Marie Gillain

Marie Gillain op het filmfestival van Deauville 2014
Marie Gillain op het filmfestival van Deauville 2014

Marie Gillain is een Belgische actrice, geboren in Rocourt (Luik). Ze groeide op in België, in Fêchereux bij Neufchâteau in Dalhem, in de Pays de Herve, waar ze een eenvoudige jeugd had in een klein dorp met 600 inwoners. Ze volgde onderwijs aan het Saint-Louis College in Luik en ontwikkelde als adolescent een passie voor theater door een workshop in theatrale expressie. In 1989 probeerde ze op 14-jarige leeftijd een filmcarrière te beginnen met een auditie voor L’Amant van Jean-Jacques Annaud, maar ze werd niet geselecteerd. Haar doorbraak kwam in 1991 met Mon père, ce héros, naast Gérard Depardieu, waarvoor ze werd genomineerd voor de César du meilleur espoir féminin. In 1995 werd haar rol in L’Appât geprezen door publiek en critici, gevolgd door een nieuwe nominatie voor dezelfde César. In 1996 won ze de prix Romy-Schneider. Daarna werkte ze in diverse filmgenres, waaronder komedie, drama, avontuur en politieverhalen. Ze kreeg ook nominaties voor de César de la meilleure actrice voor Le Bossu en Toutes nos envies. Daarnaast werkt ze in het theater en won ze in 2015 de Molière de la comédienne voor La Vénus à la fourrure. Sinds 2008 is ze vrijwillig ambassadeur voor Plan Belgique.

Doorbraak en erkenning

Marie Gillain is een Belgische actrice, geboren in Rocourt, in de provincie Luik. Zij kreeg in 1991 voor het eerst brede erkenning dankzij de film Mon père, ce héros, waarvoor zij werd genomineerd voor de César du meilleur espoir féminin. In 1995 werd haar rol in L’Appât zowel door het publiek als door de critici geprezen, en ook daarvoor volgde een nominatie voor dezelfde César-categorie. Een jaar later won zij de prix Romy-Schneider.

Gillain werkte vervolgens mee aan filmprojecten in uiteenlopende genres, waaronder komedie, drama, avontuur en politie. In 1997 kreeg zij een nominatie voor de César de la meilleure actrice voor Le Bossu. Later werd zij in 2011 opnieuw genomineerd in dezelfde categorie voor Toutes nos envies.

Naast haar filmwerk is zij ook actief in het theater. In 2015 won zij de Molière de la comédienne voor La Vénus à la fourrure. Sinds 2008 is zij ook vrijwillig ambassadrice voor Plan Belgique.

Jeugd en vroege theaterpassie

Marie Gillain bracht haar jeugd door in Belgie, in Fêchereux, bij Neufchateau in Dalhem, in de regio Pays de Herve. Ze groeide op in een klein Belgisch dorp met 600 inwoners en kende er een eenvoudige kindertijd. Ze volgde haar studies aan het Saint-Louis College in Luik. Tijdens haar adolescentie ontwikkelde ze een passie voor theater door een workshop theatrale expressie te volgen.

Doorbraak en verdere filmrollen

In 1989 probeerde Marie Gillain haar filmcarrière te lanceren door op 14-jarige leeftijd te auditeren voor L'Amant van Jean-Jacques Annaud. Ze werd voor die film niet geselecteerd, maar kreeg later wel haar doorbraak met Mon père, ce héros, waarin ze naast Gérard Depardieu speelde. Voor die rol kreeg ze haar eerste César-nominatie. In 1993 speelde ze ook in de film Marie in België, en in datzelfde jaar ontmoette ze Bertrand Tavernier, die haar een rol aanbood in L'Appât. Met die film won ze de Romy-Schneider-prijs en volgde een nieuwe César-nominatie.

Daarna bleef Gillain actief in film en theater. Ze speelde Anne Frank in een toneeladaptatie van Frances Goodrich en Albert Hackett. In 1997 werkte ze onder meer met Paolo en Vittorio Taviani in de Frans-Italiaanse coproductie Les Affinités électives. Dat jaar speelde ze ook naast André Dussollier en Fabrice Luchini in de komische dramafilm Un air si pur…, geschreven en geregisseerd door Yves Angelo, en vertolkte ze Aurore de Nevers in Le Bossu van Philippe de Broca, samen met Fabrice Luchini en Vincent Perez. In 1998 koos ze voor een bijrol in de Italiaanse film Le Dîner van Ettore Scola. Nadien speelde ze de hoofdrol in de Europese coproductie Le Dernier Harem, mede geschreven en geregisseerd door Ferzan Ozpetek. Later keerde ze terug naar Franse filmproducties, met een rustige terugkeer naar de Franse cinema in Emmanuel Mouret's eerste romantische komedie Laissons Lucie faire in 2000.

Film, theater en erkenning

In de jaren 2000 bleef Marie Gillain zowel in film als op het podium actief. In 2001 verscheen ze in de komedie Absolument fabuleux van Gabriel Aghion, naast Nathalie Baye en Josiane Balasko, en speelde ze Margot in Barnie et ses petites contrariétés van Bruno Chiche, met Fabrice Luchini. Een jaar later stond ze op het toneel in Hystéria van Terry Johnson, geregisseerd door John Malkovich in Théâtre Marigny, en speelde ze ook in Bertrand Tavernier's historische drama Laissez-passer, over filmproductie tijdens de Bezetting. In 2003 werkte ze mee aan Ni pour ni contre (bien au contraire) van Cédric Klapisch, met Vincent Elbaz.

In 2004 vertolkte ze de hoofdrol in de komedie-dramafilm Tout le plaisir est pour moi van Isabelle Broué. Daarna volgden rollen in L'Enfer van Danis Tanović in 2005, Ma vie n'est pas une comédie romantique van Marc Gibaja in 2007, Fragile(s) van Martin Valente in 2007, Pars vite et reviens tard van Régis Wargnier in 2007 en La Clef van Guillaume Nicloux in 2007, waarin ze de vrouwelijke hoofdrol speelde tegenover Guillaume Canet. In 2008 maakte ze deel uit van de vrouwelijke cast van het historische Les Femmes de l'ombre van Jean-Paul Salomé, speelde ze aan de zijde van muzikant Cali in Magique van Philippe Muyl en was ze ook betrokken bij La Très Très Grande Entreprise van Pierre Jolivet.

In 2009 speelde ze Adrienne Chanel in de biografische film Coco avant Chanel van Anne Fontaine. In 2011 was ze te zien als Claire in Toutes nos envies van Philippe Lioret, naast Vincent Lindon, en kreeg ze voor die rol een nominatie voor de César Award voor Beste Actrice. Datzelfde jaar werkte ze ook mee aan Landes van François-Xavier Vives, met Jalil Lespert en Miou-Miou, en was ze in december jurylid voor de korte films op het Marrakech Festival. Later volgde in 2014 Valentin Valentin van Pascal Thomas.

Op het toneel speelde ze tussen 2014 en 2015 in Lapin blanc, lapin rouge van Nassim Soleimanpour in Théâtre Le Public in Brussel, en de hoofdrol in La Vénus à la fourrure van David Ives, geregisseerd door Jérémie Lippmann in Théâtre Tristan-Bernard in Parijs. In 2015 verscheen ze op de cover van Lui en won ze op 25 mei 2015, op 40-jarige leeftijd, de Molière Award voor Beste Actrice. In 2016 trad ze op in Constellations van Nick Payne in Théâtre du Petit Saint-Martin en speelde ze in de film Mirage d’amour avec fanfare van Hubert Toint.

Jurywerk op filmfestivals

Marie Gillain was op meerdere filmfestivals actief als jurylid. In 2014 maakte ze deel uit van de jury van het Festival international du film policier de Beaune. Later was ze jurylid op het Festival du film francophone d'Angoulême, het Festival du cinéma américain de Deauville onder Benoît Jacquot, en het Festival international du film fantastique de Gérardmer in 2019. In 2018 zat ze in de jury van het Festival Biarritz Amérique latine onder het voorzitterschap van Laurent Cantet. In 2020 was ze jurylid op het Festival international du film de Saint-Jean-de-Luz onder het voorzitterschap van Xavier Legrand. Daarnaast zat ze ook de jury voor op het Festival de la fiction TV de La Rochelle.

Samenwerkingen en engagement

In 1998 ondertekende Marie Gillain een contract met Lancôme. Later volgde in 2005 een samenwerking met het juwelenmerk Piaget, waarvoor ze eveneens een contract tekende. Sinds 2008 is ze ook vrijwillige ambassadeur voor Plan International Belgique. Deze samenwerkingen tonen haar aanwezigheid in zowel de mode- en juwelenwereld als haar engagement voor een maatschappelijke organisatie.

Gezinsleven

Marie Gillain heeft twee kinderen: Dune en Vega. Dune werd in 2004 geboren uit haar relatie met muzikant Martin Gamet. Vega werd in 2009 geboren uit haar relatie met acteur Christophe d'Esposti.

Scroll naar boven