Prins Boudewijn van België

Prins Baudouin in het uniform van het Carabiniersregiment, 1889
Prins Baudouin in het uniform van het Carabiniersregiment, 1889

Prins Boudewijn van België werd geboren als Baudouin de Saxe-Cobourg et Gotha in Brussel, in het paleis van de graaf van Vlaanderen. Hij was de oudste zoon van prins Filips, graaf van Vlaanderen, en Marie de Hohenzollern-Sigmaringen, en de neef van koning Leopold II. Na de dood van zijn neef Léopold de Belgique in 1869 werd hij tweede in de lijn van de troon, na zijn vader.

Hij kreeg zijn opleiding bij Jules Bosmans, een advocaat met gematigd liberale opvattingen, en trad in 1884 als eerste lid van de koninklijke familie toe tot de École royale militaire. Zijn militaire vorming stond onder toezicht van gouverneur Oscar Terlinden. Tot 1888 voltooide hij er zijn studie- en soldatenopleiding. Voor zijn twintigste verjaardag werd hij bevorderd tot kapitein en kreeg hij het bevel over de 1ste compagnie van het regiment carabiniers.

Boudewijn trad in het openbaar op tijdens officiële gebeurtenissen in België, Duitsland en Frankrijk. In 1887 verwierf hij in België populariteit na een Nederlandse toespraak in Brugge, waardoor hij de bijnaam ‘prince bilingue’ kreeg. Hij bezocht ook militaire manoeuvres in Duitsland en Frankrijk tijdens de Wereldtentoonstelling van 1889 in Parijs. Hij overleed in 1891 plotseling in Brussel, op 21-jarige leeftijd, aan longontsteking.

Opleiding en publieke rol

Boudewijn de Saxe-Cobourg et Gotha werd geboren in Brussel, in het paleis van de graaf van Vlaanderen, als oudste zoon van prins Philippe, graaf van Vlaanderen, en Marie de Hohenzollern-Sigmaringen. Hij was prins van België, hertog van Saksen en prins van Saksen-Coburg en Gotha. Als neef van koning Leopold II stond hij na zijn vader en na de dood van zijn neef Léopold de Belgique in 1869 tweede in de lijn van de troon.

Zijn opvoeding werd toevertrouwd aan Jules Bosmans, een advocaat met gematigd liberale opvattingen. In 1884 trad hij toe tot de École royale militaire, als het eerste lid van de koninklijke familie dat naar een openbare school ging. Zijn militaire vorming stond onder toezicht van gouverneur Oscar Terlinden en hij voltooide zijn studenten- en soldatenopleiding in 1888. Voor zijn twintigste verjaardag werd hij bevorderd tot kapitein en kreeg hij het bevel over de 1e compagnie van het regiment carabiniers.

Boudewijn trad ook op in het openbaar bij officiële gelegenheden in België, Duitsland en Frankrijk. In 1887 won hij in België aan populariteit na een Nederlandse toespraak in Brugge, waardoor hij bekendstond als de prins bilingue. Door zijn bevoorrechte banden met zijn grootouders langs moederskant stond hij bovendien dicht bij de Duitse Hohenzollern-cultuur. Hij woonde militaire manoeuvres in Duitsland bij en bezocht Frankrijk tijdens de Wereldtentoonstelling van 1889.

Geboorte en familieachtergrond

Prins Baudouin, voluit Baudouin Léopold Philippe Marie Charles Antoine Joseph Louis, werd geboren op 7 april 1869 in het paleis van de graaf van Vlaanderen. Hij was de oudste zoon van prins Philippe, graaf van Vlaanderen, en Marie de Hohenzollern-Sigmaringen. Bij zijn geboorte stond hij tweede in de opvolgingsorde van de kroon, direct na zijn vader. Zijn naamgeving verwees volgens de graaf van Vlaanderen naar verschillende middeleeuwse graven van Vlaanderen. De geboorte werd ook buiten België opgemerkt: de Debatte de Vienna publiceerde beschouwingen waarin het belang van deze gebeurtenis voor Europa werd erkend.

Zijn doop vond plaats in een privéplechtigheid op 17 mei 1869. Victor-Auguste Dechamps, aartsbisschop van Mechelen en primaat van België, richtte daarvoor een kamer in het ouderlijk paleis om tot een kapel. Koning Léopold II trad op als peter, terwijl Joséphine de Bade meter was. Na de plechtigheid werd een lunch aangeboden. In Brussel deelden de burgemeesters van de gemeenten 10.000 frank uit onder arme kinderen die op Bauduins verjaardag waren geboren.

De politieke achtergrond van het gezin was belangrijk. Het huwelijk van zijn ouders was in 1867 in Berlijn beslist om politieke redenen. Koningin Victoria hielp haar neef koning Léopold II bij het regelen van dit huwelijk, en Léopold II koos de toekomstige schoonzuster uit een machtige Pruisische familie. Deze band versterkte de positie van het jonge Koninkrijk België, omsingeld door Frankrijk en Pruisen. Baudouin groeide daardoor op onder een dubbele Belgische en Germaanse culturele invloed. Hij kende zijn grootouders van vaderszijde niet, maar had wel nauwe banden met de Hohenzollern-familie. Vooral met zijn grootouders van moederszijde, oom Léopold en de neven Guillaume, Ferdinand en Charles-Antoine was hij vertrouwd; Charles-Antoine was zelfs zijn beste vriend. Het gezinsleven speelde zich vooral af in het luxueuze ouderlijk paleis. Na hem werden nog drie zussen en een broer geboren: Henriette en haar tweelingzus Joséphine in 1870, waarbij Joséphine als baby stierf, nog een Joséphine in 1872, en Albert in 1875.

Verblijf op het domein Amerois

De familie verbleef regelmatig op het domein Amerois in de zuidelijke Belgische Ardennen. Dat domein omvat een groot kasteel met meer dan zeshonderd hectare, in de buurt van Bouillon. De graaf van Vlaanderen had Amerois verworven zodat zijn echtgenote er kon genieten van een sfeer die aan Schwaben deed denken. De familie bracht er de zomer door en bezocht daarnaast gedurende ongeveer twee maanden de Hohenzollernresidenties, waaronder kasteel Sigmaringen, Weinbourg aan de Bodensee en Krauchenwies.

Opleiding en militaire vorming

Prins Boudewijn en zijn broers en zussen kregen aanvankelijk thuisonderwijs. Later werd hij onder de leiding geplaatst van de liberale, gematigde gouverneur Jules Bosmans, een benoeming die in katholieke en militaire kringen in België op weerstand stuitte. De katholieken hadden liever een vrome parochiaan als gouverneur gezien, terwijl de militairen een legerofficier wensten. Bosmans leverde echter een belangrijke bijdrage aan Boudewijns vorming en moedigde hem aan om persoonlijke standpunten te formuleren over sociale kwesties en koloniale politiek.

Tijdens zijn opleiding waren de lesschema's intensief. Koningin Victoria raadde koning Filips aan om zijn kinderen niet te zwaar te belasten, en tijdens vakanties in Amerois kreeg Boudewijn daarom een wat beperkter schoolprogramma. Toch werd zijn onderwijs, instructie en godsdienst streng bewaakt door de gravin van Vlaanderen. Hij gold als een vlijtige, begaafde, ernstige en vrome leerling, al vond zijn moeder soms dat hij weinig energie had. Voor godsdienst en catechese werd kanunnik en priester Jean-Augustin Donnet, van de koninklijke parochie Sint-Jacob-op-Koudenberg, aangewezen. De graaf van Vlaanderen weigerde bovendien dat Boudewijn zou biechten voor hij negen jaar was.

In 1881 begon Oscar Terlinden, een officier van de graaf van Vlaanderen, hem in te leiden in de militaire theorie als voorbereiding op de militaire school. Koning Leopold II wilde dat Boudewijn als eerste familielid naar een publieke school zou gaan om contact met leeftijdsgenoten te hebben. Samen met de graaf van Vlaanderen stelde hij Boudewijn voor aan de École militaire als leerling van de infanterie- en cavalerieklasse. Leopold II hield daar een toespraak waarin hij het belang van legerversterking voor professoren en studenten beklemtoonde, en ook het leren van vreemde talen voor officieren om buitenlandse militaire werken te kunnen raadplegen. Zijn toelating tot de École militaire brak zo met de eerdere opleiding van de prinsen. Boudewijn toonde er bijzonder veel interesse in militaire kunsten, zoals tactiek, vestingbouw en bevelvoering. Hij had een hekel aan wiskunde, maar was wel sterk geboeid door chemie en herhaalde chemische experimenten voor zijn zuster Henriette. Volgens studiechef luitenant-kolonel Eugène Lasserre eindigde hij als eerste van zijn klas.

Militaire vorming en publieke optredens in 1886

In 1886 combineerde prins Boudewijn zijn studie, militaire vorming en eerste publieke verplichtingen. Zijn laatste schoolrapport vermeldde dat hij de humaniora grotendeels beheerste, behalve het Grieks. Hij vertaalde Horatius, Tacitus en Vergilius in het Latijn met betrekkelijke gemak. Daarnaast kreeg hij lessen in staatsrecht en politieke economie. Het rapport raadde wel aan om de namiddagles weg te laten, zodat hij beter met zijn tijd zou leren omgaan, en adviseerde ook af om aan de universiteit te gaan studeren.

Datzelfde jaar begon zijn militaire traject duidelijker vorm te krijgen. In augustus maakte hij een militaire instructiereis waarbij hij de verdedigingswerken van Antwerpen bezocht. In september nam hij deel aan militaire oefeningen in het kamp van Beverlo. Op 16 februari 1886 legde hij in aanwezigheid van de koning de eed af als tweede luitenant bij het regiment grenadiers.

Naast zijn opleiding trad Boudewijn ook vaker in het openbaar op. Op 11 februari 1886 woonde hij het bal van de Brusselse Grande Harmonie Society bij, wat zijn intrede in de samenleving markeerde. Hij nam ook officiële verplichtingen op zich aan de zijde van zijn vader, die de koning vertegenwoordigde.

In diezelfde periode bleef hij betrokken bij familie- en representatieve reizen. Hij ging naar Duitsland voor de begrafenis van zijn grootvader langs moederszijde, prins Charles-Antoine. Later reisde hij met zijn vader opnieuw naar Duitsland om in Berlijn de 90ste verjaardag van keizer Wilhelm I te vieren, waarbij hij officieel aan de Duitse keizer werd voorgesteld. Daarnaast bezocht hij Quaregnon na de mijnramp van 26 mei 1886, waarbij 109 mensen om het leven kwamen. Hoewel hij zijn familievakanties op Amerois graag wilde voortzetten, moesten die in 1886 worden ingekort door zijn militaire verplichtingen.

Opleiding en publieke beeldvorming

Op jonge leeftijd kon prins Baudouin zich in het Duits en Engels correct uitdrukken, en hij had ook een goede kennis van het Nederlands, al beheerste hij die taal mondeling minder goed. Tijdens de inhuldiging van het monument voor Jan Breydel en Pieter de Coninck in Brugge antwoordde hij in het Nederlands met een korte repliek op de welkomsttoespraak. De monarchistische pers blies dat taaloptreden later op om in te spelen op een taalgemeenschap. Voor de koning was Baudouins kennis van het Nederlands bovendien nuttig om bij de Vlaamse gemeenschap in de gunst te komen. In de herinnering bleef hij daardoor bekend als de prins tweetalig.

Leopold II vond dat Baudouin van zijn vader Leopold onvoldoende lessen had gekregen. Daarom wilde hij hem een vorming geven met een langetermijnvisie, vergelijkbaar met die van Duitse troonopvolgers. In die opleiding kreeg hij les over uiteenlopende economische en juridische onderwerpen, en hij begon ook militaire reglementen te bestuderen. Rond hem werd in 1888 een Maison georganiseerd. Oscar Terlinden werd toen benoemd tot officier d’ordonnance voor Baudouin. De koning aanvaardde Jules Bosmans niet als gouverneur voor de prins, die een officiersrang had, maar benoemde wel Albert Donny tot aide de camp. Donny was een trouwe luitenant-kolonel van de artillerie die de koning op de hoogte hield van Baudouin.

Baudouin mocht na de jaarlijkse militaire oefeningen vrij reizen in België, Frankrijk en Duitsland. Zijn militaire dienst bleef beperkt: hij ging slechts twee keer per week naar de kazerne. De communicatie tussen de koning en Baudouin werd intussen belemmerd door de graaf van Vlaanderen. Leopold II nodigde zijn zoon ook uit om hem te vergezellen naar de begrafenis van aartshertog Rodolphe in Wenen, na diens zelfdoding in Mayerling. Ze vertrokken daarbij samen met koningin Marie-Henriette per trein vanuit Brussel. Voor zijn twintigste verjaardag wilde de koning Baudouin bovendien benoemen tot kapitein eerste klas, met het bevel over de compagnie van het regiment carabiniers. Volgens Baudouin wilde Léopold II van hem een erfgenaam maken die in Europa bekommerd was om het welzijn van zijn onderdanen.

Sociale belangstelling en militaire waarnemingen

Tijdens de Universele Tentoonstelling in Parijs werd Boudewijn hartelijk ontvangen door Cécile Carnot, die hem zelfs haar loge in de opera ter beschikking stelde. Later woonde hij Belgische militaire manoeuvres bij en merkte hij in september onregelmatigheden op in de troepenbewegingen; hij betreurde ook de inmenging van toeschouwers. Leopold II zond hem vervolgens naar de manoeuvres in Hannover en Minden als zijn vertegenwoordiger. Daar bewonderde Boudewijn de manier waarop keizer Wilhelm II het bevel voerde, en de keizer ontving hem met grote hartelijkheid.

Boudewijn bleef ondertussen sterk onder invloed van Jules Bosmans en volgde de economische en sociale evolutie aandachtig. Hij riep een universiteitsprofessor terug uit Berlijn om met hem te spreken over beschermende instellingen; die professor had er instellingen bestudeerd die arbeiders beschermden op het vlak van hygiëne en ouderdom. Na gewelddadige stakingsbewegingen in het land stelde Boudewijn een verklaring op. Ook bezocht hij op een onbekende datum de fabrieken van Couillet om zich te informeren over scholen, het hospitaal en sociale hulp. Tijdens dat bezoek ging hij zelfs de woningen van arbeiders binnen en stelde hij veel werknemers vragen. Zijn houding tegenover sociale kwesties was paternalistisch, maar wel ingegeven door oprechte belangstelling. Bosmans spoorde hem daarbij aan om de toestand van arbeiders te verbeteren zonder zich tot het socialisme te wenden.

Meer zelfstandigheid en publieke waardering

Vanaf 1890 kreeg prins Boudewijn meer zelfstandigheid. Hij betrok de rechtervleugel van het paleis van de graaf van Vlaanderen, al bleef hij wel samen met zijn ouders dineren. Hij hoefde voortaan geen toestemming meer van zijn vader om in België uitnodigingen bij te wonen. Toch bleef hij iemand met een diep religieus karakter, gereserveerd van aard en weinig geneigd tot sociale evenementen. Hij vermeed het maatschappelijk leven zoveel mogelijk, maar genoot wel van de jacht en van paardenwedstrijden. Alleen tijdens officiële plechtigheden was hij graag onder de menigte, en als meest traditionalistische kind van de graaf van Vlaanderen hechtte hij veel belang aan monarchistische parades. In persoonlijke zin wilde hij niet trouwen en evenmin elders gaan wonen.

Op publiek vlak werd hij in Vlaanderen gunstig onthaald na de toespraak in Brugge. Ook in Wallonië won hij waardering tijdens de jubilea in Luik, waar hij als vertegenwoordiger van koning Leopold II optrad en herhaaldelijk werd toegejuicht. Zijn bezoek aan Luik werd volgens de geruchten een dag uitgesteld om republikeinse protesten te vermijden. Tijdens het banket van de artilleriedivisie reageerde hij patriottisch op de toast van de burgemeester van Luik. Ondanks enkele vijandige persaanvallen tegen de monarchie behield hij een stevige populariteit. In mei nam hij bovendien actief deel aan de militaire manoeuvres te Roeselare, van 2 tot 6 mei, in aanwezigheid van generaal von der Goltz, en daar stond hij centraal in het militaire gebeuren. Zijn oom Leopold II schreef hem daarop een steunende brief en hechtte geen belang aan de perskritiek.

Later in het jaar werd prins Boudewijn in verband gebracht met een huwelijk met zijn nicht Clémentine, de jongste dochter van Leopold II. Hij beantwoordde haar gevoelens niet en wilde uit eigen wil niet huwen. Ook zijn ouders steunden zijn weigering. Die houding verscherpte uiteindelijk zijn verhouding met koning Leopold II, bovenop eerdere spanningen.

Laatste ziekte en begrafenis

Tijdens deze periode was Boudewijn nog betrokken bij zijn militaire omgeving. Hij woonde de intrede van zijn broer Albert aan de Koninklijke Militaire School bij en gaf in de kazerne een lezing over de invoering van een nieuw type snelvuurgeweer en nieuwe buskruitsoorten. Op verzoek van officieren weigerde hij echter zijn werk te laten drukken, uit bescheidenheid.

Zijn gezondheid werd intussen steeds brozer. Hij leed geregeld aan angina en faryngitis, kreeg een aanhoudende keelpijn en moest het bevel over zijn troepen in de kazerne enkele dagen onderbreken. Na een bezoek aan Henriette, die aan infectieuze longontsteking leed en de laatste sacramenten ontving maar overleefde, ging hij opnieuw naar buiten en liep hij opnieuw een verkoudheid op. Zijn koorts bracht de artsen tot de diagnose van een catarraal ziektebeeld, waarna zijn toestand snel verslechterde. Uiteindelijk ontwikkelde hij een acute nefritis met nierbloeding, gecompliceerd door endocarditis.

Boudewijn stierf om 3 uur ’s morgens, omringd door familieleden. Om 7 uur werd zijn overlijden per telegraaf in heel België bekendgemaakt. De uitvaart vond plaats op 22 december in de Sint-Michiels- en Sint-Goedelekathedraal, gevolgd door de bijzetting in de koninklijke crypte van de kerk van Onze-Lieve-Vrouw van Laken. Aan de plechtigheid namen onder meer Henri de Prusse, Henri de Battenberg, Frédéric-Auguste de Saxe, Philippe de Saxe-Cobourg, Léopold de Hohenzollern en zijn zonen, en Frédéric de Hohenzollern deel. Verder waren enkel leden van de Senaat en de Kamer aanwezig uit de staatsorganen. De rouwstoet maakte gebruik van een nieuw aangeschafte lijkwagen, omdat het Belgische hof er geen had. De route van de stoet was moeilijk onder controle te houden door de politie, waarbij enkele gewonden vielen, maar zonder antimonarchistische manifestaties.

Beeldvorming en historiografie

De korte levensloop van prins Boudewijn verhinderde niet dat zijn rol in de Belgische socialistische beweging van de jaren 1880 later onder de loep werd genomen. In de geschiedschrijving wordt beschreven hoe koning Leopold II bewust het beeld van zijn neef Boudewijn gebruikte om dynastieke continuiteit te symboliseren, terwijl de graaf van Vlaanderen, Boudewijns vader, het niet eens was met die monarchale opvoering. Boudewijns publieke imago wakkerde de passies aan in de pers en in de openbare ruimte. Elke poging van het paleis om hem als troonopvolger voor te stellen, kreeg systematische en harde kritiek van Le Peuple, het officiële orgaan van de Belgische Werkliedenpartij, opgericht in 1885. Ook bij gebeurtenissen zoals de mijnramp van Quaregnon en de feestelijkheden van Brugge gebruikten socialistische redacteurs zijn publieke verschijning voor neerbuigende analyses. In 1887 noemde Le Peuple hem zelfs “de jongeman” en “Boudewijn de flesgevoede”, waarmee zijn jeugd en vermeende onvoorbereidheid op het bewind werden benadrukt.

Na zijn plotse dood was de schok groot, omdat men ervan uitging dat hij in goede gezondheid verkeerde. In de pers deden geruchten over zelfmoord en een duel de ronde, maar zonder geloofwaardigheid. De verontwaardigde reacties verhieven Boudewijn vervolgens tot helden- en heiligenstatus. Minister Alphonse Nothomb sprak in de Kamer van Volksvertegenwoordigers over hem als een stralende en ontroerende figuur, en kort na zijn overlijden verschenen al hagiografische verhalen. Zelfs een eeuw later bleven anekdotes circuleren over zijn grootmoedigheid en zijn nabijheid tot gewone mensen. Een lokale historicus uit Oudergem vermeldde bijvoorbeeld dat het kruispunt Léonard in het Zoniënwoud genoemd werd naar Léonard Boon, een eenvoudige pleisteraar die in 1884 door Boudewijn beschermd werd.

Boudewijn werd ook in twee monografieën bestudeerd. Louis Wilmet schreef in 1938 de eerste, op basis van de privé-archieven van zijn zusters Henriette en Joséphine. Zijn relaas werd omschreven als conventioneel en volledig, met enkele lyrische passages. In 2013 publiceerde Damien Bilteryst een tweede biografie, waarin Boudewijns leven werd geplaatst in de politieke en sociale context van het België van de jaren 1880. Die studie toont hem als getuige van het begin van de koloniale expansie, de afnemende geestdrift voor de projecten van zijn oom, het opkomen van de sociale kwestie en zijn ongewilde rol als tweetalige. Tegelijk wordt hij voorgesteld als een belangrijke getuige van het politieke optreden van Leopold II, die hem volgens zijn eigen visie instrumenteerde en vormde, terwijl Boudewijns identiteit meer bepaald werd door zijn ouders, zijn opvoeder Jules Bosmans en de maternele familie Hohenzollern dan door de visie van Leopold II.

Naamgeving en familiebanden

Honneurs is de eerste zoon van prins Léopold, hertog van Brabant, en prinses Astrid. De koning is zowel zijn grootvader als zijn peter. De koning stelt voor dat Honneurs Baudouin wordt genoemd. Koning Baudouin draagt daarbij de voornaam van zijn overleden grootoom.

Scroll naar boven