Georges Rodenbach

Portret van Georges Rodenbach, Belgische symbolistische dichter
Portret van Georges Rodenbach, Belgische symbolistische dichter

Georges Rodenbach was een Belgische symbolistische dichter en romanschrijver, actief aan het einde van de 19e eeuw. Hij werd geboren in Tournai, op de rue des Augustins, en overleed in Parijs op 43-jarige leeftijd. Rodenbach neemt een prominente plaats in binnen de internationale geschiedenis van het symbolisme. Tot zijn werken behoren dichtbundels en de roman Bruges-la-Morte.

Hij was de zoon van Constantin-Auguste Rodenbach en Rosalie Gall. Via zijn moeder was hij verwant aan de families Baclan en Debonnaire uit Picardië. De familie kwam uit een aristocratische familie van Duitse oorsprong. Zijn vader was ambtenaar bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en controleur van maten en gewichten. Zijn grootvader langs vaderszijde, Constantin Rodenbach, was chirurg, volksvertegenwoordiger en een van de grondleggers van België. Rodenbach was ook een neef van toneelschrijver Albrecht Rodenbach.

Na zijn jeugd in Gent, waar de familie in 1855 naartoe verhuisde, studeerde hij aan het collège Sainte-Barbe in Gent en aan de faculteit rechten van de universiteit van Gent, waar hij bevriend raakte met Émile Verhaeren.

Leven en literaire betekenis

Georges Rodenbach was een Belgische symbolistische dichter en romanschrijver, actief aan het einde van de 19de eeuw. Hij werd geboren in Doornik en overleed in Parijs, op veertigjarige leeftijd. In de internationale geschiedenis van het symbolisme neemt hij een prominente plaats in. Tot zijn werk behoren dichtbundels en de roman Bruges-la-Morte. Rodenbach was ook een neef van de toneelschrijver Albrecht Rodenbach.

Familie en afkomst

Georges Rodenbach was de zoon van Constantin-Auguste Rodenbach en Rosalie Gall. Hij werd geboren op de rue des Augustins in Doornik en werd gedoopt in de kerk Sainte-Marie Madeleine. Langs moederszijde was hij verwant aan de families Baclan en Debonnaire uit Picardië. Hij stamde uit een aristocratische familie van Duitse oorsprong.

Zijn vader was ambtenaar bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en controleur van gewichten en maten. Aan vaderszijde was zijn grootvader Constantin Rodenbach chirurg, volksvertegenwoordiger en een van de stichters van België. Diezelfde grootvader was ook eerbiedwaardige van de loge La Réunion des Amis du Nord in Brugge. Een grootoom van Rodenbach richtte later de brouwerij Rodenbach op.

Van Gent naar Parijs en terug

Georges Rodenbach bracht zijn jeugd door in Gent, waar het gezin in 1855 naartoe verhuisde. Hij studeerde aan het collège Sainte-Barbe in Gent en maakte daar kennis met Émile Verhaeren, met wie hij een levenslange vriendschap zou onderhouden. Daarna volgde hij rechten aan de universiteit van Gent. Zijn vader stuurde hem vervolgens naar Parijs om zijn studies te vervolledigen. Daar kwam hij in literaire kringen terecht.

Na zijn terugkeer naar Brussel werkte hij samen met advocaat Edmond Picard. In 1877 publiceerde hij zijn eerste dichtbundel, Le Foyer et les Champs. In 1878 verbleef hij opnieuw in Parijs en bezocht hij de kring van de Hydropathes. In die periode legde hij Parijse contacten met onder meer Catulle Mendès, François Coppée en Maurice Barrès. In 1881 liet hij de balie definitief achter zich en wijdde hij zich volledig aan de literatuur.

Daarna leverde hij bijdragen aan La Flandre libérale en aan het eerste nummer van La Jeune Belgique. Hij publiceerde ook La Mer élégante. Met La Jeunesse blanche uit 1886 verwierf hij faam in zowel België als Frankrijk. Dat werk baseerde hij op zijn christelijke kindertijd in Gent, aan Sainte-Barbe, tussen de jezuïeten. Tot aan zijn dood in 1898 publiceerde hij een reeks dichtbundels die samen een samenhangend geheel vormden.

Le Livre de Jésus

Le Livre de Jésus werd in 1923 gepubliceerd, na Rodenbachs dood, al verschenen enkele uittreksels eerder in de pers. In dit werk toont hij Jezus die incognito terugkeert, waarschijnlijk in Gent. De stad wordt erin getekend als een plaats die gekenmerkt wordt door industrialisering, materialisme, armoede en cynisme. Tegelijk draagt het boek duidelijk de gedachte van de Moderne Devotie in zich.

Brugge, Parijs en literaire erkenning

Georges Rodenbach werkte als correspondent voor het Journal de Bruxelles en vestigde zich in 1888 definitief in Parijs. Daar bouwde hij sterke literaire contacten op. Bij Le Figaro ontwikkelde hij een diepe intellectuele vriendschap met de anarchistische polemist Octave Mirbeau. Hij raakte ook bevriend met Stéphane Mallarmé en werd een opmerkelijk spreker op de Mardis de la rue de Rome. Daarnaast behoorde hij tot de kring van Rémy de Gourmont, Edmond de Goncourt, Alphonse Daudet, Frédéric Mistral, Joris-Karl Huysmans, Jules Bois en Auguste Rodin. In Le Figaro verdedigde hij Rodin met vuur. Zijn vriendenkring omvatte ook heel wat schilders en illustratoren, onder wie Félicien Rops, Jules Chéret, Alfred Stevens, Jan Toorop, Georges de Feure, Odilon Redon, Claude Monet, Paul Cézanne, Jean-François Raffaëlli, Albert Besnard, Lucien Lévy-Dhurmer, Eugène Carrière en Puvis de Chavannes.

Rodenbach organiseerde in België een tournee voor de schrijver Villiers de l'Isle-Adam, en na diens dood nodigde hij Stéphane Mallarmé uit om in Belgische literaire kringen over Villiers te spreken. Via lezingen maakte hij ook Schopenhauers pessimistische gedachte bekend. Tegelijk bleef hij actief in het Parijse literaire leven en nam hij deel aan de Rose-Croix-salons van Sâr Péladan tijdens de publicatie van Bruges-la-Morte.

Die roman verscheen in 1892 eerst als feuilleton in Le Figaro en daarna in boekvorm bij Flammarion in juni. Bruges-la-Morte werd een groot succes en groeide uit tot een belangrijk symbolistisch werk. De roman staat centraal rond de stad Brugge en droeg sterk bij tot de faam van die Vlaamse stad. Een bijzonder element was het gebruik van stadsillustraties als onderdeel van de narratieve structuur. Dat literaire procédé werd later ook gebruikt door André Breton in Nadja. De roman inspireerde bovendien de Argentijnse regisseur Hugo del Carril voor de film Más allá del olvido uit 1956. Rodenbachs werk wordt ook in verband gebracht met de Belgische symbolistische schilder Fernand Khnopff, die het frontispice voor Bruges-la-Morte ontwierp.

Le Miroir du ciel natal

Zijn laatste dichtbundel, Le Miroir du ciel natal, verscheen postuum bij Biographie en geldt als een spiritueel testament waarin hij terugblikt op zijn jeugd in Gent. De bundel begint donker en krijgt gaandeweg een symbolisch lichter karakter. In de opeenvolgende hoofdstukken Les réverbères, Les jets d’eau en Les premières communiantes wordt die beweging verder uitgewerkt. Het geheel eindigt met een afsluitend gebed, wat de bundel een plechtig en bezinnend karakter geeft.

Huwelijk, gezin en overlijden

In 1888 trouwde Georges Rodenbach met Anna-Maria Urbain, afkomstig uit Frameries in Henegouwen. Later werd zij journaliste bij Tribune de Genève, en in 1897 schilderde Albert Besnard haar portret. Het echtpaar kreeg één zoon, Constantin, die later de Franse nationaliteit aannam. Rodenbach zelf werd overwogen als stichtend lid van de Académie Goncourt, op voorwaarde dat hij de Franse nationaliteit zou verkrijgen en aanvaarden, maar hij weigerde dit. Hij stierf op kerstdag 1898, op 43-jarige leeftijd, aan tyflitis. Daarna werd hij begraven in het kerkhof van Père-Lachaise, afdeling 15, in Parijs, met een lijkrede van de occultist Catulle Mendès.

Ontvangst en nagedachtenis

Volgens de biographie kende en bewonderde Marcel Proust Georges Rodenbach, wat blijkt uit een rouwbetuiging in de archieven van Brussel. In diezelfde biographie wordt ook gesteld dat Rodenbach een model was voor Swann in "À la recherche du temps perdu". De biographie vermeldt daarnaast dat talrijke platen en monumenten de zanger van Brugge herdenken. Er was zelfs een Rodin-medaille voor Rodenbach gepland tegenover het begijnhof in Brugge, maar de stad Brugge wees dat project af wegens Rodenbachs Franstalige en antikatholieke reputatie. Ook wordt vermeld dat Rodenbach samen met Octave Mirbeau in Parijs een perscampagne organiseerde tegen het Zeebruggeproject.

Grafmonument en nagedachtenis

Volgens de biographie kreeg Charlotte Besnard de opdracht om in Doornik een buste van de dichter te maken, maar dat project mislukte na zijn dood. In plaats daarvan maakte zij in het kerkhof Père-Lachaise in Parijs een expressionistische tombe. Daarop wordt de dichter voorgesteld terwijl hij opduikt, met een roos en een gegraveerd Templerkruis. In een overlijdensbericht in de pers stond dat hij in Brugge begraven had moeten worden. De biographie vermeldt ook dat de Japanse schrijver Yukio Mishima Bruges-la-Morte herlas voor zijn zelfmoord.

Erfenis en plaats in de literatuur

Georges Rodenbach werd geboren in Doornik en schreef in het Frans over Vlaamse thema's. Volgens de biografie was hij de eerste Belgische schrijver die succes had in Parijs. Zijn nalatenschap is ook tastbaar bewaard: de Georges Rodenbach-collectie bevindt zich in de Koninklijke Bibliotheek van België, terwijl zijn meubilair en een deel van zijn bibliotheek te vinden zijn in het Museum voor Schone Kunsten in Brussel. In dezelfde familie figureert ook Albrecht Rodenbach, een neef van Georges Rodenbach, die zich inzette voor de Vlaamse emancipatie.

Scroll naar boven