Simon Leys

Portret van Simon Leys, Belgische-Australische schrijver
Portret van Simon Leys, Belgische-Australische schrijver

Simon Leys is het pseudoniem van Pierre Ryckmans, geboren in Ukkel en overleden in Sydney. Hij had de dubbele Belgische en Australische nationaliteit en schreef in het Frans en Engels. Als auteur en academicus was hij actief als schrijver, essayist, literair criticus, vertaler, kunsthistoricus, sinoloog en universiteitsprofessor.

Ryckmans begon zijn sinologische loopbaan met vertalingen en onderzoek naar Chinese schilderkunst. In 1970 behaalde hij zijn doctoraat met Propos sur la peinture du moine Citrouille-amère en ontving hij de Stanislas Julien Prize voor La Vie et l'œuvre de Su Renshan. Onder het pseudoniem Simon Leys publiceerde hij een trilogie over de Chinese Culturele Revolutie en het maoïsme in het Westen: Les Habits neufs du président Mao (1971), Ombres chinoises (1974) en Images brisées (1976). In 1971 kreeg hij tegenstand van Maoïstische Franse katholieke intellectuelen, wat hem een universitaire loopbaan in Frankrijk kostte. Zijn werk behandelt onder meer Chinese politiek en traditionele cultuur, kalligrafie, Franse en Engelse literatuur, de commercialisering van de universiteit en de zee in literaire werken.

Sinologie en de naam Simon Leys

Pierre Ryckmans, afkomstig uit Ukkel in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, was een schrijver, essayist, literair criticus, vertaler, kunsthistoricus, sinoloog en universiteitsprofessor. Hij had de dubbele Belgische en Australische nationaliteit, sprak Frans en Engels en was katholiek. Zijn sinologische loopbaan begon met vertalingen en onderzoek naar Chinese schilderkunst. In 1970 verdedigde hij zijn thesis Propos sur la peinture du moine Citrouille-amère. Datzelfde jaar ontving hij voor La Vie et l'oeuvre de Su Renshan de Stanislas Julien-prijs van de Academie voor Inscripties en Schone Letteren.

Onder het pseudoniem Simon Leys publiceerde hij later een trilogie over de Chinese Culturele Revolutie en het maoisme in het Westen. Die reeks begon met Les Habits neufs du président Mao in 1971, gevolgd door Ombres chinoises in 1974 en Images brisées in 1976. Zijn positie bracht hem in conflict met maoistische Franse katholieke intellectuelen, waardoor hij in 1971 een universitaire loopbaan in Frankrijk misliep.

Naast deze werken behandelde zijn oeuvre ook Chinese politiek en traditionele cultuur, kalligrafie, Franse en Engelse literatuur, de commercialisering van de universiteit en de zee in literaire werken. Pierre Ryckmans overleed in Sydney.

Jeugd en vorming

Pierre Ryckmans werd geboren in Ukkel, in een burgerlijke gemeente van Brussel, in een huis aan de avenue des Aubépines. Zijn familie behoorde tot de Belgische katholieke hogere burgerij van Mechelse en Antwerpse oorsprong. Hij was de zoon van een uitgever en de kleinzoon van Alphonse Ryckmans, een conservatief politicus en ondervoorzitter van de Senaat. Daarnaast was hij de neef van Pierre Ryckmans, gouverneur-generaal van Belgisch Congo en Ruanda-Urundi van 1934 tot 1946, en van Gonzague Ryckmans, professor aan de Université de Louvain en specialist in Arabische epigrafie. Hij groeide op in een groot gezin met twee broers, een zus en veel neven en nichten, onder wie acht kinderen van de gouverneur van Congo. Hij volgde les aan de school van de Servites de Marie, dicht bij het familiehuis, en voltooide klassieke studies in Grieks en Latijn aan het Kardinaal Mercier Diocesaan College van Braine-l'Alleud. Daarna besloot hij Chinees te leren om toegang te krijgen tot de Chinese taal en cultuur. Hij studeerde kunstgeschiedenis en begon aan kalligrafie, die pas vijfenveertig jaar later werd gepubliceerd als Prosper. Voor hij een kleine beurs van de regering van Chiang Kai-shek voor Taiwan ontving, reisde hij in Afrika en Azië. Vervolgens schreef hij zich in aan de afdeling Schone Kunsten van de Nationale Universiteit van Taiwan.

Hongkong, thesis en de keuze voor Simon Leys

Na zijn reis over de Stille Oceaan en zijn tocht door de Verenigde Staten keerde hij terug naar België, waar hij zijn thesis kunstgeschiedenis afwerkte en er een grote onderscheiding voor behaalde. Daarna begon hij aan een doctoraatsthesis. Op 24 februari 1963 voerde het Belgische parlement een hervorming door die sommige jongeren toeliet om militaire dienst te vervangen door burgerdienst. Simon Leys kreeg de status van gewetensbezwaarde en verrichtte drie jaar ontwikkelingssamenwerking in de plaats van legerdienst.

Vervolgens werkte hij in Singapore, waar hij met hulp van de schrijver Han Suyin Chinees studeerde en onderwees aan Nanyang University. In 1963 verhuisde hij naar Hongkong, omdat het regime van Lee Kuan Yew hem ervan verdacht pro-communistisch te zijn. Daar woonde hij met drie vrienden in een hut in een vluchtelingenwijk van Kowloon, in Brits Hongkong, en hij gaf les aan New Asia College. Die ervaringen vormden later de inspiratie voor Les Habits neufs du président Mao.

Tijdens een verblijf in Taiwan ontmoette hij een journalist die later zijn echtgenoot werd; samen kregen zij vier kinderen. In Hongkong werden op 14 juli 1964 ook de tweeling Marc en Louis geboren. Voor zijn doctoraat vertaalde en becommentarieerde hij een meesterwerk uit de Chinese kunstgeschiedenis, een schilderverhandeling van Shitao. Die doctoraatsthesis werd in 1970 uitgegeven door het Belgisch Instituut voor Geavanceerde Chinese Studies in Brussel, onder de titel Propos sur la peinture du moine Citrouille-amère.

Hij bracht meerdere jaren door in Hongkong voor 1971 en was sinds 1955 niet meer teruggekeerd naar communistisch China. In 1971 publiceerde hij Les Habits neufs du président Mao onder het pseudoniem Simon Leys. Dat pseudoniem koos hij op advies van de uitgever, om te vermijden dat hij in China persona non grata zou worden. Simon verwees naar de oorspronkelijke naam van de apostel Petrus, terwijl Leys een eerbetoon was aan René Leys, een personage uit een roman van Victor Segalen uit 1922; tegelijk verwees de naam ook naar een Antwerpse schildersdynastie, waaronder Henri Leys.

Reeds in een Parijse brochure uit 1968, Le point d'explosion de l'idéologie en Chine, had hij ideeën vooruitgenomen die de Culturele Revolutie beschreven als een machtsstrijd, waarbij Mao's fractie haar tegenstanders openlijk aanviel. Na de publicatie van Les Habits neufs du président Mao kreeg hij kritiek van leden van Tel Quel, onder wie Philippe Sollers. Hij noemde die tegenstanders wereldse maoisten.

Reacties op Les Habits neufs du Président Mao

In de discussies rond Les Habits neufs du Président Mao viel Simon Leys op door zijn scherpe afrekening met de Chinese revolutie. Volgens Edward Friedman was Leys een voormalige sympathisant van de Chinese revolutie, maar hij raakte duidelijk ontgoocheld over het proces. Friedman vergeleek die breuk met het vroegere enthousiasme van andere steunverleners van de Bolsjewistische revolutie. Pierre Souyri las in Leys' boek een analyse waarin Mao wordt voorgesteld als een houten fetisj, herleid tot onmacht; volgens die lezing kon Mao noch een staatsgreepapparaat opbouwen, noch een massabeweging ontketenen. Souyri stelde tegelijk vragen bij de manier waarop Leys nationale gedragingen als irrationeel verklaarde.

De verdediging van zijn werk draaide ook rond de bronnen waarop Leys zich baseerde. Pierre Boncenne meldde dat Leys in de tweede editie van 1972 sprak over uitputtende bronnen. Hij gebruikte publicaties uit de Chinese communistische pers, waaronder Renmin ribao, Hong qi, Jiefang jun bao en Wenhui bao, evenals materiaal van de Rode Gardes. Daarnaast raadpleegde hij de Hongkongse pers, zoals Da gong bao, Ming bao en Xingdao ribao. Ook nam hij in bijlagen documenten op over de zaak-Peng Dehuai. Voor biografische gegevens maakte hij gebruik van de Biographical Dictionary of Republican China van Boorman en Who's Who in communist China, en ook van Huang Zhenxia Zhonggong junren zhi en China News Analysis. Francis Deron gaf eveneens aan dat deze bronnen de basis vormden voor Les Habits neufs du président Mao.

Niet iedereen was echter onder de indruk van die aanpak. Alain Badiou plaatste Les Habits neufs du Président Mao tegenover historische werken over de culturele revolutie, en noemde onder meer La Commune de Shanghai, The Politics of the Chinese Cultural Revolution en Shanghai Journal als tegengewicht voor wat hij als laster omschreef. Jean-Claude Michéa stelde dan weer dat Leys' keuze om de culturele revolutie te demystificeren voortkwam uit het zien van een gemartelde Chinese journalist in Hongkong in 1967. Pierre Ryckmans merkte op dat hij in Hongkong in 1968 dagelijks onthoofde lichamen zag. Jean Daubier verklaarde daarover dat zulke lichamen het gevolg waren van geweld tussen burgerlijke facties en niet van militaire executies, en dat het verkeerd was te zeggen dat het geweld heel China trof. Later werd Leys ook geprezen: Jean-François Revel loofde zijn veroordeling van de culturele revolutie in een trilogie waarin Les Habits neufs du président Mao centraal stond. Nog later noemde Philippe Sollers hem een topanalist en schrijver met precieze waarheden.

Terugkeer naar China en nieuwe academische kansen

Toen de Volksrepubliek China in de herfst van 1971 tot de Verenigde Naties toetrad, besloot België in datzelfde jaar de diplomatieke betrekkingen met China te herstellen. In 1972 werd Pierre Ryckmans aangesteld als cultureel attaché op de Belgische ambassade in Beijing. Hij kreeg zonder moeilijkheden een visum om China binnen te komen, en volgens Patrick Nothomb gebeurde dat onder zijn echte naam, niet onder die van Simon Leys. In Beijing trof hij een omgeving waarin de Chinese officials officieel de Grote Roerganger eerden, terwijl de gevolgen van de culturele revolutie werden uitgewist. Ryckmans was teleurgesteld door het kunstmatige leven van de maoïstische hoofdstad en had het gevoel dat hij als buitenlander alles had gezien en gedaan wat mogelijk was. De tweejarige tussenpauze werd volgens de biografie verklaard door een vraag van Jacques Groothaert, om de Belgische regering niet te verstoren.

Naast zijn diplomatieke opdracht kwamen er ook academische mogelijkheden in beeld. Jacques Gernet stelde Pierre Ryckmans in 1971 voor om te solliciteren naar een functie als docent Oost-Aziatische talen en beschavingen aan de Universiteit Paris 7, aangemoedigd door Paul Demieville van het College de France. Volgens Rene Vienet stuitte Leys na de publicatie van een werk op tegenstand van vier verdedigers van het maoisme, die hem beletten toegang te krijgen tot de Franse universiteit. Daardoor bleef Ryckmans op afstand van de Franse academische wereld en kreeg hij slechts af en toe een welkom. Tegelijk bezocht professor Liu Ts'un-yan, directeur van Chinese studies aan de Australian National University, Hongkong om Pierre Ryckmans te rekruteren om drie jaar in Australie te doceren.

Latere jaren en erkenning

Als jonge vader van vier aanvaardde Simon Leys de functie en verhuisde hij met zijn gezin naar Canberra. In 1973 keerde hij voor een derde en laatste keer naar China terug, ditmaal in het gezelschap van een universitaire delegatie die onderzoeksinstituten bezocht. De Chinese autoriteiten kenden hem, maar lieten hem toch binnen zonder te tonen dat zij hem herkenden. In 1976 publiceerde hij Images brisees, het derde essay in een trilogie over de Culturele Revolutie, naast Ombres chinoises uit 1974 en Les Habits neufs du president Mao uit 1971. Hij gaf aan dat het laatste deel eindigde met een afscheidsgebaar en schreef dat sommige vrienden hem ergerden door hun monomanie om het maoisme te veroordelen. Tegelijk voelde hij zich neerslachtig omdat hij telkens opnieuw sombere onderwerpen moest behandelen over een land waaraan hij gehecht was.

Van 1987 tot 1993 was hij directeur van de afdeling Chinese studies aan de University of Sydney. In 1993 ging hij vervroegd met pensioen, uit kritiek op de verschuiving in het universitaire onderwijs naar hyperspecialistische beroepsvorming. In 1996 werd hij door de Australian Broadcasting Corporation gekozen als spreker voor de Boyer-lezingenreeks; zijn onderwerp was Aspects of Culture. A View from the Bridge. In 1999 werd hij door Franse autoriteiten benoemd tot Commandeur in de Orde van Kunsten en Letteren.

Hij kreeg in 1983 al de titel Commandeur in de Orde van Leopold van de Belgische autoriteiten. In 1990 werd hij gekozen tot lid van de Koninklijke Academie voor Franse Taal en Letterkunde van Belgie en bekleedde hij er de leerstoel van Georges Simenon. In 2005 hield hij een rede aan de Universite catholique de Louvain, waarin hij de commercialisering van de universiteit aanklaagde. Na de acceptatie van dubbele nationaliteit in Belgie in 2007 verkreeg hij in 2010 de Australische nationaliteit. De Belgische justitie had eerder de staat bevolen om de nationaliteit toe te kennen aan Marc en Louis, twee van zijn zonen. Amelie Nothomb werd in 2015 gekozen om de door hem vacant geworden zetel in de Academie in te nemen. Simon Leys stierf op 78-jarige leeftijd aan kanker in Rushcutters Bay, nabij Sydney, en liet zijn echtgenote Han-fang en vier kinderen achter.

Schrijverschap, polemieken en publieke erkenning

Onder het pseudoniem Simon Leys publiceerde Œuvre in 1971 bij éditions Champ libre het essay Les Habits neufs du président Mao. Dat boek verscheen vier jaar na Le Point d’explosion de l’idéologie en Chine en dertien jaar na het artikel La Lutte des classes en Chine bureaucratique – Malaventure de de Beauvoir et compagnie. Voor Les Habits neufs du président Mao vertaalde hij ook vele teksten die in China waren gepubliceerd. Het werk kreeg bij verschijnen slechts een beperkt publiek, maar zijn publicaties over China riepen in de jaren 1970 hevige vijandigheid op in Franse maoïstische kringen. Hij kreeg aanvallen in Franse kranten zoals Le Monde, al kreeg hij meteen steun van intellectuelen als Jean-François Revel en René Etiemble.

In de daaropvolgende jaren volgden Ombres chinoises in 1974 en Images brisées in 1976. Samen met Les Habits neufs du président Mao vormden deze twee essays een politieke trilogie. In 1975 voltooide Œuvre ook de vertaling van La mauvaise herbe de Lu Xun, met een inleiding waarin hij sinologe Michelle Loi bekritiseerde. Datzelfde jaar werd zijn echte identiteit als Simon Leys bekendgemaakt in het boekje Pour Luxun (Lou Sin). Réponse à Pierre Ryckmans van Michelle Loi. In 1976 reageerde hij in een bijlage van Images brisées met L'oie et sa farce, waarin hij Michelle Loi aanviel omdat zij zijn identiteit had onthuld. Hij stelde dat zij zich verzette tegen de terugkeer van Simon Leys naar China, betwistte haar gezag en competentie, noemde haar een bedrieger en wees op fouten in haar werk. Daarbij verwees hij ook naar haar boek L'Intelligence au pouvoir, dat in 1973 bij Maspero verscheen.

Zijn werk bleef niet beperkt tot China. Œuvre publiceerde artikels in L’Express en Le Point, werkte samen met de dagkrant Le Monde en het weekblad Le Figaro littéraire, en leverde bijdragen aan Engelstalige tijdschriften zoals The New York Review of Books, Quadrant en The Monthly. Daarnaast schreef hij de column Lettre des antipodes in Le Magazine littéraire en meerdere lemma’s over Chinese schilders voor de Encyclopædia Universalis.

Later werden zijn teksten opnieuw uitgegeven in 1998 in Essais sur la Chine, samen met andere essays en artikels. In datzelfde jaar verscheen L'Ange et le cachalot, een verzameling artikels en voorwoorden over literatuur, China en vertaalproblemen. In 2005 publiceerde hij Les Idées des autres, een samenstelling van zinnen, meningen en aforismen uit uiteenlopende bronnen. In 2012 volgde Le Studio de l’inutilité, een bundel essays over diverse thema’s, waaronder Evelyn Waugh en George Orwell.

Zijn bekendheid groeide ook door een optreden in het Franse televisieprogramma Apostrophes over intellectuelen en communisme. Bernard Pivot nodigde Simon Leys en Maria-Antonietta Macciocchi uit. Leys had in 1972 zes maanden in Beijing gewoond en gaf in de uitzending feitelijke gegevens waaruit bleek dat Macciocchi haar bronnen voor De la Chine niet had nagegaan. Hij omschreef haar boek als d'une stupidité totale en als une escroquerie. Volgens Bernard Pivot was dit de enige keer dat de verkoopverwachtingen van een boek door de impact van het programma naar beneden werden bijgesteld.

Katholieke overtuiging en intellectuele interesses

Volgens Œuvre was Pierre Ryckmans, de man achter Simon Leys, een fervent katholiek die zelden over zijn geloof sprak. Boven zijn bureau hing een portret van Sint-Thomas More, en Peter Craven beschreef hem als iemand die een zeer traditionele en conservatieve vorm van katholicisme beoefende. Œuvre had bovendien een uitgesproken afkeer van atheïstisch polemist Christopher Hitchens, die in 1995 The Missionary Position: Mother Teresa in Theory and Practice publiceerde en Mother Teresa bekritiseerde. In reactie op Œuvre merkte Hitchens onder meer op dat Mother Teresa de echtscheiding van prinses Diana had verwelkomd, dat zij Ierse kiezers had afgeraden om burgerlijk huwelijk en hertrouwen toe te staan, en dat hij zich afvroeg hoe Christus mensen als de Duvaliers in Haaiti zou kunnen prijzen of geld kon aannemen dat door Charles Humphrey Keating, Jr. was gestolen. Hitchens vergeleek Œuvre met religieuze leiders die elke kritiek als beledigend, godslasterlijk en lasterlijk voorstellen.

Ōuvre's katholieke achtergrond wordt ook in verband gebracht met zijn lectuur en zijn oordeel over anderen. Pierre Boncenne stelde dat al de boeken van Pierre Ryckmans sporen van zijn katholieke geloof dragen, en merkte op dat religie in Le parapluie de Simon Leys snel wordt behandeld. Socioloog Bernard De Backer meent dat het werk van Simon Leys beïnvloed is door zijn religie, vooral wanneer het gaat over de homoseksualiteit van Roland Barthes en André Gide. Ian Buruma schreef dan weer dat Leys' vooroordelen over China niet door scholarship, maar door zijn katholieke geloof werden gevormd. Œuvre was zelf student bij jezuieten en paters aan de Katholieke Universiteit Leuven, bewonderde László Ladány, een jezuïet van Hongaarse oorsprong die onder Mao gevangen zat en zich daarna in Hongkong vestigde, en had belangstelling voor auteurs die christelijk waren opgevoed of zich tot het christendom bekeerden. Die interesse blijkt ook uit zijn essays over Evelyn Waugh, gebundeld in Le Studio de l'inutilité, uit L'Ange et le cachalot, dat verwijst naar een citaat van Gilbert Keith Chesterton, en uit zijn vertaling van Simone Weils Sur l'abolition de tous les partis politiques in 2013.

Orwell, politiek en totalitarisme

In zijn oeuvre wordt George Orwell benaderd als een schrijver die politiek wantrouwt en ideologische mechanismen via literatuur ontleedt. Leys wordt daarbij vergeleken met Orwell zelf, die door tegenstanders zelfs van CIA-banden werd beschuldigd. Volgens Jean-Claude Michéa vormt Orwell or l’horreur de la politique de beste analyse van Orwell, op Bernard Cricks biografie na. In dat werk benadrukt Leys dat Orwells kritiek op het Sovjettotalitarisme alleen goed te begrijpen is als ze wordt geplaatst naast zijn kritiek op het kapitalistische systeem. Ook stelt hij dat Orwells socialisme steunt op de veronderstelde morele en intellectuele deugden van gewone mensen, en hij zet dat af tegen positivistische mythologieën over de Geschiedenis en de Nieuwe Mens. Pierre Mertens merkt op dat Leys in Orwell een utopische vooraankondiging ziet van het totalitaire wezen zoals dat later in China werd waargenomen. Tegelijk vraagt Leys zich meermaals af of er een parallel bestaat tussen George Orwell en Lu Xun. Hij wijst erop dat beide schrijvers toegewijde militanten bleven, maar ook dat Orwell zich op een specifieke manier positioneerde. Over Lu Xun noteert hij dat die de revolutie verdedigde, maar tegelijk waarschuwde voor het ontstaan van een nieuwe autoriteit na de revolutie.

Tussen China, Confucius en de zee

In zijn oeuvre komen verschillende terugkerende interesses van Simon Leys samen. Er is een werk dat volgens Sebastian Veg, onderzoeker bij het Centre d'etudes francais sur la Chine contemporaine, deel uitmaakt van dat geheel. Ook wordt op de kaft van Essais sur la Chine een gedicht uit 1933 van Lu Xun hernomen, naast een ander gedicht dat vertrekt van de metafoor van een bevroren vlam als beeld voor een bestaan. Binnen dezelfde lijn staat ook een dubbele vertaling van Confucius door Simon Leys zelf, eerst in het Frans en daarna in het Engels, samen met een presentatie uit 1987 van zijn vertaling van de Entretiens de Confucius.

Naast die Chinese en filosofische dimensie is er ook een duidelijke maritieme component. Simon Leys was verbonden aan de vereniging Ecrivains de Marine, opgericht in 2003 door Jean-Francois Deniau. In La Mer dans la litterature francaise verkent hij de Franse literatuur vanuit een maritiem perspectief. Dat sluit aan bij zijn voorwoord uit 2011 bij Les Naufrages, ou Vingt mois sur un recif des Auckland van Francois-Edouard Raynal. Daarin bespreekt hij het ware scheepswrakverhaal van vijf zeelieden nabij de subantarctische eilanden van Nieuw-Zeeland en vermeldt hij dat Jules Verne zich door dit verhaal liet inspireren voor Le Tour du monde en L'Ile mysterieuse.

Die interesse in schipbreuken loopt ook door in de analyse van een ander historisch voorval: de ramp met een Nederlands koopvaardijschip van de Verenigde Oost-Indische Compagnie in 1629 bij de Houtman Abrolhos. In dat schip zaten meer dan 300 passagiers, onder wie mannen, vrouwen en kinderen, samen met een kostbare lading. Het essay vraagt zich af hoe de moordzuchtige waanzin van bemanningslid Jeronimus Cornelisz kon ontstaan, die twee derde van de overlevenden afslachtte en vernederde, en onderzoekt zijn psychologie. Het stuk wordt gevolgd door Prosper, een autobiografisch verslag van tonijnvangst in 1958 op een van de laatste Bretonse visserszeilschepen.

Bewerking van La Mort de Napoléon

In 2002 werd uit Simon Leys' enige gepubliceerde roman, La Mort de Napoléon, een bewerking gemaakt met als titel The Emperor's New Clothes. Deze komedie was een adaptatie van dat ene gepubliceerde romaanwerk en bracht zijn literaire werk in een andere vorm opnieuw onder de aandacht.

Ontvangst en verwijzingen naar Simon Leys

In 2008 wordt Postérité niet genoemd in het document van het departement Philosophie, histoire et sciences de l'homme van de Bibliothèque nationale de France. Ook bevat de bibliografische selectie over de culturele revolutie van dezelfde bibliotheek geen titels van Postérité. Verder is Postérité niet verbonden met de Bibliothèque asiatique van René Viénet, noch met de bloemlezing van de Rode Gardistenpers, Révo. cul. dans la Chine pop. Evenmin wordt Postérité toegeschreven aan teksten van de sinoloog Simon Leys over de culturele revolutie. Toch wordt Postérité wel vermeld in relatie tot Simon Leys in het historische werk La Dernière Révolution de Mao: Histoire de la Révolution culturelle 1966-1976, waar het wordt verbonden met de voortzetting van zijn werk, waaronder Les Habits neufs du président Mao.

Tekeningen en illustraties

Binnen zijn vriendenkring stond Simon Leys bekend als een begaafd karikaturist. Die vaardigheid beperkte zich niet tot losse tekeningen: hij illustreerde ook een boek van zijn dochter. Daarmee liet hij zien dat zijn tekenwerk een persoonlijke en familiale dimensie had, naast de waardering die hij er van zijn omgeving voor kreeg.

Scroll naar boven