Victor Horta (6 januari 1861 – 8 september 1947) was een Belgische architect en ontwerper, en een van de oprichters van de Art Nouveau-beweging. Hij bewonderde de Franse architectuurtheoreticus Eugène Viollet-le-Duc, wiens werk een invloed had op het Hôtel Tassel in Brussel, gebouwd in 1892–93. Horta gebruikte in zijn ontwerpen golvende, gestileerde plantaardige vormen en beïnvloedde zo onder meer de Franse architect Hector Guimard, die die stijl toepaste in het eerste Art Nouveau-appartementsgebouw in Parijs en in ingangen voor de Parijse metro. Horta wordt ook beschouwd als een voorloper van de moderne architectuur door zijn open plattegronden en zijn innovatieve gebruik van ijzer, staal en glas. Zijn latere werk schoof weg van de Art Nouveau en werd geometrischer en formeler, met klassieke accenten zoals zuilen. Belangrijke latere werken zijn de Maison du Peuple/Volkshuis (1895–1899), het Brusselse Centrum voor Schone Kunsten (1923–1929) en zijn werk aan Brussel-Centraal (1913–1952). In 1932 verleende koning Albert I hem de titel van baron.
- Hoe ontwikkelde Victor Horta zijn stijl en invloed binnen de architectuur?
- Welke belangrijke opdrachten en onderscheidingen kreeg Victor Horta later in zijn loopbaan?
- Hoe verliepen de jeugd, opleiding en eerste loopbaanstappen van Victor Horta?
- Hoe ontwikkelde Victor Horta zich in zijn vroege loopbaan tot architect en docent?
- Hoe paste Victor Horta zijn vernieuwende ideeën toe in zijn Brusselse stadshuizen?
- Hoe ontwikkelde Victor Horta's architectuur zich na de Maison du Peuple?
- Hoe evolueerde de Magasins Waucquez van warenhuis tot beschermd monument?
- Hoe verliep het ontwerp en de uitwerking van het Brugmann-Universiteitsziekenhuis?
- Welke reizen en academische opdrachten had Victor Horta tijdens de Eerste Wereldoorlog?
- Hoe werkte Victor Horta zijn meubels uit in relatie tot zijn gebouwen?
- Wat deed Victor Horta in zijn latere carrière en persoonlijk leven?
Art Nouveau en architecturale vernieuwing
Victor Horta was een Belgische architect en ontwerper en gold als een van de grondleggers van de art-nouveaubeweging. Hij bewonderde de Franse architectuurtheoreticus Eugène Viollet-le-Duc, en zijn Hôtel Tassel in Brussel, gebouwd in 1892-93, is daarop gebaseerd. In zijn ontwerpen gebruikte Horta golvende, gestileerde plantaardige vormen, en hij ging innovatief om met ijzer, staal en glas. Door zijn manier van werken wordt hij beschouwd als een voorloper van de moderne architectuur, onder meer door zijn open plattegronden.
Zijn invloed reikte verder dan België. De Franse architect Hector Guimard nam Horta's stijl over in het eerste art-nouveauappartementsgebouw in Parijs en ook in de ingangen die hij ontwierp voor de Parijse metro. Horta's architectuur bleef zich intussen ontwikkelen. Zijn latere werk bewoog zich weg van art nouveau en werd geometrischer en formeler, met ook klassieke accenten zoals zuilen. In die latere ontwerpen gebruikte hij staalconstructies en daklichten om meer licht in de gebouwen te brengen, naast open plattegronden en zorgvuldig uitgewerkte decoratieve details. Tot zijn belangrijke latere werken behoorde ook het Maison du Peuple/Volkshuis uit 1895-1899.
Latere carrière en erkenning
Victor Horta werkte van 1913 tot 1952 aan het station Brussel-Centraal en ontwierp tussen 1923 en 1929 ook het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten. In 1932 verleende koning Albert I hem de titel van baron voor zijn verdiensten voor de architectuur; daarna werd hij ook Victor, baron Horta genoemd. Hoewel veel van zijn gebouwen later verlaten of vernield raakten nadat de art nouveau uit de gratie was geraakt, kreeg zijn werk in Brussel opnieuw erkenning. In 2000 werden vier door Horta ontworpen gebouwen in Brussel opgenomen op de UNESCO Werelderfgoedlijst: Hotel Tassel, Hotel Solvay, Hotel van Eetvelde en het Hortahuis.
Vroege jaren en opleiding
Victor Horta werd geboren in Gent, België, op 6 januari 1861. Zijn vader was meester-schoenmaker. Horta begon met muziekstudies aan het Koninklijk Conservatorium van Gent, maar werd daar wegens wangedrag uitgewezen. Daarna studeerde hij aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent. Op zeventienjarige leeftijd trok hij naar Parijs, waar hij werk vond bij architect en ontwerper Jules Debuysson. Na de dood van zijn vader in 1880 keerde hij terug naar België. Hij verhuisde naar Brussel, waar hij met zijn eerste vrouw huwde en twee dochters kreeg. In Brussel studeerde hij architectuur aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten. Tijdens die periode raakte hij bevriend met Paul Hankar. Vervolgens werd hij als assistent aangenomen door professor Alphonse Balat.
Vroege loopbaan en eerste vernieuwende werken
Victor Horta werkte samen met Balat aan de bouw van de Koninklijke Serres van Laken in het noorden van Brussel. Dat was zijn eerste werk waarin glas en ijzer werden gebruikt. Voor zijn afstuderen aan de Koninklijke Academie kreeg hij de Grote Prijs voor architectuur, en in 1884 won hij ook de eerste Prix Godecharle voor architectuur. Hij sloot zich aan bij de Centrale Vereniging van Belgische Architectuur en nam deel aan verschillende wedstrijden. Daarnaast ontwierp en voltooide hij drie huizen in een traditionele stijl.
In 1892 werd Horta benoemd tot hoofd van de afdeling Grafische Vormgeving voor Architectuur aan de Vrije Universiteit Brussel, en in 1893 werd hij daar hoogleraar. Via Les XX raakte hij vertrouwd met de Britse Arts and Crafts-beweging. In datzelfde jaar bouwde hij voor zijn vriend Eugène Autrique het Autrique-huis. Dat huis had nog een traditionele plattegrond, maar de voorgevel liet al elementen van de art nouveau zien, zoals ijzeren kolommen en keramische bloemmotieven.
In 1894 werd Horta verkozen tot voorzitter van de Centrale Vereniging van Belgische Architectuur. Een jaar later nam hij ontslag na een conflict over een kleuterschoolopdracht in de Brusselse Marollen. Doorheen zijn hele loopbaan bleef hij ook beïnvloed door de Franse architectuurtheoreticus Eugène Viollet-le-Duc.
Stadshuizen en art nouveau
In 1892 kreeg Victor Horta de opdracht om een huis te ontwerpen voor Émile Tassel. Het Hôtel Tassel, voltooid in 1893, geldt als een van de eerste verschijningen van de art nouveau in de architectuur. Horta ontwierp de stenen gevel zo dat die aansloot bij de naburige gebouwen, maar in het interieur koos hij voor een veel vernieuwender aanpak. Daar gebruikte hij glas- en ijzertechnieken uit de Koninklijke Serres van Laken en bouwde hij het huis rond een open centrale trap. De binnenversiering bevatte krullende lijnen, gemodelleerd naar ranken en bloemen, en die motieven keerden terug in de ijzeren leuningen, vloertegels, glazen deuren, daklichten en beschilderde muren. Volgens UNESCO vertegenwoordigen deze stadshuizen een stilistische revolutie, gekenmerkt door een open plan, lichtverspreiding en gebogen lijnen in de gebouwstructuur. In 2000 werd het Hôtel Tassel samen met drie andere stadshuizen als UNESCO-werelderfgoed aangeduid.
Ook in het Hôtel Solvay op de Louizalaan in Brussel paste Horta zijn totaalbenadering toe. Hij bouwde dit huis voor Armand Solvay en gebruikte er exotische materialen zoals marmer, brons en tropische houtsoorten in de versiering van de trap. De muren van die trap werden beschilderd door de pointillistische schilder Théo van Rysselberghe. Horta ontwierp bovendien elk detail, tot en met de bronzen deurbel en het huisnummer.
In het Hôtel van Eetvelde werkte hij opnieuw met een sterk vernieuwend ruimteconcept. Het huis kreeg een hoogst originele Wintertuin en talrijke fantasierijke details. Horta voerde er een open vloerplan in en bracht overvloedig horizontaal en verticaal licht binnen. Een centrale koer liet licht binnen vanaf het daklicht erboven. Op de hoofdverdieping creëerde hij ovale salons die openstonden naar de koer en voorzien waren van grote erkers. Vanuit elke salon op die verdieping kon men van de ene zijde van het gebouw naar de andere kijken.
Voor zijn eigen Horta Huis en Atelier koos hij voor een meer bescheiden aanpak dan bij andere huizen, maar ook daar verschenen originele elementen en fijn vakmanschap. Hij gebruikte het gebouw als woning en kantoor en combineerde hout, ijzer en marmer in de trapversiering. In al deze projecten zocht Horta naar maximale transparantie en licht, met grote vensters, daklichten, spiegels en open plattegronden. Door de nauwe bouwpercelen in Brussel moesten die keuzes vaak aangepast worden aan de stedelijke context.
Bij Hôtel Aubecq, gebouwd voor industrieel Octave Aubecq, werkte hij opnieuw met licht en bijzondere vormen. Een daklicht boven de centrale trap vulde het huis met licht, terwijl de kamers achthoekig waren en het gebouw drie gevels met vensters had. Door de ongewone kamerindeling werd Horta ook gevraagd om nieuw meubilair te ontwerpen. Zijn luxueuze stadshuizen tonen zo hoe hij vernieuwende ideeën ook toepaste in meer functionele gebouwen.
Van Volkshuis tot warenhuis
Tussen 1896 en 1899 ontwierp en bouwde Victor Horta de Maison du Peuple, ook bekend als het Volkshuis, als hoofdkwartier voor de Belgische Werkliedenpartij. Het gebouw was bedoeld voor verschillende functies: er kwamen kantoren, vergaderzalen, een café en een zaal met plaats voor meer dan 2.000 mensen. Horta werkte er met stalen kolommen en curtain walls, en gebruikte vrijwel geen decoratie. Opvallend waren wel de lichte kromming van de stalen pijlers die het dak ondersteunden en de grote daklichten boven de hoofdvergaderzaal. De Maison du Peuple werd in 1965 afgebroken. Materialen werden bewaard met het oog op reconstructie, maar raakten uiteindelijk verspreid over Brussel; delen werden ook gebruikt voor de aanleg van de Brusselse metro. Vanaf ongeveer 1900 werden Horta's gebouwen geleidelijk eenvoudiger van vorm, terwijl hij steeds veel aandacht bleef besteden aan functionaliteit en vakmanschap. In 1903 bouwde hij de Grand Bazar Anspach, een warenhuis met grote vensters, open vloeren en smeedijzeren decoratie. In 1907 ontwierp hij ook het Museum voor Schone Kunsten in Doornik, dat pas in 1928 opende.
Magasins Waucquez
De Magasins Waucquez was oorspronkelijk een warenhuis dat gespecialiseerd was in textiel. Het gebouw gebruikte staal en glas om dramatische open ruimtes en veel licht van boven te creëren. Daarbij werd een stalen en glazen lichtkoepel gecombineerd met neoklassieke zuilen. Na de dood van Waucquez in 1920 en de daaropvolgende achteruitgang sloot de zaak in 1970. Jean Delhaye, een voormalige student en assistent van Victor Horta, redde het gebouw van de sloop. Op 16 oktober 1975 werd de Magasins Waucquez erkend als beschermd monument. Vandaag doet het dienst als museum van het Belgisch Stripcentrum.
Brugmann-Universiteitsziekenhuis
In 1906 kreeg Victor Horta de opdracht voor het Brugmann-Universiteitsziekenhuis. Zijn ontwerp verdeelde de ziekenhuisfuncties over lage paviljoenen. De werken begonnen in 1911. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd het ziekenhuis al gebruikt, maar de officiële opening volgde pas in 1923. Door de bijzondere vormgeving en indeling wekte het ziekenhuis belangstelling in de Europese medische wereld. De gebouwen die Horta ontwierp, zijn tot vandaag nog in gebruik.
Reizen en lezingen tijdens de Eerste Wereldoorlog
Tijdens de Eerste Wereldoorlog verbleef Victor Horta eerst in Londen, waar hij in februari 1915 de Town Planning Conference on the Reconstruction of Belgium bijwoonde. Later dat jaar gaf hij in de Verenigde Staten een reeks lezingen aan Amerikaanse universiteiten, waaronder Cornell, Harvard, MIT, Smith College, Wellesley College en Yale. Aan het einde van 1915 reisde hij opnieuw naar de Verenigde Staten. In 1917 werd hij benoemd tot Charles Eliot Norton Memorial Lecturer en tot professor architectuur aan de George Washington University.
Meubilair als onderdeel van het geheel
Victor Horta ontwierp niet alleen gebouwen, maar ook het meubilair dat erbij hoorde, zodat alles aansloot bij dezelfde stijl. Daardoor werd zijn meubels even bekend als zijn huizen. Het meubilair werd getoond op de Universele Expositie van Parijs in 1900 en op de Expositie van Moderne Decoratieve Kunsten in Turijn in 1902. De meubels waren doorgaans handgemaakt en voor elk huis anders. In veel gevallen bleven ze zelfs langer bestaan dan het huis waarvoor ze gemaakt waren. Omdat het meubelstuk perfect moest passen bij de woning, kon het niet zomaar naar een andere stijl worden omgevormd zonder de harmonie van de ruimte te verstoren.
Latere werk en persoonlijk leven
In 1906 scheidde Victor Horta van zijn eerste vrouw. Twee jaar later, in 1908, trouwde hij met Julia Carlsson en werd hij directeur van de afdeling Schone Kunsten van de Belgische Koninklijke Academie voor Schone Kunsten. In zijn latere loopbaan bleef hij belangrijke opdrachten uitvoeren. Zo ontwierp hij de Magasins Waucquez, het huidige Belgisch Stripcentrum, en vier private huizen die in 2000 werden aangeduid als UNESCO-werelderfgoed. In 1937 voltooide hij het ontwerp van het station Brussel-Centraal. Vanaf 1939 begon hij met het redigeren van zijn memoires.