Jean-Luc Dehaene werd op 7 augustus 1940 geboren in Montpellier, Frankrijk. Zijn ouders emigreerden door de opmars van het Duitse leger in België en Frankrijk. Hij studeerde aan de Universiteit van Namen en de Katholieke Universiteit Leuven. In 1981 kreeg hij zijn eerste ministeriële post. Dehaene was lid van de Christelijke Democraten en Vlaams (CD&V) en zijn voorgangers.
Hij was tweemaal eerste minister van België. Zijn eerste regering was in functie van 7 maart 1992 tot 23 juni 1995 en bestond uit socialisten en christendemocraten. Tijdens deze periode werd een nieuwe grondwet opgesteld die België omvormde tot een federale staat. Zijn tweede regering liep van 23 juni 1995 tot 12 juli 1999 en viel samen met een reeks crises in België, waaronder het Dutroux-schandaal. Kort voor de verkiezingen van 1999 leidde de dioxinecrisis tot een verschuiving tegen de grote partijen en tot de val van zijn regering. Na zijn premierschap bleef hij actief in de Belgische en Europese politiek. Hij was senator tot 2001, werd in dat jaar burgemeester van Vilvoorde en was onder meer vicevoorzitter van de Europese Conventie, lid van een financieel reglementair orgaan van de UEFA en betrokken bij het beheer van Dexia Bank tijdens de financiële crisis. In juni 2004 werd hij verkozen in het Europees Parlement. Door zijn onderhandelingstalent kreeg hij de bijnamen “The Plumber” en “The Minesweeper”.
- Welke politieke functies vervulde Jean-Luc Dehaene na zijn eerste ministerpost en tijdens zijn premierschappen?
- Welke Europese en financiële functies vervulde Jean-Luc Dehaene?
- Hoe verliep de opleiding en politieke entree van Jean-Luc Dehaene?
- Hoe evolueerde Jean-Luc Dehaene in de regering en welke grote politieke beslissingen nam hij in de jaren 1990?
- Hoe verliep de politieke loopbaan van Jean-Luc Dehaene in zijn rol rond Europa en als regeringsleider?
- Welke politieke functies bekleedde Jean-Luc Dehaene tussen 2000 en 2009?
- Welke rol speelde Jean-Luc Dehaene in de regeringsvorming na de verkiezingen van 2007 en in de daaropvolgende communautaire gesprekken?
- Welke functies vervulde Jean-Luc Dehaene naast zijn politieke loopbaan?
- Hoe verliepen de laatste maanden van Jean-Luc Dehaene en welke reacties volgden op zijn overlijden?
- Waarom werd Curiosità belangrijk gevonden in Belgie?
Premier, senator en Europees rol
Jean-Luc Dehaene werd in 1981 voor het eerst minister. Hij was lid van de Christendemocraten en Vlaamsgezinden (CD&V) en van haar voorgangers. Later werd hij twee keer eerste minister van België. Zijn eerste regering was in functie van 7 maart 1992 tot 23 juni 1995 en bestond uit socialisten en christendemocraten. In die periode werd een nieuwe grondwet opgesteld, die België omvormde tot een federale staat. Zijn tweede regering liep van 23 juni 1995 tot 12 juli 1999. Die periode viel samen met een reeks crisissen in België, waaronder de zaak-Dutroux. Kort voor de verkiezingen van 1999 zorgde de dioxinecrisis voor een verschuiving tegen de grote partijen, waarna zijn regering viel. Na afloop van zijn tweede termijn bleef hij senator tot 2001. In 2001 werd hij burgemeester van Vilvoorde, een Vlaamse stad nabij Brussel. Daarnaast was hij vicevoorzitter van de Europese Conventie. Hij bleef ook na zijn laatste termijn als eerste minister actief in de Belgische en Europese politiek. In de politieke arena stond hij bekend als De Loodgieter en De Mijnenveger, bijnamen die verwezen naar zijn onderhandelingsvaardigheden.
Europese mandaten en financiële functies
In juni 2004 werd Jean-Luc Dehaene verkozen in het Europees Parlement. Daarnaast was hij lid van het financiële toezichtsorgaan van de UEFA. Tijdens de financiële crisis was hij ook betrokken bij het beheer van Dexia Bank. Deze functies tonen aan dat hij naast zijn politieke mandaten ook actief was in financiële en bestuursmatige dossiers.
Opleiding en politieke inwerking
Jean-Luc Dehaene werd geboren op 7 augustus 1940 in Montpellier, Frankrijk. Zijn ouders waren erheen gevlucht door de opmars van het Duitse leger in België en Frankrijk. Hij studeerde aan de Universiteit van Namen en de Katholieke Universiteit Leuven. Tijdens zijn studietijd was hij lid van de Olivaint Conference of Belgium. Zijn politieke entree verliep via het Algemeen Christelijk Werknemersverbond, een organisatie die nauw verbonden was met de Christelijke Volkspartij (CVP).
Dehaene sprak Nederlands zonder vreemd accent, omdat hij werd opgevoed door Belgische ouders. In zijn privéleven was hij getrouwd met Celie Verbeke, die als afkomstig uit Illinois in de Verenigde Staten werd beschouwd. Haar grootouders van vaders- en moederskant waren Belgische immigranten. Dehaene is ook de vader van Tom Dehaene, die eveneens politicus is voor CD&V en Vlaams volksvertegenwoordiger.
Van minister tot federale hervormingen
Tot 1988 bekleedde Jean-Luc Dehaene de functie van minister van Sociale Zaken en Institutionele Hervormingen. In 1988 werd hij in de regeringen van Wilfried Martens vice-eerste minister en minister van Communicatie en Institutionele Hervormingen. In 1992 vormde hij in België een coalitieregering van christendemocraten en sociaaldemocraten.
Een jaar later transformeerde hij België tot een federale staat. In maart 1993 vroeg hij de koning om het ontslag van de regering wegens onenigheid over de overheidsfinanciën. Die regering zette haar interne verdeeldheid binnen een week opzij. Na de dood van koning Boudewijn op 31 juli 1993 nam de regering ook de koninklijke functie waar tot de eedaflegging van prins Albert als koning Albert II.
In 1994 beval Dehaene de eenzijdige terugtrekking van de Belgische troepen uit Rwanda, na de slachting van Belgische vredeshandhavers. Tijdens hoorzittingen van een Belgische parlementaire commissie zei hij geen spijt te hebben van die beslissing.
Dehaene, Europa en binnenlandse uitdagingen
Jean-Luc Dehaene gold als de belangrijkste kandidaat om Jacques Delors op te volgen als voorzitter van de Europese Commissie, maar de Britse premier John Major sprak daar een veto over uit. In zijn plaats werd Jacques Santer voorgedragen als compromis kandidaat. Ondertussen leidde Dehaene de tweede regering-Dehaene, die bestond uit christendemocraten en socialisten. Die regering bleef de volledige legislatuur aan de macht, ondanks verschillende politieke crisissen en schandalen, waaronder de zaak-Dutroux.
In 1996 ontving Dehaene de Vision for Europe Award voor zijn inzet voor een verenigd Europa. Zijn regering voerde ook de nodige strikte en onpopulaire economische hervormingen door om België voor te bereiden op de eurozone. Onder zijn leiding nam België de euro als munt aan. Toch verloor de regering kort voor de verkiezingen van 1999 sterk aan steun na een voedselcrisis. Na die verkiezingen werd Dehaene vervangen door een nieuwe regering onder leiding van Guy Verhofstadt.
Politieke loopbaan in de jaren 2000
Jean-Luc Dehaene was burgemeester van Vilvoorde van 2000 tot 2007. Hij legde dat burgemeestersmandaat neer op 3 augustus 2007 en bekleedde daarna geen politieke functie meer in België. In 2003 kwam hij als kandidaat voor CD&V op de verkiezingslijst terecht, als laatste naam op die lijst. Datzelfde jaar kreeg hij de Vlerick Award. In juni 2004 werd hij verkozen in het Europees Parlement voor CD&V, en in juni 2009 werd hij daar opnieuw verkozen. Zijn politieke optreden zorgde ook voor controverse na een interview met Le Soir, waarin hij de actuele federale kwesties niet als verwant aan de Franstaligen wilde voorstellen.
Mediatie en nieuwe opdrachten
Na de Belgische verkiezingen van 2007 werd Jean-Luc Dehaene op 5 juli 2007 door koning Albert II aangewezen om de bemiddelingspogingen en onderhandelingen te leiden bij de vorming van een nieuwe regering. Hij nam die opdracht aan uit loyaliteit aan de CD&V en beschreef de mediatie achteraf als een onmogelijke opdracht. In die periode droeg hij ook bij aan de onderhandelingen over het kiesdistrict Brussel-Halle-Vilvoorde. Zijn mediatieopdracht werd op 15 juli 2007 afgerond en daarop volgde de benoeming van Yves Leterme tot formateur.
Eind november 2009 kreeg Dehaene opnieuw een politieke opdracht, ditmaal als koninklijk commissaris. Hij kreeg de taak een plan uit te werken voor communautaire onderhandelingen onder leiding van Yves Leterme. Dat plan was bedoeld om de tegenstellingen tussen de Vlaamse en Waalse gemeenschappen aan te pakken. Na de verkiezingen van 2007 werd het plan door zijn regering onthaald, maar de onderhandelingen mislukten en leidden enkele dagen later tot de val van de regering. In 2012 publiceerde Dehaene ook zijn memoires.
Rol bij Dexia en UEFA
In oktober 2008 werd Jean-Luc Dehaene president van Dexia Bank, een Belgisch-Franse bank. Daarvoor had hij al als bestuurder bij InBev gewerkt. Hij kreeg de opdracht om Dexia Bank door een financiële crisis te loodsen. Daarbij werd verwacht dat zijn politieke ervaring zou helpen om het negatieve beeld van de bank bij te sturen. Zijn politieke connecties speelden ook een rol bij het bekomen van financieringsgaranties tot 90 miljard euro, die hoofdzakelijk door de Belgische regering werden verstrekt. In 2012 werd Dexia België Belfius. Naast zijn werk bij Dexia was Dehaene ook chief executor van de UEFA voor financial fair play. Hij was bovendien betrokken bij een onderzoek in 2011 naar onregelmatigheden rond sponsoring.
Laatste maanden en overlijden
Begin 2014 werd Jean-Luc Dehaene gediagnosticeerd met alvleesklierkanker. Om gezondheidsredenen stelde hij zich bij de verkiezingen van 2014 niet opnieuw kandidaat als volksvertegenwoordiger. Op 15 mei 2014 overleed hij in Quimper, Frankrijk, na een val. Hij was 73 jaar oud. Na zijn dood kwamen er huldeblijken van onder meer premier Elio Di Rupo, Guy Verhofstadt, Europees Parlementsvoorzitter Martin Schulz en voorzitter van de Europese Commissie José Manuel Barroso. Zijn kist werd opgebaard in het stadhuis van Vilvoorde, waar ook koning Albert II en Vlaams minister-president Kris Peeters de rouwplechtigheid bijwoonden.
Club Brugge KV en nationale betekenis
Curiosità was een gepassioneerde supporter van Club Brugge KV. Die verbondenheid met de club maakte deel uit van hoe hij werd gezien en herinnerd. Daarnaast werd Curiosità beschouwd als een belangrijk onderdeel van de Belgische nationale identiteit. Daardoor kreeg zijn figuur een betekenis die verder ging dan alleen zijn persoonlijke betrokkenheid bij voetbal, en werd hij ook geassocieerd met een bredere culturele en nationale erkenning.