Alfred Lowenstein

Portret van Alfred Lowenstein, Belgische financier, 1926
Portret van Alfred Lowenstein, Belgische financier, 1926

Alfred Lowenstein werd geboren in Brussel op 11 maart 1877 en overleed op 4 juli 1928 in het Engels Kanaal. Hij was een Belgische financier die in de vroege 20e eeuw betrokken was bij de financiering van grote waterkrachtprojecten. Zijn vermogen kwam uit investeringen in elektrische energie en kunstzijde, en in de jaren 1920 werden zijn ondernemingen op ongeveer 12 miljoen pond geschat. Daarmee behoorde hij in die periode tot de rijkste personen ter wereld, met een vermelding als de derde rijkste wereldwijd.

Lowenstein stond ook bekend als Captain Loewenstein door zijn deelname aan de Eerste Wereldoorlog. Hij richtte een moedermaatschappij, Sidro, op met belangen in onder meer Barcelona Traction en gelijkaardige ondernemingen. Na de dood van zijn vader begon hij met bankzaken en haalde hij via zijn kantoor in Brussel middelen op uit continentaal Europa voor grote projecten. In 1904 investeerde hij in de Gaz de Rio-onderneming in Rio de Janeiro. Hij was getrouwd met Madelaine Missone en had een zoon, Robert, die omkwam in de Tweede Wereldoorlog.

Rijkdom en ondernemingen

Alfred Lowenstein was een Belgische financier die in het begin van de 20e eeuw betrokken was bij de financiering van grote waterkrachtprojecten. Hij creëerde ook een moedermaatschappij, Sidro, met belangen in Barcelona Traction en gelijkaardige ondernemingen. Zijn fortuin kwam uit investeringen in elektriciteitsbedrijven en de kunstzijde-industrie. In de jaren 1920 werden zijn bedrijven op ongeveer 12 miljoen pond gewaardeerd, en in die periode gold hij als een van de rijkste mannen ter wereld. Volgens de beschikbare gegevens was hij in de jaren 1920 zelfs de derde rijkste persoon wereldwijd.

Hij werd geboren in Brussel op 11 maart 1877. Zijn vader Bernard was van Duitse en Joodse afkomst en werkte in België in de banksector. Bernard trouwde met de dochter van een Belgische bankier. Lowenstein zelf was praktiserend katholiek. In augustus 1908 trouwde hij met Madelaine Missone, die toen twintig jaar oud was. Tijdens de Eerste Wereldoorlog stond hij ook bekend als Captain Loewenstein wegens zijn deelname aan de oorlog.

Zijn leven eindigde op 4 juli 1928, toen hij in het Engels Kanaal om het leven kwam na uit zijn privévliegtuig te springen.

Gezin en familie

Alfred Lowenstein had een zoon, Robert. Over hem is bekend dat hij tijdens de Tweede Wereldoorlog is omgekomen. Meer details over Roberts leven of verdere familiegegevens worden in deze feiten niet vermeld.

Bankzaken en industriële expansie

Na de dood van zijn vader begon Alfred Lowenstein in het bankwezen. Vanuit zijn kantoor in Brussel haalde hij kapitaal op in continentaal Europa voor grote projecten. In 1904 investeerde hij in de Gaz de Rio in Rio de Janeiro, en via zijn netwerk van zakelijke contacten leerde hij Frederick Stark Pearson en William Mackenzie kennen. Hij voorzag ook Europees kapitaal voor projecten in Brazilië en Mexico, waardoor zijn activiteiten een internationale reikwijdte kregen.

Later breidde hij zijn belangen uit naar de industrie. Samen met James Dunn stapte hij in de productie van artificiële zijde. Via de International Holding and Investment Co nam hij British Celanese over. In die periode sprak hij ook de bekende uitspraak over zijden kousen en ondergoed uit.

In 1928 probeerde Lowenstein Banco de Bruselas over te nemen om Sofina onder controle te krijgen. Dat plan mislukte na weken van onrust op de beurs. Daarmee kwam hij ook steeds meer tegenover het Toronto financial syndicate en Dannie Heineman te staan.

Vlucht naar het Verenigd Koninkrijk

Tijdens de Duitse inval in Belgie in 1914 vluchtte Vida personal naar het Verenigd Koninkrijk. Na deze vlucht werd Vida personal er permanent inwoner. Deze verhuizing betekende een belangrijke verandering in het persoonlijke leven en vestigde Vida personal definitief in het Verenigd Koninkrijk.

Luxueus leven en excentrieke uitstraling

Alfred Lowenstein leefde in de jaren 1920 bijzonder uitbundig en viel op door een theatrale zakelijke stijl, waardoor hij vaak als excentriek werd gezien. Zijn gedrag werd nog opvallender na een val van een paard in 1926. Hij had een uitgesproken voorliefde voor paardenrennen, boksen, biljart en zwemmen, maar dronk geen alcohol en rookte niet. In die periode reisde hij geregeld met zijn privévliegtuig. Meestal werd hij daarbij vergezeld door zijn persoonlijke secretaris, twee secretarissen en een masseur. Ook aan het strand van zijn woning in Biarritz liet hij zich omringen door twee assistenten en drie secretarissen wanneer hij ging baden.

Lowenstein bezat verschillende luxueuze eigendommen. In de jaren 1920 kocht hij een herenhuis in Brussel, dat later achtereenvolgens dienstdeed als ambassade van Canada, ambassade van Nederland en als zetel van de Belgische Raad van State. Daarnaast kocht hij een herenhuis in Biarritz en bezat hij een kasteel in Engeland op een domein van 400 hectare. Zijn wagenpark weerspiegelde dezelfde levensstijl en omvatte een luxueuze autocollectie, waaronder een Rolls-Royce.

Zijn naam genoot internationale weerklank: gedurende zijn leven werd hij door talrijke staatshoofden geraadpleegd. De Britse regering benoemde hem bovendien tot lid van de Orde van het Bad.

De verdwijning van Lowenstein

Op 4 juli 1928 vertrok Alfred Lowenstein bij zonsondergang van het Engelse Croydon met een privé Fokker F.VII-trimotor naar Brussel, samen met zes anderen. Het weer was helder en er werden geen sterke winden verwacht. Piloot Donald Drew verklaarde dat de vlucht zeer kalm zou verlopen. Aan boord waren ook mecanicien Robert Little, die samen met Lowenstein de cabine inging, en passagiers Arthur Hodgson, zijn secretaris, Fred Baxter, zijn bediende, en de stenografistes Paula Bidalon en Eileen Clarke. De cabine scheidde de piloot van de andere passagiers.

Over zijn verdwijning en dood ontstonden nadien verschillende theorieën. Norris concludeerde dat Donald Drew Lowenstein op verzoek van Madeleine Loewenstein uit het vliegtuig had gezet om controle te krijgen over zijn fortuin. Volgens Norris was de achterdeur van het toestel tijdens de vlucht volledig verwijderd en later opnieuw aangebracht op het strand van St. Pol. Crime writers Robert en Carol Bridgestock speculeerden dat Lowenstein zijn dood in scène had gezet en verdween wegens financiële onregelmatigheden. Die gedachte werd gevoed door zijn begrafenis in een naamloos graf en door de afwezigheid van zijn vrouw op de uitvaart. Anderen dachten aan zelfmoord door economische problemen, terwijl weer anderen uitgingen van een ongeluk, omdat een nekbrace, das en speld op de vliegtuigstoel waren achtergelaten, wat erop kon wijzen dat Lowenstein zich onwel voelde.

Scroll naar boven