Jozef Maréchal werd geboren op 1 juli 1878 in Charleroi en overleed op 11 december 1944 in Leuven. Hij was een Belgische jezuïetenpriester, theoloog en psycholoog. Na zijn middelbaar onderwijs aan de Sacré-Cœur-kerkschool in Charleroi trad hij in 1895, onmiddellijk na het beëindigen van zijn schoolloopbaan, in bij de jezuïetenorde. Vanaf 1901 studeerde hij beroepsfilosofie aan de Universiteit van Leuven, waar hij in 1905 ook een doctoraat in de biologie behaalde. In 1908 werd hij tot priester gewijd. Maréchal onderwees gedurende het grootste deel van zijn leven biologie, experimentele psychologie en filosofie aan het jezuïetencollege in Leuven, en gaf ook les aan het jezuïeteninstituut. Hij was een van de grondleggers van het transcendentale thomisme, waarin hij de theologische en filosofische ideeën van Thomas van Aquino verbond met de fenomenologie en Kants kritiek van de zuivere rede. Zijn hoofdwerk was Le Point de départ de la métaphysique, een vijfdelig werk waarvan de eerste drie delen in 1922 en 1923 in Brugge en Parijs verschenen.
- Welke rol speelde Jozef Maréchal als theoloog en psycholoog aan de Universiteit van Leuven?
- Hoe verliep de opleiding en wetenschappelijke vorming van Jozef Maréchal?
- Hoe ontwikkelde Jozef Maréchal zijn hoofdwerk over de metafysica?
- Hoe werkte Jozef Maréchal het neothomisme en de transcendentale metafysica uit?
- Hoe wordt de invloed van Joseph Maréchal op de neo-thomistische dialectiek en de latere metafysica beschreven?
- Welke betekenis had Jozef Maréchal voor de vernieuwing van de metafysica na Kant?
- Hoe bekritiseerde Joseph Maréchal Kant en welke rol gaf hij aan de metafysica?
- Hoe werd de aanpak van Jozef Maréchal door anderen overgenomen en verder ontwikkeld?
Werk als jezuïet en denker
Jozef Maréchal (1878-1944) werd geboren op 1 juli 1878 in Charleroi en overleed op 11 december 1944 in Leuven. Hij was een Belgische jezuïetenpriester, theoloog en psycholoog. Maréchal geldt als een van de grondleggers van het transcendentale thomisme. In zijn denken verbond hij de theologische en filosofische ideeën van Thomas van Aquino met de fenomenologie en met de kritiek op de zuivere rede van Immanuel Kant.
Aan de faculteit filosofie van de Universiteit van Leuven gaf hij onderwijs in biologie en psychologie. Daarnaast doceerde hij ook aan het jezuïetencollege. Zijn academische werk bewoog zich zo op het snijvlak van theologie, filosofie en psychologie.
Opleiding en vorming
Jozef Maréchal volgde zijn middelbaar onderwijs aan de school van het Heilig Hart in Charleroi. Kort na het beëindigen van zijn studies trad hij in 1895 toe tot de Sociëteit van Jezus. Zijn voornaamste doel was wetenschap en geloof met elkaar te verbinden. Vanaf 1901 studeerde hij professionele filosofie aan de Universiteit van Leuven en in 1905 behaalde hij daar een doctoraat in de biologie. In 1908 werd hij tot priester gewijd. Nadien gaf hij het grootste deel van zijn leven les in biologie, experimentele psychologie en filosofie aan het jezuïetencollege in Leuven.
Het hoofdwerk over de metafysica
Jozef Maréchal schreef het fundamentele boek *Le Point de depart de la métaphysique*, dat in vijf delen werd uitgegeven. De eerste drie delen verschenen in 1922 en 1923 in Brugge en Parijs. In de eerste twee delen schetste hij de hoofdproblemen van de hedendaagse filosofie die de thomistische synthese beïnvloeden. In het derde deel probeerde hij de erfenis van Immanuel Kant opnieuw te beoordelen. Het vierde deel verscheen postuum in 1947 in Brussel. Het vijfde deel behandelt kernvragen van de thomistische traditie vanuit het standpunt van de *Kritiek van de zuivere rede* en wil de negatieve kritiek van de zuivere rede positief fideïstisch benutten.
Transcendentale metafysica en neothomisme
Volgens Jozef Maréchal kan de kantiaanse kritiek niet worden weerlegd zolang het menselijk verstand wordt opgevat als een statische kracht. Wanneer de rede daarentegen dynamische of dialectische eigenschappen krijgt, verliezen de negatieve gevolgen van die kritiek hun kracht. De kern van zijn thomisme berust dan ook op die dynamische of dialectische aard van de rede. Vanuit die gedachte ontwikkelde Maréchal de grondslagen van een nieuwe ‘transcendentale metafysica’. Zijn volgelingen vatten deze uitgangspunten samen als de ‘methode van Maréchal’.
In zijn filosofie stelde Maréchal ook dat de wetenschappelijke methode onvolledig en onvoldoende is zonder metafysische aanvulling. Hij beïnvloedde in de twintigste eeuw vele katholieke filosofen en theologen in Frankrijk en Duitsland, onder wie Marc, Rainer, Lotz, Coreth en Lonergan. Zijn neothomisme vatte hij samen in de formule: ‘als God mogelijk is, dan bestaat Hij.’
Neo-thomistische dialectiek en de transcendentale wending
Joseph Maréchal wordt in gespecialiseerde handboeken beschreven als de grondlegger van de neo-thomistische dialectiek en als een van de belangrijkste ontdekkers van de nieuwe theologie en metafysica. Zijn invloed zou zich vooral hebben verspreid via indirecte leerlingen en volgelingen, met name Karl Rahner. Het belang van zijn methode wordt onderstreept in het handboek van Emerich Coreth uit 1961, dat de ingrijpende verandering in de metafysische kennis van de eerste helft van de 20e eeuw wil verduidelijken en ook de ontwikkeling van die kennis in de jaren 1950 bespreekt.
Maréchal besliste om een verkorte nieuwe uitgave te presenteren onder de titel Grondslagen van de metafysica. Daarin verklaart hij dat hij trouw blijft aan de vroegere geestelijke oorsprong en aan de traditie van de scholastieke filosofie. Bijzonder veel aandacht gaat uit naar de transcendentale wending sinds Maréchal. Karl Rahner ziet die wending als het einde van het echte neo-scholasticisme en als een omvorming van het denken.
Maréchal zelf werd beïnvloed door J.B. Lotz en Karl Rahner. Zijn eigen onderzoek bestrijkt transcendentale filosofische denkwijzen van Kant tot Hegel en anderen. In dat verband spreekt hij zijn dank uit aan W. Brugger en O. Muck voor hun verhelderende en reflecterende hulp. Tegelijk wil hij zijn eigen denkveranderingen niet verbinden met een specifieke naam zoals Maréchal.
Transcendentale metafysica en Kant
Jozef Maréchal duidde zijn eigen filosofische benadering aan als transcendentale of reflexieve metafysica. In de beoordeling van zijn invloed wordt benadrukt dat hij van groot belang was voor de vernieuwing van de metafysische leer na de kritiek van Immanuel Kant. Na de werkzaamheid van Georg Wilhelm Friedrich Hegel zette een algemene achteruitgang van het idealisme in, wat leidde tot een ruime opgang, of althans een tijdelijke overwinning, van het antimetafysische positivisme. Het materialistisch-atheïstische denken steunde daarbij gedeeltelijk op de grondslagen van de kantiaanse kritiek. Tegen het begin van de twintigste eeuw gold de metafysica vaak als verouderd, terwijl zij bovendien was verworden tot een star kerkelijk dogma. De leer van Kant werd dan ook opgevat als de weerlegging en vernietiging van alle metafysica. Scholastici en theologen voerden daarom een verbeten strijd tegen het kantianisme als tegen een gezworen vijand.
Vanaf de jaren 1920 begon Maréchals werk echter een positieve ontvangst van het transcendentale denken in kantiaanse geest mogelijk te maken. Zijn verdienste bestond erin de metafysica op wezenlijk nieuwe grondslagen te plaatsen door Kant te overwinnen via Kant. De herinterpretatie en het nieuwe gebruik van Kants nalatenschap gelden daarbij als de belangrijkste bijdrage van Maréchal. De term en de methode van het transcendentale denken behoren volgens deze benadering tot Kant zelf, als middel om de beperktheid van de empirische kennisopvatting te overstijgen.
Kritiek op Kant en metafysica
Maréchal stelde dat Kant in zijn ervaring alleen het eindige subject aansprak. Volgens hem nam Kant elk object slechts waar via een relatief subject, wat hij aanduidde als ‘subjectief idealisme’. Daaruit volgde dat bij Kant absolute kennis onmogelijk was en dat de mogelijkheid van metafysica en metafysische kennis werd uitgesloten. Maréchal zag voor de metafysica echter één mogelijkheid: aantonen, tegen Kant in, dat algemene kennis over het zijn kan worden verkregen als voorwaarde van alle menselijke cognitie, begeerte en handeling. Alleen deze kennis vormt volgens hem de belangrijkste voorwaarde voor de ontsluiting van het zijn. Op die manier kreeg de metafysica de mogelijkheid om methodologisch te worden gerechtvaardigd en gevalideerd.
Invloed en navolging
Er werd erkend dat deze benadering door Jozef Maréchal bewust werd gerealiseerd en door hem op een vernieuwende manier werd toegepast. Vervolgens werd zijn aanpak overgenomen en verder ontwikkeld door zijn volgelingen, onder wie Marc, Lotze en Raner.