Jozef-Ernest Van Roey werd geboren in Vorselaar en groeide op op de Schranshoeve. Hij was de oudste zoon van Stanislas Van Roey en Anna Maria Bartholomeus en had twee zussen, Monique en Stéphanie; laatstgenoemde werd non van het Heilig Graf in Turnhout. Van Roey studeerde aan het College van Herentals, aan het klein- en grootseminarie van Mechelen en theologie aan de Katholieke Universiteit Leuven. Na zijn priesterwijding bouwde hij een loopbaan uit als docent morele en dogmatische theologie aan de Universiteit van Leuven. Later werd hij vicaris-generaal van het bisdom en kreeg hij een belangrijke rol bij de organisatie van de vierde provinciale raad van Mechelen. Hij trad ook op als theologisch deskundige tijdens de oecumenische gesprekken van Mechelen. Na de dood van kardinaal Désiré-Joseph Mercier werd hij benoemd tot aartsbisschop van Mechelen, vervolgens in de kathedraal van Sint-Rombout gewijd en in 1927 gecreëerd tot kardinaal met de titel van kardinaal-priester van Santa Maria in Aracoeli. Hij overleed in Mechelen.
- Hoe verliep de kerkelijke loopbaan van Jozef-Ernest van Roey?
- Waar groeide Jozef-Ernest van Roey op en wie maakte deel uit van zijn gezin?
- Hoe verliep de kerkelijke loopbaan van Jozef-Ernest van Roey?
- Hoe verliepen de laatste jaren en de uitvaart van Jozef-Ernest van Roey?
- Hoe stond Jozef-Ernest van Roey tegenover het Vlaams nationalisme en de vernederlandsing in Vlaanderen?
- Welke rol speelde Jozef-Ernest van Roey in de oecumenische gesprekken van Mechelen?
- Welke rol speelde Jozef-Ernest van Roey in de oecumenische gesprekken en tijdens de Tweede Wereldoorlog?
- Hoe zette Jozef-Ernest van Roey zich in voor het behoud en de uitbreiding van het katholieke leven?
- Hoe hielp Jozef-Ernest van Roey Léon-Jozef Suenens op kerkelijk vlak vooruit?
- Hoe verliepen de laatste jaren van Jozef-Ernest van Roey en hoe stierf hij?
Kerkelijke loopbaan
Jozef-Ernest van Roey was een Belgische katholieke priester en theoloog. Hij werd hoogleraar aan de Universiteit van Leuven. Op een niet nader vermelde datum werd hij tot aartsbisschop van Mechelen gewijd. In 1927 werd hij verheven tot kardinaal en benoemd tot primaat van België. Hij werd geboren in Vorselaar, in België, en overleed in Mechelen.
Jeugd en gezin
Jozef-Ernest van Roey was de oudste zoon van Stanislas Van Roey en Anna Maria Bartholomeus. Hij had twee zussen, Monique en Stéphanie. Stéphanie trad later toe tot de orde van het Heilig Graf in Turnhout. Van Roey bracht zijn kinderjaren door op de Schranshoeve in Vorselaar.
Aartsbisschop van Mechelen en kerkelijk leider
Jozef-Ernest van Roey studeerde aan het Collège de Herentals, aan het klein- en grootseminarie van Mechelen en theologie aan de Katholieke Universiteit van Leuven. Hij werd tot priester gewijd op een niet vermelde datum en gaf vervolgens moraal- en dogmatische theologie aan de Universiteit van Leuven. In was hij vicaris-generaal van het bisdom en in kreeg hij de verantwoordelijkheid voor de organisatie van het vierde provinciaal concilie van Mechelen. Tussen en nam hij als theologisch expert deel aan de oecumenische gesprekken van Mechelen.
Na de dood van kardinaal Désiré-Jozef Mercier werd hij op benoemd tot aartsbisschop van Mechelen. Zijn bisschopswijding vond plaats op in de Sint-Romboutskathedraal. Tijdens het consistorie van werd hij door tot kardinaal gecreëerd, met de titel van kardinaal-priester van Santa Maria in Aracoeli. In de jaren vóór de oorlog speelde hij een belangrijke rol in het Belgische openbare leven. Zo steunde hij in kandidaat Paul van Zeeland bij de gedeeltelijke verkiezing in Brussel, wat mee de ineenstorting van de Rexistische Partij beïnvloedde.
Zijn ambtsperiode duurde meer dan en omvatte ook de Tweede Wereldoorlog. Hij legde sterk de nadruk op de ontwikkeling van het katholiek onderwijs en van jeugdorganisaties, en besteedde bijzondere aandacht aan kerkbouw en de vorming van de clerus. Hij volgde de bouw van de Basiliek van Koekelberg nauwgezet op en wijdde die in in. In stichtte hij de organisatie Domus Dei om kerkbouw te financieren. Tijdens de uitvaart van luitenant-generaal Bernheim in verzette hij zich tegen crematie.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog steunde hij krachtig het Belgische verzet tegen de bezetters en protesteerde hij tegen de verplichte tewerkstelling en deportatie naar Duitsland. Na de oorlog nam hij conservatieve standpunten in over de koningskwestie, de schoolstrijd en de dekolonisatie van Congo. Hij was een typische preconciliaire prelaat van de katholieke Kerk. In een van zijn laatste pastorale brieven pleitte hij voor een rechtvaardige oplossing van de repressiekwestie.
Laatste jaren en overlijden
Op 2 juli 1959 zegende Jozef-Ernest van Roey het huwelijk van prins Albert en prinses Paola. Op 15 december 1960 verrichtte hij dezelfde plechtigheid voor het huwelijk van koning Boudewijn en gravin Fabiola de Mora y Aragón. Hij overleed op de ochtend van zondag 29 december 1961. Op 28 december had bisschop Suenens hem de laatste sacramenten toegediend. De uitvaartplechtigheid vond plaats op donderdag 4 januari 1962 in de Sint-Romboutskathedraal. Van Roey werd bijgezet naast kardinaal Engelbert Sterckx in dezelfde kathedraal.
Houding tegenover Vlaams nationalisme en taalpolitiek
Jozef-Ernest van Roey, die van nature Nederlands sprak, was aanvankelijk terughoudend tegenover eentaligheid in Vlaanderen. Gaandeweg aanvaardde hij de vernederlandsing van het onderwijs, maar bleef hij tegelijk de Franstalige belangen verdedigen. Hij stond positief tegenover de Belgische eenheid en verzette zich tegen Vlaams nationalisme en separatistische strekkingen. Aanvankelijk koos hij voor een unitaire katholieke actie, als symbool van een tweetalige beleidslijn. Onder druk van Vlaamse eisen erkende hij later een autonome structuur in Vlaanderen, al bleef hij voorzichtig tegenover de verspreiding van Vlaams nationalisme onder katholieke jongeren.
Van Roey kwam in aanvaring met Vlaams-nationalisten, onder meer met het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond. Hij verbood priesters en leerkrachten zich aan te sluiten bij de Vlaams-nationale Beweging. Ook weigerde hij kerkelijke begrafenissen voor bepaalde collaborateurs. Daarnaast sprak hij zich publiek uit tegen Rexisme, een uiterst rechtse, pro-fascistische politieke beweging. Hij beschouwde een door fascisme beïnvloed Vlaams nationalisme als een bedreiging voor de Belgische eenheid. Samen met het Belgische episcopaat reageerde hij streng tegen Vlaams nationalisme. In 1928 bevestigde hij persoonlijk opnieuw zijn afwijzing, na een eerste veroordeling in 1925. Later beklemtoonde hij zijn standpunt opnieuw door bepaalde leden van de Rex-partij te excommuniceren. Met deze houding wilde hij de religieuze en nationale eenheid bewaren tegenover radicale separatistische ideologieën, ondanks spanningen met Vlaamse katholieken.
Oecumenische gesprekken in Mechelen
Na de Eerste Wereldoorlog ontstond een gunstig klimaat voor de dialoog tussen christelijke kerken. Binnen deze context kwam de oecumenische beweging tot stand, ondersteund door de pausen Benedictus XV en Pius XI, naast orthodoxe en anglicaanse initiatieven. In 1920 stelden Lord Halifax en de abt Fernand Portal aan kardinaal Mercier voor om conferenties tussen anglicanen en katholieken te houden. Kardinaal Mercier ging op dit voorstel in en aanvaardde de interkerkelijke gesprekken. Mgr. Van Roey nam als vicaris-generaal van kardinaal Mercier actief deel aan de oecumenische gesprekken van Mechelen tussen 1921 en 1925.
Oecumenische gesprekken en oorlogsjaren
In de gesprekken tussen katholieken en anglicanen speelde Jozef-Ernest van Roey een belangrijke rol naast andere kerkelijke figuren. Volgens de biografie was hij betrokken bij gevoelige kwesties, zoals het primaat van de paus, en nam hij daarbij een voorzichtiger houding aan dan kardinaal Mercier. Ondanks spanningen, vastgelopen besprekingen en tegenstand uit Rome en van Engelse katholieke kringen bleef hij tot het einde bij de gesprekken betrokken.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog trad Van Roey discreet op. In de eerste oorlogsjaren bemiddelde hij in het geheim en probeerde hij de deportatie van Joden te beperken door Joden die met katholieken gehuwd waren anders te laten behandelen. Hij onderhield ook een belangrijke communicatielijn tussen bezet België en het Vaticaan door kardinaal Maglione regelmatig op de hoogte te brengen van de nationale situatie. Daarbij wilde hij rechtstreeks conflict met de nazi’s vermijden, terwijl de Kerk onder druk stond. Tegelijk verdedigde hij koning Leopold III met een brief die in heel België werd voorgelezen. Aan het einde van de oorlog werd hij als primaat van België bedankt voor het religieuze beleid tijdens de nazi-bezetting, dat vele Joden had gered. Zijn optreden roept uiteenlopende beoordelingen op, van maximale inzet tot verwijten van onvergeeflijke stilte.
Kerkenbouw en katholieke uitstraling
Jozef-Ernest van Roey ondersteunde de ontwikkeling van het katholieke onderwijssnetwerk en werd in 1958 in verband gebracht met de sterke uitbreiding van katholieke universitaire instellingen, vooral met de Katholieke Universiteit Leuven, die toen de helft van de Belgische universiteitsstudenten samenbracht. Hij streed actief tegen de secularisering door zoveel mogelijk kerken te bouwen. Die strategie om het geestelijk leven te bewaren, leidde tot een snelle groei van de bevolking van het aartsbisdom. Hij hernam ook de bouw van de Basiliek van het Heilig Hart van Koekelberg. Daarnaast was hij betrokken bij de oprichting van een internationaal centrum ter bescherming van katholieke belangen in Palestina.
Leopold Suenens bevorderen
Jozef-Ernest van Roey erkende al vroeg de kwaliteiten van Léon-Jozef Suenens en maakte het mogelijk dat hij hogere studies in Rome kon volgen. Voor 1945 benoemde Van Roey hem tot hulpbisschop en vicaris-generaal. In 1945 wees hij Suenens ook aan als hulpbisschop en vicaris-generaal van het aartsbisdom Mechelen. Na Van Roeys dood in 1945 volgde Suenens hem op.
Laatste jaren en overlijden
Jozef-Ernest van Roey behield zijn bisschoppelijke functies tot enkele maanden voor zijn dood. In die laatste periode bleef hij ook het belang van een verenigd België benadrukken en veroordeelde hij het stemmen voor separatistische lijsten zoals de Volksunie. Op zondagochtend 6 augustus 1961 overleed hij aan doorbloedingsstoornissen. De dag voordien had kardinaal Suenens hem de laatste sacramenten toegediend. Zijn begrafenis was publiek en werd bijgewoond door religieuze prominenten, evenals de koning en de koningin van België. Hij werd bijgezet in de crypte van de aartsbisschoppen onder het koor van de Sint-Romboutskathedraal. Zijn overlijden betekende het einde van een tijdperk dat werd gedomineerd door een strikte Kerk, beïnvloed door de structuren van het begin van de twintigste eeuw.