Anna Boch

Portret van Anna Boch in haar atelier, 1893
Portret van Anna Boch in haar atelier, 1893

Anna Boch werd geboren in Saint-Vaast, in Henegouwen, en overleed in Brussel. Ze was een Belgische schilderes van landschappen, zeegezichten en interieurs, en wordt gerekend tot het impressionisme en het luminisme. Daarnaast was zij ook een Belgische patron. Ze was de dochter van Victor Boch, medeoprichter van Royal Boch – Keramis in La Louvière en lid van Villeroy & Boch, en de oudere zus van de schilder Eugène Boch. Via haar familie was zij ook verwant aan Octave Maus, jurist en initiatiefnemer van Groupe des XX in Brussel in 1883.

Boch kreeg een conventionele artistieke opleiding van Pierre-Louis Kühnen en E. Beernaert in de Brusselse winters van 1866 tot 1876. Daarna studeerde zij landschapsschilderkunst bij Isidore Verheyden van 1876 tot 1886, onder wiens invloed haar palet lichter werd en haar stijl eenvoudiger. Zij ontdekte ook werken van de plein air-schilders Hippolyte Boulenger en Théodore Baron. In 1884 debuteerde zij op het Brusselse driejaarlijkse salon en kreeg zij haar eerste solotentoonstelling, georganiseerd door een Brusselse artistieke en literaire kring. In 1885 stelde zij een werk tentoon op het Salon des artistes français in Parijs. In 1886 werd zij lid van Groupe des XX, waarvan zij aan alle tentoonstellingen deelnam. Na de ontbinding van die groep exposeerde zij vanaf 1894 regelmatig op de salons van La Libre Esthétique. Zij hield ook een atelier in Château de la Closière in La Louvière.

Schilderkunst en rol als mecenas

Anna Boch werd geboren in Saint-Vaast, in Henegouwen, België, en stierf in Brussel. Zij was een Belgische schilder en mecenas. In haar werk richtte zij zich op landschappen, zeegezichten en interieurs. Daarnaast werd zij omschreven als een impressionistische schilder en als een luministische schilder.

Opleiding en doorbraak

Anna Boch was de dochter van Victor Boch, medeoprichter van Royal Boch – Keramis in La Louvière en lid van Villeroy & Boch. Ze was ook de oudere zus van schilder Eugène Boch, die bevriend raakte met Vincent van Gogh, en een nicht van Octave Maus, de jurist die in 1883 in Brussel het Groupe des XX opstartte.

Tussen 1866 en 1876 kreeg zij in de wintermaanden een conventionele artistieke opleiding van de schilders Pierre-Louis Kühnen en E. Beernaert in Brussel. In die periode ontdekte zij ook het werk van de plein air-schilders Hippolyte Boulenger en Théodore Baron. Van 1876 tot 1886 studeerde zij landschapsschilderkunst bij Isidore Verheyden, onder wiens invloed zij haar palet lichter maakte en haar stijl vereenvoudigde.

Haar publieke doorbraak volgde in 1884, toen zij debuteerde op het Brusselse driejaarlijkse salon en in datzelfde jaar haar eerste solotentoonstelling kreeg, georganiseerd door de Brusselse kunst- en letterkundige kring. In 1885 toonde zij een schilderij op het Salon des artistes français in Parijs. Een jaar later, in 1886, werd zij lid van Groupe des XX en nam zij aan alle tentoonstellingen van die groep deel. Na de ontbinding van Groupe des XX exposeerde zij vanaf 1894 regelmatig op de salons van La Libre Esthétique.

In 1886 vestigde zij zich in een herenhuis in de Rue de l'Abbaye in Brussel. Daarnaast hield zij ook een atelier in Château de la Closière in La Louvière. In haar Brusselse woning organiseerde zij muzikale maandagen waarop avant-gardefiguren te gast waren.

Van impressionisme naar een vrijere toets

Anna Boch schilderde in een stijl die aansloot bij het impressionisme en aan Monet deed denken. In 1886 ontmoette zij de neo-impressionistische schilder Théo Van Rysselberghe, die haar kennis liet maken met neo-impressionistische technieken. Een jaar later zag zij op het Salon des XX Georges Seurat's Un dimanche après-midi à l'île de la Grande Jatte uit 1884. In de werken die zij in 1889 op het Salon des XX toonde, experimenteerde zij met pointillisme. Later nam zij echter afstand van die neo-impressionistische technieken en koos zij voor een vrijere, bredere penseelstreek. In 1890 stelde zij tentoon op de Société des Artistes indépendants in Parijs.

Naast haar eigen werk verzamelde Boch ook werken van tijdgenoten en trad zij op als mecenas in het culturele leven van de hoofdstad. Zo bouwde zij een van de belangrijkste verzamelingen impressionistische schilderkunst van haar tijd op. Zij steunde ook jonge kunstenaars, onder wie Vincent van Gogh, een vriend van haar broer Eugène Boch. Van Gogh's La Vigne rouge uit 1888 kocht zij van hem voor 400 Belgische frank.

Reizen, erkenning en latere jaren

Rond 1900 reisde Anna Boch uitgebreid door Frankrijk, Holland, Italië, Duitsland, Griekenland en Marokko. Uit Marokko bracht zij landschappen en zeegezichten mee, waaronder Côte de Bretagne, omstreeks 1901. In die periode werd zij ook onderscheiden als Chevalier van de Orde van Leopold. In 1904 sloot zij zich aan bij de kring Vie et Lumière, die rond Émile Claus was opgericht, en in 1907 nam zij deel aan het Oostendse salon voor schone kunsten, samen met Anna De Weert, Louise Danse en Marie Antoinette Marcotte. Rond de Eerste Wereldoorlog werd haar schilderstijl meer gestructureerd en werd haar penseelwerk duidelijker; tegelijk kreeg de menselijke figuur een grotere rol in haar werk. Na de oorlog hervatte zij haar reizen.

Naast haar eigen werk bleef zij ook actief als schenker van kunst. In 1927 gaf zij James Ensors La Musique russe uit 1881 in bruikleen of schenking aan de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van Brussel. Haar nalatenschap verrijkte later de collecties van de Musées Royaux. In 1928 werkte zij samen met Paul Colin aan haar autobiografie.

Schenking aan Biographie

De schenking van Biographie omvatte enkele belangrijke werken uit haar verzameling. Daarin zaten Conversation dans les prés. Pont-Aven (1888) van Gauguin, La Seine à la Grande-Jatte (1888) van Georges Seurat en La Calanque (1906) van Paul Signac. Deze werken tonen de diversiteit van de kunstenaars die in de schenking vertegenwoordigd zijn.

Selectie van werken

In de opgesomde werken van Anna Boch valt een duidelijke spreiding op over de periode van 1885 tot omstreeks 1910. Zo werd Sur la côte de la Mer du Nord gemaakt tussen 1885 en 1888 en bevindt dit werk zich in een privécollectie. In 1890 volgde Cueillette, nu in het Musée d'Orsay, en Femme dans un paysage, gemaakt tussen 1890 en 1892, in het Stedelijk Museum. Ook Pendant l'élévation uit 1893, bewaard in het Musée d'Art à la mer in Oostende, en Retour de la messe par les dunes, gemaakt tussen 1893 en 1895 en aanwezig in het Musée BP22 in Charleroi, behoren tot deze reeks. Rond 1900 tot 1902 maakte zij Falaise – Côte de Bretagne, opnieuw in een privécollectie, terwijl Côte de Bretagne, rond 1901, te zien is in de Musées royaux des Beaux-Arts de Belgique. Later volgen nog Vue de Veere, Zélande rond 1906 en Un bouquet d'oeillets rond 1910, beide in privécollecties. La Porteuse d'eau bevindt zich eveneens in een privécollectie. Femme lisant dans un massif de rhododendrons is niet gedocumenteerd.

Nalatenschap en bewaring

Na haar dood werd de collectie van Anna Boch geveild. Op die veiling verwierf de Russische verzamelaar Sergueï Chtchoukine La Vigne rouge, geschilderd door Vincent van Gogh. De opbrengst van de veiling werd gebruikt om volgens Anna Bochs wens het pensioen te betalen van arme kunstenaarsvrienden.

Ook het werk van Postérité bleef nadien onder de aandacht. In 1930 kreeg de Georges Giroux-galerie in Brussel een retrospectieve tentoonstelling, naast andere tentoonstellingen. Haar petekind Ida van Haelewijn erfde 140 schilderijen van Postérité. Sommige daarvan tonen Ida als kind in een tuin. In 1968 verwierf Luitwin von Boch, CEO van Villeroy & Boch, deze schilderijen via een lijfrente, met de bedoeling om het werk van Postérité te bewaren en er een museum mee te creëren. De schilderijen bleven tot haar dood in 1992 in het huis van Ida van Haelewijn. Daarna werd het Anna & Eugène Boch-museum of -tentoonstelling geopend.

Scroll naar boven