Régine Zylberberg

Régine Zylberberg op het filmfestival van Cannes 1997
Régine Zylberberg op het filmfestival van Cannes 1997

Régine Zylberberg was een Frans-Belgische zangeres, actrice en zakenvrouw, geboren in Etterbeek, België. Ze werd de bijnaam ‘Queen of the Night’ gegeven voor haar rol in het animeren van talrijke discotheken. In Saint-Germain-des-Prés, Parijs, opende ze de eerste nachtclub met de naam Chez Régine en later vestigde ze zich in Montparnasse in de nachtclub New Jimmy’s. Daarna opende ze discotheken die haar naam droegen in verschillende delen van de wereld. Als artieste had ze verschillende succesnummers, waaronder Les P’tits Papiers, La grande Zoa, Patchouli-chinchilla en Azzurro.

Haar jeugd werd getekend door de geschiedenis van haar familie, met ouders van Ashkenazisch-Poolse afkomst die acht jaar in Argentinië hadden gewoond. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd ze geëvacueerd van Parijs naar Saint-Léon (Allier), naar Château de Coulon, en moest ze na de wapenstilstand terugkeren naar Parijs. Later werd ze door Duitsers uit een trein gehaald vanwege de naam Zylberberg en vervolgens opgevangen door het Franse Rode Kruis. Ze werd naar Château de la Brosse gebracht en herenigd met haar broer Maurice. Uiteindelijk vond ze haar vader in Aix-en-Provence, die haar in een klooster onder een valse naam plaatste. Daar bezocht ze hem elke zondag buiten het klooster.

Nachtclubs en muzikale doorbraak

Régine Zylberberg groeide uit tot een bekende figuur in het nachtleven en kreeg de bijnaam de "Queen of the Night" omdat zij talrijke discotheken tot leven bracht. In Saint-Germain-des-Prés in Parijs opende zij de eerste nachtclub met de naam Chez Régine. Later vestigde zij zich in Montparnasse bij de nachtclub New Jimmy's. Ze opende ook discotheken die haar naam droegen, verspreid over de hele wereld.

Naast haar werk in het uitgaansleven had zij ook succes als zangeres. Tot haar vele hits behoren Les P'tits Papiers, La grande Zoa, Patchouli-chinchilla en Azzurro. Daarmee combineerde zij haar carrière als artiest en zakenvrouw op een opvallende manier.

Oorlog, familie en eerste stappen op het podium

Régine Zylberberg werd geboren in Etterbeek, België, in een gezin van Ashkenazi Poolse Joden. Haar ouders hadden acht jaar in Argentinië gewoond en werden soms in kostscholen geplaatst. Haar moeder keerde later terug naar Argentinië nadat ze Régine bij haar vader had achtergelaten, en een latere hereniging liep op niets uit omdat Régine haar moeder niet wilde zien.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Régine uit Parijs geëvacueerd naar Saint-Léon, in Allier, in het Château de Coulon. Na de ondertekening van de wapenstilstand moest ze terug naar Parijs, maar een ordonnantie verbood Joden om terug te keren naar de bezette zone. Toen ze op een trein zat, werd ze door Duitsers van boord gehaald wegens de familienaam Zylberberg en daarna overgedragen aan het Franse Rode Kruis. Zo kwam ze terecht in het Château de la Brosse, waar ze werd herenigd met haar broer Maurice.

Later vond ze haar vader in Aix-en-Provence. Hij plaatste haar daar in een klooster onder een valse naam. Régine bezocht haar vader daarna elke zondag buiten het klooster. In Aix-en-Provence ontwikkelde ze een passie voor zingen en feesten, en haar eerste optreden op een podium vond plaats in het casino d'Aix. Ze wachtte er ’s nachts ook op haar vader, die in het casino van Aix-en-Provence speelde. Nadat haar vader was gearresteerd, werd ze in Lyon ondergebracht bij de familie Heymann.

De familie Heymann en Claude Heymann

De familie Heymann was joods en maakte in Lyon deel uit van de Union générale des israélites de France. Régine Zylberberg woonde bij hen toen ze dertien en een half jaar oud was. In die periode had ze haar eerste romantische relatie met Claude Heymann, die zestien jaar was. Claude Heymann beloofde met haar te trouwen wanneer Régine vijftien werd. Op 11 mei 1944 werd Claude Heymann door de Milice gearresteerd in de grote synagoge van Lyon. Hij stierf later in deportatie.

Van caféwerk tot nachtleven

Na de Bevrijding ging Régine Zylberberg bij haar vader werken in café La Lumière de Belleville in Parijs. Ze stond er achter de toonbank en maakte daar kennis met Amerikaanse balls, jazz, bebop en andere dansen. In 1949 scheidde ze. Daarna werkte ze als vertegenwoordigster van beha’s en lingerie. In het begin van de jaren 1950 was ze ook verkoopster in een boetiek in Juan-les-Pins. Daar kwam ze geregeld in contact met modieuze nachtclubs en sterren, en die ervaringen in het nachtleven inspireerden haar roeping om dansavonden te animeren.

Werk in de horeca en nieuwe ondernemingen

Vanaf 1952 werkte Régine Carrière in het Whisky à gogo-club in Parijs in verschillende functies, waaronder als lady cleaner, barmeid en verkoper van platen. Daar verving ze de eerste jukebox die in Frankrijk was ingevoerd door twee draaitafels, zodat er geen stilte tussen de nummers ontstond. Later opende ze Le Rage, een restaurantlounge aan Park Avenue in New York. Daarnaast creëerde ze kledinglijnen, parfums en een tijdschrift, en sponsorde ze cruises op de Queen Elizabeth 2.

Cheval-Blanc Régine's Hôtel in Nîmes

In het begin van de jaren 1990 nam Carrière de leiding over van het viersterrenhotel Cheval-Blanc Régine's Hôtel in Nîmes. Zij kocht een huis in de buurt van Nîmes om het hotel samen met haar echtgenoot Roger Choukroun te beheren. De burgemeester van Nîmes, Jean Bousquet, steunde haar bij dat beheer. Het hotel lag tegenover de Arènes in Nîmes en groeide tijdens de ferias uit tot een chique en populair adres. Philippe Starck ontwierp het meubilair, terwijl Jean-Michel Wilmotte instond voor de decoratie. Carrière organiseerde er ook gedenkwaardige feesten. Toch eindigde haar avontuur in 1994 zonder succes, ondanks de aanwezigheid van de Michelin-sterrenchef Thierry Marx. Op basis van een vonnis van de rechtbank werd de club van het hotel tijdelijk samen beheerd door Carrière en Thierry Kléminiuk.

Publieke leven en persoonlijke keuzes

In 1967 ontving Carriere de prijs Pierre-Brive Consécration van de Académie Charles-Cros. Later richtte zij in 1984 de vereniging SOS Drogue International op. In 2005 nam zij gedurende acht weken deel aan het tweede seizoen van het televisieprogramma La Ferme Celebrites op TF1 om SOS Habitat et Soins te financieren.

Carriere stond ook bekend om haar grote schoenencollectie, met meer dan 700 paar, waaronder modellen van Chanel, Louboutin en Jimmy Choo. Zij gaf de voorkeur aan hoge hakken met een puntige neus en vermeed plateauzolen. Om de pijn van het dragen van hoge hakken te verlichten, dompelde zij haar voeten in ijswater vooraleer opnieuw te dansen.

Zij was ook resident in de Maison des artistes in Batignolles. In haar persoonlijke leven trouwde zij met Paul Rotcage, een leerjongen, met wie zij een zoon kreeg, Lionel Rotcage, geboren in 1948 en overleden in 2006. Het huwelijk eindigde in een echtscheiding in 2004. In haar autobiografie uit 2002 verklaarde zij dat zij zeven abortussen had ondergaan. Op rue Chambiges ontving zij persoonlijkheden uit de entertainment- en politieke wereld.

Scroll naar boven