Paul Frère

Portret van Paul Frère in 2003
Portret van Paul Frère in 2003

Paul Frère was de zoon van Germaine Schimp en Maurice Frère. Na verblijven in Frankrijk en Duitsland voltooide hij zijn middelbare studies in Wenen. In 1935 schreef hij zich in aan de École de commerce bruxelloise de Solvay, waar hij in 1940 afstudeerde als commercieel ingenieur. Zijn eindproef behandelde ontwikkelingen van de verbrandingsmotor, en zijn thesis ging over de invloed van de vorm van de verbrandingskamer op het rendement van de verbrandingsmotor.

In 1942 werd hij secretaris bij de Fédération belge de l'industrie de l'automobile et du cycle. Van 1947 tot 1952 werkte hij voor Jaguar en General Motors Continental in Antwerpen. Daarnaast gaf hij van 1950 tot 1954 les in automechanica aan de École technique de l’État in Anderlecht.

Frère was ook actief in de sport. Tussen 1945 en 1947 won hij vijf Belgische roeikampioenschappen en hij vertegenwoordigde België op de Europese kampioenschappen roeien in 1947. In 1946 nam hij als amateur-motorracer deel onder het pseudoniem Frepau. Vanaf 1948 begon hij aan een professionele carrière als autocoureur. Hij reed officieel voor HWM, Gordini, Porsche, Aston Martin, Jaguar en Ferrari en boekte onder meer zeges in de Grand Prix des Frontières, de Grand Prix de Spa, de 12 Hours of Reims, de Grand Prix van Zuid-Afrika en de 24 Uur van Le Mans.

Opleiding en professionele beginjaren

Paul Frère was de zoon van Germaine Schimp en Maurice Frère. Na een verblijf in Frankrijk en Duitsland voltooide hij zijn secundaire studies in Wenen. In 1935 schreef hij zich in aan de École de commerce bruxelloise de Solvay. Daar studeerde hij in 1940 af als handelsingenieur. Zijn eindproef ging over de ontwikkelingen van de verbrandingsmotor, terwijl zijn thesis de invloed van de vorm van de verbrandingskamer op het rendement van de verbrandingsmotor behandelde. In 1942 werd hij secretaris bij de Fédération belge de l'industrie de l'automobile et du cycle. Van 1947 tot 1952 werkte hij voor Jaguar en General Motors Continental in Antwerpen. Daarnaast gaf hij van 1950 tot 1954 les in automechanica aan de École technique de l’État in Anderlecht.

Van roeien naar autosport

Tussen 1945 en 1947 won Paul Frère vijf Belgische kampioenschappen roeien en in 1947 vertegenwoordigde hij België op de Europese kampioenschappen roeien. In 1946 trad hij ook aan als amateur-motorrijder onder het pseudoniem Frepau. Een jaar later begon hij in 1948 aan zijn professionele carrière in de autosport.

Daarna reed hij officieel voor HWM, Gordini, Porsche, Aston Martin, Jaguar en Ferrari. In 1952 won hij de Grand Prix des Frontières. In 1955 werd hij Belgisch kampioen en won hij de Grand Prix de Spa in 1955 en opnieuw in 1960. Datzelfde jaar werd hij tweede in de 24 Uur van Le Mans, net als in 1959, en finishte hij vierde in de Belgische Grand Prix. In 1956 werd hij tweede in de Belgische Grand Prix.

Samen met Olivier Gendebien won hij de 12 Uur van Reims in 1957 en 1958. In 1960 wonnen zij samen ook de 24 Uur van Le Mans. Frère boekte in datzelfde jaar nog een overwinning in de Grand Prix van Zuid-Afrika. Daarnaast eindigde hij derde in de Rallye international Alger-Bangui-Alger met Jean Vinatier op een ID 19.

Journalistiek en internationale functies

Paul Frère werd in 1945 journalist. Daarna bouwde hij een brede loopbaan uit in de autojournalistiek en binnen verschillende organisaties. Van 1962 tot 1980 was hij voorzitter van de Association des journalistes belges de l'Automobile (A.J.B.A.), en van 1970 tot 1985 leidde hij de jury van de auto van het jaar. Hij presenteerde ook een programma op de Duitse televisiezender ZDF, van 1978 tot 1987.

Daarnaast droeg hij verantwoordelijkheid voor het Amerikaanse magazine en werkte hij regelmatig mee aan Moniteur Automobile, alsook aan Japanse en Koreaanse tijdschriften. In de technische wereld was hij van 1964 tot 1968 vicevoorzitter van de Société belge des ingénieurs de l’Automobile. Tussen 1972 en 1984 was hij lid en vicevoorzitter van de Technical Commission van de Fédération internationale du sport automobile. In 1993 werd hij benoemd tot ere-vicevoorzitter van de Britse vereniging. Hij verrichtte ook consultancymissies voor verschillende automobielfabrikanten in Europa, Japan en de Verenigde Staten, en publiceerde talrijke boeken over Porsche, met technische analyses van de evoluties van de 911.

Laatste jaren en blijvende eerbetuigingen

Paul Frère bracht zijn laatste levensjaren door in Monaco. Hij overleed in Nice, in de buurt van Vence, waar hij bijna twintig jaar met zijn vrouw Suzanne had gewoond. Zijn naam bleef ook verbonden aan het circuit van Spa-Francorchamps: tijdens de Belgische Grand Prix van 2008 werd de bocht die het huidige parcours met de oude lay-out verbindt omgedoopt tot Courbe Paul Frère. Daarnaast werd er vlak bij de toegangshelling naar de paddock een gedenksteen voor hem opgericht. Ook in 2011 werd hij nog geëerd met een aerodynamische kit op de RGT8.

Scroll naar boven