oktober 2006 kondigden Freddy Thielemans en Milquet ook een akkoord aan om in Brussel een meerderheid te vormen.

Federale functies en partijleiderschap

Joëlle Milquet werd eerste schepen van Brussel en kreeg later bij de federale verkiezingen de eerste plaats op de cdH-lijst voor de Kamer in Brussel-Halle-Vilvoorde. Zij behaalde stemmen en werd herkozen als federaal volksvertegenwoordiger. In die periode nam zij deel aan de onderhandelingen onder leiding van formateur Yves Leterme tussen christendemocraten en liberalen om een federale regering te vormen. In de Vlaamse pers kreeg zij daarbij de bijnaam ‘Madame Non’, omdat zij voorstellen van Vlaamse collega’s afwees.

In 2008 maakte Milquet ook deel uit van een groep van 18 politieke leiders die onder Yves Leterme onderhandelden over de staatshervorming. Daarnaast onderhandelde zij over de deelname van het cdH aan de overgangsregering Verhofstadt III en aan de regering-Leterme I. In die laatste regering werd zij benoemd tot vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen. Later kondigde zij aan dat zij het voorzitterschap van het cdH wilde neerleggen om het cumuleren van mandaten te vermijden. Zij werd voorlopig vervangen bij de Stad Brussel door Hamza Fassi-Fihri, en droeg het voorzitterschap van het cdH uiteindelijk over aan Benoît Lutgen.

Daarna werd Milquet vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen in de regering-Di Rupo. In een interview op Maghreb TV verklaarde zij dat zij voor vrouwen aangepaste uren in zwembaden steunde, met verwijzing naar de Assises de l’Interculturalité. Die uitspraak leidde tot controverse met senator Alain Destexhe, die daarin een aanmoediging tot afzondering zag.

Minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen

Als minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen kreeg Joëlle Milquet samen met Annemie Turtelboom de goedkeuring van de ministerraad voor een wetsontwerp over slachtoffers van seksistische verbale agressie. Zij stelde ook voor om de grenzen te sluiten voor Belgische islamisten die meevochten met Syrische rebellen. In reactie op een maatregel van Bart De Wever in Antwerpen verklaarde ze dat uitsluiting uit de bevolkingsregisters mogelijk is, maar niet doeltreffend. Daarnaast werd ze met de dood bedreigd na een foto met takfiristische terroristen gelinkt aan Al Qaida; volgens haar wist ze op dat moment niet van die banden. Samen met gezondheidsminister Laurette Onkelinx en justitieminister Annemie Turtelboom lanceerde ze ook een campagne om het stilzwijgen over verkrachtingen te doorbreken.

Gerechtelijke zaken

De affaire rond de gerechtelijke zaken kreeg een gerechtelijk vervolg nadat het Brusselse parket het onderzoek had aangekondigd. Op een later, niet nader gespecificeerd moment werd het dossier toevertrouwd aan een raadsheer bij het Brusselse hof van beroep. In het kader van die affaire werd ook melding gemaakt van meerdere medewerkers die als ‘vreemd’ werden omschreven en die zes maanden voor de federale verkiezingen van 2014 door het kabinet van Binnenlandse Zaken zouden zijn aangeworven.

Juridische procedures en politieke gevolgen

In 2017 opende Affaires judiciaires een onderzoek naar Joëlle Milquet nadat zou zijn gebleken dat zij een IT-specialist had gevraagd om de berichten van haar medewerkers te doorzoeken, op zoek naar de bron van een lek in de zaak van de fictieve jobs. Het onderzoek kwam voort uit verschillende uitwisselingen die de onderzoekers hadden teruggevonden. Daarnaast liep sinds het eerste kwartaal van 2018 een onderzoek wegens poging tot beïnvloeding van getuigen, waarbij werd gesteld dat Milquet tijdens het gerechtelijk onderzoek van het Openbaar Ministerie in de affaire van de fictieve jobs druk had uitgeoefend op meerdere voormalige medewerkers. Haar advocaat ontkende evenwel dat er onderzoek was verricht naar het doorzoeken van de berichten van haar medewerkers.

Op een niet nader genoemde datum werden er huiszoekingen uitgevoerd in haar kabinet en namen onderzoekers documenten mee. Affaires judiciaires meldde vervolgens haar inbeschuldigingstelling wegens onrechtmatige belangenneming en haar ontslag als minister van Onderwijs van de Federatie Wallonië-Brussel. Milquet bekritiseerde later de vermeende druk en partijdigheid van justitie. Zes maanden na de politieke start van 2016-2017 keerde zij terug op het politieke toneel.

De zaak had ook politieke gevolgen. Olivier Maingain eiste haar uitsluiting als voorwaarde voor een wijziging van de coalitie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Franse Gemeenschap. Die coalitiewissel kwam er echter niet. Op verzoek van Maingain werden ook liberale en socialistische kabinetsleden ondervraagd. In latere verklaringen werd gesuggereerd dat Milquet had geprobeerd anderen erbij te betrekken. In 2021 bleef het dossier vastlopen, terwijl bijkomende verdedigingsverzoeken werden ingediend en de verjaringstermijn van 2024 naderde.

Scroll naar boven