Marie Henriette van Oostenrijk

Portret van koningin Marie-Henriette uit 1870
Portret van koningin Marie-Henriette uit 1870

Marie Henriette van Oostenrijk was koningin en kunstenares. Als vorstin vervulde zij volgens de Belgische grondwet geen politieke rol. Ze creëerde verschillende aquarellen en olieverfschilderijen en trad op als patrones voor schilders, beeldhouwers en zangers door hun werk en loopbaan te ondersteunen. Daarnaast had zij een grote passie voor paardrijden en verzorgde zij haar paarden persoonlijk.

Zij was de dochter van aartshertog Giuseppe d’Austria, palatijn van Hongarije, en hertogin Maria Dorotea di Württemberg. In mei 1853 ontmoette zij Leopold I van België en zijn zoon Leopold, hertog van Brabant, op een bal in de Hofburg in Wenen. In datzelfde jaar werd een huwelijk met Leopold, hertog van Brabant, geregeld. Marie Henriette verliet Wenen op 1 augustus 1853, nadat zij afstand had gedaan van haar dynastieke rechten op de keizerlijke kroon. Het huwelijkscontract werd op 8 augustus 1853 in Wenen ondertekend en op 10 augustus vond in Schönbrunn een huwelijk bij volmacht plaats. De plechtigheid in Brussel werd uitgesteld wegens roodvonk bij Leopold. Later verliet zij het Brusselse hof om in het kuuroord Spa te wonen en droeg zij de rol van eerste dame over aan haar dochter Clementina.

Familie, kunst en leven buiten Brussel

Als vorstin had Marie Henriette volgens de Belgische grondwet geen politieke rol. Wel ondersteunde zij de koning bij huwelijksplannen voor hun dochters. Luisa Maria trouwde met Filippo di Sassonia-Coburgo-Kohary, terwijl Stefania huwde met Rodolfo d'Asburgo-Lorena, de erfgenaam van de keizerlijke troon. Rodolfo stierf daarna onder vreemde omstandigheden in Mayerling. Clementina bleef tijdens het leven van haar ouders ongehuwd, maar trouwde later met Napoleone Vittorio Bonaparte, een bonapartistische pretendent op de Franse troon. Geen van de afstammelingen van koningin Maria Enrichetta regeerde in België of in Europa.

Naast haar rol binnen de familie was Marie Henriette ook actief als kunstenares. Zij maakte verschillende aquarellen en olieverfschilderijen. Als mecenas steunde zij schilders, beeldhouwers en zangers door hun werken en loopbanen te bevorderen. Ook was zij gepassioneerd door paardrijden en zorgde zij persoonlijk voor haar paarden.

Later verliet zij het Brusselse hof om te gaan wonen in het kuuroord Spa. Daarmee liet zij de rol van "first lady" over aan haar dochter Clementina.

Het huwelijk met Leopold van Brabant

Marie Henriette van Oostenrijk was de dochter van aartshertog Giuseppe d'Austria, paltsgraaf van Hongarije, en hertogin Maria Dorotea di Württemberg. In mei 1853 leerde zij op een bal in de Hofburg in Wenen Leopold I van België en zijn zoon Leopold, hertog van Brabant, kennen. Nog in datzelfde jaar werd een huwelijk tussen Marie Henriette en Leopold, hertog van Brabant, geregeld. Leopold I hield de onderhandelingen zelfs geheim via aartshertog Giovanni, Marie Henriettes medevoogd. Na de revoluties van 1848 werd het huis Habsburg-Lotharingen gekozen om het prestige van Leopold I te verhogen, en van Marie Henriette werd verwacht dat zij de Belgische monarchie meer aanzien en katholieke legitimiteit zou geven. De verbintenis werd door Napoleon III van Frankrijk diplomatiek tegengewerkt, maar voor Leopold I was ze een politieke coup.

Op 1 augustus 1853 verliet Marie Henriette Wenen nadat zij afstand had gedaan van haar dynastieke rechten op de keizerlijke kroon. Op 8 augustus werd het huwelijkscontract in Wenen ondertekend, en twee dagen later volgde in het paleis van Schönbrunn een huwelijk bij volmacht. Een persoonlijke huwelijksplechtigheid in Brussel was voorzien, maar werd uitgesteld wegens de roodvonk van Leopold. De familiebanden speelden ook mee: vier jaar na haar verloving huwde haar zuster Charlotte met aartshertog Maximiliaan, de broer van de Oostenrijkse keizer. Na het huwelijk trokken Marie Henriette en haar echtgenoot langs Belgische steden, waarna zij in oktober voor een langer verblijf naar het Verenigd Koninkrijk vertrokken. Daar ontmoetten zij koningin Victoria, die Leopold I schreef over Marie Henriettes uitzonderlijke persoonlijkheid en intelligentie, maar ook vaststelde dat zij en Leopold weinig gedeelde smaken en ideeën hadden. Tijdens een verblijf in de Tuilerieën in 1855 werden hun verschillen nog duidelijker, en hun huwelijk werd spottend een huwelijk tussen een bruidegom en een non genoemd. Leopold gaf toe dat hij zich had neergelegd bij de keuze van zijn vader.

Dieren, paarden en muziek

Marie Henriette wijdde zich aan paardrijden en aan het kweken en houden van allerlei dieren. Zo bezat zij een aap, purebloedhonden, griffons en schipperkes van het Brusselse ras. Daarnaast had zij ongeveer vijftig merries, pony's en hengsten, waarvan de namen naar hun afkomst verwezen. Zij hield er ook van om opstandige paarden te temmen, al liep zij daarbij soms valpartijen op. Naast deze dieren verzorgde zij ook papegaaien en vissen met veel aandacht. Bovendien cultiveerde zij haar muzikale talenten door harp te spelen, soms piano te spelen en te zingen.

Reizen, verlies en het hofleven

Leopoldo koos in die periode steeds meer voor pragmatische overwegingen. Artsen hadden hem aangeraden om warme landen op te zoeken, omdat hij last had van ischias en terugkerende bronchitis. Daarom vertrok het echtpaar op 15 november 1854 voor een reis van tien maanden, met haltes in Wenen, Venetië en Trieste. Daarna trokken zij naar Corfu en Alexandrië, na een lang verblijf in Caïro. Daar bezocht Marie Henriette de piramides te paard op een kameel en wandelde zij door de souks. Leopoldo noteerde in schriftjes ook zaken over de werken aan het Suezkanaal. Vervolgens brachten zij een week door in Jeruzalem, waarna Nazareth volgde. In Beiroet vernam Marie Henriette het onverwachte overlijden van haar moeder. De belangstelling voor de reis nam af en het paar keerde terug naar Brussel.

In oktober 1855 vergezelde Marie Henriette de hertogen van Brabant naar de Tuilerieën voor de Universele Tentoonstelling in Parijs. Napoleon III ontving haar er hartelijk, en in dezelfde periode was er een politieke ontspanning tussen België en Frankrijk. Zij raakte ook opgenomen in de entourage van keizerin Eugénie. In het voorjaar van 1856 verbleef aartshertog Maximiliaan, de jongere broer van de Oostenrijkse keizer, aan het Belgische hof om Marie Henriette te ontmoeten. Het jaar na het voorjaar van 1856 trouwde zij met aartshertog Maximiliaan.

In maart 1860 vertrok Leopoldo zonder Marie Henriette opnieuw naar het Oosten. Zij had moeite om de kinderen op te voeden en klaagde dat zij tijdens de reizen alleen met hen was. Een halfjaar later keerde de hertog van Brabant terug naar Brussel en trof zijn vader in slechte gezondheid aan. Leopoldo I stierf op 10 december 1865, waarna de hertog van Brabant als Leopold II op dertigjarige leeftijd de troon besteeg. Marie Henriette werd tijdens de eedaflegging van de jonge vorstin onder de eregasten op de eerste rij geplaatst. In de eerste jaren van het bewind bestond er nog nabijheid tussen de vorsten, maar de koning raadpleegde 's avonds kort documenten voordat hij vroeg ging slapen. Hij was een autoritaire echtgenoot, maar bleef tegenover Marie Henriette altijd beleefd en afstandelijk. Als troost ging zij vaak naar de opera en naar de Muntschouwburg. De koninklijke loge in de Muntschouwburg werd zelfs uitgebreid met een salon, zodat zij er tijdens de pauze gasten kon ontvangen. Zij vormde er een kleine, hechte vriendenkring en liet aan Laeken een telefoonlijn installeren om vanuit haar boudoir de Wagner-repetities te volgen.

Carlotta in ballingschap en de tussenkomst van Maria Henriette

Toen Empress Carlotta op 8 augustus 1866 in Europa aankwam, probeerde zij nog de zaak van Mexico te bepleiten. Zij had samen met Maximilian twee jaar over Mexico geregeerd, maar het rijk van Maximilian viel uiteen en in Europa kon Carlotta op geen enkele steun rekenen. Koning Leopold II stuurde daarom zijn broer Philip, graaf van Vlaanderen. Philip arriveerde op 8 oktober 1866 in Rome en bracht Carlotta op 10 oktober 1866 naar Miramare, waar zij onder Oostenrijks toezicht werd geplaatst in het paviljoen Gartenhaus.

De situatie verslechterde verder toen Maximilian op 19 juni 1867 in Santiago de Querétaro werd geëxecuteerd. Dat nieuws werd voor Carlotta verborgen gehouden. In juli 1867 stuurde Leopold II Maria Henriette naar Wenen, samen met baron Adrien Goffinet. Zij smeekte het Oostenrijkse hof om Carlotta vrij te laten. Maria Henriette kwam op 14 juli 1867 in Miramare aan en trof Carlotta aan in een dramatische lichamelijke en geestelijke toestand. Carlotta was toen al negen maanden gevangene van het Oostenrijkse toezicht. Na twee weken onderhandelen verkregen Maria Henriette en Goffinet haar vrijlating, en zij overtuigden Carlotta om naar België terug te keren.

Daar verbleef Carlotta in het paviljoen van Tervuren, nabij Brussel, tot 8 oktober 1867. Het paviljoen was karig ingericht en koud bij slecht weer. Daarna verhuisde zij naar het Kasteel van Laken, waar zij in de voormalige appartementen van haar broers ging wonen. Maria Henriette hield Carlotta van nabij in het oog, in de hoop dat haar geestestoestand zou herstellen.

Na de dood van kroonprins Leopoldo

Leopoldo, de zoon van Marie Henriette, stierf in Laken op 22 januari 1869 aan longontsteking, na een val in een vijver in het park van het kasteel van Laken. Hij had die longontsteking al enkele maanden vóór zijn dood opgelopen. Voor zijn overlijden leefde Marie Henriette in afwisselende angst en hoop over het lot van de kroonprins. Tijdens de uitvaart huilde de koning onbedaarlijk en knielde hij naast Leopoldo's kist neer.

Na Leopoldo's dood verminderde de gevoeligheid van de koningin. Haar zorg voor Carlotta nam af toen bij de voormalige keizerin nieuwe geestelijke stoornissen optraden. Leopoldo II en Marie Henriette haalden Carlotta uit hun persoonlijke kring. Zij verliet Laken in mei 1869 om tot 1879 in Tervuren te wonen.

Ook het verdere leven aan het hof veranderde. Leopoldo II had na de dood van de kroonprins geen genoegen meer in Laken en wijdde zich aan de politiek. Marie Henriette reisde na Leopoldo's dood vaak naar Spa, Zwitserland, Chamonix en naar haar broer Giuseppe in Hongarije.

Zorg en plicht in oorlogstijd

Marie Henriette voelde zich sterk aangetrokken tot de franciscaner en karmelietessenkloosters. Zij bewonderde de zusters om hun geest van opoffering en soberheid. Ook toonde zij belangstelling voor het leger en woonde zij de jaarlijkse militaire oefeningen op het Beverloo-veld bij, dat 70 km ten zuidoosten van Antwerpen ligt. Meestal reed zij op een Hongaarse rijpaard genaamd Beverloo.

Toen in juli 1870 de Frans-Pruisische oorlog uitbrak, behield de vorst van Biografia de onafhankelijkheid van België, waardoor het land gespaard bleef van het conflict. De koningin zorgde voor gewonde soldaten en kreeg van de vorstelijke autoriteiten toestemming om het domein van Ciergnon en het koninklijk paleis in Brussel om te vormen tot hospitalen. Na de Slag bij Sedan, vlak over de Belgische grenzen, hielp zij gewonden, kleedde hen, maakte bedden op en troostte hen aan hun ziekbed. Zij zag operaties zonder flauw te vallen en bereidde stervende soldaten voor op hun dood. Haar inzet werd erkend door staten van het Duitse Keizerrijk en door koning Johann I van Saksen.

In 1871 bracht de koningin ook verlichting aan getroffen gezinnen in Brussel, toen daar tyfus en pokken uitbraken. Biografia vermeldt bovendien dat prinses Stefania op 10 april 1871 tyfus opliep en door een arts uit de Ardennen werd gered.

Huwelijken, familieruzies en hofleven

Na de dood van haar zoon werd Maria Enrichetta strenger en liet zij haar dochters opvoeden door strenge gouvernantes. Volgens de biografie leden Luisa en Stefania onder het gebrek aan genegenheid van hun moeder, en Stefania herinnerde zich later haar koude en strenge houding. Toch koesterde de koningin hoge verwachtingen voor haar dochters en droomde zij van briljante huwelijken voor hen.

Luisa trouwde in 1875 met haar neef Philip van Saksen-Coburg-Kohary. Philip had twee jaar eerder al Leopold II om toestemming gevraagd om met Luisa te mogen trouwen, en Leopold II ging uiteindelijk akkoord. In het begin kende het paar een hoogtepunt aan het Weense hof, maar Philip gedroeg zich daarna tiranniek en losbandig. Luisa verkwistte intussen het vermogen van haar echtgenoot en bedroog hem openlijk met Nicolas Dorÿ tot 1890. Maria Enrichetta probeerde zonder succes om Luisa tot rede te brengen.

Ook voor de viering van het zilveren huwelijksfeest van het koninklijk paar in augustus 1878 speelde de familie een rol. In het hele land vonden officiële plechtigheden en festiviteiten plaats. In Brussel werden triomfbogen en gebouwen versierd met vlaggen en Bengaalse lichten. Een comité verzamelde 112.000 frank om een tiara met 2000 edelstenen en een lange kanten sleep aan te bieden. De geschenken werden eerst tentoongesteld in het stadhuis van Brussel en daarna aan de koningin overhandigd. Na de officiële toespraak van de koning sprak de koningin haar dank uit.

Stefania sloot in 1881 een voorname verbintenis met Rodolfo van Habsburg-Lotharingen. Hun dochter Elisabetta Maria van Oostenrijk werd geboren op 2 september 1883, maar Stefania bleef na haar eerste bevalling onvruchtbaar door gonorroe, overgedragen door Rodolfo. Die breidde intussen zijn ontrouw uit en gedroeg zich losbandig in Mayerling. Hij stierf daar tragisch in het gezelschap van Maria Vetsera. Maria Enrichetta en Leopoldo II woonden de uitvaart van hun schoonzoon in Wenen bij. Na de tragedie van Mayerling kreeg Maria Enrichetta bovendien ademhalingsproblemen.

Leven in Spa en Villa Reale

Marie Henriette verliet het Brusselse hof geregeld om zich te ontspannen in het kuuroord Spa, waar zij gedurende zeven jaar bekendstond als 'de koningin van Spa'. Spa groeide uit tot een koninklijke verblijfplaats die officiële bezoekers en staatshoofden ontving. Zij hield van de Ardennen en maakte er lange wandelingen en paardrijtochten. In augustus woonde zij ook paardenshows en bloemencorso's bij.

Vanaf juli 1895 vestigde zij zich permanent in Villa Reale. Haar verblijf daar was bescheiden in vergelijking met haar huizen in Brussel en Laken. In Villa Reale had zij Auguste Goffinet in haar dienst. Naast de villa stonden achttien paarden in de stal. Marie Henriette verkoos bovendien intieme ontmoetingen met lokale notabelen en hun echtgenotes.

In januari 1891 overleed haar neef, prins Baldovino, op eenentwintigjarige leeftijd.

Latere jaren in Spa en haar overlijden

In 1895 begon Marie Henriette een relatie met de Kroatische officier Geza Mattachich. Drie jaar later liet haar echtgenoot haar met toestemming van de keizer interneren. Na vier jaar opsluiting vluchtte zij samen met haar minnaar weg.

Ook in haar familie waren de verhoudingen moeilijk. Haar dochter Stefania werd op vierentwintigjarige leeftijd weduwe en huwde in 1900 met de Hongaarse edelman Elemer Lonyay. Daarna nam zij afstand van de Oostenrijkse keizerlijke en Belgische koninklijke families. Over dochter Clementina klaagde Marie Henriette dat zij weinig tijd met haar doorbracht. Haar jongste dochter noemde haar moeder autoritair, kwaad, onrechtvaardig, vaak slechtgezind en nors, terwijl Maria Enrichetta zei dat die jongste dochter een onaangenaam karakter had.

In Spa wijdde Marie Henriette zich aan liefdadigheid. Zij bezocht scholen tijdens de prijsuitreikingen en organiseerde in haar verblijf partijen voor behoeftige kinderen. Zij nam ook deel aan het culturele leven in het Theatre de la Redoute. Daar woonde zij opvoeringen bij van Franse toneelschrijvers zoals Adolphe d'Ennery, Paul Feval en Pierre Decourcelle, en zij luisterde naar vocale concerten van sopraan Dyna Beumer en bariton Jean Note. Zij was de beschermvrouwe van Dyna Beumer. Daarnaast schilderde zij aquarellen, vooral met landschappen en honden. Zij bezocht tentoonstellingen, kocht schilderijen met landschappen uit de Ardennen en steunde Belgische kunstenaars zoals Thomas Vincotte en Joseph van Severdonck.

In juni 1902 verslechterde haar gezondheid plots. Terwijl koning Leopold II in Frankrijk was, verbleef zij in het kasteel van Laken. Auguste Goffinet en zijn zuster, barones Louise de Fierlant Dormer, zorgden voor haar. Ook een zuster waakte over haar en won haar genegenheid; Marie Henriette vroeg haar om niet weg te gaan en zei dat zij de Zusters Dochters van het Kruis bij zich wilde houden tot haar laatste adem. Zij had last van astma-aanvallen en waterzucht, moest dag en nacht blijven zitten en had moeite om uit haar stoel op te staan. Ondanks die toestand bleef zij schaken en schilderen. Vaak vroeg zij haar hofdame, gravin d'Oultremont, om te zingen ter afleiding. Zij ging iedere ochtend naar de mis in het Sint-Charleshospice. Vanaf augustus bewoog zij zich alleen nog in een rolstoel wegens pijn en hartproblemen. Daarna werd zij opnieuw ziek en herstelde zij slechts langzaam, tot zij op 19 september 1902 in Spa stierf aan mitralisinsufficiëntie, op zesenzestigjarige leeftijd.

Nalatenschap in Brussel

De naam van Marie Henriette leeft voort in Brussel via de Maison d'Enfants Reine Marie-Henriette ASBL, die ook bekendstaat als La Flèche. Deze instelling werd opgericht in 1863 en is gevestigd in de rue de la Flèche 14. In 2020 hielp zij minderjarigen jonger dan 14 jaar uit gezinnen met moeilijkheden. Ook kreeg een rode theerozenvariëteit, verkregen in 1875 door de Lyonese rozenkweker Antoine Levet, in 1878 de naam Reine Marie-Henriette.

Scroll naar boven