Ivo van Hove

Ivo van Hove tijdens een optreden in 2010
Ivo van Hove tijdens een optreden in 2010

Ivo van Hove werd geboren op 28 oktober 1958 en is een Belgische theaterregisseur. Hij begon zijn carrière als toneelregisseur in 1981 in Heist-op-den-Berg. In de eerste fase van zijn loopbaan werkte hij met stukken die hij zelf had geschreven, zoals Ziektekiemen en Geruchten, en was hij artistiek leider bij AKT, Akt-Vertical en De Tijd. Tussen 1990 en 2000 was hij directeur van Het Zuidelijk Toneel, waarna hij van 2001 tot 2023 algemeen directeur van Toneelgroep Amsterdam was. Van Hove is bekend om zijn Off-Broadway avant-gardistische en experimentele theaterproducties en coördineerde voorstellingen op onder meer het Edinburgh International Festival, de Biënnale van Venetië, het Holland Festival, Theater der Welt en de Wiener Festwochen. Hij regisseerde ook producties bij het New York Theatre Workshop en op Broadway, waaronder A View from the Bridge, The Crucible, Network en West Side Story. Voor A View from the Bridge ontving hij een Tony Award en een Laurence Olivier Award. In 2004 werd hij benoemd tot Ridder in de Ordre des Arts et des Lettres in Frankrijk en in 2016 tot Commandeur in de Orde van de Kroon.

Internationale erkenning en onderscheidingen

Ivo van Hove, geboren op 28 oktober 1958, is een Belgische theaterregisseur die bekend is om zijn Off-Broadway avant-gardistische en experimentele theaterproducties. Hij stond meer dan twintig jaar aan het hoofd van de Toneelgroep Amsterdam en bouwde daarnaast ook een opvallende internationale loopbaan uit. Op Broadway regisseerde hij hernemingen van Arthur Miller's A View from the Bridge en The Crucible, en later ook Lee Hall's Network in 2018 en Leonard Bernstein en Stephen Sondheim's West Side Story in 2020. Voor A View from the Bridge ontving hij zowel een Tony Award als een Laurence Olivier Award. In 2004 werd hij in Frankrijk benoemd tot Ridder in de Ordre des Arts et des Lettres, en in 2016 werd hij Commandeur in de Orde van de Kroon.

Carrière in het theater

Ivo van Hove begon zijn loopbaan als toneelregisseur in 1981 in Heist-op-den-Berg. In die vroege periode werkte hij ook met stukken die hij zelf had geschreven, zoals Ziektekiemen en Geruchten. Daarnaast was hij artistiek leider bij AKT, Akt-Vertical en De Tijd. Van 1990 tot 2000 was hij directeur van Het Zuidelijk Toneel, waarna hij van 2001 tot 2023 algemeen directeur was van Toneelgroep Amsterdam, dat later bekend werd als Internationaal Theater Amsterdam. Dat gezelschap is het belangrijkste theatergezelschap van Nederland en de officiële stedelijke schouwburg van Amsterdam.

Van Hove combineerde die leidinggevende functies met een brede internationale werking. Hij coördineerde producties op onder meer het Edinburgh International Festival, de Biënnale van Venetië, het Holland Festival, Theater der Welt en de Wiener Festwochen. Ook werkte hij met gezelschappen van het Deutsches Schauspielhaus in Hamburg en het Staatstheater Stuttgart. Door de internationale focus van het gezelschap werd Internationaal Theater Amsterdam uitgenodigd door onder andere Ruhrtriennale, Vienna Festival, Edinburgh Festival en Festival d'Avignon. Het gezelschap trad ook op in de Verenigde Staten, Rusland en Australië, en gastregisseurs zoals Christoph Marthaler, Krzysztof Warlikowski, Johan Simons, Thomas Ostermeier, Simon Stone en Katie Mitchell sloten zich erbij aan.

Naast zijn werk als leider en regisseur zette Van Hove ook meerdere grote producties op de planken. Aan de New York Theatre Workshop regisseerde hij Hedda Gabler, The Little Foxes en Scenes from a Marriage. Bij de Young Vic regisseerde hij A View from the Bridge. In Vlaanderen en Nederland werkte hij onder meer aan Alban Bergs Lulu aan de Vlaamse Opera, de volledige Ring Cycle van Richard Wagner aan de Vlaamse Opera tussen 2006 en 2008, Janáčeks De Zaak Makropoulos en Tchaikovsky's Iolanta aan De Nederlandse Opera in Amsterdam. Verder regisseerde hij de televisiefilm Thuisfront, de film Amsterdam uit 2009 en de musical Rent voor Joop van den Ende. Van 1998 tot 2004 was hij ook festivalmanager van het Holland Festival.

Belangrijke regies bij Toneelgroep Amsterdam

Ivo van Hove regisseerde bij Toneelgroep Amsterdam een reeks opvallende producties. Daaronder waren Angels in America van Tony Kushner, Roman Tragedies op basis van werken van Shakespeare, Opening Night van John Cassavetes en Rocco and his Brothers van Luchino Visconti. Ook maakte hij Teorema, gebaseerd op werk van Pier Paolo Pasolini, in samenwerking met Ruhrtriennale, en het Antonioni-Project als eerbetoon aan Michelangelo Antonioni.

Verder regisseerde hij La voix humaine van Jean Cocteau, Summer Trilogy als hulde aan Carlo Goldoni en Children of the Sun van Maxim Gorky. Zijn repertoire bij Toneelgroep Amsterdam omvatte ook The Miser van Molière, Scenes from a Marriage, Cries and Whispers en After the Rehearsal / Persona van Ingmar Bergman, en And We'll Never Be Parted van Jon Fosse.

Daarnaast werkte Van Hove aan The Russians! van Tom Lanoye, gebaseerd op Chekhovs Ivanov en Platonov, The Fountainhead van Ayn Rand en Mary Stuart van Friedrich Schiller. Ook Kings of War, gebaseerd op Henry V, Henry IV Part 2, Henry VI en Richard III van William Shakespeare, The Hidden Force van Louis Couperus en The Other Voice van Ramsey Nasr behoren tot die reeks producties.

Van Broadway tot bestuurlijke omwenteling

Ivo van Hove maakte in 2015 zijn Broadwaydebuut met Arthur Millers A View from the Bridge. Onder zijn regie won die productie de Tony Awards voor Best Revival of a Play en Best Direction of a Play. In 2016 regisseerde hij op Broadway ook Arthur Millers The Crucible. Twee jaar later volgde de Broadwaybewerking van de film Network uit 1976, met Bryan Cranston in de hoofdrol. In 2020 zette Van Hove opnieuw een grote Broadwayrevival neer met West Side Story.

In 2023 werd hij als directeur van Internationaal Theater Amsterdam op non-actief gesteld na beschuldigingen van pesten en intimidatie. Een volledig onderzoek in 2024 leidde tot zijn definitieve vertrek bij het gezelschap. In datzelfde jaar trad ook de raad van toezicht van Internationaal Theater Amsterdam af.

Later in 2024 werd Van Hove directeur van de Ruhrtriennale. In 2025 regisseerde hij Arthur Millers All My Sons, met Bryan Cranston als Joe Keller en Marianne Jean-Baptiste als Kate Keller. Voor deze productie werden alle drie de acteurs genomineerd voor prijzen bij de Olivier Awards van 2026. Paapa Essiedu won daarbij de Olivier Award voor Best Actor in a Supporting Role voor zijn vertolking van Chris Keller.

Stijl en invloed

Ivo van Hove wordt beschreven met een uiterst moderne minimalistische stijl, waarin toch expressionistische teatraliteit aanwezig is. Hij gaf in een interview met Kate Kellaway aan dat er geen enkele waarheid bestaat in het idee van trouw blijven aan een tekst. Volgens hem moet een regisseur of acteur altijd een interpretatie geven van een zin. Daarbij gebruikte hij het voorbeeld dat de uitspraak "I love you" door tien verschillende mensen ook tien verschillende uitdrukkingen kan krijgen, ondanks de objectieve waarheid van de woorden.

Van Hove staat ook bekend om zijn grondige voorbereiding in het theater. Voor acteurs ziet hij die voorbereiding niet als een bedreiging, maar als vrijheid. Hij wil de wereld scheppen waarin de tekst het best tot bloei kan komen. De omschrijving van Ben Brantley als een "maximalist minimalist" keurt hij goed.

Daarnaast wordt hij regelmatig genoemd als invloed voor jongere theatermakers zoals Sam Gold, Simon Stone en Robert Icke. Hij nodigde hen ook uit om te regisseren bij Toneelgroep Amsterdam.

Persoonlijk leven

Ivo van Hove is openlijk homo. In zijn persoonlijk leven heeft hij al sinds circa 1980 een langdurige partner, Jan Versweyveld. Over dit aspect van zijn leven zijn verder geen bijkomende details vermeld.

Einde van de samenwerking

In 2023 kwam er een einde aan de samenwerking met Internationaal Theater Amsterdam. Dat gebeurde na beschuldigingen van fysiek en psychologisch geweld. Ook werd hij ervan beschuldigd bij te dragen aan een klimaat waarin seksueel grensoverschrijdend gedrag, verbaal geweld en fysiek geweld konden ontstaan.

Regie op Broadway

In 2015 regisseerde Ivo van Hove A View from the Bridge van Arthur Miller in het Lyceum Theatre op Broadway. Een jaar later volgde The Crucible, ook van Arthur Miller, in het Walter Kerr Theatre. In 2018 zette hij Network van Lee Hall in scène in het Belasco Theatre. In 2020 regisseerde hij West Side Story in het Broadway Theatre. Deze producties tonen zijn werk op meerdere Broadway-podia over verschillende jaren.

Internationale regies en samenwerkingen

In 1993 regisseerde Ivo van Hove Die Bakchen van Euripides in het Deutsches Schauspielhaus in Hamburg. Daarna volgden Gier unter Ulmen van Eugene O'Neill in het Staatstheater Stuttgart in 1995 en More Stately Mansions van dezelfde auteur in het New York Theatre Workshop in 1996. In de daaropvolgende jaren bleef hij regelmatig werken aan het New York Theatre Workshop, met A Streetcar Named Desire van Tennessee Williams in 1998, Alice in Bed van Susan Sontag in 2000 en Hedda Gabler van Henrik Ibsen in 2004. Alice in Bed werd in 2000 ook gecoproduceerd met Zuidelijk Toneel en het Holland Festival.

Zijn internationale parcours omvatte ook Faces van John Cassavetes bij Theater der Welt in 2005, een coproductie met het Deutsches Schauspielhaus in Hamburg en het Staatstheater Stuttgart. In 2006 regisseerde hij Der Geizige van Molière in Hamburg, gevolgd door The Misanthrope van Molière in het New York Theatre Workshop in 2007. In 2008 bracht hij Kameliendame, naar La Dame aux Camélias van Alexandre Dumas, fils, opnieuw in Hamburg, in coproductie met TA. Daarna volgden The Little Foxes van Lillian Hellman in het New York Theatre Workshop in 2010 en Der Menschenfeind van Molière in de Schaubühne in Berlijn in datzelfde jaar. In 2011 regisseerde hij Edward II van Christopher Marlowe in de Schaubühne, Berlijn, en Ludwig II van Luchino Visconti in de Münchner Kammerspiele. In 2013 kwam daar Seltsames Intermezzo van Eugene O'Neill in de Münchner Kammerspiele bij.

Internationale regies en latere projecten

In 2014 regisseerde Ivo van Hove A View from the Bridge van Arthur Miller in de Young Vic en Scenes from a Marriage van Ingmar Bergman bij New York Theatre Workshop. Een jaar later volgden Antigone van Sophocles, opgevoerd in de Barbican, Les théâtres de la ville de Luxembourg en Toneelgroep Amsterdam, en Lazarus van David Bowie en Enda Walsh bij New York Theatre Workshop. In 2016 bracht hij Lazarus opnieuw op de planken, ditmaal in het Kings Cross Theatre.

Daarna bleef hij internationaal aanwezig met verschillende grote producties. Zo regisseerde hij Hedda Gabler van Henrik Ibsen in het Royal National Theatre in Londen en Les Damnés van Luchino Visconti bij de Comédie-Française in Parijs. In 2017 volgden The Fountainhead van Ayn Rand in de Brooklyn Academy of Music, Gilman Opera House, Obsession van Luchino Visconti in de Barbican, en Network van Lee Hall in het Royal National Theatre in Londen. In 2019 regisseerde hij Electre/Oreste van Euripides bij de Comédie-Française in Parijs en All About Eve in het Noël Coward Theatre in Londen. In 2024 werkte hij aan een nieuwe bewerking van Opening Night van John Cassavetes met Rufus Wainwright in het Gielgud Theatre in Londen.

Producties in België, Nederland en New York

In de jaren 2000 tot 2017 bracht Productions een lange reeks voorstellingen in België en Nederland. In 2000 en 2001 stond True Love van Charles L. Mee op het programma, als coproductie met het Holland Festival. In dezelfde periode werd ook The Massacre at Paris van Hafid Bouazza, naar Christopher Marlowe, gepresenteerd. Daarna volgden onder meer Con Amore van Jef Aerts, naar L'incoronazione di Poppea van Monteverdi, en Three Sisters van Anton Tsjechov. Ook Othello van William Shakespeare en Carmen van Oscar van Woensel, naar Prosper Merimee en Georges Bizet, maakten deel uit van het repertoire.

In 2003 en 2004 presenteerde Productions The Norman Conquests van Alan Ayckbourn, opnieuw als coproductie met het Holland Festival, naast Mourning Becomes Electra van Eugene O'Neill. In 2004 en 2005 volgden The Taming of the Shrew van William Shakespeare en Scenes from a Marriage van Ingmar Bergman. Daarna kwamen onder meer Perfect Wedding van Charles L. Mee, Opening Night van John Cassavetes en Hedda Gabler van Henrik Ibsen. Van 2006 tot 2007 werd Roman Tragedies van William Shakespeare gepresenteerd, gevolgd door Angels in America van Tony Kushner in 2007 en 2008.

De daaropvolgende seizoenen brachten verder nog Antonioni Project, naar Michelangelo Antonioni, en The Human Voice van Jean Cocteau, Teorema van Pier Paolo Pasolini en Summer Trilogy van Carlo Goldoni. Ook Children of the Sun van Maxim Gorky, And We'll Never Be Parted van Jon Fosse en The Russians! van Tom Lanoye werden opgevoerd. In 2011 en 2012 stonden The Miser van Moliere en Husbands van John Cassavetes op het repertoire. Daarna volgden After the Rehearsal en Persona, beide van Ingmar Bergman, The Fountainhead van Ayn Rand en Long Day's Journey into Night van Eugene O'Neill, en vervolgens Kings of War van William Shakespeare, Mary Stuart van Friedrich Schiller en Song from Far Away van Simon Stephens.

In 2015 en 2016 kwamen The Other Voice van Ramsey Nasr en The Hidden Force van Louis Couperus aan bod. In 2016 en 2017 werden The Things that Pass van Louis Couperus, Obsession naar Luchino Visconti en Diary of the One who Disappeared van Leoš Janácek gepresenteerd. In 2016 trad Productions ook op in de Brooklyn Academy of Music in New York City.

Producties tussen 1981 en 2000

In de vroege jaren 1980 werkte Ivo van Hove aan eigen producties zoals Ziektekiemen en Geruchten, beide in het seizoen 1981-1982. In 1982-1983 volgden De Lijfknecht van Harold Pinter en Als in de oorlog van Sophocles en Gie Laenen, als onderdeel van Europalia. Daarna zette hij zijn parcours voort met Marokko van Botho Strauss en Agatha van Marguerite Duras in 1983-1984. In hetzelfde seizoen was er ook India Song van Marguerite Duras, gevolgd door groepsprojecten zoals Wonderen der mensheid en Wilde heren in 1984-1985. In 1985-1986 kwam Russische Openbaring van Heiner Muller, samen met het groepsproject ImitatieS. Bacchanten van Euripides volgde in 1986-1987.

Vanaf 1987-1988 werkte hij verder aan In de eenzaamheid van de katoenvelden van Bernard-Marie Koltes en Macbeth van William Shakespeare. In 1988-1989 regisseerde hij Rouw siert Electra van Eugene O'Neill en Don Carlos van Friedrich von Schiller. Een jaar later volgden Richard II van William Shakespeare en Jakow Bogomolow van Maxim Gorky in 1989-1990, naast Lulu van Frank Wedekind als coproductie met Toneelgroep Amsterdam. In 1990-1991 stonden Ajax/Antigone van Sophocles en Het Zuiden van Julien Green op het programma. In 1991-1992 kwam Het Begeren onder de Olmen van Eugene O'Neill, samen met Toch zonde van die hoer van John Ford.

In 1992-1993 bracht hij Hamlet van William Shakespeare als coproductie met Antwerp European Cultural Capital 1993, en Gered van Edward Bond. Daarna volgde Rijkemanshuis van Eugene O'Neill als coproductie met het Holland Festival in 1993-1994. In 1994-1995 stonden De tramlijn die Verlangen heet van Tennessee Williams en Splendid's van Jean Genet op de lijst. Caligula van Albert Camus kwam in 1995-1996. In 1996-1997 volgden Koppen van John Cassavetes, als coproductie met het Holland Festival, en De onbeminden van François Mauriac. In 1997-1998 bracht hij Romeo en Julia van Peter Verhelst, naar Shakespeare, opnieuw als coproductie met het Holland Festival. In 1998-1999 volgde India Song van Marguerite Duras als coproductie met het Holland Festival, en in 1999-2000 zowel Alice in Bed van Susan Sontag als coproductie met New York Theatre Workshop en het Holland Festival, als De dame met de camelia's van Alexandre Dumas.

Prijzen en onderscheidingen

Ivo van Hove kreeg doorheen zijn loopbaan een lange reeks prijzen en onderscheidingen. In 1987 won hij de Oscar de Gruyter Prize voor Best Direction voor Macbeth. Daarna volgden onder meer de Publieks Prize voor Rijkemanshuis in 1994 en de East Flanders Oeuvre Prize in 1995. In 1996 ontving hij zowel de Theatre Festival Prize voor Caligula als de Theatre Festival Prize, en in 1998 won hij de Herald Angel op het Edinburgh Festival voor More Stately Mansions.

In 1999 werd zijn werk opnieuw bekroond met meerdere prijzen: de Arch Angel voor beste regie op het Edinburgh Festival voor India Song, de Archangel Award op het Edinburgh Festival voor More Stately Mansions, en de Johan Fleerackers Prize voor samenwerking tussen het Nederlandse en het Vlaamse theater. In 2004 werd hij in Frankrijk benoemd tot Ridder in de Ordre des Arts et des Lettres. In de jaren daarna volgden onder meer de Prijs van de Kritiek in Nederland in 2007, de Prosceniumprijs in Nederland samen met Jan Versweyveld in 2008, en de Amsterdam Business Oeuvre Award in 2012.

In 2014 ontving hij een eredoctoraat voor algemene verdienste van de Universiteit Antwerpen. Het jaar 2015 bracht opnieuw verschillende onderscheidingen: de Best Director Laurence Olivier Award voor A View From the Bridge in Londen, de Critics' Circle Theatre Award voor Best Director, de Amsterdam Award for the Arts samen met Jan Versweyveld, en de IJ award van de stad Amsterdam. In 2016 volgden The Founders Award for Excellence in Directing, het ereburgerschap van Ham in België, en de titel van Commandeur in de Orde van de Kroon. Ook kregen verschillende producties nominaties, waaronder A View from the Bridge, The Crucible en Vu du Pont.

Scroll naar boven