Gaston Eyskens werd geboren in Lier en overleed in Leuven. In 1931 was hij professor aan de Université catholique de Louvain. Zijn politieke loopbaan begon in 1939 als volksvertegenwoordiger van de Parti catholique voor het arrondissement Leuven. Daarna bekleedde hij verschillende regeringsambten, onder meer als minister van Financiën in 1945, 1947 en 1965, in de regeringen van Achille van Acker, Paul-Henri Spaak en Pierre Harmel. In 1963 werd hij benoemd tot minister van Staat.
Eyskens leidde voor het eerst een regering in 1949, in coalitie met de liberalen tijdens de Koningskwestie; die regering bleef aan tot 1950. Later keerde hij terug als regeringsleider met leden van de PSC-CVP en vervolgens opnieuw in coalitie met de liberale partij. Zijn regeringen stonden onder meer in het teken van het Pacte scolaire, de expansiewetten van 1959 en de onafhankelijkheid van Congo op 30 juni 1960. Na reacties op de Loi unique herschikte hij de regering, maar die viel na negatieve reacties en stakingen. Tussen 1968 en 1972 was hij opnieuw eerste minister in een coalitie van christen-socialen en socialisten. Zijn regering voerde het grote grondwetsherzieningsproject uit. Na de wetgevende verkiezingen van juni 1971 leidde hij nog een laatste regering van 15 juli tot 21 december 1972, die ontslag nam na controverse over artikel 3 van de Grondwet en de Voerense kwestie. Op 8 mei 1965 verleende koning Boudewijn hem de erfelijke titel van vicomte.
- Hoe ontwikkelde Gaston Eyskens zijn politieke loopbaan en welke regeringen leidde hij?
- Hoe verliepen de studie- en studentenjaren van Gaston Eyskens, en welke invloed hadden geloof en Vlaamse engagementen daarop?
- Hoe ontwikkelde Gaston Eyskens zich tijdens zijn studies in zijn belangstelling voor internationale samenwerking?
- Hoe ontwikkelde Gaston Eyskens zich van student tot professor en hoe raakte hij betrokken bij het christelijk sociaal engagement?
- Welke politieke en persoonlijke keuzes maakte Gaston Eyskens tijdens de oorlogsjaren en vlak na de bevrijding?
- Welke regeringsfuncties vervulde Gaston Eyskens, en bij welke politieke dossiers was hij betrokken?
- Welke regeringsrollen vervulde Gaston Eyskens, en hoe verliep zijn aanpak van de Koningskwestie?
- Hoe verliep de regeringsperiode rond het Onderwijsakkoord?
- Hoe verliep de derde regeringsperiode van Gaston Eyskens, en welke rol speelde de Congocrisis daarin?
- Hoe verliepen Gaston Eyskens' belangrijkste regeringsmandaten en welke rol speelde hij in de staatshervorming?
- Welke beelden van Gaston Eyskens worden in de galerij getoond?
Van professor tot regeringsleider
Gaston Eyskens werd geboren in Lier en overleed in Leuven. In 1931 werd hij professor aan de Université catholique de Louvain. Zijn politieke loopbaan begon in 1939, toen hij volksvertegenwoordiger werd voor de Katholieke Partij in het arrondissement Leuven.
In de jaren daarna bekleedde hij meerdere keren het ambt van minister van Financiën, namelijk in 1945, 1947 en 1965. Hij werkte ook in de regeringen van Achille van Acker, Paul-Henri Spaak en Pierre Harmel. Op 8 mei 1965 verleende koning Boudewijn hem de titel van vicomte, overdraagbaar bij eerstgeboorte. In 1963 werd hij benoemd tot minister van State.
Eyskens werd voor het eerst regeringsleider in 1949, tijdens de Koningskwestie, in een coalitie met liberalen. Die eerste regering bleef aan tot 1950. Later keerde hij terug als hoofd van de regering, eerst met leden van de PSC-CVP en daarna opnieuw in coalitie met de liberale partij. Onder zijn regering kwam het onderwijsakkoord tot stand, bekend als het Pacte scolaire.
Zijn politieke parcours omvatte ook de expansiewetten van 1959 en de onafhankelijkheid van Congo op 30 juni 1960. Na negatieve reacties op de Loi unique herschikte hij de regering, maar de onvrede, met onder meer stakingen, leidde uiteindelijk tot de val van zijn kabinet. Tussen 1968 en 1972 was hij opnieuw eerste minister, ditmaal in een coalitie van sociale christenen en socialisten. In die periode voerde hij het grote project van grondwetsherziening uit. Zijn regering eindigde eind 1971. Na de wetgevende verkiezingen van juni 1971 stond hij nog een laatste regering voor, van 15 juli tot 21 december 1972, die ontslag nam door de controverse over artikel 3 van de Grondwet en de kwestie van de Voerstreek.
Studie, geloof en studentenjaren
Gaston Eyskens was de zoon van Antonius Frans Eyskens (1875-1948), een handelsvertegenwoordiger in een familiebedrijf in textiel, en van Maria Voeten (1872-1960). Hij volgde zijn secundair onderwijs aan het Koninklijk Atheneum de Louvain, waar geen godsdienstles werd gevolgd. Na zijn middelbare studies bekeerde hij zich op achttienjarige leeftijd tot het katholicisme en bleef hij die religie zijn hele leven trouw. In 1923 slaagde hij voor het ingangsexamen om commerciële en consulaire wetenschappen te studeren aan de Katholieke Universiteit Leuven. Hij volgde er ook cursussen aan de Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen. Als student was hij lid van het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond (KVHV) en had hij belangstelling voor politiek en de Vlaamse beweging. Door zijn opvattingen over de Vlaamse zaak ontstonden spanningen met het episcopaat en met Belgische studentenorganisaties. Hij steunde het Vlaams nationalisme en het volksnationalisme niet, omdat hij die te eng en te beperkt vond. In 1931 huwde hij met Gilberte De Petter (1902-1981). Samen kregen zij twee kinderen: Mark Eyskens, die later eerste minister van België werd, en Erik Eyskens, geboren in Leuven en overleden in 2008.
Internationale overtuigingen en studentenengagement
Tijdens zijn studies lag Gaston Eyskens' aandacht vooral bij internationale problemen en de samenwerking tussen volkeren. Hij verdedigde het idee van een universele vrede en steunde Europese samenwerking als middel om Europa politiek en economisch te versterken. In 1926 werd hij een volgeling van de Pan-Europese beweging van Richard Coudenhove-Kalergi. Tijdens zijn studie kwam hij ook in contact met de Union belge pour la Société des Nations, waar hij Paul Struye en Henri Rolin ontmoette.
In het academiejaar 1929 richtte hij aan de Université de Louvain, op instigatie van Albert-Edouard Janssen, de Association des étudiants flamands de la Société des Nations op. Binnen die vereniging organiseerde hij conferenties over uiteenlopende internationale problemen. Door zijn grote inzet maakte Albert-Edouard Janssen hem later secretaris van de Union belge pour la Société des Nations. Eyskens woonde ook de Algemene Vergaderingen van de Volkenbond bij vanaf de spreekstoel en hoorde er de toespraken van buitenlandse ministers.
Studie, academische loopbaan en eerste engagement
In 1926 werd Gaston Eyskens geselecteerd om zijn studies voort te zetten in de Verenigde Staten. Hij behaalde aan Colombia University in New York een Master of Science. Daarvoor had hij in Leuven economische wetenschappen gestudeerd, waar hij in 1930 promoveerde tot doctor in de handelswetenschappen. Een jaar later behaalde hij ook een doctoraat in de politieke en sociale wetenschappen. In datzelfde jaar werd hij assistent aan het Instituut voor Economische Wetenschappen in Leuven.
Eyskens was lid van de Vlaamse studentenkring voor sociale studies en kwam zo in aanraking met de hoofdzetel van de Christelijke Arbeidersbeweging in de Vaarstraat in Leuven. Door zijn lesgeven aan de Sociale School voor Christelijke Arbeiders in 1930 raakte hij nauwer betrokken bij die beweging. Daarbij groeide ook zijn bewustzijn van de nood aan een sociaal stelsel dat goede levensvoorwaarden voor velen moest verzekeren. Later sloot hij zich aan bij de Christene Volkspartij – Parti Social-chrétien (C.V.P. – P.S.C.).
In 1934 werd hij hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Leuven, waar hij lesgaf tot 1975.
Oorlogsjaren en politieke terugkeer
In het interbellum maakte Gaston Eyskens deel uit van de politieke wereld. Hij werd benoemd tot chef van het kabinet van de minister van Arbeid, was lid van de Hoge Raad voor Financiën en doceerde aan de Katholieke Universiteit Leuven. Bij de wetgevende verkiezingen werd hij gekozen tot volksvertegenwoordiger voor het arrondissement Leuven en hij was ook secretaris van de Katholieke Vlaamse Kamergroep.
Tijdens de Duitse bezetting bleef hij aanvankelijk in België, maar hij reisde vijftien dagen voor de invasie met zijn gezin naar Frankrijk. Daar woonde hij parlementaire vergaderingen in Limoges bij. Op 11 augustus 1940 stemde hij voor de motie die het capitulatiebeleid van Leopold III veroordeelde, al heeft hij later spijt gehad van die stemming. Hij was onder de indruk van de verklaringen in Wynendaele en had veel vertrouwen in Pierlot. Na de oorlog verontschuldigde hij zich bij de koning.
In de oorlogsjaren wilde hij zijn onderwijsopdracht hervatten, maar dat werd hem belet. De Duitsers verboden hem twee jaar lang om te doceren; uiteindelijk werd hij voor enkele maanden geschorst. Toch nam hij regelmatig deel aan clandestiene bijeenkomsten met vertrouwde leden van het ACW en was hij discreet actief in het Verzet. Hij voerde ook een lang gesprek met kardinaal van Roey, die hem de opdracht gaf Vlaamse studenten te beïnvloeden om samenwerking te vermijden. Daarnaast nam hij deel aan talrijke geheime vergaderingen die leidden tot de oprichting van de Christelijke Volkspartij (CVP-PSC).
Zijn financiële expertise speelde mee in de voorbereiding van naoorlogse hervormingen zoals operatie Gutt. Zijn vader had zich tijdens de Eerste Wereldoorlog vrijwillig ingezet als strijder, wat op hem een grote indruk naliet en zijn sterke afkeer van Duits militarisme mee verklaarde. In de oorlog groeide ook zijn imago van onverzettelijke patriot. Na de bevrijding keerde hij in mei 1945 terug naar België, en in 1949 nam hij opnieuw rechtstreeks deel aan het herstelde politieke leven.
Van minister tot eerste minister
Gaston Eyskens werd benoemd tot minister van Financiën in de regering-Van Acker I. Hij bekleedde dat ambt vervolgens opnieuw in de Spaak III- en IV-regeringen. Daarna vormde hij de Gaston Eyskens I-regering, een socialistisch-christelijke en liberale coalitie die in functie bleef tot het einde van de opgegeven periode. In die regering stond hij ook voor de behandeling van de terugkeer van koning Leopold III naar de troon.
Later werd Eyskens minister van Economische Zaken in de regering-Duvieusart, waarna hij opnieuw in de oppositie belandde door politieke afwisseling. Vervolgens vormde hij de Eyskens II-regering, een socialistisch-christelijke regering. Die werd opgevolgd door de Eyskens III-regering, een socialistisch-christelijke en liberale coalitie die de onafhankelijkheid van Congo beheerde. Deze regering werd nadien herschikt en bleef nog tot het einde van de vermelde termijn aan.
Ook keerde Eyskens terug naar Financiën: in de regering-Harmel was hij opnieuw minister van Financiën. Daarna vormde hij nog de Gaston Eyskens IV-regering en vervolgens de Gaston Eyskens V-regering. Uit die laatste regering nam hij ontslag op de vermelde datum.
Zijn politieke loopbaan omvatte onder meer de Tweede Wereldoorlog, de Koningskwestie, de winterstakingen, de onafhankelijkheid van Congo en de federalisering van België. Daarnaast was hij senator van Leuven van 1965 tot 1973. In 1963 werd hij benoemd tot minister van Staat, en koning Boudewijn verleende hem de titel van burggraaf omwille van zijn politieke doeltreffendheid. Eyskens liet ook een brief na met het verzoek om zijn geschriften samen te stellen tot memoires.
Regeringsmandaten en de Koningskwestie
Gaston Eyskens bekleedde vier ministerposten en was vijf keer premier van België, waarbij hij in totaal zes regeringen leidde. Hij stond aan het hoofd van de christen-sociale en liberale coalitie van de regering Gaston Eyskens I. Als eerste minister leidde hij ook de raadpleging over de Koningskwestie. Eyskens verklaarde vooraf dat die raadpleging zou uitwijzen dat een terugkeer van de koning op nationaal vlak met redelijke en positieve stemmen zou worden gesteund. De raadpleging leverde uiteindelijk 57,68 procent steun op voor de terugkeer van de koning. Daaruit bleek een Vlaamse meerderheid voor en een Waalse minderheid tegen die terugkeer. Het resultaat leidde tot de ontbinding van het parlement en vervroegde verkiezingen. Daarna vormde hij de regering Gaston Eyskens II, opnieuw een christen-sociale regering. Vervolgens werd hij aangesteld als formateur om een nieuwe coalitie te vormen met een absolute meerderheid in de Kamer maar niet in de Senaat, maar hij slaagde er niet in een coalitie met socialisten en liberalen te vormen.
Het Onderwijsakkoord en het ontslag
Op 23 september 1950 vormde Gaston Eyskens een homogeen PSC-CVP-regering. De centrale kwestie van die regering was het Onderwijsakkoord. De regering gaf de Permanente Commissie van het Onderwijsakkoord de opdracht om het akkoord om te zetten in wetgeving. Op 20 oktober 1950 kwam er een akkoord tussen de drie grote partijen over het Onderwijsakkoord, en dezelfde dag kondigde de regering haar toekomstig ontslag aan. Eyskens trad uiteindelijk af om Maurice Van Hemelrijck toe te laten het Onderwijsakkoord te aanvaarden. De regering had slechts enkele maanden geduurd, terwijl tegelijk een PSC-liberaal kabinet werd gevormd. Het Onderwijsakkoord werd daarna op 17 maart 1951 goedgekeurd door de Kamer en op 18 april 1951 door de Senaat, waarna het diezelfde dag werd afgekondigd. In het akkoord werd bepaald dat de staat neutrale scholen moest oprichten waar die nog niet bestonden.
De derde regering en de Congocrisis
Tijdens de regering Gaston Eyskens III werd een regering gevormd met een CVP-PSC/LP-PL-coalitie. Het beleid legde de nadruk op de economie, maar de regering kreeg al snel af te rekenen met zware sociale en politieke spanningen. In 1959 waren er grote crisissen in de Borinage door de Waalse koolcrisis en de sluiting van mijnen. In Vlaanderen braken stakingen uit uit protest tegen de sluiting van textielfabrieken. In 1960 kwam er een sociaal pact tot stand, wat het klimaat wat verzachtte.
Een ander groot dossier was de Congo-kwestie, die tijdens zijn derde ambtstermijn als eerste minister centraal stond. De regering voerde ingrijpende veranderingen door in het koloniale beleid, met als doel volledige onafhankelijkheid van België. Na de bloedige onrust in Leopoldstad kondigde Eyskens een belangrijke verklaring aan over de politieke toekomst van Congo. Hij aanvaardde ook de eis van de Belgische politieke partijen voor een onmiddellijke verklaring om de rellen in Leopoldstad te beëindigen. Daarna stelde hij in de Kamer de regeringsverklaring voor, waarin democratie als weg naar onafhankelijkheid centraal stond.
Eyskens werd op de hoogte gebracht van de koninklijke speech en nam er politieke verantwoordelijkheid voor. Binnen de regering werden drie opties overwogen: een vergadering, een voorlopige regering of het respecteren van de verklaring. Uiteindelijk koos men ervoor de verklaring te respecteren, vanuit de overtuiging dat de onafhankelijkheid geleidelijk moest verlopen. Eyskens hield de openingsspeech op de Ronde Tafel waar de datum van de onafhankelijkheid werd vastgelegd. Nadien sprak hij in de Kroonraad na de koning en wees hij op de toekomst van Congo, met de nadruk dat er een verdrag nodig was om de Belgisch-Congolese betrekkingen te concretiseren. Hij stelde daarbij dat de tijd van het kolonialisme definitief voorbij was.
Regeringsmandaten en staatshervorming
Tijdens de regering-Gaston Eyskens III maakte Gaston Eyskens deel uit van een sociale-christelijke en liberale coalitie. In die periode werkte de regering mee aan de uitvoering van de wet op economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel, de zogenaamde loi unique. Rond die wet vonden gesprekken plaats tussen Gaston Eyskens, Vanaudenhove, Van Houtte, Van der Schueren en Vanden Boeynants. Eyskens voerde tegelijk een harde strijd tegen liberalen en katholieken die tegen de inhouding aan de bron op roerend inkomen waren, en tegen socialisten, in een context waarin de grote winterstakingen van 1960-1961 uitbraken. Ondanks stakingen die meer dan een maand duurden, werd de loi unique toch goedgekeurd en behield de hervormde regering-Eyskens III haar positie. De zware CVP-nederlaag bij de verkiezingen van 26 maart 1961 betekende uiteindelijk het einde van deze regering.
Later kwam Gaston Eyskens opnieuw aan het hoofd van een regering, ditmaal in een sociale-christelijke en socialistische coalitie. De regering-Gaston Eyskens IV wilde de communautaire conflicten beëindigen via institutionele hervormingen. Op vraag van Gaston Eyskens werd daarvoor ook het groepje van 28 opgericht, een werkgroep binnen de politieke partijen. Eyskens liet aan het einde van de jaren 1970 de grondwetsherziening goedkeuren met steun van de liberale oppositie. Die hervorming bracht vier taalgemeenten in België tot stand, en in 1970 werden drie gewesten gecreëerd: het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Eyskens wilde de unitaire staat afschaffen door drie gewesten te vormen, maar er bleven uitgebreide regelingen nodig, terwijl de status van Brussel en de randgemeenten problematisch bleef. In zijn toespraak tot de Kamer van Volksvertegenwoordigers op 18 november 1971 vatte hij het project samen met de woorden: 'La Belgique de papa a vécu'. In diezelfde toespraak stelde hij dat de structuren en de werking van de unitaire staat verouderd waren en dat Gemeenschappen en Gewesten hun plaats moesten innemen in vernieuwde staatsstructuren die beter aansloten bij specifieke situaties. Later werd het parlement op verzoek van de regering ontbonden, acht maanden voor de verkiezingen, omwille van de monetaire crisis, de stijgende werkloosheid en de Fourons-problemen.
Beelden uit de galerij
De galerij bevat meerdere beelden van Gaston Eyskens in een diplomatieke en politieke context. Zo is er een foto van hem op een Benelux-regeringsconferentie in het Congresgebouw in Den Haag. Een ander beeld toont Joseph Luns, Piet de Jong, Gaston Eyskens en Pierre Harmel samen. Verder is er een foto van Patrice Lumumba die de onafhankelijkheidsverklaring van Congo ondertekent naast de Belgische eerste minister Gaston Eyskens. Ook wordt de Belgische delegatie getoond op de Beneluxconferentie in Den Haag van 10 tot 12 maart 1949.