Joséphine-Charlotte van België werd geboren als Józefina Szarlotta op 11 oktober 1927 in Brussel, in het Koninklijk Paleis. Zij was de eerste dochter van Leopold III, koning van België, en Astrid, koningin van België, en een oudere zus van twee latere koningen van België, Boudewijn I en Albert II. Na haar huwelijk met Jan, erfelijk groothertog van Luxemburg, in 1953 kreeg zij de titel van Hare Koninklijke Hoogheid erfelijk groothertogin van Luxemburg. Samen kregen zij vijf kinderen. Zij studeerde kinderpsychologie aan de École supérieure de jeunes filles in Genève. Op 12 november 1964 werd zij groothertogin van Luxemburg na de abdicatie van haar schoonmoeder en vervulde zij deze functie tot de abdicatie van haar echtgenoot op 7 oktober 2000. In die periode nam zij deel aan officiële optredens, buitenlandse diplomatieke reizen en activiteiten van het Internationale Rode Kruis. Zij overleed op 10 januari 2005 in Fischbach aan longkanker en werd bijgezet in de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal in Luxemburg.
- Hoe verliep het huwelijk, het gezin en het openbare leven van Joséphine-Charlotte als groothertogin van Luxemburg?
- Hoe zag de familieachtergrond en jeugd van prinses Joséphine-Charlotte van België eruit?
- Welke titel droeg Joséphine-Charlotte van België, en aan welke officiële gebeurtenissen nam zij deel?
- Hoe verliepen de verloving en het huwelijk van prinses Joséphine-Charlotte met Jan?
- Welke kinderen kregen prinses Joséphine-Charlotte en hoe verliep hun plaats in de troonopvolging van Luxemburg?
- Hoe verliepen de publieke momenten rond haar officiële rol en troonsbestijging?
- Hoe was Joséphine-Charlotte betrokken bij buitenlandse bezoeken, ontvangsten en familiegebeurtenissen?
- Bij welke uitvaarten vertegenwoordigde zij het Luxemburgse hof?
- Hoe trad prinses Joséphine-Charlotte op tijdens religieuze en officiële plechtigheden?
Hertogin van Luxemburg en koninklijke familie
Joséphine-Charlotte, geboren als prinses van België en lid van de dynastie van de Koburgers, kwam ter wereld op 11 oktober 1927 in Brussel. Zij was het eerste kind van Leopold, hertog van Brabant, en Astrid, hertogin van Brabant, en een dochter van Leopold III, koning van België, en Astrid, koningin van België. Na haar studies kindpsychologie aan de École supérieure de jeunes filles in Genève trouwde zij in 1953 met Jan, erfelijk groothertog van Luxemburg. Na haar huwelijk kreeg zij de titel van Hare Koninklijke Hoogheid erfelijk groothertogin van Luxemburg. Het echtpaar kreeg vijf kinderen: aartshertogin Maria Astrid, geboren in 1954; Henri, groothertog van Luxemburg, geboren in 1955; prins Jan, geboren in 1957; prinses Margaretha, getrouwd met Liechtenstein, geboren in 1957; en prins Willem, geboren in 1963.
Op 12 november 1964 werd zij groothertogin van Luxemburg, na de abdicatie van haar schoonmoeder, en zij bleef dat tot de abdicatie van haar echtgenoot op 7 oktober 2000. Tijdens die jaren nam zij deel aan officiële optredens en buitenlandse diplomatieke reizen, en zij was betrokken bij de activiteiten van het Internationale Rode Kruis. Zij overleed op 10 januari 2005 in Fischbach, in het kasteel, aan longkanker en werd bijgezet in de kathedraal Notre Dame in Luxemburg.
Afkomst, gezin en opleiding
Joséphine-Charlotte werd geboren op 11 oktober 1927 in het Koninklijk Paleis in Brussel. Haar ouders waren Leopold III, koning van België uit de Koburg-dynastie, en Astrid, koningin van België uit de Zweedse koninklijke familie. Haar stiefmoeder was Liliana, prinses de Réthy, uit het tweede huwelijk van haar vader. Haar grootouders van vaderszijde waren Albert I, koning van België, en Elisabeth, koningin van België, prinses van Beieren uit het huis Wittelsbach. Aan moederszijde waren haar grootouders Karl, prins van Västergötland, en Ingeborg, prinses uit de Deense koninklijke familie. Ze had twee jongere broers, Boudewijn en Albert, en drie halfbroers en -zussen: prins Alexander, prinses Marie-Christine en prinses Marie-Esmeralda.
Zij werd een maand na haar geboorte gedoopt in het katholieke geloof. Haar dooppeters en -meters waren Charles, graaf van Vlaanderen, en Charlotte, groothertogin van Luxemburg. Ze kreeg haar naam naar Josephine, keizerin van Frankrijk en echtgenote van Napoleon I.
Na de dood van haar moeder bij een auto-ongeluk in Luzern op 29 augustus 1935, zorgde haar vader voor de drie wees geworden kinderen en hield hij contact met de familie van haar moeder. In 1941 hertrouwde hij met Maria Liliana Baels, maar dat huwelijk werd niet dynastiek erkend. Joséphine-Charlotte begon haar opleiding in een speciale klas die voor haar was ingericht in het Koninklijk Paleis in Brussel. Vanaf 1940 ging ze ook naar school, terwijl ze daarnaast les bleef krijgen van privéleraars. Tijdens de oorlog werd de familie op 7 juni 1944 gevangengenomen door de nazi's en naar huisarrest in Duitsland gestuurd. Op 7 mei 1945 werden ze vrijgelaten en vestigden ze zich in Prégny, Zwitserland. Later studeerde zij kinderpsychologie aan de École Supérieure de Jeunes Filles in Genève.
Titels en publieke optredens
Bij haar geboorte kreeg zij de titel Koninklijke Hoogheid prinses Joséphine Charlotte van Brabant. Op 23 februari 1934 nam zij deel aan de officiële plechtigheden bij de troonsbestijging van haar vader, waarna haar titel veranderde in prinses van België. Later verscheen zij ook bij andere officiële momenten: op 24 juli 1938 was zij aanwezig bij de opening van het Nationaal Gedenkteken voor Koning Albert I aan de Nieuwpoortbrug, op 1 januari 1949 bracht zij een officieel bezoek aan het stadhuis van Brussel, en in 1950 maakte zij een diplomatiek bezoek aan het Belgische Lokeren. Op 12 maart 1950 bracht zij bovendien haar stem uit in het nationale referendum over de terugkeer van koning Leopold III uit ballingschap. Ondanks haar titel heeft zij nooit een plaats gehad in de opvolging van de Belgische troon.
Verloving en huwelijk met Jan van Luxemburg
In oktober 1952 raakte Joséphine-Charlotte verloofd met Jan, erfelijk groothertog van Luxemburg. Hun verloving werd op 26 december 1952 officieel door de media aangekondigd. Ter gelegenheid daarvan volgde op 21 januari 1953 een bal in Brussel. Joséphine-Charlotte en Jan waren derde neven en nichten en waren allebei achterkleinkinderen van Michael I, koning van Portugal.
De geplande bruiloft kreeg extra aandacht toen de dood van Maria, koningin van het Verenigd Koninkrijk, op 24 maart 1953 aanleiding gaf om na te denken over uitstel. Prinses Margaret werd uiteindelijk vervangen door ambassadeur Geoffrey C. Allchin als vertegenwoordiger van de Britse koninklijke familie. De geplande huwelijksdag zorgde bovendien voor een sterke toename van het aantal toeristen in Luxemburg.
Op 7 april 1953 verliet Joséphine-Charlotte Brussel, waar zij door ongeveer 70.000 onderdanen werd begroet. Aan de Belgisch-Luxemburgse grens ontmoette Jan haar op het spoorwegstation. Op 9 april 1953 volgde in het Groothertogelijk Paleis in Luxemburg het burgerlijk huwelijk, voorgezeten door burgemeester Emile Hamilius. Ondanks lichte regen reed het paar daarna per koets ongeveer twee mijl van het paleis naar de Notre-Damekathedraal, waar zij kerkelijk katholiek huwden. Tijdens de religieuze ceremonie ontving Joséphine-Charlotte de titel Zijne Koninklijke Hoogheid de Erfgroothertogin van Luxemburg.
Bij het huwelijk waren vertegenwoordigers van bijna alle Europese regerende families aanwezig, waardoor het de grootste continentale gebeurtenis sinds de Tweede Wereldoorlog was. Joséphine-Charlotte noteerde ook enkele details over de plechtigheid, waaronder een conflict tussen leden van de Belgische koninklijke familie, de traditie waarbij de ouders net achter het paar in de kathedraal staan, en dat koningin Elizabeth naast prins Felix stond, waardoor prinses de Réthy naar de achtste plaats werd verdrongen. Zij merkte bovendien op dat de bruid zich vergiste over de zijde waarop zij naast haar verloofde stond. Na het huwelijk was er een periode van rust in Luxemburg, waarna zij samen met haar echtgenoot naar Afrika reisde; een meerdaagse cruise op de Middellandse Zee werd door de stress rond het huwelijk geannuleerd.
Kinderen en opvolging
Joséphine-Charlotte en haar echtgenoot kregen vijf kinderen. Hun dochter, prinses Maria Astrid Liliane Charlotte Léopoldine Wilhelmine Ingeborg Antoinette Élisabeth Anne Alberte, werd geboren op 17 februari 1954. Volgens de gegevens had zij als vrouw geen recht om de Luxemburgse troon te erven. Hun zoon Henry Albert Gabriel Felix Maria Wilhelm werd geboren op 16 april 1955 en werd aangeduid als de toekomstige troonopvolger; hij stond tweede in de lijn van opvolging, na zijn vader. Op 15 mei 1957 werden in kasteel Betzdorf een tweeling geboren: prinses Margaretha Antonia Marie Félicité en prins Jean Félix Marie Guillaume. Prins Jean deed in 1986 afstand van zijn rechten op de Luxemburgse troon. De jongste zoon, prins Guillaume Marie Louis Christian, werd geboren op 1 mei 1963 en hij, samen met zijn drie zonen, neemt een plaats in in de lijn van opvolging van de Luxemburgse troon.
Naar het groothertogdom
Op 17 november 1952 legde de troonopvolgster van Luxemburg bloemen neer aan het Graf van de Onbekende Soldaat, nabij de Sint-Niklaas- en Sint-Goedelekathedraal in Brussel. In april 1963 reisde zij met de koninklijke familie mee op een officieel bezoek aan Washington. Daar ontmoette zij president John Kennedy en first lady Jacqueline Kennedy.
Op 12 november 1964 ondertekende haar moeder, groothertogin Charlotte, in aanwezigheid van de koninklijke familie en vertegenwoordigers van de regering, de akte van troonsafstand. Als redenen noemde zij haar leeftijd van 68 jaar en de gereedheid van haar zoon om de macht over te nemen. Na een formele plechtigheid volgde de troonsbestijging van de troonopvolgster als groothertogin van Luxemburg. Daarna woonde zij een mis bij in de Notre-Damekathedraal en verscheen zij op het balkon van het Groothertogelijk Paleis.
Diplomatieke bezoeken en familiebanden
Joséphine-Charlotte, grootvorstin van Luxemburg, speelde een zichtbare rol in het diplomatieke en familiale leven rond het Luxemburgse hof. In juni 1972 bracht zij op uitnodiging van koningin Elizabeth II een officieel vierdaags bezoek aan het Verenigd Koninkrijk. In november 1976 ontving zij zelf koningin Elizabeth II en de hertog van Edinburgh in Luxemburg. Later, in oktober 1979, reisde zij samen met de groothertog op diplomatiek bezoek naar Japan, waar zij onder meer ontmoetingen had met premier Masayoshi Ohira, keizer Hirohito en keizerin Nagako.
Ook in de jaren daarna bleef zij betrokken bij officiële ontvangsten. In december 1983 ontving zij koning Birendra van Nepal en koningin Aishwarya in Luxemburg. In mei 1992 bezocht zij samen met de groothertog Nederland op uitnodiging van koningin Beatrix. In april 1996 waren koning Harald V en koningin Sonja van Noorwegen te gast in Luxemburg, en in mei 1997 ontving zij keizer Akihito en keizerin Michiko van Japan. In april 1999 bezocht zij samen met de groothertog Tokio.
Naast deze internationale contacten was er ook aandacht voor haar familiale banden binnen de Europese vorstenhuizen. Zij was nauw verwant met alle regerende koninklijke en vorstelijke families in Europa. Haar vaderlijke neven waren onder meer prinses Maria Pia van Italië en Victor Emmanuel, troonpretendent van Italië, prins van Napels. Aan moederszijde behoorden prins George Valdemar van Denemarken, koning Harald V van Noorwegen, prinses Ragnhild van Noorwegen en prinses Astrid van Noorwegen tot haar verwanten.
Joséphine-Charlotte was bovendien de oudere zuster van twee opeenvolgende Belgische koningen, Boudewijn I en Albert II. Zij was aanwezig op meerdere koninklijke huwelijken, waaronder die van Boudewijn I en Fabiola de Mora y Aragon in Brussel in 1960, Juan Carlos I en prinses Sofia in Athene in 1962, Harald V en Sonja Haraldsen in Oslo in 1968, Charles, prins of Wales, en Lady Diana Spencer in Londen in 1981, Andrew, hertog van York, en Sarah Ferguson in Londen in 1986, prins Guillaume van Luxemburg en Sibilla Weiller in Versailles in 1994, Pavlos, kroonprins van Griekenland, en Marie Chantal Miller in Londen in 1995, Philippe, graaf van Vlaanderen, en Mathilde d’Udekem d’Acoz in Brussel in 1999, en Willem-Alexander, prins van Oranje, en Máxima Zorreguieta in Amsterdam in 2002.
Vertegenwoordigingen bij uitvaarten
Joséphine-Charlotte vertegenwoordigde het Luxemburgse hof bij verschillende uitvaarten in binnen- en buitenland. In 1965 was zij aanwezig bij de uitvaart van Elisabeth, koningin der Belgen, in Laken. Nadien volgden onder meer de uitvaarten van prins Felix van Luxemburg in Luxemburg in 1970, Charlotte, groothertogin van Luxemburg, in Luxemburg in 1985 en keizer Hirohito van Japan in Tokio in 1989.
Ook in de jaren 1990 en 2000 bleef zij deze rol opnemen. In 1993 vertegenwoordigde zij het Luxemburgse hof bij de uitvaart van Boudewijn I, koning der Belgen, in Laken. In 2001 ging het om Maria Jose, koningin van Italië, in Sabaudia. Een jaar later was zij aanwezig bij de uitvaart van Elizabeth, de Koningin-moeder van het Verenigd Koninkrijk, in Londen, evenals bij die van Liliane, prinses van Réthy, in Laken, en Claus, prins van Nederland, in Amsterdam. In 2004 vertegenwoordigde zij het hof ten slotte bij de uitvaart van Juliana, koningin der Nederlanden, in Delft.
Religie en officiële plechtigheden
Prinses Joséphine-Charlotte werd gedoopt en opgevoed in het katholieke geloof. Als echtgenote van een katholieke vorst mocht zij tijdens ontmoetingen met de paus een wit kostuum dragen. Haar band met de katholieke wereld kwam ook tot uiting in verschillende officiële en kerkelijke gebeurtenissen. Zo nam zij in augustus 1978 deel aan de uitvaartplechtigheden van paus Paulus VI. Op 15 mei 1985 ontvingen zij en de prins paus Johannes Paulus II in Luxemburg tijdens een officieel bezoek. In 2000 woonde zij bovendien een private audiëntie bij het Vaticaan met Johannes Paulus II bij. Naast deze religieuze momenten was zij ook aanwezig op officiële feesten ter gelegenheid van bijzondere verjaardagen en jubilea. Zij nam deel aan de officiële viering van de 80ste verjaardag van Elizabeth, Koningin der Belgen, in Brussel in 1956. Later was zij aanwezig bij de viering van de 50ste verjaardag van Carl XVI Gustaf in Stockholm in 1996, de 90ste verjaardag van Charles, graaf van Wisborg, in Oslo in 2001, en de 100ste verjaardag van Elizabeth, Queen Mother van het Verenigd Koninkrijk, in Londen in 2002. In datzelfde jaar behoorde zij ook tot de genodigden voor de officiële viering van de 50ste verjaardag van het bewind van koningin Elizabeth II in Londen.