Jean-Claude Drouot is een Belgisch acteur, geboren in Deux-Acren (Lessines), België. Hij volgde zijn opleiding aan de Jeune Théâtre de l’Université libre de Bruxelles en volgde ook lessen bij Charles Dullin. Vanaf 1962 speelde hij klassieke tragedies en belangrijke werken van Molière. Tussen 1963 en 1966 verwierf hij internationaal bekendheid met de titelrol in Thierry la Fronde op RTF Télévision. In de cinema debuteerde hij in Le Bonheur (1965) van Agnès Varda en Les Ruses du diable (1966) van Paul Vecchiali. In 1972 vertolkte hij Rodolphe Vernet in de televisieserie Les Gens de Mogador. Later stond hij ook op andere vooraanstaande podia en in producties, en leidde hij onder meer het Centre dramatique national de Reims, de Comédie de Reims, van 1984 tot 1986, en was hij verantwoordelijk voor het Théâtre national de Belgique in Brussel van 1985 tot 1990. Hij was van 1999 tot 2001 pensionnaire van de Comédie-Française. Hij is sinds de jaren 1960 gevestigd in Évry, Essonne. In 2015 publiceerde hij zijn memoires, Le Cerisier du pirate.
- Waar is Jean-Claude Drouot geboren?
- Hoe ontwikkelde Jean-Claude Drouot zijn loopbaan in theater, televisie en film?
- Hoe zag het gezinsleven van Jean-Claude Drouot eruit en waar woonde hij vanaf de jaren 1960?
- Welke theaterproducties en regies deed Jean-Claude Drouot tussen 2009 en 2020?
- Welke theaterproducties regisseerde Jean-Claude Drouot in 2021, 2022 en 2023?
Achtergrond en afkomst
Jean-Claude Drouot is een Belgische acteur. Hij werd geboren in Deux-Acren, in de gemeente Lessines. Deze plaats vormt het beginpunt van zijn biografische achtergrond en geeft zijn Belgische afkomst aan.
Theater, televisie en film
Jean-Claude Drouot werd geboren in Deux-Acren, bij Lessines, in België. Hij volgde een opleiding aan het Jeune Théâtre de l'Université libre de Bruxelles en nam lessen bij Charles Dullin. Vanaf 1962 vertolkte hij klassieke tragedies en belangrijke werken van Molière. Tussen 1963 en 1966 kreeg hij een internationaal publiek met de titelrol in Thierry la Fronde op RTF Télévision. In de cinema debuteerde hij in Le Bonheur van Agnès Varda (1965) en Les Ruses du diable van Paul Vecchiali (1966). In de week van 15 tot 21 maart 1967 verscheen hij op de cover van het eerste nummer van Télé Poche. In 1972 speelde hij Rodolphe Vernet in de televisieserie Les Gens de Mogador. Later werd hij ook verantwoordelijk voor het Théâtre national de Belgique in Brussel van 1985 tot 1990, na zijn directie van het Centre dramatique national de Reims, de Comédie de Reims, van 1984 tot 1986. In 1995 vertolkte hij Émile Zola in de telefilm L'Affaire Dreyfus van Yves Boisset. Van 1999 tot 2001 was hij pensionnaire van de Comédie-Française. Daarnaast was hij artistiek directeur van de Jean-Claude-Drouot-compagnie en bracht hij talrijke theaterproducties tot stand met het regionale theater van Pays de la Loire. Hij creëerde ook de voorstelling Féminaire in samenwerking met het Quatuor Ludwig, met teksten van Marcel Moreau en muziek van Bartók, Schubert, Stravinsky, Brahms en Chostakovitch. In 2015 publiceerde hij zijn memoires, Le Cerisier du pirate. Van januari tot maart 2019 speelde hij L'Art d'être grand-père van Victor Hugo in het Théâtre du Lucernaire, en in 2022 vertolkte hij de hoofdrol in de film Monsieur Constant van Alan Simon.
Gezinsleven en verblijf in Évry
Jean-Claude Drouot trouwde in 1960 met actrice Claire Sylvie Lacombe. Samen kregen zij vier kinderen: Sandrine, Olivier, Renaud en Emmanuel. Sinds de jaren 1960 woont hij in Évry, in het departement Essonne.
Theaterprojecten en regie
In 2009 regisseerde Jean-Claude Drouot La Valise de Jaurès van Bruno Fuligni in het Théâtre national de Nice en in het théâtre Montansier. Datzelfde jaar werd ook Marcel Prousts À la recherche du temps perdu gebracht als een lezing. In 2010 volgde J'ai mangé l'amanite vulvoïde van Marcel Moreau als theatrale lezing in het théâtre littéraire le Verbe Fou tijdens het festival Avignon Off, en in 2011 opnieuw een lezing van hetzelfde werk in het théâtre littéraire de la Clarencière in Brussel.
In 2011 speelde ook Rue Saint-Denis van Alain Foix, geregisseerd door de auteur zelf in het théâtre de l'Epée de Bois. Datzelfde jaar was er Correspondance a trois, gebaseerd op Boris Pasternak, Rainer Maria Rilke en Marina Tsvetaeva, in een bewerking en regie van Gerald Garutti tijdens Printemps des Poetes in Espace Cardin. Jean-Claude Drouot regisseerde in 2011 bovendien Lear et son fou van Andre Benedetto in het theatre des Carmes Avignon.
Daarna volgden onder meer Fin de journee van Andre Benedetto, geregisseerd door Patrick Pelloquet, in 2012, Le Roi Lear van William Shakespeare in 2013 onder regie van Pierre Debauche, en L'Annonce faite a Marie van Paul Claudel in 2014 onder regie van Yves Beaunesne. In datzelfde jaar regisseerde Drouot ook Jaures, Clemenceau : Quelle Republique voulons-nous? van Bruno Fuligni in het Theatre Sorano. Later verschenen nog Intrigue et Amour van Friedrich von Schiller in 2015, Jean, fils d'Edmond, gemaakt door Jacques Fretey en Jean-Claude Drouot in 2016, Un Tramway pour Golconde van Christian Birgin, geregisseerd door Jean-Claude Drouot in 2017, Le Prince travesti van Marivaux in 2018-2019, en François d'Assise van Joseph Delteil in 2020 in het College Saint-Julien in Ath.
Theaterregie in de jaren 2021 tot 2023
In 2021 en 2022 regisseerde Jean-Claude Drouot L'Art d'être grand-père van Victor Hugo in het théâtre du Lucernaire. In 2023 werd dezelfde voorstelling ook gespeeld op het Festival d'Avignon, opnieuw onder zijn regie. Hiermee staat zijn werk in deze periode vooral in het teken van dit stuk van Victor Hugo.