Nabil Dirar verhuisde op jonge leeftijd van Casablanca naar België. In zijn clubcarrière tekende hij op 1 juli 2006 een driejarig contract bij Westerlo. Hij maakte zijn debuut in de openingswedstrijd van het seizoen 2006–07 tegen Roeselare en scoorde zijn eerste doelpunt voor Westerlo op 21 oktober in de Beker van België tegen Zaventem. In dat seizoen gaf hij ook meerdere assists, onder meer in overwinningen tegen Mons en Zulte Waregem, en sloot hij af met 2 doelpunten in 35 wedstrijden in alle competities.
In het seizoen 2007–08 scoorde hij opnieuw, onder meer tegen Standard Liège, en was hij ook goed voor assists in wedstrijden tegen Roeselare en RWDM Brussels. Door blessures kwam hij dat seizoen tot 25 optredens in alle competities. Zijn prestaties wekten interesse van Ajax, Anderlecht, Club Brugge en Standard Liège. Op 21 mei 2008 tekende Dirar een vijfjarig contract bij Club Brugge. Hij maakte zijn debuut in de openingswedstrijd van het seizoen 2008–09, speelde ook in de UEFA Cup tegen Young Boys en scoorde zijn eerste doelpunt voor Club Brugge in de Brugse derby tegen Cercle Brugge.
- Hoe verliep de clubcarrière van Nabil Dirar bij Westerlo en in zijn eerste seizoen bij Club Brugge?
- Hoe verliep Nabil Dirars periode bij Club Brugge in de seizoenen 2009-10 en 2010-11?
- Hoe verliep het seizoen 2010-2012 van Nabil Dirar bij Club Brugge?
- Hoe verliep de overstap van Nabil Dirar naar Monaco en zijn eerste periode daar?
- Hoe verliepen Nabil Dirars seizoenen bij Monaco tussen 2012 en 2017?
- Hoe verliep de latere clubcarriere van Nabil Dirar na Monaco?
- Hoe verliep Nabil Dirars internationale loopbaan tussen België en Marokko?
- Hoe zag het persoonlijke leven van Nabil Dirar eruit buiten het voetbal?
Doorbraak bij Westerlo en eerste stappen bij Club Brugge
Nabil Dirar verhuisde in zijn vroege tienerjaren van Casablanca naar België. In zijn clubcarrière zette hij in 2006 een belangrijke stap door op 1 juli een contract voor drie jaar te tekenen bij Westerlo. Hij maakte zijn debuut voor de club in de openingswedstrijd van het seizoen 2006-07 tegen Roeselare. Zijn eerste doelpunt voor Westerlo volgde op 21 oktober in de Beker van België tegen Zaventem. In de loop van dat seizoen was hij ook belangrijk als aangever, met onder meer twee assists in de 2-1-zege tegen Mons op 10 februari 2007 en opnieuw twee assists in de 4-2-overwinning tegen Zulte Waregem op 21 april 2007. Op de laatste speeldag van het seizoen scoorde hij zijn eerste doelpunt in de Belgische Eerste Klasse, in het 1-1-gelijkspel tegen Gent. Hij sloot het seizoen af met 2 doelpunten in 35 optredens in alle competities.
Ook in het seizoen 2007-08 bleef hij beslissend, ondanks blessures die zijn aantal optredens beperkten. Hij maakte zijn eerste doelpunt van dat seizoen op 24 september 2007 tegen Standard Luik. Op 20 oktober gaf hij twee assists in de 6-0-zege tegen Roeselare, en op 19 januari 2008 scoorde hij een keer en gaf hij twee assists in de 7-2-overwinning tegen RWDM Brussels. Door zijn prestaties trok hij de aandacht van Ajax, Anderlecht, Club Brugge en Standard Luik.
Op 21 mei 2008 tekende hij vervolgens een contract voor vijf jaar bij Club Brugge. De dag na zijn handtekening sloot hij zich aan bij de kern, samen met Joseph Akpala en Ronald Vargas. Hij maakte zijn debuut voor Club Brugge in de openingswedstrijd van het seizoen 2008-09, een 4-1-zege tegen Tubize, en speelde zijn eerste UEFA Cup-wedstrijd tegen Young Boys op 18 september 2008. Zijn eerste doelpunt voor Club Brugge volgde op 19 oktober 2008 in de Brugse derby tegen Cercle Brugge. Onder trainer Jacky Mathijssen groeide hij uit tot een vaste waarde in de ploeg. In zijn eerste seizoen bij Club Brugge gaf hij ook meerdere assists, waaronder drie in twee wedstrijden tegen Zulte Waregem en Kortrijk, en later nog eens drie assists tegen Roeselare en Cercle Brugge tussen 28 februari en 8 maart 2009. In de laatste wedstrijd van het seizoen scoorde en assisteerde hij tweemaal tegen Royal Excel Mouscron. Club Brugge eindigde dat seizoen op de derde plaats, achter Anderlecht en Standard Luik, en Dirar kwam uiteindelijk aan 40 wedstrijden, 3 doelpunten en 11 assists in alle competities.
Seizoenen vol spanning bij Club Brugge
Aan het begin van het seizoen 2009-10 werd Nabil Dirar gelinkt aan een transfer naar Tottenham Hotspur en Everton, maar hij bleef bij Club Brugge. Hij begon sterk met een doelpunt en een assist in de 2-1 zege tegen Charleroi, al volgde al snel controverse. Op 15 augustus 2009 kreeg hij na een duel met KV Mechelen-speler Yoni Buyens een schorsing wegens spuwen; die straf werd na beroep teruggebracht van vijf naar twee wedstrijden. Later werd hij door de club geschorst en naar de beloften gestuurd nadat hij te laat was voor de training. Op 1 oktober keerde hij terug in de eerste ploeg voor de 2-2 tegen Toulouse in de UEFA Europa League. In november werd hij opnieuw uit de selectie gezet en trainde hij afzonderlijk na een nieuwe laattijdige aankomst op training. Toch sloot hij 2009 af met een sterke prestatie: op 30 december scoorde hij en gaf hij een assist in de 4-1 overwinning tegen Kortrijk. Daarna volgde een blessure begin februari, waardoor hij de hele maand februari en begin maart miste. Ook was er een incident op training met kapitein Stijn Stijnen. Op 21 maart 2010 keerde hij terug in de eerste ploeg en leverde hij twee assists in de 4-1 zege tegen Beerschot. In april scoorde hij tweemaal in de duels met Anderlecht en Gent. Hij besloot het seizoen 2009-10 met 4 doelpunten en 11 assists in 42 wedstrijden over alle competities.
Voor het seizoen 2010-11 tekende Dirar een nieuw contract bij Club Brugge tot 2014. Ook dat jaar verliep niet zonder problemen. Na zijn afwezigheid op de fandag werd hij twee weken naar de beloften gestuurd, waarna hij terugkeerde naar de eerste ploeg. Later volgde opnieuw een passage bij de beloften, ditmaal drie weken na een fout op Tiko na de 1-0 nederlaag tegen Lokeren op 23 oktober 2010. Sportief was er ook succes: op 28 november scoorde hij het eerste doelpunt van zijn seizoen in de 2-1 winst tegen Sint-Truidense, en in de volgende wedstrijd tegen Westerlo maakte hij er nog een tweede bij. Op 26 december was hij betrokken bij een doelpunt en kreeg hij rood in de 2-0 zege tegen Gent, waarna hij voor twee wedstrijden werd geschorst. Na een schorsing van een wedstrijd keerde hij terug en was hij beslissend met een doelpunt en een assist in de 5-0 winst tegen Charleroi op 29 december 2010. In februari 2011 was er een incident met ploegmaat Ivan Perišić over wie een vrije trap mocht nemen, en na de 4-1 zege tegen Kortrijk op 12 maart volgde een derde verwijzing naar de beloften na een aanvaring met Vadis Odjidja-Ofoe. Na die wedstrijd reageerde hij op het boegeroep van de supporters met een obscene geste, waarna trainer Koster hem van het veld liet gaan om de situatie niet verder aan te wakkeren. Op een persconferentie bood Dirar vervolgens zijn excuses aan Club Brugge en aan Vadis Odjidja-Ofoe. Vlak voor de play-offs van 2011 werd hij opnieuw opgenomen in de eerste ploeg.
Sterk seizoen bij Club Brugge
Nabil Dirar speelde in het seizoen 2010-11 mee in alle play-offwedstrijden van Club Brugge. Hij sloot dat seizoen af met 3 doelpunten en 11 assists in 40 wedstrijden in alle competities. Aan het einde van dat seizoen tekende hij een contract bij Club Brugge dat hem tot 2016 aan de club zou verbinden.
In het seizoen 2011-12 was hij opnieuw zeer belangrijk in de aanval. Met 11 assists leverde hij de meeste assists voor Club Brugge. In de Europa League maakte hij het eerste Europese doelpunt van de club in de heenwedstrijd van de kwalificatiefase tegen Qarabağ, een wedstrijd die Club Brugge met 4-1 won. Ondanks een 1-0 nederlaag in de terugwedstrijd plaatste de ploeg zich voor de volgende ronde. Later scoorde Dirar opnieuw in de groepsfase van de Europa League en gaf hij een assist in de 2-0 zege tegen Maribor.
Op 18 september 2011 maakte hij ook het eerste competitiedoelpunt van Club Brugge in dat seizoen, in de 2-1 overwinning tegen Lokeren, waarin hij bovendien nog een assist gaf. Tussen 26 oktober en 30 november 2011 scoorde hij zeven keer in zes wedstrijden in alle competities, tegen Gent, Genk, Standard Luik en Cercle Brugge, en hij maakte ook een brace tegen Maribor in de Europa League. In januari 2012 werd hij gelinkt aan een vertrek bij Club Brugge.
Overgang naar Monaco
Op 29 januari 2012 miste Nabil Dirar de wedstrijd tegen RAEC Mons door een heupblessure. Twee dagen later, op 31 januari 2012, verhuisde hij voor 7,5 miljoen euro naar Ligue 2-club Monaco. Daarmee was hij betrokken bij de hoogste transfersom die Club Brugge ooit ontving. Na zijn overstap bood hij manager Christoph Daum zijn verontschuldigingen aan.
Dirar debuteerde voor Monaco op 13 februari 2012 als invaller in een 1-0 nederlaag tegen Bastia. Zijn eerste doelpunt voor de club volgde op 24 februari 2012, in een 2-1 zege tegen Stade Lavallois. In de rest van het seizoen 2011-2012 scoorde hij nog twee keer, tegen Chateauroux en Istres. Hij sloot de eerste helft van dat seizoen af met 3 doelpunten in 15 officiële wedstrijden voor Monaco.
Aan het begin van het seizoen 2012-2013 gaf hij in de openingswedstrijd tegen Tours een assist in een 4-0 overwinning.
Seizoenen vol doelpunten, blessures en verantwoordelijkheid
In het seizoen 2012-13 kende Nabil Dirar een sterke periode bij Monaco. Op 25 februari 2013 maakte hij het eerste doelpunt van dat seizoen in een 1-0-zege tegen Lens. Enkele weken later, op 15 maart, scoorde hij opnieuw bij zijn terugkeer na een afwezigheid van twee wedstrijden, in de 2-2 tegen Angers. Op 22 april leverde hij in de 4-0-overwinning tegen Clermont zowel een doelpunt als een assist. Daarmee hielp hij Monaco om promotie naar de Ligue 1 af te dwingen, na twee jaar afwezigheid uit de hoogste afdeling. Het seizoen eindigde echter zwaar voor hem: in de laatste wedstrijd van de jaargang, tegen Tours op 24 mei 2013, scheurde hij zijn kruisbanden. Kort daarna werd bekend dat hij ongeveer zes maanden out zou zijn. Hij sloot het seizoen af met 3 doelpunten in 37 optredens in alle competities.
Tijdens de voorbereiding en het begin van 2013-14 werkte Dirar aan zijn revalidatie. In januari 2014 keerde hij terug naar de training en op 1 februari maakte hij zijn wederoptreden in de eerste ploeg, als invaller voor James Rodriguez tegen Lorient. Op 10 mei scoorde hij zijn eerste doelpunt van dat seizoen in een 2-1-zege tegen Valenciennes. Hij eindigde 2013-14 met 1 doelpunt in 13 wedstrijden in alle competities.
In 2014-15 werd hij door nieuwe trainer Leonardo Jardim tijdens de voorbereiding op een nieuwe rol gezet als rechtsachter. Hij begon de openingswedstrijd van de Ligue 1 op die positie, in de 2-1-nederlaag tegen Lorient. Dat seizoen miste hij ook een wedstrijd door een enkelblessure, maar op 21 september scoorde hij wel zijn eerste doelpunt van het seizoen in de 1-0-zege tegen Guingamp. Op 26 november gaf hij een assist voor Lucas Ocampos in de 1-0-overwinning tegen Bayer Leverkusen in de UEFA Champions League. Na een blessure aan het scheenbeen keerde hij op 17 januari 2015 terug als invaller tegen Nantes. Later dat seizoen kreeg hij voor het eerst de aanvoerdersband van Monaco, in de heenwedstrijd van de Champions League tegen Arsenal. Op 22 maart volgde zijn tweede doelpunt van het seizoen in de 3-1-zege tegen Stade de Reims. Op 3 mei werd hij uitgesloten in de 4-1-overwinning tegen Toulouse en liep hij daarbij opnieuw een blessure op. Hij besloot het seizoen met 2 doelpunten in 41 wedstrijden in alle competities.
Ook in 2015-16 bleef zijn seizoen gekenmerkt door blessures en terugkeerperiodes. Hij begon de eerste zeven wedstrijden van het seizoen, inclusief de voorrondes van de Pro League en de UEFA Europa League. Eind augustus 2015 raakte hij geblesseerd aan de enkel en moest hij enkele weken toekijken. Op 24 september keerde hij terug in de eerste ploeg en gaf hij een assist in de 3-2-zege tegen Montpellier. Daarna scoorde hij zijn eerste doelpunt van het seizoen in een 3-3-gelijkspel tegen Guingamp. Door een nieuwe enkelblessure bleef hij opnieuw een tijdlang aan de kant, maar op 5 december was hij terug en gaf hij een assist in de 2-1-zege tegen Bastia. Op 6 februari 2016 kreeg hij een rechtstreekse rode kaart na een beweging met het hoofd richting scheidsrechter Tony Chapron in de 1-0-zege tegen Nice. De oorspronkelijke schorsing van drie wedstrijden werd op 4 maart uitgebreid tot acht wedstrijden. Op 10 april keerde hij terug tegen Lille en op 30 april scoorde hij zijn tweede doelpunt van het seizoen in de 3-2-zege tegen Guingamp. Hij sloot 2015-16 af met 2 doelpunten in 24 optredens in alle competities.
In 2016-17 bleef Dirar belangrijk als aangever en aanvoerder. Hij gaf twee assists in de Champions League-voorrondes tegen Fenerbahçe. In de openingswedstrijd van de Ligue 1 tegen Guingamp kreeg hij de aanvoerdersband en gaf hij een assist in de 2-2. Hij leidde Monaco ook in twee andere wedstrijden, onder meer tegen Villarreal, waarmee de ploeg met een 3-1-totaalscore de groepsfase bereikte. Een kuitblessure in de Champions League-wedstrijd tegen Tottenham Hotspur hield hem vervolgens zes weken buiten strijd. Op 26 november 2016 keerde hij terug als invaller in de 4-0-zege tegen Marseille. Later leidde hij de ploeg in de 3-0-nederlaag tegen Bayer Leverkusen op speeldag 6 van de Champions League en in de 7-0-zege tegen Rennes in de achtste finales van de Coupe de la Ligue. Op 15 april 2017 scoorde hij de gelijkmaker na een vrije trap van Radamel Falcao in de 2-1-zege tegen Dijon. Kort voor de Champions League-wedstrijd tegen Juventus liep hij tijdens de opwarming opnieuw een blessure op, waardoor hij de rest van het seizoen miste. In totaal kwam hij in 2016-17 tot 1 doelpunt in 33 wedstrijden in alle competities.
Latere clubcarriere en afscheid
In mei 2017 liet Nabil Dirar weten dat hij Monaco wilde verlaten om op zoek te gaan naar een nieuw avontuur. Op 16 juni 2017 volgde een transfer naar de Turkse Süper Lig-club Fenerbahçe, voor een transfersom van 4,5 miljoen euro. Hij tekende er een contract voor drie jaar, met een optie voor nog een extra jaar. In januari 2021 keerde hij terug naar België bij Club Brugge, waar hij bleef tot het einde van het seizoen 2021-22.
Daarna trok Dirar opnieuw naar het buitenland. Op 3 september 2021 tekende hij als vrije speler een contract voor een jaar bij Kasimpașa. Op 9 september 2022 volgde een nieuwe vrije transfer naar de Marokkaanse club Chabab Mohammédia, opnieuw voor één seizoen. Zijn laatste wedstrijd voor Mohammédia speelde hij in november 2022.
Later tekende hij nog op vrije basis bij de Deense Derde Divisieclub Ishøj IF, met een overeenkomst tot de zomer van 2024. Door aanhoudende kuitblessures stopte hij echter bij Ishøj IF en zette hij een punt achter zijn loopbaan als profvoetballer. Een half jaar na zijn afscheid werd hij voorgesteld bij FC Schifflange 95 in Luxemburg.
Internationale carrière
Nabil Dirar had zowel de Belgische als de Marokkaanse nationaliteit en speelde in zijn internationale loopbaan voor het Marokkaanse U23-team. Aanvankelijk liet hij weten dat hij voor de Belgische nationale ploeg wilde uitkomen, maar later besloot hij het aanbod van Marokko niet te weigeren en voor België te kiezen. Dat bleek echter niet mogelijk, omdat hij door zijn optredens voor een Marokkaans jeugdteam niet meer inzetbaar was voor België. Twee maanden later kondigde hij alsnog aan dat hij voor Marokko wilde spelen, en hij zei dat hij zichzelf meer Marokkaans dan Belgisch voelde.
Zijn toekomst bij de nationale ploeg kwam later opnieuw in twijfel toen hij niet werd opgenomen in de Marokkaanse selectie voor de Africa Cup of Nations. Hij gaf toen ook aan dat hij niet goed overweg kon met bondscoach Roger Lemerre en verklaarde dat Lemerre hem behandelde als een hond. Na het ontslag van Lemerre werd Dirar weer welkom geheten bij de nationale ploeg. In februari 2012 kreeg hij van bondscoach Eric Gerets een oproep voor de Africa Cup of Nations, maar hij weigerde die uitnodiging.
Na een afwezigheid van zes jaar keerde Dirar terug naar het nationale team. Op 28 maart 2015 maakte hij zijn eerste optreden sinds zijn schorsing en speelde hij als rechtsachter in de 1-0 nederlaag tegen Uruguay. Later werd hij ook opgenomen in de 23-koppige selectie van Marokko voor het WK 2018 in Rusland.
Persoonlijk leven
Nabil Dirar werd geboren in Casablanca, Marokko, en groeide op in een arme kindertijd. Hij verloor zijn vader, terwijl zijn moeder als huishoudster werkte. Het gezin telde elf kinderen: zeven zonen en vier dochters. Zijn broers gingen werken om zijn moeder te ondersteunen. Dirar is moslim.
In 2011 trouwde hij. In 2012 werd hij vader toen zijn vrouw beviel van een dochter, Layana. Door de geboorte van zijn dochter zegde hij een internationale verplichting met Marokko af.
In september 2012 kreeg Dirar ook een boete en verloor hij ongeveer vijftien dagen zijn rijbewijs nadat hij zijn auto op een fietspad had geparkeerd voor zijn vertrek naar AS Monaco.