Jo Bogaert, ook bekend als Thomas De Quincey, is een Belgische muzikant en producer, geboren in Aalst in 1956. Hij begon zijn muzikale carrière in de marge van de new wave van de jaren 1980 en was bassist in de Velvet Underground-geïnspireerde band White Light. In 1983 bracht hij de lp None of Them Are Green uit en richtte hij het platenlabel Clip Records op.
Rond 1986 bracht hij via Clip Records de eerste Belgische New Beat-producties van The Colony Bogey Band uit. Onder de naam Nux Nemo was hij betrokken bij het project Acts of Madmen en bracht hij ook Asian Fair uit. In 1987 verscheen de eerste New Beat-lp China Town, evenals Riott 88 onder zijn eigen naam. Zijn single Hiroshima haalde in november 1987 de BRT Top 30. Bogaert liet zich inspireren door de Duitse groepen Off en 16 Bit en publiceerde tot omstreeks 1988 een twintigtal producties op Clip Records. Rond 1988 distantieerde hij zich van het New Beat-genre. In 1989 creëerde hij een eigen geluid met Pump Up the Jam van Technotronic, een nummer dat wereldwijd 3,5 miljoen keer verkocht werd.
- Wie is Jo Bogaert en waarvoor is hij vooral bekend?
- Hoe ontwikkelde Jo Bogaert zich van de nieuwe wave-scene naar New Beat en welke releases brachten hem bekendheid?
- Hoe bouwde Jo Bogaert met Technotronic verder aan zijn succes in 1989 en de jaren daarna?
- Welke singles en albums bracht Biografia uit in de jaren negentig?
- Waar werkte Jo Bogaert na 1995 en welke boeken publiceerde hij?
Muzikale achtergrond
Jo Bogaert is een Belgische muzikant en producer, geboren in Aalst in 1956. Hij is ook bekend onder de naam Thomas De Quincey. Bogaert verwierf bekendheid door zijn werk als producer en als lid van de groep Technotronic.
Van new wave naar New Beat
Jo Bogaert begon zijn muzikale loopbaan aan de rand van de new wave van de jaren 1980. Hij speelde bas in White Light, een groep die duidelijk was geïnspireerd door de Velvet Underground. In 1983 bracht hij de lp None of Them Are Green uit. Daarna richtte hij het platenlabel Clip Records op, waarmee hij tot omstreeks 1988 ongeveer twintig producties uitbracht.
Rond 1986 bracht Bogaert via Clip Records de eerste Belgische New Beat-producties van The Colony Bogey Band uit. Ook was hij betrokken bij het project Acts of Madmen onder de naam Nux Nemo. In 1987 verscheen de eerste New Beat-lp China Town, en datzelfde jaar kwam ook Riott 88 uit onder zijn eigen naam. Onder het pseudoniem Nux Nemo bracht hij bovendien het werk Asian Fair uit. Zijn werk in die periode werd mede geïnspireerd door de Duitse groepen Off en 16 Bit.
Met de single Hiroshima scoorde Bogaert in november 1987 in de BRT Top 30. Tegen 1988 begon hij zich geleidelijk van het New Beat-genre te distantiëren.
Technotronic en internationaal succes
In 1989 creëerde Biografia een origineel geluid en bracht Technotronic met Pump Up the Jam uit. Dat nummer verkocht wereldwijd 3,5 miljoen exemplaren. Pump Up the Jam werd gezongen door rapper Manuela Kamosi en uitgevoerd door Felly Killingi. In hetzelfde jaar bracht Biografia ook het album Pump Up the Jam uit, samen met drie singles: Get Up!, This Beat is Technotronic en Megamix. Daarna volgden in 1990 het Technotronic-album Trip On This en in 1991 Body To Body. Op Body To Body verzorgde Réjane Magloire de vocalen. Nadien was er drie jaar lang geen Technotronic-activiteit.
Biografia en zijn releases in de jaren negentig
Onder de naam Biografia bracht Jo Bogaert in 1992 de single Water uit. In 1993 volgde het album Different Voices, uitgebracht onder eigen naam. Een jaar later verscheen het album Guerilla. In 1995 kwam Recall uit, met zang van Ya Kid K. Van dat album werd Move This een opvallende single: het nummer bereikte de zesde plaats in de Amerikaanse Billboard-hitlijst en werd ook gebruikt in een Revlon-reclame.
Muziekwerk en publicaties na 1995
Na 1995 werkte Jo Bogaert verder als producer, gastmuzikant of achtergrondzanger. In 1996 werkte hij samen met de Belgische rockband Groki aan Monster. Daarna volgden bijdragen aan Mud Stories van An Pierlé in 1999, Ghostboy in 2004, White Velvet van Gabriel Rios in 2006 en Angelhead in 2007. Naast zijn muzikale werk publiceerde hij ook enkele boeken. In 2010 verscheen Van Eyck, a Adoração do Cordeiro de Deus: sonho de poder e esoterismo. Twee jaar later volgde Oe say the?, en in 2013 publiceerde hij Wabliftra? Sobre Aalst nos anos 60 e 70.