Johan Museeuw, geboren in Varsenare, is een voormalige Belgische wielrenner die bekendstond als de Lion des Flandres. Hij specialiseerde zich in de noordelijke klassiekers en groeide uit tot een van de opvallendste renners in dat circuit. Museeuw won zowel de Ronde van Vlaanderen als Parijs-Roubaix drie keer en werd in 1996 wereldkampioen op de weg.
Hij werd prof in 1988 bij AD Renting. In dat jaar hielp hij leider Eddy Planckaert, die de Ronde van Vlaanderen en de groene trui van de Tour de France won, en zegevierde hij in de GP Briek Schotte. Ook behaalde hij toen opvallende ereplaatsen in Parijs-Brussel en de Grand Prix d'Isbergues. In 1989 nam hij deel aan de Tour de France-overwinning van Greg LeMond en won hij de Ronde van België. Na het verdwijnen van AD Renting tekende hij in 1990 bij Lotto, waar hij elf koersen won, waaronder twee ritten in de Tour de France. Na zijn loopbaan raakte hij in 2004 betrokken bij een dopingszaak en werd hij door de federatie twee jaar geschorst.
- Welke grote overwinningen en tegenslagen kenmerkten de loopbaan van Johan Museeuw?
- Hoe ontwikkelde Johan Museeuw zich tussen zijn profdebuut in 1988 en 1992?
- Hoe verliepen de seizoenen 1993 en 1994 voor Johan Museeuw?
- Hoe verliep het voorjaar van Johan Museeuw in 1995?
- Hoe verloor Johan Museeuw in 1995 de leiding in de World Cup?
- Hoe verliep het voorjaar en de zomer van 1995 voor Johan Museeuw?
- Hoe bouwde Johan Museeuw in 1995 zijn dominantie in de Wereldbeker verder uit?
- Hoe verliep Johan Museeuws seizoen 1996 tussen nationale titels, klassiekers en de wereldtitel?
- Hoe verliepen de voorjaarsklassiekers voor Johan Museeuw in deze periode?
- Hoe verliep Johan Museeuws seizoen in 1997?
- Hoe verliepen Johan Museeuws klassiekers van 1998 tot en met zijn hernieuwde opgang in 2001?
- Hoe verliep Johan Museeuws klassiekervoorjaar en najaar in 2002?
- Hoe verliepen Johan Museeuws successen en zijn laatste seizoenen op de weg?
- Hoe kwam Johan Museeuw in opspraak door een dopingzaak en wat waren de gevolgen?
Carrière en prestaties
Johan Museeuw, geboren in Varsenare, was een voormalige Belgische wielrenner die bekendstond als de Lion des Flandres. Hij specialiseerde zich in de noordelijke wielerklassiekers en bouwde daarin een indrukwekkend palmares op. Zo won hij de Ronde van Vlaanderen drie keer en schreef hij ook Parijs-Roubaix drie keer op zijn naam. In 1996 werd hij wereldkampioen wielrennen, een van de hoogtepunten uit zijn carrière.
Na zijn actieve loopbaan kwam Museeuw ook in opspraak. Hij werd door de federatie voor twee jaar geschorst en raakte na zijn afscheid in 2004 betrokken bij een dopingzaak.
Doorbraakjaren en eerste grote zeges
Johan Museeuw werd in 1988 profwielrenner bij AD Renting. In zijn eerste jaar hielp hij kopman Eddy Planckaert aan winst in de Ronde van Vlaanderen en de groene trui in de Tour de France. Zelf pakte Museeuw dat seizoen ook de GP Briek Schotte en noteerde hij opvallende klasseringen in Parijs-Brussel en de Grand Prix d'Isbergues.
In 1989 maakte hij verder indruk. Hij werkte mee aan de Tourzege van Greg LeMond en won zelf de Ronde van België, waarin hij ook derde eindigde in het eindklassement. Daarnaast werd hij derde in Parijs-Tours, À travers les Flandres en de Grand Prix Eddy Merckx.
Na het verdwijnen van AD Renting tekende Museeuw in 1990 bij Lotto. Dat jaar kwam zijn sprintvermogen volledig tot uiting: hij won elf koersen, waaronder twee ritten in de Tour de France, aan Mont Saint Michel en op de Champs-Élysées in Parijs. In het puntenklassement van de Tour werd hij tweede achter Olaf Ludwig, met 221 punten. Ook in andere koersen reed hij sterk, met onder meer tweede plaatsen in de Driedaagse van De Panne en Gent-Wevelgem, twaalfde in Parijs-Roubaix, negende in de Amstel Gold Race, derde in de GP van de Schelde, veertiende in Het Volk, negende in Milaan-San Remo en zesde in Parijs-Brussel. In de FICP-ranking eindigde hij dat jaar twaalfde en was hij de beste Belg.
In 1991 won Museeuw de Zürich Championship, zijn eerste Wereldbekerzege. Hij werd ook tweede in de Ronde van Vlaanderen en derde in Parijs-Brussel. Tijdens de Tour de France stapte hij af in de negentiende etappe, na een conflict met de wedstrijdjury. In de FICP-ranking van 1991 werd hij tiende.
Het jaar 1992 leverde opnieuw belangrijke resultaten op. Museeuw won de GP E3 en werd Belgisch kampioen, al was er controverse over de eindsprint. Verder werd hij tweede in de Amstel Gold Race, derde in Milaan-San Remo, Kuurne-Brussel-Kuurne en Parijs-Roubaix. In de Tour de France eindigde hij als tweede in het groene trui-klassement, achter Laurent Jalabert. Door een val op een plek met gesmolten teer tijdens de training miste hij het wereldkampioenschap in San Sebastian. In de Wereldbeker van 1992 werd hij zesde en in de FICP-ranking tiende.
Doorbraak in klassiekers en grote rondes
Vanaf 1993 reed Johan Museeuw onder leiding van Patrick Lefevere als manager van de GB-MG-ploeg, en hij legde zich meer toe op de klassiekers dan op de sprints. Dat leverde al vroeg in het seizoen zijn overwinning in de Ronde van Vlaanderen op, gevolgd door een zege in Parijs-Tours laat in het seizoen. In de Ronde van Frankrijk droeg hij twee dagen de gele trui na de rit in Chalons sur Marne, maar hij verloor die tijdens de individuele tijdrit rond Lac de Madine aan Miguel Indurain. Wel won hij samen met zijn ploegmaats de ploegentijdrit. Daarnaast werd hij derde in het puntenklassement, achter Djamolidine Abdoujaparov. In dezelfde periode werd hij vierde in Parijs-Roubaix, terwijl hij daar in dienst reed van Franco Ballerini, en vierde in Luik-Bastenaken-Luik. Op het wereldtoneel behaalde hij brons op het wereldkampioenschap in Oslo, werd hij derde in het World Cup-klassement achter Maurizio Fondriest en eindigde hij tweede in de UCI-ranking.
In 1994 zette Museeuw die lijn verder met winst in de Amstel Gold Race en Kuurne-Brussel-Kuurne. Na zijn zege in de Amstel Gold Race nam hij de leiding in het World Cup-klassement over, en later in het jaar droeg hij opnieuw drie dagen de gele trui in de Tour de France. Daar won hij opnieuw de ploegentijdrit met zijn ploegmaats. In de Ronde van Vlaanderen finishte hij tweede na een sprint met Gianni Bugno. In Parijs-Roubaix werd hij zesde na een materiaalprobleem in de strook van Carrefour de l'Arbre. In augustus werd hij derde in de GP van Zurich, achter Gianluca Bortolami, en in Parijs-Tours werd hij tweede, waardoor hij de leiding in de World Cup verloor aan Bortolami. Voor het tweede opeenvolgende jaar eindigde hij tweede in het World Cup-klassement. Ook in 1994 liet hij zich zien in de Tour de France, waar hij de gele trui even verloor en later terugnam na bonificaties, tot Miguel Indurain hem opnieuw afnam in de individuele tijdrit in Bergerac. Op de UCI-ranking eindigde hij dat jaar opnieuw tweede.
Doorbraak in het voorjaar van 1995
Johan Museeuw begon het seizoen 1995 met winst in de Trofeo Laigueglia. In de daaropvolgende kasseiklassiekers kon hij geen zege boeken: in Het Volk werd hij zesde en in Kuurne-Brussel-Kuurne zevende. Ook in Milaan-San Remo kwam hij niet in de top tien en finishte hij veertiende.
Zijn voorjaar kreeg vervolgens een beslissende wending in de Ronde van Vlaanderen. Daar kreeg hij kort voor de finish af te rekenen met een lekke band, maar twintig kilometer van de aankomst ging hij in de aanval. In de Mur de Grammont knokte hij zich voorbij Fabio Baldato en reed hij weg naar zijn tweede eindzege in de Ronde van Vlaanderen. Door die overwinning nam hij ook de leiding in de wereldbekerstand.
Later in het voorjaar eindigde Museeuw derde in Parijs-Roubaix, achter Franco Ballerini en Andreï Tchmil. In de andere klassiekers was zijn uitslag minder opvallend: hij werd dertiende in Luik-Bastenaken-Luik en zevende in de Amstel Gold Race.
Verlies van de World Cup-leiding
In 1995 verloor Museeuw de leiding in de World Cup aan Mauro Gianetti. Die had datzelfde jaar al indruk gemaakt door zowel Luik-Bastenaken-Luik als de Amstel Gold Race te winnen. Door die resultaten nam Gianetti de koppositie over, waardoor Museeuw de leiding moest afstaan.
Sterke resultaten in 1995
In 1995 liet Johan Museeuw opnieuw enkele sterke uitslagen noteren. In de Grand Prix van Frankfurt werd hij negentiende, maar later in het seizoen heroverde hij de leiding in de Wereldbeker door achtste te worden in diezelfde wedstrijd. In de Vierdaagse van Duinkerke reed hij ook opvallend: hij finishte derde in de tijdrit, won een rit op de top van Mont Cassel en pakte uiteindelijk de eindzege dankzij de bonificatieseconden. In juni werd hij derde op het Belgisch nationaal kampioenschap, achter Wilfried Nelissen en Tom Steels. Daarna nam hij nog deel aan de Ronde van Zwitserland en aan de Tour de France, al verliep die laatste minder succesvol dan in eerdere jaren.
Overwinning in de Wereldbeker
In augustus profiteerde Museeuw van de blessure van Gianetti om zijn voorsprong in het Wereldbekerklassement uit te breiden. Na zeven koersen leidde hij met 43 punten voorsprong op Laurent Jalabert en 49 op Gianetti. In de zevende wedstrijd, de Leeds International Classic, werd hij vijfde en klopte hij Jalabert in de sprint. Ook in de Clásica de San Sebastián toonde hij zich sterk: ploegmaat Stefano Della Santa viel aan in de finale, waarna Lance Armstrong de sprint won, terwijl Museeuw zelf derde werd, opnieuw voor Jalabert. Later viel hij opnieuw op in de Grand Prix van Zürich, waar hij samen met Gianni Bugno aanviel op de laatste klim. Museeuw versloeg Bugno in de sprint en won die koers voor de tweede keer. Na negen van de elf wedstrijden had hij al een beslissende voorsprong van 88 punten op Jalabert.
Naast die Wereldbekerwedstrijden won Museeuw ook de Grand Prix Eddy Merckx, de Course du Raisin en het Kampioenschap van Vlaanderen in België. Hij besloot wel om niet deel te nemen aan het wereldkampioenschap, omdat het parcours volgens hem te zwaar was. In een andere koers werd hij tweede achter Minali, maar dat volstond om voor het eerst het eindklassement van de Wereldbeker te winnen. In de eindstand bleef hij Andrei Tchmil en Gianetti voor. Daarmee werd hij ook de eerste renner die drie keer op rij op het Wereldbekerpodium eindigde. Bovendien hielp hij zijn ploeg aan de winst in het ploegenklassement van de competitie. Hij sloot het seizoen af als vierde in de UCI-ranking en verlengde nadien zijn contract bij Mapei met drie extra jaren, met zijn pensioen gepland na die periode.
Doorbraakjaar 1996
In 1996 kende Johan Museeuw een uitzonderlijk seizoen, met sterke uitslagen in de klassiekers en enkele van zijn grootste overwinningen. Hij werd Belgisch kampioen en won later dat jaar voor de tweede opeenvolgende keer de Wereldbeker. Ook won hij de wereldtitel in Lugano, op zijn 31e verjaardag. Enkele dagen voor dat kampioenschap had hij zelfs laten verstaan dat hij zijn carrière kort daarna wilde beëindigen, maar hij toonde zich in Zwitserland van zijn sterkste kant.
Zijn voorjaar leverde al meerdere topresultaten op. Hij werd achtste in Milaan-San Remo en eindigde derde in zowel de Ronde van Vlaanderen als de Amstel Gold Race. In juni pakte hij opnieuw de Belgische titel door in de sprint af te rekenen met zijn medevluchters. Later dat jaar won hij voor het eerst Parijs-Roubaix, na te hebben gereden volgens de instructies van ploegleider Giorgio Squinzi, samen met ploegmaats Bortolami en Tafi. Die overwinning kwam er in de honderdste editie, in een koers die ook om een rivalencontroverse draaide.
Niet alles liep echter naar wens. In de Tour de France presteerde hij onder zijn niveau. Hij wilde de ronde zelfs verlaten om zich voor te bereiden op de klassiekers van augustus, maar kreeg daar geen toestemming voor. In de tweede helft van de Wereldbeker scoorde hij in augustus minder punten dan in 1995. Ook in andere wedstrijden bleef hij dicht bij een topresultaat zonder te winnen: hij werd onder meer derde in de sprintrace van de GP de Suisse en maakte bij Parijs-Tours een tactische fout door zijn sprint te vroeg te beginnen, waarna hij zonder punten eindigde.
Voor het wereldkampioenschap in Lugano verbeterde zijn moraal nog na intensieve training met Laurent Jalabert, vier dagen voor de koers. In de wedstrijd zelf nam hij het op tegen klimmers als Jalabert, Riis, Zulle, Virenque, Leblanc, Bartoli en Rominger. Ongeveer 100 kilometer voor de finish ging hij mee in een ontsnapping, en 40 kilometer van het einde reed hij samen met Mauro Gianetti weg. Museeuw won vervolgens de sprint tegen Gianetti en hield hem ook onder controle op de beklimmingen. Daarmee sloot hij 1996 af als wereldkampioen, winnaar van de Wereldbeker en laureaat van de Vélo d'Or.
Moeilijke klassiekers en herstel
In deze periode kende Johan Museeuw verschillende moeilijke momenten in de klassiekers. In Milaan-San Remo kwam hij in de laatste sprint ten val na een valpartij veroorzaakt door Laurent Jalabert. Ook in de Ronde van Vlaanderen liep het mis, toen hij ten val kwam door Bruno Boscardin en meer dan een minuut verloor. Tijdens Parijs-Roubaix kreeg hij bovendien een handblessure na een botsing met een fotograaf.
Toch bleef Museeuw mee in de wedstrijd. In de sector Carrefour de l'Arbre reed hij samen met Andrei Tchmil en Frédéric Moncassin weg. Even later kreeg hij nog een nieuwe opdoffer door een lekke band in de laatste meters van de sector Gruson. Ondanks die tegenslag kon hij in de ingang van de wielerbaan van Roubaix de achtervolgende groep terugpakken. Uiteindelijk finishte hij derde in Parijs-Roubaix, achter winnaar Frédéric Guesdon.
Ook in Luik-Bastenaken-Luik werd hij opgehouden. In de Côte de la Redoute werd hij gehinderd door Mauro Gianetti en miste hij de ontsnapping van Jalabert, Zulle en Bartoli.
Sterk voorjaar en succes in rittenkoersen
In het voorjaar van 1997 verkeerde Johan Museeuw in uitstekende vorm, ook al vielen de uitslagen niet altijd mee. In Luik-Bastenaken-Luik haalde hij toch zijn beste resultaat, ondanks het feit dat het parcours hem minder lag. Later dat jaar werd hij getroffen door een urine-infectie, waardoor hij de GP van Zwitserland in augustus moest missen in het kader van de Wereldbekerklassiekers.
Toch boekte hij in 1997 meerdere overwinningen. Hij won drie etappes in de Ruta del Sol, de semiklassieker Kuurne-Brussel-Kuurne, de Driedaagse van De Panne en de Vierdaagse van Duinkerke, inclusief de individuele tijdrit. Op het wereldkampioenschap in San Sebastian probeerde hij in de laatste ronde nog weg te rijden, maar hij finishte uiteindelijk als achtste na de sprint van de favorietengroep. In de UCI-ranking eindigde hij achtste, al behaalde hij in 1997 geen Wereldbekerzege, voor het eerst sinds 1992.
Val van 1998 en heropstanding in de klassiekers
In 1998 kende Johan Museeuw een kort maar uitzonderlijk seizoen. In de klassiekers domineerde hij de competitie en hij hielp Franck Vanderbroucke aan winst in Parijs-Nice. Binnen een week won hij de GP E3, de Flèche Brabançonne en de Tour des Flandres. Vooral in de Ronde van Vlaanderen viel zijn kracht op: Biographie noteerde zijn aanval op de Tenbosse en beschreef hoe hij na een solo van 25 kilometer zijn derde zege in de Tour des Flandres behaalde. Hij gold daarna ook als topfavoriet voor Parijs-Roubaix.
Die koers kreeg echter een dramatische wending. Op de kasseien van de strook van Wallers-Arenberg viel Museeuw in Parijs-Roubaix 1998. De biografie bevestigt dat hij daarbij zijn knieschijf brak. Een infectie leidde er zelfs toe dat amputatie werd overwogen. Experten voorspelden toen een vroegtijdig einde van zijn carrière, temeer omdat hij in 1998 ouder was dan 32 jaar. Na enkele maanden herstel begon hij aan wat Biographie zijn tweede geslaagde carrière noemt. Zijn rijstijl veranderde door de val en door zijn leeftijd, maar ervaring, aangeboren koersinzicht, grotere uithouding en motivatie hielpen hem om zich opnieuw te wapenen in de klassiekers.
In 1999 was zijn doel om opnieuw zijn beste vorm te halen en te schitteren in de klassiekers. De lente leverde meteen enkele goede uitslagen op. Hij won À travers la Belgique, werd zesde in Het Volk, tweede in Kuurne-Brussel-Kuurne, vierde in de Flèche Brabançonne en derde in de Tour des Flandres. In die Ronde van Vlaanderen zat hij mee in de beslissende ontsnapping met Franck Vanderbroucke en Peter Van Petegem, maar in de sprint moest hij zich gewonnen geven. In Parijs-Roubaix miste hij in de strook van Wallers-Arenberg de goede groep, reed hij er voorzichtig overheen en counterde hij op het einde met Andrei Tchmil. Uiteindelijk werd hij negende. Later in augustus volgde nog een aankomst in de Hew Classic. Dat seizoen sloot hij af als laatste in de World Cup en aan het einde van het jaar ook in de UCI-ranking.
In 2000 vond Museeuw opnieuw aansluiting met de succesverhalen in de World Cup en de klassiekers. In de lente won hij Het Volk voor het eerst solo en pakte hij ook de Flèche Brabançonne. In de Tour des Flandres eindigde hij in het peloton, maar drie dagen later werd hij derde in Gent-Wevelgem. Daarna schreef hij Parijs-Roubaix voor de tweede keer op zijn naam. Hij ging daar 45 kilometer voor de finish aan en hield in Roubaix 15 seconden over op Peter Van Petegem en Erik Zabel. In de wielerbaan toonde hij zijn knie aan het publiek. In datzelfde jaar kreeg hij door de bandana op zijn hoofd de bijnaam Lion des Flandres, en vier jaar na zijn omstreden eerste overwinning kreeg hij ook echte publieke erkenning.
Nog in 2000 liep hij tijdens de voorbereiding op de Olympische Spelen in Sydney een breuk aan de kuitbeen op. Dat werd zijn tweede grote tegenslag, bijna op 35-jarige leeftijd. Tijdens de winter van 2000-2001 zette hij zijn herstel verder en probeerde hij terug te keren als luxeteamgenoot bij Domo-Farm Frites. In het voorjaar richtte hij zijn ambities op een rol naast wereldkampioen Romāns Vainšteins. In 2001 werd hij zestiende in de Tour des Flandres en zesde in Parijs-Roubaix, nadat hij daar bijna had gewonnen maar door een lekke band in Carrefour de l'Arbre werd opgehouden. Zijn ploegmaat Servais Knaven won die koers. Twee weken later werd Museeuw vijfde in de Amstel Gold Race. Ondanks een ingewikkeld seizoen sloot hij 2001 af met een negende plaats in de World Cup.
Seizoen 2002: outsider met grote zeges
In 2002 reed Johan Museeuw als outsider in de klassiekercampagne, hoewel hij toen al 36 jaar en 6 maanden oud was. Toch liet hij zich meteen opmerken met een derde plaats in de GP E3. In de Ronde van Vlaanderen toonde hij zich de hele wedstrijd sterk. Samen met Peter Van Petegem zat hij in de beslissende vlucht met Andrea Tafi, George Hincapie en Daniele Nardello. Uiteindelijk moest hij tevreden zijn met de tweede plaats, nadat Tafi zich op 3 km van de finish had losgerukt.
Na die ereplaats legde Museeuw al zijn hoop op Parijs-Roubaix, en daar maakte hij die verwachtingen helemaal waar. In zware weersomstandigheden won hij de koers in 2002. Hij ging weg uit een groep in de kasseistrook van Mérignies en reed solo naar de finish. Hij kwam meer dan drie minuten vóór Weisemann en Tom Boonen binnen. Aan de finish toonde hij tien vingers, als symbool voor zijn tien World Cup-overwinningen. Door die zege nam hij ook de leiderstrui in de World Cup over.
Zijn voorjaar kende niet alleen hoogtepunten. In Luik-Bastenaken-Luik stapte hij uit de koers en in de Amstel Gold Race eindigde hij ver achteraan. Ook de Tour de France reed hij in 2002 niet. Later dat jaar won hij in augustus nog de HEW Cyclassics in Hamburg. In een sprint versloeg hij Davide Rebellin, Paolo Bettini, Danilo Di Luca en Igor Astarloa. Dat leverde hem zijn elfde World Cup-zege op en opnieuw de eerste plaats in de World Cup-stand.
In de latere World Cup-wedstrijden moest Museeuw wel meer terrein prijsgeven aan Paolo Bettini. In Parijs-Tours en de Ronde van Lombardije eindigde hij achter Bettini. Uiteindelijk sloot hij de World Cup af als tweede, op 9 punten van Bettini. Aan het einde van het seizoen stond hij ook in de UCI-stand gerangschikt.
Overwinningen en latere jaren
Johan Museeuw bleef ook in de tweede helft van zijn loopbaan een uitgesproken winnaar in de grote voorjaarskoersen. Hij won Parijs-Roubaix in 1996, de honderdste editie, en voegde daar nog twee zeges aan toe in 2000 en 2002. In zijn palmares stonden ook een wereldtitel in 1996, twee overwinningen in de Zesdaagse van Zürich, en zeges in onder meer de Amstel Gold Race, de HEW Cyclassics, Kuurne-Brussel-Kuurne, Het Volk, de Grote Prijs E3 en de Brabantse Pijl. Bovendien won hij elf wedstrijden in de Wereldbeker, een record.
In 2003 begon het seizoen sterk met winst in Het Volk, maar daarna werd Museeuw als favoriet gezien voor de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix, terwijl hij vlak voor die koersen een virus opliep. Door die ziekte finishte hij in zijn wedstrijden van 2003 telkens buiten de top 20. Op het einde van dat seizoen won hij nog wel een rit in de Ronde van Denemarken.
Voor 2004 had Museeuw gepland om na de GP van de Schelde te stoppen. Toch reed hij nog een opvallende Ronde van Vlaanderen, waarin hij 15de werd. In Parijs-Roubaix 2004 ontsnapte hij samen met vier anderen in de Carrefour de l'Arbre, maar kreeg hij in het laatste kasseiensector in Hem een lekke band. Ondanks dat haalde hij nog een vijfde plaats. Uiteindelijk nam hij afscheid tijdens een criterium dat ter ere van hem werd georganiseerd.
Ook in de Ronde van Vlaanderen liet hij jarenlang zijn klasse zien: hij stond er drie keer op het hoogste schavot, drie keer op de tweede plaats en twee keer op de derde plaats.
Dopagezaak en gerechtelijke gevolgen
In 2003 raakte Johan Museeuw betrokken bij een dopingzaak. In de pers werd gesuggereerd dat hij menselijk groeihormoon gebruikte dat hij via dierenarts José Landuyt had verkregen. De politie verklaarde dat hij in 2003 verboden middelen had gekocht. Bovendien werden telefoongesprekken opgenomen tussen Museeuw en Landuyt over darbepoetine, een synthetisch hormoon dat bekendstaat om het verhogen van de rode bloedcellen.
In 2004 oordeelde men dat er voldoende gronden waren voor een schorsing van twee jaar en een doorverwijzing naar de strafrechter, ondanks het ontbreken van direct bewijs. Museeuw bekende de beschuldigingen tijdens een persconferentie en kondigde zijn ontslag bij team Quick Step aan. Later werd hij samen met Jo Planckaert en Chris Peers door een Belgische rechtbank veroordeeld voor een dopingfeit. Hij kreeg een voorwaardelijke gevangenisstraf van tien maanden en een boete van 2.500 euro.
In een interview met Gazet van Antwerpen gaf Museeuw bovendien impliciet toe dat hij uitgebreid doping had gebruikt.