George Albert Boulenger (19 oktober 1858 – 23 november 1937) was een Belgisch-Britse zoöloog. Hij beschreef en gaf wetenschappelijke namen aan meer dan 2.000 nieuwe diersoorten, vooral vissen, reptielen en amfibieën. Tijdens de laatste dertig jaar van zijn leven was hij ook actief als botanicus en hield hij zich bezig met rozenstudie. Boulenger werd geboren in Brussel, België, als enige zoon van Gustave Boulenger, een Belgische openbaar notaris, en Juliette Piérart uit Valenciennes. In 1876 behaalde hij aan de Vrije Universiteit Brussel een diploma in de natuurwetenschappen. Daarna werkte hij als assistent-natuuronderzoeker aan het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen in Brussel, waar hij zich toelegde op amfibieën, reptielen en vissen. Tijdens zijn studiejaren bezocht hij vaak het Muséum national d'Histoire naturelle in Parijs en het British Museum in Londen. In 1880 werd hij aangesteld als assistent-natuuronderzoeker bij het Musée d'Histoire Naturelle in Brussel.
- Waarin bestond het wetenschappelijke werk van George Albert Boulenger?
- Hoe verliepen de vroege jaren en opleiding van George Albert Boulenger?
- Hoe ontwikkelde Georges Albert Boulenger zijn loopbaan in de zoologie?
- Wat waren de belangrijkste wetenschappelijke prestaties en erkenningen van George Albert Boulenger?
- Wat deed Boulenger rond zijn onderzoek naar grotvissen uit Congo?
- Waarmee hield George Albert Boulenger zich bezig na zijn pensioen en waar overleed hij?
- Welke dieren heeft George Albert Boulenger beschreven?
- Welke belangrijke boeken en catalogi schreef George Albert Boulenger?
Wetenschappelijk werk en botanische interesse
George Albert Boulenger, geboren op 19 oktober 1858 en overleden op 23 november 1937, was een Belgisch-Britse zoöloog die een bijzonder groot aantal nieuwe diersoorten beschreef en van wetenschappelijke namen voorzag. In totaal ging het om meer dan 2.000 nieuwe soorten, waarbij zijn werk zich vooral richtte op vissen, reptielen en amfibieën. Naast zijn zoölogisch werk was Boulenger ook een actieve botanicus. Dat botanische werk bleef belangrijk gedurende de laatste 30 jaar van zijn leven. Binnen die interesse bestudeerde hij ook rozen. Zijn loopbaan combineerde zo dus een omvangrijke bijdrage aan de dierkunde met een blijvende betrokkenheid bij de plantkunde.
Jeugd en opleiding
George Albert Boulenger werd geboren in Brussel, België, als enige zoon van Gustave Boulenger, een Belgische openbare notaris, en Juliette Piérart uit Valenciennes. In 1876 behaalde hij aan de Vrije Universiteit Brussel zijn diploma in de natuurwetenschappen. Daarna werkte hij in Brussel aan het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen als assistent-naturalist. Daar bestudeerde hij amfibieën, reptielen en vissen. Tijdens deze periode bracht hij ook regelmatig bezoeken aan het Muséum national d'Histoire naturelle in Parijs en aan het British Museum in Londen.
Carriere in de dierkunde
Boulenger ontwikkelde tijdens zijn leven een blijvende passie voor dieren en studeerde zoölogie aan de universiteit. Al tijdens zijn studiejaren kreeg hij erkenning bij het Musee d'Histoire Naturelle in Brussel. In 1880 werd hij daar aangesteld als assistent-natuuronderzoeker. Twee jaar later, in 1882, trad hij in dienst bij de afdeling zoölogie van het British Museum als first-class assistant onder Dr. Gunther. Die functie behield hij tot zijn pensionering in 1920. Naast zijn wetenschappelijke werk was Boulenger ook muzikaal: hij speelde viool. Hij sprak Frans, Duits en Engels, kon Spaans en Italiaans lezen, had enige kennis van Russisch en beschikte als zoöloog over een werkkennis van Grieks en Latijn.
Wetenschappelijke productie en erkenning
Tegen 1921 had George Albert Boulenger 875 papers gepubliceerd, samen goed voor meer dan 5.000 pagina's. Daarnaast schreef hij 19 monografieën over vissen, amfibieën en reptielen. In zijn loopbaan beschreef hij 1.096 soorten vissen, 556 soorten amfibieën en 872 soorten reptielen. Naast zijn publicaties was hij lid van de American Society of Ichthyologists and Herpetologists. In 1935 werd hij er als eerste erelid van gekozen. Twee jaar later, in 1937, ontving hij van België de Orde van Leopold.
Onderzoek naar grotvissen
In 1897 werd hij door koning Leopold II van België aangesteld tot voorzitter van de Congo museumcommissie. Later, in 1921, ontdekte hij een vreemde, blinde en ongepigmenteerde vis uit Congo. Hij herkende dat deze vis nieuw was en niet verwant aan enige huidige epigeïsche Afrikaanse soort. Daarna schreef hij een korte paper waarin hij de nieuwe grotvissensoort beschreef, de eerste die uit Afrika werd beschreven. Hij gaf de soort de naam Caecobarbus geertsii, gebaseerd op haar blindheid, de barb en als eerbetoon aan M. Geerts. Vandaag staat deze vis bekend als de Congo blind barb of African blind barb.
Latere leven en overlijden
Na zijn pensioen bij het British Museum legde George Albert Boulenger zich toe op het bestuderen van rozen. In die latere periode publiceerde hij 34 papers over botanische onderwerpen. Hij bracht ook twee delen uit over de rozen van Europa. Boulenger stierf in Saint Malo, Frankrijk.
Wetenschappelijke bijdrage aan de taxonomie
George Albert Boulenger beschreef honderden reptielentaxa. Van die beschrijvingen worden 587 reptielensoorten vandaag nog steeds erkend. Daarnaast beschreef hij ook vele amfibieën en vissen. Zijn werk leverde dus een brede bijdrage aan de taxonomie van verschillende diergroepen.
Bibliografie en belangrijke werken
George Albert Boulenger leverde een monografie voor deel 7 van The Cambridge Natural History. Daarnaast schreef hij in 1882 Catalogue of the Batrachia Salientia s. Ecaudata in the Collection of the British Museum. In de jaren daarna volgden meerdere catalogi voor het British Museum (Natural History), waaronder Catalogue of the Lizards in the British Museum (Natural History) Second Edition in 1885, 1885 en 1887, en Catalogue of the Chelonians, Rhynchocephalians, and Crocodiles in the British Museum (Natural History) New Edition in 1889. In 1890 publiceerde hij The Fauna of British India, Including Ceylon and Burma Reptilia and Batrachia. Verder verschenen Catalogue of the Snakes in the British Museum (Natural History) in 1893, 1894 en 1896, The Tailless Batrachians of Europe in 1897, en The Snakes of Europe in 1913.