Baudouin I van België werd geboren in Château du Stuyvenberg bij Laken, in Brussel, als tweede kind en eerste zoon van koning Leopold III en koningin Astrid. Als kind kreeg hij de titel graaf van Henegouwen en werd hij op driejarige leeftijd troonopvolger. Toen Leopold III koning der Belgen werd, kreeg Baudouin de titel hertog van Brabant. Hij was de oudere broer en voorganger van koning Albert II en de jongere broer van groothertogin Joséphine-Charlotte van Luxemburg.
Baudouin I werd de vijfde koning der Belgen en besteeg de troon in 1951, in een periode van politieke crisis. Hij regeerde meer dan 42 jaar, tot aan zijn dood, en had daarmee de op een na langste regeerperiode in de Belgische monarchie, na koning Leopold II. Tijdens het begin van de Tweede Wereldoorlog maakte hij een korte exodus mee. Baudouin I overleed in Motril, Granada, Spanje.
- Hoe werd Baudouin I koning van de Belgen en hoe lang regeerde hij?
- Hoe verliepen de jeugdjaren van Baudouin I en hoe werd hij koning?
- Hoe verliep de overgang van Baudouin I van vrijgezel naar verloving en welke familiecontext speelde daarbij mee?
- Hoe verliepen de uitvaart en de herdenking na de dood van Boudewijn I van België?
- Welke rol speelde Boudewijn I in de Belgische politiek en hoe oefende hij invloed uit op de regering?
- Op welke manieren kan de stichting van Baudouin I familieleden en andere begunstigden ondersteunen?
- Hoe wordt de nagedachtenis van Boudewijn I van Belgie vandaag beoordeeld?
Troonsbestijging en regeerperiode
Baudouin I van België werd geboren in het Château du Stuyvenberg in Laken, Brussel, als tweede kind en eerste zoon van koning Leopold III en koningin Astrid. Toen Leopold III hertog van Brabant was, droeg Baudouin de titel van graaf van Henegouwen. Na de troonsbestijging van Leopold III werd hij zelf hertog van Brabant. Baudouin was de oudere broer en voorganger van koning Albert II, en de jongere broer van groothertogin Joséphine-Charlotte van Luxemburg.
Hij werd de vijfde koning der Belgen en besteeg in 1951 de troon, in een periode van politieke crisis. Hij regeerde tot aan zijn dood en bleef meer dan 42 jaar koning. Daarmee had hij de op een na langste regeerperiode in de Belgische monarchiegeschiedenis, na koning Leopold II. Baudouin I overleed in Motril, Granada, Spanje.
Jeugd, oorlog en troonopvolging
Baudouin I van België werd geboren in het Château du Stuyvenberg bij Laken in Brussel. Hij was het tweede kind en de oudste zoon van prins Léopold, hertog van Brabant, en Astrid van Zweden. Na de dood van zijn grootvader bij een klimongeval in de Maasvallei in 1934 werd zijn vader koning der Belgen onder de naam Leopold III. Op driejarige leeftijd werd Baudouin troonopvolger en kreeg hij de titel hertog van Brabant. Zijn moeder, koningin Astrid, kwam later om het leven bij een auto-ongeluk.
De start van de Tweede Wereldoorlog maakte Baudouin mee tijdens een korte uittocht. Die begon in De Panne en liep in Frankrijk verder via Château de Montal. Na de Franse nederlaag werd hij samen met zijn broer Albert en zijn zus Joséphine-Charlotte naar Spanje geëvacueerd. Hij vertrok daarbij zonder Margaretha de Jong, de gouvernante die hij kende als Mademoiselle en die hem Baud noemde. Zijn opvoeding werd onder toezicht geplaatst van dominicaan pater Antoine Braun. Na de landing werd zijn familie door de nazi's naar de burcht van Hirschstein in Duitsland gebracht en daarna naar Strobl in Oostenrijk. Uiteindelijk werd de familie bevrijd door Amerikaanse troepen.
Baudouin volgde onderwijs aan het Collège de Genève, nu het Collège Calvin. In 1948 vergezelde hij zijn vader en stiefmoeder op een grote reis naar de Verenigde Staten. In 1950 toonde een populaire raadpleging uiteenlopende uitslagen in de kieskorpsen van Vlaanderen en Wallonië. Op 23 december 1950 werd Baudouin benoemd tot prins-regent, waardoor hij gedelegeerde bevoegdheden kreeg. Hij legde daarna de eed af om de Grondwet en de Belgische wetten te eerbiedigen voor de Kamers. Na de abdicatie van zijn vader werd hij op 17 juli 1951 de vijfde koning der Belgen. Na zijn troonsbestijging bleef hij politiek beïnvloed door zijn vader en stiefmoeder, en hij weigerde de hand te schudden met wie zich tijdens de oorlog tegen zijn vader had gekeerd.
Huwelijk en familiekring
Baudouin I van Belgie werd in het openbaar voorgesteld als een terughoudende, verdrietige en eenzame jonge man, zonder bekende romantische avonturen. Er ging zelfs het gerucht dat hij van plan zou zijn religieuze orden in te treden. Zijn vrijgezellenbestaan in het ouderlijk huis werd een staatszaak. Volgens kardinaal Suenens sprak Baudouin met de Ierse non Veronica O'Brien over een mogelijk huwelijk. Zij zocht vervolgens naar een geschikte bruid en vond een Spaanse aristocrate die ermee instemde hem te ontmoeten. Daarna verloofde Baudouin zich met haar, en de eerste foto's van het paar werden genomen in het kasteel van Ciergnon.
In dezelfde periode bleef ook zijn familie in het nieuws. In 1951 werd Marie-Christine geboren in de familie van Baudouin I van Belgie, en in 1956 volgde Maria-Esméralda. Zijn broer Albert trouwde in 1959 met Paola Ruffo di Calabria, en uit dat huwelijk kwam hun eerste kind voort. De officiële koninklijke familie werd beperkt tot de afstammelingen van Leopold III en koningin Astrid. Leden uit het tweede huwelijk van Leopold III, onder wie Lilian Baels, werden uitgesloten door een koninklijk besluit. Dat besluit bepaalde ook dat prinsen en prinsessen die afstamden van prins Albert van Belgie de titel prins en prinses van Belgie dragen.
Dood, uitvaart en nagedachtenis
Na de dood van Boudewijn I van België verzamelden zich tienduizenden Belgen voor het koninklijk paleis om bloemen en kaarsen neer te leggen. De uitvaart vond plaats in de Sint-Michiels- en Sint-Goedelekathedraal in Brussel. Op vraag van zijn echtgenote omvatte de plechtigheid ook een viering van glorie en hoop. Zij woonde de uitvaart bij in het wit gekleed.
De ceremonie werd live uitgezonden op een groot scherm op de Grote Markt in Brussel en op vele televisiezenders wereldwijd. Ook tal van staatshoofden waren aanwezig, onder wie koningin Elizabeth II, keizer Akihito van Japan en de Franse president François Mitterrand.
Voor de familie werd nadien nog een tweede herdenkingsdienst gehouden in de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Laken. Daarna werd het lichaam van Boudewijn I bijgezet in de koninklijke crypte, waar hij rust nabij vroegere Belgische koningen en koninginnen. Zijn constitutionele eed betekende het einde van de nationale rouw. In 2005 werd hij door het publiek van de RTBF verkozen tot een van de Grootste Belgen aller tijden.
Koninklijke rol en politieke invloed
Boudewijn I beschikte grondwettelijk over de bevoegdheid om een wet niet te bekrachtigen. Tegelijk kon hij zich enkel publiek uitspreken met de instemming van de regering. Bij de benoeming en ontslag van ministers was ook een akkoord nodig, namelijk de goedkeuring van minstens een minister en een vertrouwensstemming in het parlement. Ondanks die beperkingen speelde hij na elke verkiezing en tijdens ministeriele crisissen een belangrijke rol. Tijdens zijn meer dan tweeënveertig jaar durende regeerperiode oefende hij invloed uit op de regeringen en verwierf hij door de opeenvolgende compromisregeringen meer ervaring dan veel ministers, die vaak slechts enkele jaren in functie bleven. Daardoor kwam hij in een positie van overwicht tegenover zijn ministers. Zijn regeerperiode gold als een hoeksteen voor de Belgische staat, en hij verdedigde grondwettelijk de eenheid van België.
In zijn publieke optredens sprak hij zich jaarlijks en halfjaarlijks uit in nationale toespraken op radio en televisie, waarin hij gevoelens en eenheid benadrukte. In zijn toespraken veroordeelde hij racisme en vreemdelingenhaat, en hij zette zich doorheen de jaren in voor ethische waarden zoals humanisme en professionaliteit. Hij ontving nooit een vertegenwoordiger van de uiterst rechtse partijen Front National en Vlaams Blok in audiëntie. Tegen het einde van zijn leven verbond hij zich ook aan de strijd tegen mensenhandel.
Tijdens zijn koningschap behield hij bovendien in belangrijke dossiers een uitgesproken rol. In 1955 maakte hij een triomfantelijke reis door Belgisch-Congo, waarbij hij alle regio's bezocht, op een moment dat de kolonie op haar hoogtepunt stond en autonomiebewegingen zich al manifesteerden. In 1959 maakte hij bekend dat de regering van plan was Congo onafhankelijkheid te verlenen. Op de dag van de onafhankelijkheid woonde hij de machtsoverdracht in Leopoldstad bij. Zijn toespraak daar werd internationaal gezien als een veronachtzaming van de wreedheden en een verheerlijking van het Belgische koloniale werk, waarop premier Patrice Lumumba reageerde met een kritische speech over de kolonisatie. Kort na de onafhankelijkheidsverklaring ontstonden in Congo geweld, politieke onzekerheid en onrust. In 1991 riep hij ook op tot kalmte tijdens etnische spanningen in Congo.
De stichting en haar steun
Volgens de gewijzigde bepalingen kan de stichting van Baudouin I neven en nichten helpen bij hun studies, maar zonder steun te verlenen aan enige lucratieve activiteit. Daarnaast kan de stichting ook bijstand bieden in gevallen van ziekte, handicap of andere filantropische situaties. In een wijziging uit 2006 werd bovendien vastgelegd dat het doel van de stichting ook aanvullende bepalingen omvat die niet verder werden gespecificeerd.
Eerbetoon en discussie rond zijn nagedachtenis
Een asteroide is naar Boudewijn I van Belgie genoemd als eerbetoon. Daarnaast kondigde paus Franciscus de opening aan van het zaligverklaringsproces van Boudewijn I van Belgie. De paus prees hem omdat hij zijn functie verliet om te vermijden dat hij een wet zou ondertekenen die abortus zou decriminaliseren. Dat project verdeelt echter de Belgische katholieke gemeenschap, waaronder ook de gemeenschap van Congolese afkomst. Liévin Makanga wijst erop dat Boudewijn I tijdens de kolonisatie betrokken was bij vele negatieve aspecten en nooit om vergeving vroeg. Kardinaal Fridolin Ambongo stelt dan weer dat Boudewijn vanuit kerkelijk standpunt moedig handelde door de abortuswet tegen te werken.